Beproeving en verzoeking

18-06-2020

'Zalig is de man, die verzoeking verdraagt; want als hij beproefd zal geweest zijn, zal hij de kroon des levens ontvangen, welke de Heere beloofd heeft dengenen, die Hem liefhebben, Jak. 1:12 '

In deze ene tekst zien we de zegen van de geloofsbeproeving. De tekst bemoedigd ons met de boodschap dat zalig zijn, die man en die vrouw, die jongen en dat meisje die stand houden in de verzoekingen; want na die beproevingen zullen zij de kroon des levens ontvangen, die de Heere beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben. In deze ene tekst lezen we over verzoeking en beproeving.

Beproeving en verzoeking; een onderwerp dat nogal eens te denken geeft. Wat is nu het verschil tussen verzoeking en beproeving? Komt verzoeking van de duivel en beproeving van God? Want is het niet Jakobus die in het zelfde hoofdstuk zegt: 'Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God verzocht; want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand, Jak. 1:13' Als God niemand verzoekt dan moet verzoeking wel van de duivel komen. Maar waarom heeft de Heere Jezus Zijn discipelen dan leren bidden: 'En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen, Matth. 6:13' Kan God ons dan wél in verzoeking leiden? Hoe moeten we de tekst uit Hebreeën verstaan die zegt: 'Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij, die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd, Hebr. 11:17.' Abraham werd verzocht om zijn zoon te offeren, die verzoeking kwam van God en niet van de duivel.

Als we door de Bijbel bladeren dan komen we de begrippen verzoeking en beproeving tegen in verschillende contexten. We lezen dat Jezus verzocht is geweest en heeft geleden, nu kan Hij als de Hogepriester, de mens die verzocht wordt, te hulp komen (Hebr. 2:18). We lezen dus dat, en Jezus, en wij verzocht worden. Ook lezen we in diezelfde Hebreeënbrief dat het volk Israël God verzocht en beproefd heeft (Hebr. 3:9). Dus blijkbaar komt verzoeking van God, van de satan maar ook van de mens, waarbij de mens zelfs God kan verzoeken.

We doen tekort aan de Bijbelse boodschap, als we op grond van Jakobus woorden, dat niemand van God verzocht wordt, concluderen dat verzoeking dus nooit van God komt. We komen dan niet weg met de tekst uit Hebreeën die spreekt over de verzoeking van Abraham, waarvan we lezen in Genesis: 'En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik! Gen. 22:1.' Abraham wordt door God verzocht om zijn lang beloofde zoon te offeren. Wat een verzoeking, maar ook wat een beproeving. Als we goed kijken naar de grondwoorden voor verzoeking en beproeving dan ontdekken we dat zij als het ware een zelfde boodschap in zich hebben. Nemen we bijvoorbeeld het grondwoord voor de verzoeking van Abraham dan lezen we daar; 'nacah'. We kunnen dit ook vertalen met; beproeven, proberen, tarten, toetsen of op de proef stellen. Als David in psalm 26:2 zegt: 'Proef mij, HEERE, en verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart.' Dan komt het 'proef mij' van het grondwoord: 'bachan' dat we ook kunnen vertalen met; onderzoeken, beproeven, vorsen en toetsen. Het 'verzoek mij' is van hetzelfde 'nacah' als bij Abraham, wat dus opnieuw vertaald kan worden met; beproeven, proberen, tarten, toetsen of op de proef stellen. Waarna David zegt; 'toets mijn nieren' waarbij het toetsen van 'tsaraph' afkomstig is en ook vertaald kan worden met; smelten, louteren en beproeven. Kortom, David gebruikt verschillende woorden die als we ze beproeven, allen te maken hebben met beproeving. Opvallend is het dat David, God als het ware vraagt om hem te beproeven.

Als we de woorden verzoeken en beproeven in de context van de situatie onderzoeken dan zullen we ontdekken dat zowel verzoeking als beproeving van God kunnen komen, tegelijk is satan, die ook wel de verzoeker wordt genoemd, er ook op uit om ons te verzoeken. Wanneer God ons verzoekt, dan is dat altijd een beproeving die als het ware ons geloof test om te beproeven hoe wij de test doorstaan. Als satan ons verzoekt dan is dat altijd met dat doel dat we zullen zondigen, het zicht op God zullen verliezen, aan Hem twijfelen en vervallen tot ongeloof.

Jakobus begint zijn brief met: 'Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt; Wetende, dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt, Jak. 1:2,3.' De gelovige zou dus de verzoekingen moeten zien als iets dat rijker maakt. Waarom? Omdat dwars door die verzoekingen heen het geloof beproefd wordt. De vrucht daarvan is lijdzaamheid dat we ook als volharding zouden kunnen omschrijven. Zonder verzoekingen kan de gelovige nauwelijks groeien. Juist die volharding moet geoefend worden want er staat geschreven: 'En gij zult gehaat worden van allen, om Mijns Naams wil; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden, Mark. 13:13.' Hoewel het soms lijkt alsof dat voor de gelovige vandaag niet zo van toepassing is, moeten we maar eens over de grenzen van ons land kijken, waar we de vervolgingen zien of binnen de grenzen van ons land, wanneer we waarschuwen tegen de gevaren binnen de gemeente. Wanneer de werken van de duisternis ontmaskerd worden, dan kan het niet anders dan dat volharding gevraagd wordt, terwijl het geloof beproefd wordt. Ons vlees haat van nature de beproeving en wil graag van alle mensen geliefd en geprezen worden, toch is dat een valse gerustheid, die niet thuis hoort in het leven van de gelovige.

God beproeft de Zijnen of zij naar Zijn Woord luisteren of naar dat van de valse profeet en dromer, zoals we lezen in Deuteronomium 13:3: 'Gij zult naar de woorden van dien profeet, of naar dien dromen-dromer niet horen; want de HEERE, uw God, verzoekt ulieden, om te weten, of gij den HEERE, uw God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel.' Eigenlijk is het helemaal niet zo belangrijk om beproeving van verzoeking te scheiden, het gaat er om dat we beseffen dat we tot een geestelijke strijd geroepen zijn. Het komt er in de eerste plaats op aan dat wij ons leven uit handen geven in Gods handen. Dat we niet langer leunen op eigen inzichten of gerechtigheid maar schuilen achter het bloed van het Lam en in de voetstappen van de Heere Jezus Christus, onze Vader verheerlijken. Op het moment dat we door het geloof mogen weten een kind van God te zijn, zijn we van dood, levend geworden en begonnen aan een strijd, niet tegen vlees en bloed maar tegen de overheden en de machten in de lucht (Efeze 6). Satan zal zijn pijlen afvuren, door ons te verzoeken en te verleiden tot zonden en hoewel satan er op uit is om ons geloofsleven te vernietigen, zal de strijder in Gods kracht gesterkt worden in het geloof en kan God gedankt worden dat het geloof beproefd is geworden. Zoals we van Jakobus al vernamen, zal God de mens niet verzoeken met het kwade, maar Hij zal ons wel verzoeken of wij in Zijn wegen gaan. Zoals het volk Israël in de woestijn getest werd of zij gehoorzaam waren of niet, zo worden ook wij getest. Beproeving is als het ware een examen om te testen wat er diep van binnen in ons is. Dwars door deze testen heen, worden wij geschaafd en geschuurd naar het beeld van God, dat Hij in ons hersteld. Zoals goud en zilver moeten wij gelouterd worden, het schuim moet er af om meer te schitteren tot Gods eer. David zegt: 'Want Gij hebt ons beproefd, o God! Gij hebt ons gelouterd, gelijk men het zilver loutert, Ps. 66:10.' Ook Salomo schreef over dit louteren in Spreuken 17:3. 'De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; maar de HEERE proeft de harten.' De Griekse taal, de taal van het Nieuwe Testament, kent het woord 'dokimos'. In onze Bijbels is het op verschillende manieren vertaald. Zo lezen we dat zij die in Christus Jezus zijn en Hem dienen, aangenaam zijn voor de mensen (Rom. 14:18), 'aangenaam' komt van het woord 'dokimos'. Zo schrijft Paulus over Apélles, die beproefd is in Christus (Rom. 16:10), waarbij 'beproefd' afkomstig is van 'dokimos'. We lezen dat, omdat er ketterijen zijn, zij die oprecht zijn, openbaar zullen worden (1 Kor. 11:19), hier komt het 'oprecht' van 'dokimos'.

In de oudheid kon men vals omgaan met de munten door er randjes af te snijden, men noemde dit het snoeien van het geld. Vele wetten werden uitgebracht om een einde te maken aan dit snoeien. Rechtschapen geldwisselaars die geen valse munten wilden aanpakken, werden dokimos genoemd. Zij waren beproefd, eerlijke en oprechte handelaren. Het moet ons verlangen zijn om zo in alles als beproefd oprechte volgelingen van de Heere Jezus Christus gekend te worden. De Heere Jezus Christus is door de duivel verzocht maar is daar als goud beproefd uitgekomen. Ook wij zullen verzocht worden, ja beproefd van alle kanten, zullen wij als dokimos uit deze test tevoorschijn komen?

Hoe verhoud zich nu het gebed dat Jezus ons heeft geleerd 'Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze' met de woorden van Jakobus; 'Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt.' Aan de ene kant een gebed om bewaring en aan de andere kant dankbaarheid vanwege de verzoekingen omdat zij ons kneden naar het beeld van God. Jezus heeft zijn discipelen gewezen op de zwakheid van het vlees en gezegd: 'Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak, Matth. 26:41.' Aan de ene kant moeten wij niet verlangen naar verzoeking en beproeving maar vragen om bewaring en bescherming, terwijl we aan de andere kant niet bij de pakken neer moeten zitten in de beproevingen. We bidden ook, 'maak ons Uw beeld gelijk', en dat kan niet anders dan door een weg van beproeving heen. Zoals olijven geperst moeten worden om de lampen op haar olie te kunnen laten branden, zo worden de gelovigen gedrukt en geperst opdat zij meer licht zouden geven in deze duistere wereld. Wees niet moedeloos als de beproevingen en de verzoekingen op uw pad komen. Wees waakzaam, strijd de goede strijd en besef dat u alleen, maar ook zeker, in Christus Jezus als meer dan overwinnaars uit de strijd zult komen. Petrus zegt: 'In welke (dat is in Christus Jezus) gij u verheugt, nu een weinig tijds (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen; Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus, 1 Petrus 1:6,7.' Hebt goede moed, in de wereld zult u verdrukking hebben, maar de Heere Jezus Christus heeft de wereld overwonnen. Hij komt, Hij komt, verblijd u in de Heere en laat Zijn vrede uw hart vervullen. Amen.

Wilco Vos Veenendaal 04-06-2020