Waarom gemoedsbezwaard

Waarom gemoedsbezwaard?

 

‘Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele, Ps. 55:23.’

 

Vandaag de dag zijn er tal van verzekeringen, je kunt het zo gek niet bedenken of er is een verzekering voor. Verzekeringen beginnen bij de geboorte, en eindigen bij de dood. Denk aan de ziektekostenverzekering, hierbij dekt men de kosten die gemaakt moeten worden bij ziekte. Daarnaast zijn er verzekeringen die de schade dekken bij brand, diefstal, en ongelukken. Men betaald een maandelijkse of jaarlijkse premie en als er iets gebeurd dan betaald de verzekering de schade. Het is mogelijk om je uitvaart te verzekeren om te voorkomen dat de nabestaande achter blijven met een hoge rekening. Er zijn tal van zekerheden waar men tegen betaling gebruik van kan maken. Waarom zijn er dan in deze tijd nog steeds mensen die zich principieel niet willen verzekeren? Zij zijn gemoedsbezwaard, maar wat is hun visie?

 

Waar is het vertrouwen op God?

We leven in een wereld waar alles draait om geld en zekerheden. Wie geld heeft, heeft macht en is in veel dingen onafhankelijk. Na de zondeval is het zo dat wij mensen in het zweet ons brood moeten verdienen. De één verdient meer dan de ander en heeft daarom ook meer te besteden. Als we goed om ons heen kijken is de maatschappij verhard en zijn de mensen op zichzelf gericht. We zijn allemaal individuen die strijden om ons eigen behoud. Wij moeten het hoofd boven water houden. Wij werken hard, leggen geld apart voor vakanties en geven een vast bedrag uit om datgene wat wij opgebouwd hebben te verzekeren. Als er een deuk in de auto gereden wordt dan is er de verzekering die de schade betaald. Als we op vakantie gaan, dan hebben we een annuleringsverzekering voor het geval er iets voordoet, het huis laten we achter en vertrouwen er op dat het alarm het doet. Veel mensen kijken uit naar hun pensioen, de tijd dat ze eindelijk mogen stoppen met werken en mogen gaan genieten van datgene wat zij in hun carrière opgebouwd hebben. Door maandelijks aan de sociale verplichtingen te voldoen zij verzekerd van een oudedagsvoorziening. Als we dit alles tot ons laten doordringen, waar is dan God in dit plaatje? Als we de woorden van de Heere Jezus tot ons laten doordringen:  ‘Het is lichter dat een kemel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods ingaat, Mark. 10:25.’ Zouden rijkdom en verzekeringen dan niet hand in hand gaan? Een rijke vertrouwt op zijn goed en geld en is veel bezig met het al dan niet beleggen en besteden van zijn middelen. Geld geeft zorgen, het moet verstandig beheert worden en tegelijk geeft geld een verlangen naar nog meer. Dit geld is maar al te vaak een oorzaak dat de rijke geen levende relatie heeft met de God van hemel en aarde. Iemand die verzekert is hoeft helemaal niet rijk te zijn, en toch is dat wat hij heeft verzekerd. Waar vertrouwen we nu op, op God of de Mammon? ‘Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon, Matth. 6:24.’ De Mammon staat symbool voor het geld. De Heere Jezus zegt duidelijk dat we maar één God kunnen dienen. Stellen wij ons vertrouwen op God of op de Mammon? Durven wij het aan om ons leven en alles wat wij hebben gekregen over te geven aan de Mammon of aan de Heere God? Waar is het veiliger? Het antwoord wat u nu geeft zegt iets over uw vertrouwen en uw relatie? Misschien zegt u, dit is wel heel kort door de bocht. We mogen de middelen die God ons geeft toch gebruiken? U hebt gelijk maar is een verzekering een middel van God?

 

Als wij geloven dat alles onder het bestuur van een Almachtige God Is, dan zou ons niet iets kunnen overkomen dat buiten Gods wil om is. Als hij toelaat dat een ziekte ons treft, zou Hij ons dan ook niet de middelen kunnen geven? Zou het niet zo kunnen zijn dat de ziekte ook een bepaald doel heeft? En zouden de kosten die daarbij komen niet het doel hebben om ons vertrouwen in de Heere te versterken? U zegt, de ziekte zelf is genoeg, daar hebben we God bij nodig. De kosten staan daar los van. Toch leert Gods Woord ons dat we in alles op Hem mogen vertrouwen. ‘Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord, Ps. 120:1.’

Wat werkt de verzekering uit?

Als we serieus stilstaan bij de uitwerkingen van de verzekering dan moeten we ons afvragen of het inderdaad van God is? Natuurlijk zijn niet alle mensen gelijk, er zijn gelukkig mensen die verantwoord omgaan met hun geld en hun verzekering. Toch zien we maar al te veel, dat er misbruik wordt gemaakt van het verzekeringsstelsel. Men heeft een mobile telefoon die beschadigd is, men rijd er overheen met de auto zodat de verzekering een nieuwe telefoon verzorgt. Men heeft schade aan de auto opgelopen, een extra deuk er bijmaken is zo gebeurd, zo is de uitkering wat gunstiger. Wat te denken van het geweten van de dieven? Als ik weet dat de spullen van mijn buurman allemaal verzekerd zijn, dan is het voor mij een minder grote drempel om wat van hem te stelen, hij krijgt het toch vergoed en ik ben er mooi makkelijk aangekomen. Is dit niet de moraal van de dieven van vandaag? Voor vijf euro wordt een oud vrouwtje berooft, het geweten is opgehouden met spreken. We leven in een totaal verharde maatschappij. Het geld dat men verdiend, steekt men in een dure auto. Als er geen verzekering was, zou men niet zo’n dure auto kopen, omdat er dan wat geld achter de hand zou moeten zijn. Het geld zou ook besteed kunnen worden aan de buren of anderen die het niet zo breed hebben. Nee, iedereen moet maar voor zichzelf zorgen. De verzekering maakt iets los bij mensen dat niet gezond is. Men wordt roekelozer, onverschilliger en harder. We hebben gezien dat zelfs het kwaad in ons omhoog komt. ‘Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het; wie zal het kennen? Jer. 17:9.’ Misschien bent u niet zo, maar als u eerlijk bent, zult u moeten bekennen dat er veel kwaad is dat er niet zou zijn als er geen verzekeringen waren. Veel mensen zouden dan soberder leven en meer geven om hun naasten, omdat zij zelf weten wat het is om soms niets te hebben. Niet onze moraal is de maat. Wat zegt Gods Woord? ‘De tenten der verwoesters hebben rust, en die God tergen, hebben verzekerdheden, om hetgeen dat God met Zijn hand toebrengt, Job. 12:6.’

 

Wat werkt het niet verzekeren uit?

Ik weet dat er mensen zijn die zeggen dat zij God dankbaar zijn voor hun verzekering. Toch is het de vraag of het een gehoorzaamheid aan God is. We hebben gezien wat de verzekering uitwerkt. Wat werkt het niet verzekeren dan uit? Als wij al ons goed over hebben gegeven in Gods bescherming, dan kennen wij momenten van bestrijding, benauwdheid en uitreddingen op het gebed. ‘En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren, Ps. 50:15.’ We komen er achter dat de God van Elia ook vandaag nog bestaat. Op wonderlijke wijze komt de uitredding vaak van kanten waar het nooit van verwacht werd. Wat een dankbaarheid als we mogen ervaren dat God ons heeft uit gered. Wat een blijdschap en het geloofsvertrouwen is gegroeid. Als gelovigen willen wij toch maar één ding? Meer kennen van God, meer groeien in het geloof en de heiligmaking. Nu, door deze onmogelijkheden heen gaan we Gods grootheid zien en groeit ons geloof, het leven los van geld en goed maakt dat we in die zin geheiligd zijn van de Mammon. ‘In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij, Ps. 86:7.’ Als er een broeder of een zuster in de nood is, dan bidden we samen en zullen we gul geven omdat wij zelf vertrouwen op God. Het geld dat Hij ons heeft toevertrouwd is helemaal niet van ons, het is alles van Hem en we mogen er samen gebruik van maken. Het is ook een Bijbelse opdracht. ‘Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goeddoen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs, Gal. 6:10.’ Het is geen wet, maar een liefdesgehoorzaamheid. We hoeven niet te bedelen want God in de hemel weet wat we nodig hebben. ‘Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen dan op den mens te vertrouwen, ps. 118:8.’  Zij die dit doen worden in de Bijbel geroemd en bemoedigt. ‘Die op den HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar blijft in eeuwigheid, Ps. 125:1.’ Is het eens zo dat er wat geld op de bankrekening staat, dan zullen we daar niet op bouwen, want we weten dat we het van God gekregen hebben en er hoeft maar iets te gebeuren en het is weer weg. Uw wandel zij zonder geldgierigheid; en zijt vergenoegd met het tegenwoordige; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven, en Ik zal u niet verlaten, Hebr. 13:5.’ Zo bidden we onze Hemelse Vader om dagelijks brood, en Hij geeft het op het gebed. ‘Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God, Filip.4:6.’

 

Is de kerk dan je verzekering?

Vaak horen we zeggen door mensen die wel verzekerd zijn; “jullie zijn bij de kerk verzekerd.” Inderdaad is er het gevaar dat mensen gemoedsbezwaard zijn en rusten op de diaconie. Toch zullen ze iedere keer moeten aankloppen bij de diaconie en dit is heel wat moeilijker dan bij een verzekering die je niet persoonlijk kent. Niemand wil met zijn armoede te koop lopen. Toch is het een Bijbels principe dat de huisgenoten des geloofs elkaar ondersteunen. Zijn er kosten dan helpen we elkaar. Vandaag ben ik het en morgen mijn broeder. Het is een instelling van God. Veel gemoedsbezwaarden zullen nooit zelf aankloppen bij de kerk. Zij vertrouwen er op dat de Heere uitkomst zal geven. Hun geestelijke broeders zullen dit opmerken en de Heere zal voorzien. Soms komt het helemaal niet van de eigen gemeente maar komt het van kanten waarvan je het nooit zou verwachten. In dit alles krijgt de Heere God de eer. ‘Indien over ons enig kwaad komt, het zwaard des oordeels, of pestilentie, of honger, wij zullen voor dit huis, en voor Uw aangezicht staan, dewijl Uw Naam in dit huis is; en wij zullen uit onze benauwdheid tot U roepen, en Gij zult verhoren en verlossen, 2 Kron. 20:9.’ Hij zal ons verhoren en ons uithelpen, wat een kracht in onze God. Met onze nood vluchten we niet naar mensen maar naar God. ’Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid; want des mensen heil is ijdelheid, Ps 108:13.’

 

De Heere is goed.

‘De HEERE is goed, Hij is ter sterkte in den dag der benauwdheid, en Hij kent hen die op Hem betrouwen, Nah. 1:7.’ Wat zijn gelovigen die alles in hun leven hebben overgegeven aan de Heere toch bevoorrecht. ‘Hij is hun sterkte in de dag der benauwdheid en Hij kent hen die op hem betrouwen.’ De Heere ziet vanuit de Hemel wie op Hem betrouwen. Hij zorgt voor hen en in dit geloof en vertrouwen zullen zij groeien. Hijzelf heeft het toch gezegd: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? Matth. 6:235.’

 

In De Bijbel lezen we vele voorbeelden van wonderlijke uitreddingen, denk aan de olie in de kruik van de weduwe, denk aan de raven bij Elia, denk aan de wonderlijke genezingen en het brood dat in de handen van de Heiland werd vermenigvuldigd. Zou Hij, de Schepper van de hemel en de aarde dan niet voor ons zorgen, die dag en nacht tot Hem roepen, Hem dienen en eren? Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen? Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal. Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde? Luk. 18:7,9.’ Zal er nog geloof zijn? Wie zal nog alleen durven leunen op God? In de tijd van de Bijbel leunden de mensen ook op Assur in plaats van op God. Zij beleden God te vertrouwen maar zochten hun heil bij Assur. ‘Als Efraïm zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, zo toog Efraïm tot Assur, en hij zond tot den koning Jareb; maar die zal ulieden niet kunnen genezen, en zal het gezwel van ulieden niet helen, Hos 5:13.’ Maar Assur zal niet kunnen behouden. ‘Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet rijden op paarden, en tot het werk onzer handen niet meer zeggen: Gij zijt onze God. Immers zal een wees bij U ontfermd worden, Hos. 14:4.’

 

Laten we niet discussen over wat nu wel of niet mag, laten we God om raad vragen en alles wat wij hebben aan Hem toevertrouwen? Alles is dan ook alles. Niet alleen te vertrouwen dat mij al mijn zonden om Jezus wil vergeven zijn maar daarnaast ook  te vertrouwen dat God alles in mijn leven in Zijn hand houd en dat er niets mij bij geval overkomt maar alles in mijn leven ten goede moet meewerken. Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen noch overheden noch machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen, Noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere, Rom. 8:38, 39.’ O, wat een heerlijke verzekering. Prijs de Heere. amen.

 

Psalm 91:1 en 5

Hij die op Gods bescherming wacht,
Wordt door den hoogsten Ko - ning
Beveiligd in den duist'ren nacht,
Beschaduwd in Gods wo - ning.
Dies noem ik God, zo goed als groot
Voor hen die op Hem bouwen,
Mijn burg, mijn Toevlucht in den nood,
Den God van mijn betrouwen.

 

Ik steun op God, mijn Toeverlaat;
Dies heb ik niets te vre - zen.
Wie God vertrouwt, dien deert geen kwaad;
Uw tent zal veilig we - zen;
Hij zal Zijn engelen gebiên,
Dat z' u op weg bevrijden;
Gij zult hen, in gevaren, zien
Voor uw behoud'nis strijden.

 

 Wilco Vos 25-06-2013