Moeten wij de overheid altijd gehoorzamen?

25-03-2021

De vraag; "moeten wij de overheid altijd gehoorzamen?" Is een serieuze vraag die al velen heeft beziggehouden. 

In deze lezing bladeren we door de Bijbel langs de woorden uit Romeinen13, Titus 3 en 1 Petrus 2 waar we worden opgeroepen ons te onderwerpen aan de overheid. 

We bladeren door heel de Bijbel om te ontdekken dat onderwerping en gehoorzaamheid niet hetzelfde zijn. 

De Bijbel geeft een bevrijdend antwoord voor een ieder die worstelt met deze vraag. 

De vele voorbeelden uit de Bijbel tonen aan hoe God ons oproept en wil zegenen in een weg waar wij God meer gehoorzaam zijn dan de overheid. 

We denken na over Sifra en Pua, Rachab de hoer, Daniël en zijn vrienden, de wijzen uit het Oosten en de discipelen die allen God boven de overheid plaatsten en gezegend werden. 

Maar ook hoe waar het is dat allen die de overheid meer zullen gehoorzamen dan God, het oordeel ontvangen. 

Een ernstige maar ook bevrijdende waarheid. Wees gezegend. 


De uitgeschreven versie van de video, met dank aan Ingeborg.

Moeten wij de overheid altijd gehoorzamen?

Veel vragen komen er op ons af bij het zien wat er over heel de wereld gekomen is. Een tekst die mij vaak bemoedigd, is uit Openbaring 'Ulieden daarentegen die het Woord Mijner lijdzaamheid bewaart hebben. Zal Ik bewaren in de ure van de verzoeking die over heel de wereld komen zal.'

En als wij in de generatie waarin wij leven, ooit iets hebben meegemaakt wat wereldomvattend was, dan is het wel dit. Ik denk dat we eerlijk moeten zijn met elkaar, dat we het woord van God serieus moeten nemen. Dat als ons uitgangspunt moeten nemen. Het kompas van ons leven, is niet het nieuws of de krant, is niet mijn inzicht, inzicht van meneer X of Y of mevrouw Z. Nee, het is woord van God, de Allerhoogste. En dan is het thema wat we nu behandelen, een thema wat steeds weer terugkomt, in jouw denken en in mijn denken. Hoe moeten we staan in een tijd als deze ten opzichte van de overheid. Hoe zit het met onze gehoorzaamheid? Je ziet verschillende stromingen, mensen die opstandig zijn, mensen die demonstreren, mensen die onvoorwaardelijk gehoorzamen (die oogkleppen en oorkleppen lijken te hebben). Mensen die gebukt gaan onder de druk vanuit de omgeving. En wat een druk kan er op ons uitgeoefend worden. Je zal maar werken in de zorg en je baas roept je bij zich en zegt; als jij je niet laat vaccineren dan wordt je ontslagen. Dat is druk, je hebt je inkomen nodig, misschien heb je wel een gezin om te onderhouden en je zal je baan maar verliezen. Misschien verschuil je je dan wel heel makkelijk achter een gedeelte als Romeinen 13. We moeten toch de overheid gehoorzamen, de overheid roept op tot vaccinatie. Maar is het ook zo dat het woord van God ons oproept om dat ten alle tijde te doen? En daarom lijkt het mij goed om met elkaar eens door de bijbel te bladeren. We beginnen bij de teksten die ons vertellen dat wij ons moeten onderwerpen aan de overheid. Ik geloof dat het woord van God ons gegeven is tot een leidraad, het is het heilige woord van de Almachtige God. Eerbied en diep ontzag en respect moet ons vervullen als we het woord van God openen. Ik ben er een tegenstander van om ergens een tekst uit te pakken en dat te grijpen als een stukje houvast. Nee, een tekst in de bijbel staat nooit op zichzelf. God heeft ons niet alleen Mattheüs gegeven, niet alleen Handelingen, niet alleen Romeinen. Hij heeft ons gegeven Genesis, Exodus, Leviticus tot en met Openbaringen. Dat heerlijke heilige woord van God. Maar kom, voordat we het te lang maken, laten we de bijbel eens doorgaan. We gaan met elkaar heel wat Schriftgedeelten langs om het denken van ons.... te kunnen richten naar de Bijbel. De Bijbel roept ons op, dat we ons denken moeten vernieuwen. Dat is een proces wat voortdurend doorgaat. En hoe meer we dat woord van God tot ons nemen, daarover nadenken, het kauwen en eten als het ware, hoe sterker het geloof is/ wordt. Het geloof is uit het gehoor en dat gehoor komt uit het woord van God. Dus dat woord van God, hoe meer het in ons is hoe sterker het geloof kan zijn. Hoe sterker het vertrouwen is en hoe sterker de hoop is en hoe sterker onze moed is om door te gaan. Als wij op dat vaste fundament Jezus Christus, en die gekruisigd staan, wat hebben we dan te vrezen? NIETS! Want als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? O, wow, Hij die Zijn eigen Zoon gegeven heeft tot in de dood, voor zondaren. Ja, voor jou en mij. Durf jij het te zeggen; mijn Heiland, mijn Verlosser, mijn Jezus? Zou Hij dan, God de Vader, ook met Hem ons niet alle dingen schenken? Ook de moed, het vertrouwen, je inkomsten. Ja misschien verlies je wel je inkomsten. Misschien verlies je wel je leven, maar zij die geborgen zijn in Christus Jezus hebben niets te verliezen. Mijn leven is niet hier en nu. Alles wat je hier ziet gaat voorbij, alles gaat voorbij. Misschien is het wel goed om je te laten zien waar ik hier sta ( een plekje uit de wind. Maar kijk als jullie dit zien: Dit was eens een welvarend bedrijf en nu sta ik achter een kapotte schuur en het is een rommel. Nog maar pas geleden is hier een grote inval geweest omdat hier veel criminaliteit plaatsvond). En ja, voor alle dingen, als wij met elkaar nu gaan nadenken, dan wil ik voor alle dingen zeggen; Ik roep niemand maar dan ook niemand van ons op om criminele acties op te zetten. Om je in die zin te verzetten tegen de politie, tegen de overheid. Dat je geweld gebruikt. Nee laten we dat zowiezo nooit doen. Laten we ons onderwerpen aan de machten die over ons gesteld zijn want zij zijn Gods dienares. Daar gaan wij met elkaar over nadenken. Wat ik je nu net liet zien is een puinhoop maar eens was het een welvarend bedrijf. Nu is het vergaan. Vergankelijk. Ik sta hier op een bergje en daaronder ligt van alles. Met andere woorden; wat wij zien hier en wat wij opschilderen, wat we koesteren, het is niets anders dan stof. Hout, hooi en stoppelen. Alles gaat voorbij. Maar als je staat op Jezus Christus het fundament, heb je eeuwig leven! Hallelujah, hallelujah, zullen we niet te veel poetsen, zullen we ons vertrouwen niet te veel stellen op wat we hier zien? Misschien heb je net een nieuwe auto gekocht, een dure auto. Over een paar maanden heeft jouw buurman een nieuwere auto....he. En over een paar jaar is het ding verroest. Laten we ons vertrouwen niet stellen op de dingen van hier en nu. Dan zijn we ellendig arm en blind. We gaan naar ons punt komen. Romeinen 13. De overheid als dienares van God

1 Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd.

2 Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen.

Zie je wel wat een ernstige woorden wij hier met elkaar overdenken. Hoe voorzichtig moeten we zijn in onze levenswandel? Want we willen geen oordeel over onszelf halen.

3 Want de oversten zijn niet [tot] een vreze den goeden werken, maar den kwaden. Wilt gij nu de macht niet vrezen, doe het goede, en gij zult lof van haar hebben;

Dus de overheid is Gods dienares. Dat lezen we in vers 4:

4 Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet te vergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet.

Het gaat verder maar we houden het even bij dit stukje omdat we met elkaar heel wat stukken uit de Bijbel zullen overdenken. Besef goed, de overheid is van God ingesteld, van God gegeven. Zij is Gods dienares en zij draagt het zwaard niet tevergeefs. Waarom? Zij moet het kwaad weren. En daar moeten wij denken "zij moet het kwaad weren". Niemand van ons hoeft te vrezen.

5 Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen om der straffe, maar ook om des gewetens wil.

Als ik gehoorzaam ben aan de overheid heb ik niets te vrezen. Ik moet denken aan mijzelf. Vroeger had ik een bromfiets. Op het moment dat mijn bromfiets opgevoerd was en ik reed veel te hard, dan zag ik in elke politie een gevaar. Mijn hart ging sneller bonken. Als ik te hard reed in mijn auto dan zag ik in elke flitspaal een gevaar. Maar nu rij ik nooit meer te hard,....... dat zal ik niet zeggen. Het is niet mijn instelling om te hard te rijden. Als ik te hard rijd, doe ik dat misschien omdat ik te druk in mijn hoofd ben maar het is mijn verlangen om mij aan de snelheid te houden. Waarom? Ik wil gehoorzaam zijn. Die wetten zijn er, hoewel ik het niet altijd begrijp, waarom mag ik maar 100, waarom mag ik nu met mijn karretje erachter maar 70 op de meeste plaatsen, en 80 over de snelweg. Die lange einden. Ik begrijp het niet maar het is een regel en ik hou mij eraan. Dus als ik de politie zie heb ik niets te vrezen. Als ze mij aanhouden zal er vast iets aan de hand zijn. Ik heb niets te vrezen. Want zij dragen in die zin het zwaard niet tevergeefs. Zij zijn Gods dienares en ja, ik heb mij te onderwerpen. Maar als ik stout bezig ben dan heb ik wat te vrezen.

Nou, we gaan met elkaar verder. Misschien is het goed dat je deze Bijbelgedeelten opschrijft. Dan kun je er later nog eens wat rustiger over nadenken en op kauwen. Dit is een actueel onderwerp wat steeds terug komt. Dan is het belangrijk dat we een visie krijgen en ontwikkelen, die gebaseerd is op het woord van God.

Titus 3

1 Vermaan hen, dat zij aan de overheden en machten onderdanig zijn, dat zij [hun] gehoorzaam zijn, dat zij tot alle goed werk bereid zijn;

Opnieuw de overheden en machten onderdanig zijn

1 Petrus 3

13 En wie is het, die u kwaad doen zal, indien gij navolgers zijt van het goede?

14 Maar indien gij ook lijdt om der gerechtigheid wil, zo zijt gij zalig; en vreest niet uit vreze van hen, en wordt niet ontroerd;

Hoor je dat? Degene die goed doen, zouden bemoedigd moeten worden. Die zouden lof moeten krijgen en de kwaaddoeners straf. Nou, eer de keizer, eert de koning, eer de overheid die over ons gesteld is. Hoewel zij soms ook een kwade en slechte overheid kan zijn. Onderdanigheid dat moet voor ons voorop staan.......MAAR betekent onderdanigheid ook altijd gehoorzaamheid? Het woord van God heeft voor ons de hoogste plaats. De overheid is Gods dienares maar als die dienares nu eens een verkeerde kant op gaat. En die dienares dat zwaard verkeerd gebruikt. Het zwaard begint te gebruiken tegen degene die goed doen in plaats van degene die kwaad doen, moeten wij dan ook gehoorzamen? Wel, mijn mening is niet zo belangrijk. Maar laten we met elkaar eens door het woord van God bladeren en ontdekken wat dat tot ons te zeggen heeft.

We beginnen in Exodus 1. We zien daar een bijzondere geschiedenis. Het volk van God in Egypte is gegroeid en gegroeid. Nu is de koning bang dat het te groot zal worden. Dus wat doet de koning hij geeft bevel aan de vroedvrouwen dat zij de kinderen van de Hebreeërs moeten ombrengen. Luister wat er staat in vers 15: Daarenboven sprak de koning van Egypte tot de vroedvrouwen der Hebreinnen, welker ener naam Sifra, en de naam der andere Pua was;

16 En zeide: Wanneer gij de Hebreinnen in het baren helpt, en ziet haar op de stoelen; is het een zoon, zo doodt hem; maar is het een dochter, zo laat haar leven!

17 Doch de vroedvrouwen vreesden God, en deden niet, gelijk als de koning van Egypte tot haar gesproken had, maar zij behielden de knechtjes in het leven.

Heerlijk! En dat staat zo mooi ook in vers 20: Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed; en dat volk vermeerderde, en het werd zeer machtig.

Deze vrouwen waren met ware doodsverachting, God meer gehoorzaam dan de overheid en God bouwde hun huizen. Ja, zegende hen. Hier zie je dus een zegen op het gehoorzamen van God boven het gehoorzamen van de overheid. Ja, sterker nog, het ongehoorzamen aan de overheid.

We gaan met elkaar door naar Jozua 2

1 Jozua nu, de zoon van Nun, had twee mannen, die heimelijk verspieden zouden, gezonden van Sittim, zeggende: Gaat heen, bezichtigt het land en Jericho. Zij dan gingen, en kwamen ten huize van een vrouw, een hoer, wier naam was Rachab, en zij sliepen daar.

2 Toen werd den koning te Jericho geboodschapt, zeggende: Zie, in dezen nacht zijn hier mannen gekomen van de kinderen Israëls, om dit land te doorzoeken.

3 Daarom zond de koning van Jericho tot Rachab, zeggende: Breng de mannen uit, die tot u gekomen zijn, die te uwen huize gekomen zijn; want zij zijn gekomen, om het ganse land te doorzoeken.

4 Maar die vrouw had die beide mannen genomen, en zij had hen verborgen; en zeide aldus: Er zijn mannen tot mij gekomen, maar ik wist niet, van waar zij waren.

5 En het geschiedde, als men de poort zou sluiten, als het duister was, dat die mannen uitgingen; ik weet niet, waarheen die mannen gegaan zijn; jaagt hen haastelijk na, want gij zult ze achterhalen.

6 Maar zij had hen op het dak doen klimmen, en zij had hen verstoken onder de vlasstoppelen, die van haar op het dak beschikt waren.

Rachab de hoer, een vrouw die in zonde leefde. Maar een vrouw die een diep ontzag had gekregen voor de God van Abraham, Izak en Jacob. Die God die aarde en Hemel schiep en vandaag de dag nog steeds de touwtjes in handen heeft. Hij draagt alles door Zijn woord. Rachab, we vinden haar naam in het geslachtsregister van de Heere Jezus. De vrouw die ongehoorzaam was aan het gezag wat over haar gesteld was.

We gaan met elkaar naar Daniël. Een boek wat ons bijzonder kan inspireren. Een boek wat ons bemoedigd. Een boek wat ons spreekt van ware trouw aan God. We lezen in het 1e hoofdstuk van de vrienden van Daniël. Hij en zijn vrienden Hananja, Misaël en Azarja (Beltsazar, Hananja Sadrach, Misaël Mesach en Azarja Abed-Nego) zijn opgebracht, in ballingschap, naar Babel. Daar gekomen, verkiest de koning hen om hen te onderwijzen in de leer. Hij wilde hen onderwijzen in de boeken en in de spraak van de Chaldeeën. Hen wijsheid bijbrengen. Deze jongens komen daar dus aan het hof en Daniël krijgt te horen dat ze mogen eten van de koninklijke spijze. Ze drinken wijn en heerlijk voedsel. Maar Daniël zegt; Nee, nee daar doe ik niet aan mee. Ik wil mijn God meer eren dan de koning. Ja, maar misschien wordt de koning dan wel teleurgesteld dat jij niet van het lekkere eten eet. Maakt mij niet uit.... mijn God heeft mij voorgeschreven wat ik zal eten. En dat is mij zoveel meer waard.....dan wat mensen vinden, denken of mij willen geven. Misschien is het wel een liefdedienst en is het met alle liefde voor je klaargemaakt. Maar de liefde voor mijn God is groter dan de liefde voor welk mens dan ook. Dat was in het hart van Daniël, is dat ook in jouw hart?

Zo lezen we dan in het 5e vers : En de koning verordende hun, wat men ze dag bij dag geven zou van de stukken der spijs des konings, en van den wijn zijns dranks, en dat men hen drie jaren [alzo] optoog, en dat zij ten einde derzelve zouden staan voor het aangezicht des konings. Maar Daniël zegt; nee, ik hoef dat niet.

Dan gaan we naar het 3e hoofdstuk. Daar zien we een groot dal met daar een heel groot beeld.........en we zien ook een oven. Op het moment dat de muziek gaat klinken moet iedereen buigen. Eer bewijzen aan het beeld wat daar staat opgericht. Het beeld van Nebukadnezar...... De knieën buigen. Je overgeven aan het gebod van de koning. Is dat nu zo moeilijk?..........Maar daar waar de muziek klinkt zien we de knieën gebogen worden. En we zien daar deze mannen staan; Daniël, Hananja, Misaël en Azarja. (Beltsazar, Sadrach, Mesach en Abed-Nego, dat zijn hun Hebreeuwse namen). Zij staan en waarom? Omdat zij de God van Hemel en aarde meer liefhebben dan de koning. Ja zij hoorden de vlammen misschien wel knetteren. Maar het deert ze niet. Want als die God voor mij is, wie zal dan tegen mij zijn. Ja maar..... de koning heeft dat bevel gegeven. Kom doe niet zo moeilijk!! Iedereen doet het toch. Ja maar ik niet. Het maakt mij niet uit wat iedereen doet. Ik heb God meer lief dan de mensen. Waar is toch die geest van Daniël, Hananja, Misaël en Azarja, in deze tijd? Ik moet eerlijk zeggen dat de vrees voor mensen vaak kan opklimmen en ons doen sidderen. Maar als we dan weer terug keren naar dit heerlijke getuigenis en we zeggen; Heere, God van Hemel en aarde, U gaf ons dit heilige woord. En daarom wil ik mij vasthouden aan, "dit hier en nu gaat voorbij ", maar die op de Heere vertrouwt zal nooit beschaamd uitkomen en zal eeuwig leven hebben. Halleluja. Halleluja, eeuwig leven. Ze kunnen ons misschien pijnigen, maar het is maar een verdrukking van 10 dagen. Wat zijn nou 10 dagen lieve vrienden, op die eeuwigheid? Wat zijn die vlammen? In verhouding met het oordeel, wat God zal uitgieten over de goddelozen die meer respect, meer eerbied of meer vrees hadden voor de overheid dan liefdevol en heilig ontzag voor die God van Hemel en aarde. Die ons kent en ons doorgrond en het goede voor ons zoekt. Ten spijt van overheden en machten, die het zwaard tevergeefs hanteren. Niet mijn woorden maar we zien het in de geschiedenis.

We gaan met elkaar verder. We weten dat Daniel uiteindelijk in de leeuwenkuil terecht komt. Waarom? Er was een gebod uitgegaan (hoofdstuk 6), dat niemand een andere god of persoon mocht aanbidden, iets begeren, dan alleen van de koning. Een wet van meden en perzen. Wat deed Daniël? Voor de open vensters, buigt hij zijn knieën en heft zijn handen naar de Hemel en bid tot God waar hij 3x per dag toe bid. Daniel bad niet alleen 3x per dag op deze wijze, maar Daniel bad de hele dag. En het is mijn verlangen en het moet ons aller verlangen zijn om bij alles wat we doen, in gesprek en in relatie te zijn met God. Ja het kon Daniel zijn hoofd kosten. Maar het maakte Daniel niet uit. Zou hij meer vrees hebben voor de koning en het gebod wat uitgegaan was dan voor die Heilige God? Nee die liefde die dwong hem om door te gaan met wat hij altijd deed. Hij had God lief meer dan de mensen. Meer dan zijn eigen leven. En ja hij komt in de leeuwenkuil. Maar in die leeuwenkuil is hij omringt en vervuld met de liefde van God. God sluit de muil van de leeuwen. Halleluja en even later gaan die muilen open en verscheuren de personen die deze list hadden opgezet tegen Daniel. Daniel die wandelde met zijn God en zij konden dat niet hebben en hebben de koning verleidt om tot dit gebod te komen.

Dan gaan we naar ons laatste gedeelte, waaruit blijkt, dat het God meer gehoorzamen dan de mensen, een zegen geeft, en blijkbaar niet indruist tegen het woord van God. We lezen van de mannen die komen uit het oosten. Zij gaan op omdat ze een ster gezien hadden. Ze gaan op zoek want ze weten vanuit de profetieën en de geschriften, dat daar een bijzonder iets moet gebeuren. Daar moet een Koningskind geboren worden. En dan is daar een koning, en die koning heet Herodes. Hij ontmoet die mannen en zegt; Gaan jullie op zoek naar het koningskind? Nou als je hem gevonden hebt, moet je bij mij komen en mij vertellen wie Hij is en waar hij is. Dan zal ik Hem ook bezoeken. En dan staat er in vers 11 van Mattheus 2: En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.

12 En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in den droom, dat zij niet zouden wederkeren tot Herodes, vertrokken zij door een anderen weg weder naar hun land.

Zij waren God meer gehoorzaam dan de koning. Dus wij moeten respect hebben voor de overheid want zij is Gods dienares. Maar een overheid die ingaat tegen het woord van God, is een overheid die door God gestraft zal worden. De individuen binnen de overheid, die mogen wij liefhebben, tegemoet treden met een biddend hart en het verlangen hebben dat zij tot inkeer komen. Wat een zegen zou het zijn als de overheid de knieën buigt. Ja als het World Economic Forum, hun belangen aan de kant gaan zetten en het belang van Gods woord gaan dienen. Als ze gaan stoppen met hun uitvindingen en hun cyber verlangens ( dat de mens moet worden tot een samensmelting van computers). Als ze dat aan de kant zouden zetten en hun verlangen om de hele mensheid te brengen tot een eenheidsproduct en gaan verlangen bij alles wat ze doen te gaan leven naar het woord van God. Wat een zegen zou daar vanuit gaan. Als wij de overheid meer gehoorzamen dan God, dan halen we het oordeel over ons.

We lezen 1 Koningen 12. We vinden daar de geschiedenis van Jerobeam. Als er van 1 koning iets bijzonders, iets opmerkelijks staat beschreven is het wel van Jerobeam. Waarom? Meer dan 10 keer vinden we van hem geschreven, die Israel zondigen deed. Eigenmachtig heeft hij de, van God ingestelde, feestdag verandert naar een andere datum. En God heeft hem en het volk wat hem daarin volgde, gestraft. Wat heeft onze overheid en de overheden van decennia terug allemaal niet eigenmachtig aangepast, aan het heilige woord van God? Ja die overheden die ons hebben doen zondigen. Kunnen wij dan schuilen achter; ja maar het was de overheid, die mij daartoe opriep? Nee, die Israel zondigen deed en het individu binnen Israel die in het patroon van zonde wandelde, is daar ter verantwoording voor geroepen en zal worden geroepen. Jij, u en ik wij zijn verantwoordelijk voor wat we doen. Als de overheid ons oproept om dingen te doen die ingaan tegen het woord van God, dan moet je NEE zeggen. Tot hiertoe en niet verder! Ik wil mijzelf onderwerpen maar ik wil niet gehoorzaam zijn aan dat wat ingaat tegen het woord van God.

En dan lezen we in Handelingen 4 van deze moedige mannen, de discipelen die 3 jaar hadden opgetrokken met de Heere Jezus. Ze hadden in Hem gezien het levende woord. Ze hadden in Hem gezien, de Zoon van God. Ze hadden in Hem gezien, God. Ze wilden Zijn voetstappen drukken. Ze wilden het evangelie prediken. Kom mensen, hoor en zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. Laat je reinigen. Keer je af van je boze weg. Volg de Heere Jezus. Wat deden de overpriesters? Ze grepen deze mensen en de overpriesters en de raad besloten dat ze niet langer in de naam van Jezus mochten prediken. De kerk die de evangelisten tot zwijgen wilde brengen. De apostelen, de dienaren van God, moesten zwijgen. Waarom? De boodschap strookte niet met hun inzichten. En wat gebeurt er in Handelingen 4 :8 Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den Heiligen Geest, tot hen: Gij oversten des volks, en gij ouderlingen van Israël!

9 Alzo wij heden rechterlijk onderzocht worden over de weldaad aan een krank mens [geschied], waardoor hij gezond geworden is;

10 Zo zij u allen kennelijk, en het ganse volk Israël, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazaréner, Dien gij gekruist hebt, Welken God van de doden heeft opgewekt, door Hem, [zeg] [ik], staat deze hier voor u gezond.

En dan worden ze verboden om te spreken. En dan staat er in vers 18. En als zij hen geroepen hadden, zeiden zij hun aan, dat zij ganselijk niet zouden spreken, noch leren, in den Naam van Jezus.

O die Naam van Jezus, daar is zo'n haat tegen. Maar het is nog steeds die Naam die harten sneller doet kloppen. Er is geen andere Naam dan die Naam van Yeshua, de Naam van Jezus, de verlosser.

19 Maar Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot hen: Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God.

20 Want wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben.

Vrienden als jij gezien hebt in Jezus Christus het Leven. Je mag weten, ja ik was dood maar nu mag ik leven. Ik was blind maar nu mag ik zien. Mijn hart is vol van Zijn liefde. Dan kun je niet zwijgen. Al staan ze met de bajonet op je borst. Al staan ze met het geweer tegenover je. Al sta je op het schavot. Al kronkelen de vlammen. Je kunt niet zwijgen. Waarom niet? Er is Leven, Eeuwig Leven voor allen die Hem liefhebben. En Hij vervult ons met een Heilige liefde en met eerbied voor Zijn Naam. Meer dan voor wat dan ook. Vrienden ik ga met jullie naar hoofdstuk 5: Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen.

Ik hoop dat het duidelijk is. als we dit zo met elkaar hebben doorgelopen. We zien in de Bijbel dat als we de overheid meer gehoorzamen dan de mensen, wij een vloek en oordeel over ons halen. Maar zijn we God meer gehoorzaam dan de overheid, dan kan het ons leven kosten, maar het kan nooit roven wat in het hart is uitgestort door die grote God. Die met Zijn Geest in ons wil wonen. En die Geest, als die in ons woont, dan is ons lichaam niet ons lichaam maar het eigendom van God, de Schepper van Hemel en aarde. Wij hebben verantwoording af te leggen van wat wij doen met het lichaam. Dat lichaam komt niet aan de overheid toe. Dat lichaam komt niet aan de medici toe . Niet aan de wetenschap. Het is geen project. Het is duur gekocht, eigendom van God. Laten we daar diep van doordrongen zijn. Openbaring 13. Het laatste Bijbelboek van de Bijbel, daarin vinden wij de geschiedenis van het merkteken, en we gaan daar nu niet diep op in, maar de overheid verplicht de mensen getekend te worden en zij die getekend zijn, die kunnen kopen en verkopen. Zij die dat merkteken niet ontvangen, zullen niet kunnen kopen of verkopen. Dus ja, je ziet ook hier dat het gehoorzamen aan de overheid het tijdelijke leven geeft maar een eeuwig oordeel van God over je heen haalt. Dat durf ik te zeggen vanuit mijn hart. Waarom? Omdat de Bijbel het leert. Er zijn maar twee wegen. Behouden in Christus of verloren buiten Christus. Geloof nou niet dat er nog een latere kans komt of dat er meerdere wegen zijn. Er is maar één weg en dat is Jezus. Eén deur dat is Jezus. Eén Herder dat is Jezus. Er is één Lam Gods dat geslacht is.


Vrienden misschien zeg je wat heeft dit alles nu te zeggen? Vaccinatie, vaccinatie paspoort en noem het allemaal maar op. Ik hoop dat deze lezing jou adem geeft en doet beseffen, God meer gehoorzamen dan de mensen, brengt een zegen over mijn leven. Maar de mensen meer gehoorzaam zijn, de overheid meer gehoorzaam zijn dan God, brengt een oordeel over mij. Beproef de dingen, toets de dingen. Ik hoef jullie niet alles te vertellen over wat er gaande is maar onderzoek het zelf. De overheid komt er voor uit. Het World Economic Forum komt er openlijk voor uit waar ze mee bezig zijn. Wil jij een mens zijn zoals God jou schiep en dan vanuit de herstelde relatie met God, in Christus Jezus, het leven leven of ben je bang om je hachje te verliezen en ga je mee in een technische ontwikkeling. Ik zou eigenlijk willen zeggen; Laat Gods Heilige Geest in je werken. Als je met de Bijbel bezig ben, dag in dag uit, en dit jouw eten en drinken is, dan zul je NIET meegaan in deze dingen. Je hoeft je tijd er ook niet aan te besteden om het allemaal te weten wat er plaatsvindt maar wees gewaarschuwd! Neem niet klakkeloos aan wat je wordt voorgeschoteld maar toets en beproef de dingen. Zeker als het gaat over jouw lichaam. Als het om je gezondheid gaat en om je eeuwige welzijn gaat. De Heere zegene jou. Hij vervulle jou met moed en kracht. En Hij geve dat wij samen met Daniël, Hananja, Misaël en Azarja mogen staan voor de waarheid! God meer gehoorzaam meer liefhebben dan de mensen. Hoever ben jij , ben ik al meegegaan in die gekke verandering die er heeft plaatsgevonden in deze achterliggende tijd? Denk er eens over na.... wat zijn wij, vandaag de dag, al gewoon gaan vinden, wat niet gewoon is? Waarom? Omdat we bang zijn voor mensen, bang om ons gezicht te verliezen, bang om door de familie uitgespuugd te worden of door onze gemeente, bang dat de dominee er anders over denkt of wie dan ook. Toets je motivaties aan het woord van God en laat Gods geest jou geleiden stap voor stap. De Heere zegene jou in de Naam van Jezus. Amen

Wilco Vos