Woorden van Jezus – aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten

11-10-2019

'En den farizeen, gehoord hebbende, dat Hij den sadduceen den mond gestopt had, zijn te zamen bijeenvergaderd. En een uit hen, zijnde een wetgeleerde, heeft gevraagd, Hem verzoekende, en zeggende: Meester! welk is het grote gebod in de wet? En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten, Matth. 22:34-40.'

Nadat de Heere Jezus de strikvragen van de vijandige farizeeërs en sadduceeërs met Goddelijke wijsheid had beantwoord, zijn zij afgedropen. Terwijl de farizeeërs bij elkaar zitten, zijn ze niet verblijd over de nederlaag van de sadduceeërs die zij toch echt als hun vijand zagen maar meer verbitterd in hun haat tegen Jezus Die met Zijn handel, wandel en woorden niet te strikken leek. Toch was er één van hen, een wetgeleerde die van andere gedachten leek. Hij was met een vraag tot Jezus gegaan. Uit de woorden van Mattheus en Markus kunnen we opmaken dat het hem werkelijk te doen was om een antwoord op zijn vraag; 'welke toch het grote gebod van de wet is.'

Er is tot op vandaag over geen onderwerp zoveel misverstand en twist geweest als over de heerlijke, heilige en goede wet van God. God de Vader heeft Zijn liefdevolle, zorgzame en heilige karakter aan ons geopenbaard in het geven van Zijn geboden. Ieder gebod getuigt van bijzondere wijsheid en zalig zij, die de moeite nemen om Vader beter te leren kennen door te onderzoeken wat Hij ons geopenbaard heeft. Tegelijk moeten we bekennen, dat zij die dit doen zonder een hart vol liefde tot God in het besef van genade alleen te kunnen leven, zullen verzanden in eindeloze discussies en een wettische krampachtigheid, waarbij zij zich voortslepen van valkuil naar valkuil. Zalig daarentegen zij die getuigen dat Christus alleen hun zaligheid, hoop en leven is en de wet van God liefhebben omdat zij door Gods Geest geleid, hebben ontdekt dat Christus kwam om hen te verlossen van de vloek van de wet die op hen ruste vanwege de overtreding van de geboden, om nu, verlost van vloek en oordeel te wandelen in het liefelijke licht dat van Gods aangezicht straalt. Als we zo de wet benaderen dan zal het ons geen kramp bezorgen, dan zullen we ontdekken dat veel geboden, zoals rond de offerdienst, vandaag niet van toepassing zijn, maar ook dat we de geboden moeten onderzoeken met een hart dat geestelijk hongert naar gerechtigheid. Zo zal een wettisch persoon vastlopen op het schepje dat voorgeschreven wordt om de ontlasting te begraven, terwijl een goed verstaander begrijpt dat een toilet de lading dekt. Een wettisch persoon kijkt naar het schuine dak en weet niet hoe hij het gebod van het hek om het dak moet toepassen, terwijl een goed verstaander het toepast op een plat dak dat door mensen gebruikt wordt, of in de bouw, om de werkmannen te beschermen. De Bijbel leert ons dat de letter dood en dat de Geest levend maakt. Als wij met een natuurlijk oog, zonder leiding van Gods Heilige Geest, de wet bestuderen om toe te passen in onze levens dan zullen we vastlopen, zij daarentegen die door God geleid, het kloppend Vaderhart ontdekken zullen vol verwondering de zegen en de vrijheid genieten die Zijn wet ons schenkt.

In de tijd van Jezus werd er gestreden over de belangrijkheid van de verschillende geboden. Men plaatse het ene gebod boven het andere, waarbij het belangrijk was om de meest belangrijke geboden strikt te houden en waarbij de minder belangrijke geboden al snel niet zo nauwgezet bekeken werden. De grote vraag die de geleerden bezighield was, wat dan wel de belangrijkste geboden waren. Hier bestond verschil van inzicht over. De één richtte zich voornamelijk op de offers, de ander op de sabbat en weer anderen op de besnijdenis. In die context moeten we de vraag die de wetgeleerde aan Jezus stelde plaatsen.

De Rabijnen zijn met hun onderzoek gekomen op 613 geboden waarbij ze er 248 omschrijven als positief, net zoveel als het aantal botten in het menselijk lichaam en 365 negatieve naar het aantal dagen van het jaar. Als we deze 613 geboden en verboden onderzoeken dan ontdekken we dat de opstellers van deze lijst, helaas ook geboden hebben uitgelegd naar eigen inzicht, geleid door voorvaderlijke overleveringen en niet altijd naar de Geest van Gods Woord.

Laten we eens luisteren naar mannen die door Gods Geest geleid, kort en bondige samenvattingen hebben gegeven van de geboden. David de man naar Gods hart geeft ons in Psalm 15 een samenvatting van de wet in 11 geboden: 'Een psalm van David. HEERE, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid? (1) Die oprecht wandelt, en (2) gerechtigheid werkt, en (3) die met zijn hart de waarheid spreekt; (4) Die met zijn tong niet achterklapt, (5) zijn metgezellen geen kwaad doet, en (6) geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste; (7) In wiens ogen de verworpene veracht is, (8) maar hij eert degenen, die den HEERE vrezen; (9) heeft hij gezworen tot zijn schade, evenwel verandert hij niet; (10) Die zijn geld niet geeft op woeker, en (11) geen geschenk neemt tegen den onschuldige. Die deze dingen doet, zal niet wankelen in eeuwigheid, Psalm 15.'

De Profeet Jesaja vat Gods geboden samen in 6 geboden. 'De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen; zij zeggen: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan? (1) Die in gerechtigheden wandelt, en (2) die billijkheden spreekt; (3) die het gewin der onderdrukkingen verwerpt; (4) die zijn handen uitschudt, dat zij geen geschenken behouden; (5) die zijn oor stopt, dat hij geen bloedschulden hore, (6) en zijn ogen toesluit; dat hij het kwade niet aanzie; Die zal in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis, Jes. 33:14-16.'

Micha omschrijft Gods heilige wet in 3 geboden. 'Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, (1) dan recht te doen, en (2) weldadigheid lief te hebben, en (3) ootmoediglijk te wandelen met uw God?, Micha 6:8.'

In Jesaja 56 lezen we een samenvatting in 2 geboden: 'Alzo zegt de HEERE: (1) Bewaart het recht, en (2) doet gerechtigheid; want Mijn heil is nabij om te komen, en Mijn gerechtigheid om geopenbaard te worden, Jes. 56:1.'

Amos omschrijft: 'Want zo zegt de HEERE tot het huis Israëls: (1) Zoekt Mij, en leeft, Amos 5:4.'

Waarbij Habakuk tot de conclusie komt: 'Ziet, zijn ziel verheft zich, zij is niet recht in hem; maar (1) de rechtvaardige zal door zijn geloof leven, Habakuk: 2:4.'

David, Jesaja, Amos, Micha en Habakuk hebben ontdekt dat de rechtvaardige niet struikelt over Gods geboden maar zich erin verblijdt en weet dat de rechtvaardige door het geloof leeft. Hoewel de wetgeleerden, de sadduceeën en de farizeeën, wanneer zij door geloof zouden wandelen, dezelfde conclusie zouden hebben moeten maken, bleven zij in strijd verwikkeld. Wat een onbevattelijk wonder dat God Zelf van de hemel gekomen is om ons niet alleen te verlossen van de schuld die wij maken in het overtreden van de wet, maar ons ook heeft willen leren wat nu de essentie van al Gods geboden is. Dankbaar mogen wij meeluisteren en leren van het antwoord dat de wetgeleerde kreeg op zijn vraag: 'Meester! welk is het grote gebod in de wet?' In Lukas 10 lezen we de vraag: 'Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?' Het antwoord van Jezus omschrijft Markus als volgt: 'Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israël! de Heere, onze God, is een enig Heere.' Waarbij de Heere Jezus de woorden van de wet citeert uit Deuteronomium 6, gevolgd door; 'En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod, Mark. 12:29,30.' Jaren voor dit Goddelijke antwoord, hadden de woorden van God geklonken: 'Nu dan, Israël! wat eist de HEERE, uw God van u dan den HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te wandelen, en Hem lief te hebben, en den HEERE, uw God, te dienen, met uw ganse hart en met uw ganse ziel, Deut. 10:12.' Dit grote gebod, ontdekt ons dat God gediend wil worden door mensen die Hem liefhebben met het hele hart, met alle verlangens, met alle hartstochten en met alle kracht. Jezus zegt: 'Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.' Als wij leven in een levende relatie met God dan gaat ons hart naar Hem uit, dan weten wij dat onze zonden verzoend zijn door het bloed van de Heere Jezus Christus, Die ons terugbracht in gemeenschap met God de Vader. Dan zullen wij elkaar niet om de oren slaan met de geboden of elkaar de maat nemen maar elkaar liefhebben, omdat de liefde van God ons daartoe dringt. Dan zullen we elkaars partners niet begeren of misbruiken, dan zullen we niet doden, niet stelen en niet liegen of begeren wat van onze naaste is (Rom. 13:9). Paulus zegt: 'Want de gehele wet wordt in een woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben, gelijk uzelven, Gal. 5:14.' Jezus heeft gezegd: 'Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.' Laten wij niet muggenziften, niet discussiëren of elkaar veroordelen maar beseffen dat Jezus, het Levende Woord, de geboden niet heeft afgeschreven maar er de liefdevolle essentie van heeft geopenbaard.

Vervloekt is eenieder die niet blijft in al hetgeen geschreven staat in het boek der wet om dat te doen (Gal. 3:10), vervloekt is eenieder die God de Vader niet liefheeft en het offer van Zijn Zoon afwijst. Vervloekt is eenieder die de Heere Jezus Christus niet liefheeft (1 Kor. 16:22). Hebben wij Hem lief omdat God ons eerst heeft liefgehad (1 Joh. 4)? Prijst dan de HEERE. Laten wij waken voor het twisten over de wet (Titus 3:9) maar onder leiding van de Geest, Zijn vrucht genieten want dat is; liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en matigheid (Gal. 5:22). De Heere zegene u. Amen.

Wilco Vos Veenendaal 09-09-2019