Naar ik heb begrepen vinden mensen het fijner als ze weten wie er achter een bepaalde website schuilt.

Eigenlijk is het niet zo belangrijk wie er achter schuilt maar meer wat er geschreven wordt.

In mijn jeugdjaren had ik nooit kunnen denken dat ik ooit nog Bijbels meditatieve overdenkingen zou schrijven.

Ik leefde naar mijn eigen inzichten en van een persoonlijk geloofsleven was geen sprake.

Christelijk opgevoed maar van een wandelen met de Heere was geen sprake, eigenlijk deed ik precies het tegenovergestelde. Ik zocht mijn bevrediging in de dingen die de wereld mij bood en de duivel zoog mij dieper in zijn kolk naar de afgrond.

Zoals wij uit de Bijbel weten zijn we allen in zonden gevallen, we zouden kunnen zeggen dat we gebeten zijn door de slang. Zoals de Israëlieten in de woestijn. Zelf wist ik wel vanuit de Bijbelse boodschap dat dit zo was maar persoonlijk zag ik de ernst niet in.

Sterker nog, ik speelde met de slang. Een Joods Rabbijn heeft eens gezegd: 'Als je eenmaal gebeten bent door een slang, dan zie je in elk touwtje een slang.' Nu ik zag geen slang en ook geen touwtjes.
 

Totdat God mij op 20 jarige leeftijd stilzette en mij deed inzien dat de wereld voorbijgaat, met al zijn begeerlijkheid. Mijn ogen werden geopend voor de slang en voor de dodelijke beet waar ik aan leed. Vanaf dat moment ben ik in ieder touwtje een slang gaan zien en heb gevochten om deze slangen te vernietigen. Maar hoe ik ook vocht, de slangen kronkelden zich al vaster om mij heen. Op het moment dat ik meende te sterven onder de last van de slang, heb ik in mijn nood tot God geroepen.

Hij deed mij zien op de koperen slang die verhoogd was voor allen die gebeten waren. Die koperen slang stond daar allang, maar ik meende zelf mijn behoud te kunnen bewerken. Maar nu, toen ik er eindelijk achtergekomen was dat mijn behoud niet in eigen krachten was te vinden. Mocht ik mijn oog opheffen op de koperen slang en daar viel alle last van zonden en schuld van mij af.

U begrijpt dat dit alles beeldspraak is. Het beeld is genomen uit de woestijnreis van de kinderen Israëls, maar de Heere Jezus zelf heeft dit beeld gebruikt, in het onderwijs aan Nicodemus 'Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogt heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, Opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Joh. 3:14-15.'

In mijn zoektocht naar behoud heb ik geworsteld tegen de zonden, maar hoe meer ik daartegen vocht, hoe meer de zonden mij vastgrepen zodat er mijns inziens geen redding meer mogelijk was. Ik had God lief gekregen en wilde niet meer tegen Hem zondigen maar de zonde werden alsmaar meer. Toen ik eindelijk de strijd opgaf, liet God mij zien dat het behoud niet in mijn eigen doen en laten is maar dat Zijn Zoon, Jezus Christus en die gekruisigd, is gekomen om zondaren te redden. Zondaren die het zelf niet meer kunnen en weten, vinden in Hem een oceaan van vrede, Hij heeft de prijs betaald en in Hem ontvangen wij uit genade het eeuwige leven. Toen Zijn zaligmakende liefde mijn hart vervulde viel alle schuld en zonde van mij af. Voor het eerst mocht ik de kracht van het bloed ervaren, kracht om te strijden tegen de zonden, kracht om te overwinnen. Het bloed van Jezus Christus Gods Zoon reinigt van alle zonden.

Wat is het heerlijk om dagelijks te wandelen met God, ik weet dat in mijn eigen krachten en inzichten het ongeluk schuilt maar tegelijk mag ik weten dat Vaders hand mij geleid door deze aardse woestijn. Hij weet wat goed voor ons is en leert ons te leven van en uit genade. Zonder Mij kunt gij niets doen, zo leert Zijn woord en wat is het heerlijk om in die wetenschap, Hem te mogen volgen.

Gods genade is overvloeiende voor de grootste van de zondaren. Deze wetenschap en de persoonlijke roeping om te nodigen tot de Bruiloft des Lams, ja hen te dwingen om in te gaan, opdat Gods huis vol worde, zoals we lezen in Lukas 14, heeft mij ertoe gebracht om te schrijven.

In mijn schrijven richt ik mij tot alle lezers, in de wetenschap dat alleen Gods genade ons red. Ten volle ben ik ervan overtuig dat niet ik maar God de harten van mensen vernieuwt. Toch is het de opdracht om de blijde Boodschap te verkondigen en de mensen op te roepen zich te bekeren en het Evangelie te geloven. 'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe. Joh. 3:16.' Het is onze opdracht om ons te bekeren tot de levende God. Te geloven dat Jezus Christus gekomen is om ons van zonde en schuld te verlossen. Dat wij in Hem het eeuwige leven ontvangen. (Hand. 16:31)

In mijn schrijven richt ik mij tot alle mensen zonder onderscheid, het enige uitgangspunt van mijn schrijven is de Bijbel, Gods Woord. Ten volle ben ik mij bewust van mijn eigen kleine inzicht en zondige bestaan. God is groot en wij begrijpen Hem niet, niemand van ons kan zeggen de waarheid te hebben. God alleen is Waarheid. Ik sta open voor commentaar over de inhoud van mijn schrijven.

Een ieder zou ik willen aanraden om het geschrevene te onderzoeken en te toetsen aan Gods Woord. Vragen over de inhoud of persoonlijke vragen zijn van harte welkom. Echter, vragen over kerkelijke stromingen, visies en verschillende leerstellingen zijn niet aan mij besteed. Wel ben ik ervan overtuigd dat de verschillende opvattingen en kerkelijke richtingen verwarrend kunnen zijn. Ik geloof in een persoonlijke wandel met de levende God. Hij heeft met een ieder van ons een plan, niemand van ons kan zeggen dat onze weg een universele weg is. Daarom is het noodzaak om ons leven uit handen te geven en te doen dat wat God wil dat wij doen zullen. Dit kan alleen duidelijk worden in een afhankelijk gebedsleven opmerkend en bereid om wegen te gaan die wij zelf nooit zouden hebben gekozen.

De gemeente van God bestaat uit alle gelovigen over de gehele wereld. Zij die persoonlijk mogen geloven dat al hun zonden zijn vergeven door het offer van Christus op Golgotha, zijn kinderen Gods en zijn met elkaar verbonden als één lichaam, waarvan Christus ons hoofd is.

Het is mijn hartelijke wens, dat ongelovige zondaren tot Christus gebracht worden en dat gelovige broeders en zusters worden versterkt. Hem zij alle eer, lof en aanbidding.

Op het Godslam rust mijn ziele,

vol bewond’ring bid ik aan;

al mijn schuld en al; mijn zonden

heeft Zijn zoenbloed weggedaan.

Zalig rustoord! Zoete vrede

vult mijn hart en blijft het bij.

Hij, in wie God Zelf kan rusten,

is het rustpunt ook voor mij.

Ruste vond hier mijn geweten,

want zijn bloed – o heilfontein –

heeft van alle, alle zonden

mij gewassen blank en rein.

Met een hart vol hemelvrede

ga ik hier door smart en strijd.

Eeuw’ge rust vind ik daarboven

bij het Lam in heerlijkheid.

Daar zal ik Hem dan aanschouwen,

Hem, wiens liefde mij verkwikt,

Hem, wiens trouw mij hier geleidde,

wiens gena mij heil beschikt.

Daar bezingen Jezus’ liefde

duurgekochten door Zijn bloed;

daar is Sions rust en vrede,

’t eind’loos loflied, ’t eeuwig goed.

Wilco Vos