Woorden van Jezus – Brengt ze hier en slaat ze voor mij dood

10-01-2020

'Want het is gelijk een mens die buitenslands reizende, zijn dienstknechten riep en gaf hun zijn goederen over. En den enen gaf hij vijf talenten en den anderen twee en den derden een, een iegelijk naar zijn vermogen, en verreisde terstond. Die nu de vijf talenten ontvangen had, ging heen en handelde daarmede en won andere vijf talenten. Desgelijks ook die de twee ontvangen had, die won ook andere twee. Maar die het ene ontvangen had, ging heen en groef in de aarde en verborg het geld zijns heren. En na een langen tijd kwam de heer van dezelve dienstknechten en hield rekening met hen. En die de vijf talenten ontvangen had, kwam en bracht tot hem andere vijf talenten, zeggende: Heere, vijf talenten hebt gij mij gegeven; zie, andere vijf talenten heb ik boven dezelve gewonnen. En zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heren. En die de twee talenten ontvangen had, kwam ook tot hem, en zeide: Heere, twee talenten hebt gij mij gegeven; zie, twee andere talenten heb ik boven dezelve gewonnen. Zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heren. Maar die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zeide: Heere, ik kende u dat gij een hard mens zijt, maaiende waar gij niet gezaaid hebt, en vergaderende vandaar waar gij niet gestrooid hebt; En bevreesd zijnde, ben ik heengegaan en heb uw talent verborgen in de aarde; zie, gij hebt het uwe. Maar zijn heer antwoordende zeide tot hem: Gij boze en luie dienstknecht, gij wist dat ik maai waar ik niet gezaaid heb, en vandaar vergader waar ik niet gestrooid heb. Zo moest gij dan mijn geld den wisselaars gedaan hebben, en ik komende zou het mijne wedergenomen hebben met woeker. Neemt dan van hem het talent weg, en geeft het dengene die de tien talenten heeft. Want een iegelijk die heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van dengene die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft. En werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis; daar zal wening zijn en knersing der tanden, Matth. 25:14-30.'

Nadat de Heere Jezus het Koninkrijk der hemelen vergeleken heeft bij tien maagden, met de boodschap om waakzaam te zijn en, vervuld met de Heiige Geest, de komst van de Heere Jezus te verwachten, worden we in deze gelijkenis opgeroepen om te doen wat in ons vermogen is. Ieder mens is van nature gescheiden van God en kan alleen door het geloof in de Heere Jezus Christus, Die Zichzelf als de Weg, de Waarheid en het Leven heeft geopenbaard, teruggebracht worden in de gemeenschap met God de Vader. Eenieder die gelooft in de Heere Jezus Christus, wordt opgeroepen het kruis op te nemen en Hem te volgen. Wanneer wij geloven en vertrouwen dat onze zonden om Christus wil vergeven zijn en wij het volgen van Hem als hoogste prioriteit kennen, dan mogen wij onszelf rekenen tot discipelen of dienstknechten van Jezus. Hij is dan niet alleen onze Zaligmaker en Verlosser maar ook de Koning en Heere van ons leven, de wil van Vader is dan voor ons belangrijker als onze eigen wil.

De Heere Jezus is hier op aarde gekomen om te zoeken en zalig te maken dat wat verloren is. In de eerste plaats is Hij gekomen voor Zijn volk, het Joodse volk. Zij hebben Hem niet willen erkennen als hun Heere en Koning maar Hem door de handen van de Romeinse overheersers laten kruisigen. Hij is opgestaan uit de dood en opgevaren naar de hemel om vandaar te komen en te oordelen de levenden en de doden. Net voordat Jezus gevangengenomen zou worden om gekruisigd te worden, waren Zijn discipelen nog steeds in de veronderstelling dat Jezus het Koninkrijk spoedig zou oprichten. Hij vertelt hen een gelijkenis waarbij Hij Zichzelf vergelijkt met een mens die voor een tijd naar het buitenland ging en zijn achterblijvende dienstknechten talenten gaf, de een kreeg vijf talenten, de ander twee en de derde kreeg er één, eenieder naar zijn vermogen. In Lukas 19 lezen we: 'Een zeker welgeboren man reisde in een vergelegen land, om voor zichzelven een koninkrijk te ontvangen, en dan weder te keren. En geroepen hebbende zijn tien dienstknechten, gaf hij hun tien ponden en zeide tot hen: Doet handeling totdat ik kom. Luk. 19:12-13.' Hoewel hij vertrok, beloofde hij hen terug te komen. Aan hen de taak om zorgvuldig om te gaan, met dat wat hun was toevertrouwd.

'En zijn burgers haatten hem, en zonden hem gezanten na, zeggende: Wij willen niet dat deze over ons koning zij, Luk. 19:14.'

Hoe ernstig zijn deze woorden van Jezus, "En zijn burgers haatten hem." Ze zeiden: "Wij willen niet dat deze koning over ons is." Even nadat Jezus deze gelijkenis heeft uitgesproken horen we Pilatus zeggen: "Ziet, uw Koning!" Waarop het volk roept: "Neem weg, neem weg, kruis Hem!" (Joh. 19:14,15) Als de Koning der Joden hangt Hij even later aan het kruishout.

Na Zijn hemelvaart worden Zijn dienstknechten geroepen om getrouw te zijn tot de dood. Getrouw in dat wat hen is toevertrouwd, de ene meer dan de ander. Zalig zij die deze boodschap ter harte nemen en hun liefde tot hun Meester uiten door zich met hart en hand in te zetten voor de naasten opdat het Koninkrijk van God zal worden uitgebreid. Niemand wordt zalig om voor zichzelf te leven, maar om te dienen zoals Jezus gediend heeft.

De Meester komt en zal vragen wat wij met het ons toevertrouwde deel hebben gedaan. Mattheüs en Lukas spreken beiden over twee mannen die er zorgvuldig mee zijn omgegaan. Degene die vijf talenten ontvangen had, ging heen en handelde ermee en won vijf andere talenten, hij die er twee ontvangen had won nog twee andere. Van hen die de tien ponden hadden ontvangen, lezen we dat de één er tien ponden had bijgewonnen en de ander vijf. Zij krijgen te horen dat zij goed en getrouw zijn geweest, zij ontvangen beloning naar hun werken en mogen ingaan in de vreugde van hun meester.

In Mattheüs en Lukas lezen we dat de derde man zich heeft laten leiden door verkeerde motieven. Zijn luiheid en angst waren groter dan zijn trouw en liefde. In plaats van zich in te zetten om het hem toevertrouwde te benutten en er winst mee te doen, heeft hij het begraven. Nu hij ter verantwoording wordt geroepen, blijkt uit zijn redeneringen zijn leugenachtige aard. Hij schroomt niet om zijn meester in een kwaad daglicht te stellen. Deze man mist alle liefde tot zijn meester, hij heeft zijn eigen gemak gezocht en probeert nu zijn straatje schoon te vegen door zijn meester tot de schuldige te maken.

Mattheüs beschrijft zijn redenering als volgt: 'Heere, ik kende u dat gij een hard mens zijt, maaiende waar gij niet gezaaid hebt, en vergaderende vandaar waar gij niet gestrooid hebt; En bevreesd zijnde, ben ik heengegaan en heb uw talent verborgen in de aarde; zie, gij hebt het uwe.' De meester die zijn leugenachtigheid doorziet neemt geen genoegen maar antwoord: 'Uit uw mond zal ik u oordelen, gij boze dienstknecht! Gij wist, dat ik een straf mens ben, nemende weg, wat ik niet gelegd heb, en maaiende, wat ik niet gezaaid heb. Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had hetzelve met woeker mogen eisen? Luk. 19:22,23.' Vrienden wat een ernst in deze woorden. Wat doen wij met dat wat ons is toevertrouwd? Wat doen wij met ons verstand, onze gaven, onze mond, handen, voeten en onze middelen? Zijn wij bang voor onze Meester, zijn wij bevreesd voor God en verstoppen wij ons achter eigen gemaakte muren of zetten wij ons in, daar waar wij kunnen omdat wij Hem liefhebben en Zijn Koninkrijk verwachten?

Dat wat hem toevertrouwd was, wordt hem afgenomen en gegeven aan degene die het meest voor zijn meester had verdiend. Met de woorden: 'Want een iegelijk die heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van dengene die niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.' Gezegend hij en zij die niet hebben gezien op eigen tekorten maar gedreven door de liefde hebben gedaan wat zij konden. Zij ontvangen als het ware een bonus terwijl de luiaard, die slecht dacht en sprak over zijn meester, alles ontnomen werd. O Hoe verschrikkelijk om zo te vallen in de handen van de levende God. Over de dienstknecht die zich onnuttig had bewezen wordt het oordeel uitgesproken: 'En werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis; daar zal wening zijn en knersing der tanden.' Wee de dienstknechten die hun eigen gemak hebben gezocht en niet hun leven hebben gegeven in dienst van Hem, Die alle macht heeft in hemel en op aarde. Lukas sluit deze ernstige gelijkenis af met de woorden: 'Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier en slaat ze hier voor mij dood, Luk. 19:27.' Zij die niet hebben willen buigen voor Koning Jezus, terwijl Hij Zelf op aarde was of in de dagen dat de blijde Boodschap werd gepredikt door Gods getrouwe dienstknechten, zullen straks voor Jezus voeten worden doodgeslagen. Vrienden, maak toch ernst, het Zijn Jezus Woorden. Toets alles wat u hoort en leest aan dat Heilige Woord van God. Het is nu of nooit. Het is nu de tijd van genade, stel het niet uit want spoedig zal het te laat zijn. Hij Komt, Hij komt om de aarde te richten, zalig zij die daarnaar uitzien en waakzaam dienen op de plaats waar de Meester roept. Amen.

Wilco Vos Veenendaal 04-11-2019