Volg ons op YouTube

IJverig

‘En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen; Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus, Col. 3:23,24.’

In gedachten zien we een jongen, hij is ingespannen aan het werk. Met een figuurzaag, een vijl, wat schuurpapier en lijm werkt hij aan een prachtig houten werkstuk. Iets verderop zien we een meisje achter een schildersezel. We zien het puntje van haar tong, terwijl zij met het penseel een prachtig landschap op het doek laat verschijnen. Iedereen die dit ziet, zal zeggen wat een ijverige jongen en wat een ijverig meisje. Dat wat ze hier aan het doen zijn, doen ze met volle aandacht, passie en overgave. Ze genieten zichtbaar van het werken aan hun werkstuk.

Vandaag denken we met elkaar na over het ijverige karakter. Iedere keer als we nadenken over een karaktereigenschap, dan onderzoeken we de Bijbel om te ontdekken wat de Heere ons leert en hoe de Heere Jezus ons het voorbeeld heeft gegeven in Zijn wandel op deze aarde. De eerste keer dat we het woord ijverig tegenkomen is in het boek Exodus, de Heere God heeft Zichzelf bekend gemaakt als de God van Abraham, Izak en Jakob, Die getrouw is aan Zijn beloften. Hij heeft Zijn volk een uitkomst gegeven door hen te laten schuilen achter het bloed van het lam, op een bovennatuurlijk wijze heeft Hij hen uit Egypte verlost en hen gebracht aan de berg Sinaï. Daar treedt Hij met hen in een verbond en maakt hen Zijn karakter en wil bekend in het geven van Zijn geboden. Hij is de Schepper van hemel en aarde, Hem alleen komt alle lof eer en aanbidding toe, Hij wil niet dat Zijn volk andere goden zal dienen: ‘Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten, Ex. 20:5.’ IJverig is de HEERE, we kunnen dit ook vertalen met na-ijverig of jaloers. De HEERE God, is de Maker van de prachtige “werkstukken” die wij dagelijks kunnen zien. Hij wil dan ook gediend worden als de Maker van dit alles en wil als Vader van ons mensen niet dat wij andere goden zullen dienen. Zoals een man niet wil dat zijn geliefde vrouw haar liefde geeft aan een andere man, zo wil de HEERE God niet dat Zijn schepsels hun liefde geven aan goden die helemaal geen goden zijn. In die zin is de HEERE een jaloers God een ijverig God. Stel je voor dat de jongen klaar is met zijn prachtige houten werkstuk. Een andere jongen komt langs en slaat het in stukken, zou de maker van zijn werkstuk niet boos worden? En als het ijverige meisje klaar is met haar prachtige geschilderde landschap en er komt een ander meisje dat doet alsof zij het gemaakt heeft, zou de maakster dan niet jaloers zijn?

Vrienden, wij hebben de keuze; of we dienen God de Vader als de Schepper van hemel en aarde of wij kiezen andere goden in welke vorm dan ook. Of wij hebben de Heere Jezus Christus lief als onze Zaligmaker en dienen God, Die door genade onze Vader is, of wij dienen onszelf en de satan die zich laat dienen op vele manieren. Er is maar één God, er is maar één Zaligmaker, dat is de Heere Jezus Christus, Hij, de Heilige zondeloze en rechtvaardige Zoon van God stierf aan het kruis om de schuld van ons mensen te verzoenen. Door het geloof in deze Heiland ontvangen wij eeuwig leven en mogen wij wandelen in gemeenschap met God onze Vader. Er is geen andere weg terug naar het Vaderhart dan door het geloof in Jezus de Christus.

Wat een ijver kunnen wij zien in het leven van de Heere Jezus toen Hij wandelde op deze aarde. Als jong kind diende Hij zijn moeder Maria door haar te helpen, in en rond het huis. Nooit heeft hij gemopperd of is Hij eigenwijs zijn eigen gang gegaan als zijn moeder Hem iets vroeg. Al vroeg kreeg Hij net als alle andere kinderen van Zijn leeftijd, les in de Thora, de Psalmen en de Profeten, wat heeft Hij aandachtig geluisterd en met wat een ijver bestudeerde Hij de Schrift. Bij Jozef de timmerman leerde Hij werken met hout en als twaalf jarige jongen is hij in de tempel in gesprek met de Schriftgeleerden. Als Jozef en Maria Hem daar vinden, horen wij Hem zeggen: “Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders?’ Luk. 2:49. Heel Zijn verdere leven hebben wij gezien hoe Hij gehoorzaamde aan de wil van Zijn Vader. Zelfs in het grootste lijden horen wij Hem zeggen: ‘Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan! doch niet, gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt, Matth. 26:39.’ De ijver die God de Vader van Zijn Zoon verlangde, was Hem te dienen in volkomen overgave.

Lieve vrienden, ditzelfde verlangt God de Vader ook van u en mij. Hij verlangt in de eerste plaats dat wij ons leven overgeven in Zijn hand door onszelf voor Hem te buigen, onze zonde en schuld te belijden en in het geloof rustend op het offer van de Heere Jezus Christus, onszelf geheel in een liefdevolle ijver aan Hem toe te wijden. Zolang wij nog niet op dit punt gekomen zijn, zijn wij dienstknechten of slaven van onszelf, de wereld en de satan met zijn duizenden demonen. Door het geloof in de Heere Jezus Christus, worden wij een onderdaan van Zijn koninkrijk en Zijn wij dienstknechten van de allerhoogste God. Paulus zegt: ‘Want toen gij dienstknechten waart der zonde, zo waart gij vrij van de gerechtigheid. Wat vrucht dan hadt gij toen van die dingen, waarover gij u nu schaamt? Want het einde derzelve is de dood. Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven, Rom. 6:20-22.’

Door het geloof zijn wij ingeënt in de ware Wijnstok, de Heere Jezus Christus, vanuit Hem stroomt het nieuwe leven en mogen wij vrucht dragen tot eer en glorie van God de Vader. Hij heeft gezegd: “Zonder Mij kunt gij niets doen” (Joh. 15). Het is alles uit en door God. Het nieuwe leven is de genadegift van God en door de werking van Zijn Geest mogen wij als getrouwe dienstknechten wandelen in het spoor der gerechtigheid en vrucht dragen in een heilige levenswandel. Toen wij nog dienstknechten der zonde waren, zochten wij onszelf, nu worden wij opgeroepen om God en God alleen te dienen. ‘En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem, Col. 3:17.’ Alles doen in de Naam van de Heere Jezus, betekent dat wij leven in het vaste vertrouwen dat het goed is in Gods oog. Wij wandelen door het geloof en zijn er op uit om de Naam van onze Heere Jezus Christus te eren en Hem bekend te maken door woord en daad. Goliath was een dienstknecht van zichzelf, de mensen en de satan, maar David de dienstknecht van God zei tegen hem: ‘Gij komt tot mij met een zwaard, en met een spies, en met een schild; maar ik kom tot u in den Naam van den HEERE der heirscharen, den God der slagorden van Israël, Dien gij gehoond hebt, 1 Sam. 17:45.’ David had de Heere lief en werd ontstoken met een vurige ijver toen hij de reus hoorde spotten, en in de Naam van de HEERE, heeft hij hem overwonnen. Zo mogen wij alles doen tot eer en verheerlijking van onze God, die door genade onze Vader is.

De tekst boven onze overdenking zegt: ‘En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen; Wetende, dat gij van den Heere zult ontvangen de vergelding der erfenis; want gij dient den Heere Christus, Col. 3:23,24.’ Als we eten koken, de was doen, stofzuigen, op kantoor of in de fabriek, op het land, in de auto of waar dan ook, aan het werk zijn, dan moeten wij dat doen voor de Heere en niet voor de mensen. Wat een zegen om zo te mogen werken, om zo te leren wandelen. Niet om te mensen behagen maar om God te dienen en ondertussen de mensen zegenen met de krachten die wij inzetten in de naam van onze Heere. Van Hem zullen wij de erfenis ontvangen, Hij zal ons uitbetalen en dat zal al het zilver, al het goud en alle lof en eer van de mensen ver te boven gaan.

Zolang wij onze krachten inzetten om van mensen geëerd te worden, dan zijn wij slaven van mensen en zullen gebukt gaan onder het juk der dienstbaarheid. Wij zijn door het geloof tot vrijheid geroepen. Niet meer mensen of God dienen in een slaafse houding. Niet meer uit zijn op een pluim van mensen door precies te doen wat zij willen, ook niet meer uit zijn op een pluim van God door Hem te dienen naar de letter zonder dat ons hart vervuld is met Zijn liefde. Hij wil geen slaven die gebukt gaan onder een juk der dienstbaarheid. Hij wil in een relatie met ons leven en verlangt een toewijding aan Hem omdat wij Hem liefhebben met heel ons hart en Hem willen dienen met alle kracht uit dankbaarheid voor zoveel ontvangen genade. Dan is heel ons leven een liefdedienst aan God. ‘Gij zijt duur gekocht, wordt geen dienstknechten der mensen, 1 Cor. 7:23.’ Laten wij alle jukken van ons afschudden en alles doen voor de HEERE, dan is ieder werk, hoe saai of zwaar, een vreugde. Wees niet bevreesd voor het oordeel van mensen, wees niet uit op uw eigen eer maar zoek de eer van God door Hem te dienen zoals Hij gediend wil worden. ‘Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken, Titus 2:14.’ Misschien moet u eerlijk bekennen dat u niet ijverig bent in de dienst van Hem Die dat zo waard is. Als dat zo is, dan zou u Openbaring 3 nog eens moeten lezen waar de Heere Jezus laat zien dat Hij onze werken kent en oproept tot bekering: ‘Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig, en bekeer u, v19’ Het leven in Christus is een ijverig leven, waarbij wij staan en ijveren naar de beste gaven (1 Kor. 12,14) en al onze kracht inzetten in Zijn dienst omdat Hij het zo waard is. De Heere vervulle u met Zijn Heilige Geest en zegene u in deze ijver tot glorie van Zijn heerlijke Naam. Amen.

Wilco Vos Veenendaal 04-04-2017