Woorden van Jezus – Een mens zonder bruiloftskleed

20-09-2019

'En Jezus, antwoordende, sprak tot hen wederom door gelijkenissen, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had; En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen. Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genoden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en de gemeste beesten zijn geslacht, en alle dingen zijn gereed; komt tot de bruiloft. Maar zij, zulks niet achtende, zijn heengegaan, deze tot zijn akker, gene tot zijn koopmanschap. En de anderen grepen zijn dienstknechten, deden hun smaadheid aan, en doodden hen. Als nu de koning dat hoorde, werd hij toornig, en zijn krijgsheiren zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad in brand gestoken. Toen zeide hij tot zijn dienstknechten: De bruiloft is wel bereid, doch de genoden waren het niet waardig. Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft. En dezelve dienstknechten, uitgaande op de wegen, vergaderden allen, die zij vonden, beiden kwaden en goeden; en de bruiloft werd vervuld met aanzittende gasten. En als de koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien, zag hij aldaar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftskleed; En zeide tot hem: Vriend! hoe zijt gij hier ingekomen, geen bruiloftskleed aan hebbende? En hij verstomde. Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren, Matth. 21:1-14.'

Jezus, de Messias, de Zoon van God, gekomen om als mens onder de mensen de mensen weer met God te verzoenen, weende over Jeruzalem omdat zij zich niet wilden bekeren (Luk. 19:41). Hij zag hoe de oordelen over haar zouden komen vanwege de hardheid van de harten. Hij reinigde de tempel, de plaats die een plaats van gebed zou moeten zijn maar was geworden tot een rovershol en een plaats van handel. Hij vervloekte de vijgenboom zonder vruchten, die het vruchteloze volk Israël voorstelde. Hij predikte de Evangelieboodschap en genas de zieken. Hij heeft de oversten van het volk, zij die geroepen waren om de Weg ten leven te wijzen, duidelijk gemaakt dat zij te vergelijken waren bij een zoon die wel een mooie belijdenis had maar in praktijk een ongehoorzame zondaar was. Hij vergeleek hen bij boze werkers in de wijngaard die uit waren op zichzelf en hun meester niet dienden maar zelfs zijn zoon hebben gedood. Onomwonden heeft Jezus het oordeel uitgesproken over het ongelovige Israël en haar hypocriete voorgangers. 'Ik zeg U; dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en een volk gegeven dat zijn vruchten voortbrengt, Matth. 21:43.' Nee wij kunnen Jezus niet betichten van antisemitisme, Hij is gekomen om Zijn volk het leven te geven, maar zij hebben Hem verworpen. Hij was niet anti Sem maar zij waren anti Messias. Wat een ernstige boodschap. De oversten hebben de boodschap wel begrepen, ja zij hebben zich gestoten aan de steen, zij hebben Hem verworpen maar o wonder van genade Hij is geworden tot een hoofd des hoeks. Hij is de hoeksteen of de sluitsteen waarop heel het gebouw rust. Neem de sluitsteen weg en het gebouw zal instorten, neem Jezus weg en er blijft niets dan vrome schijn over. Wee hen die zich aan deze boodschap stoten, zij zullen verpletterd worden. Welgelukzalig zij die zichzelf hebben leren kennen als vijanden van God die ingewonnen zijn door Zijn liefdevolle genade. Dan zullen wij ons nooit verheffen boven de ongelovige Jood maar roemen in Gods genade en de zaligheid zoeken voor onze naasten uit Jood en heiden. Dan staan we naast de ongelovige Jood en zeggen; het zijn mijn zonden die Hem aan het kruis hebben genageld, ik was het die Hem kroonde met doornen en terwijl ik Hem bespuugde, bad Hij voor mij: 'Vader vergeef het ze want ze weten niet wat ze doen.' O wat een genade, wat een liefde en wat een ontferming.

Jezus Die de gedachten van de oversten, de Schriftgeleerden en de farizeeën wel kende, gaat verder met een nieuwe gelijkenis. Het Koninkrijk der hemelen vergelijkt Hij met een koning die voor zijn zoon een bruiloft heeft bereid. Het zal ons niet ontgaan dat we hier de bruiloft van het Lam zien voorgesteld. De oproep om tot de bruiloft te komen is uitgegaan. De uitnodiging werd als het ware uitgeroepen vanaf het eerste offer dat geslacht is na de zondige opstand van Adam en Eva en heeft voortdurend geklonken door Mozes en de profeten, het werd gezien in de offers en de schaduwen en de liefdevolle zorg van de Vader. Johannes heeft geroepen: 'Bekeert u want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.' Maar toch zegt Jezus: 'en zij wilden niet komen.' Zo sprak Hij op een andere plaats: 'En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben, Joh. 5:40.' Een ernstige aanklacht die door de vijanden van God wordt miskent, zij zeggen dat zij niet kunnen maar God ziet dat zij niet willen.

Vandaag is het nog hetzelfde, een groot gedeelte van de mondbelijders, die de Bijbel op hun manier hoogachten, zijn nog nooit met dankbaarheid ingegaan op de uitnodiging om te komen tot de bruiloft, zij wachten nog op iets bijzonders of zijn te druk met de dingen van alle dag, zij halen hun schouders op als de boodschap ernstig op hun hart wordt gebonden, en zeggen dat zij van zichzelf niet kunnen geloven. O zagen zij toch eens dat hun vijandige hart niet wil en dat zij de oorzaak zijn van de scheiding tussen God en hun ziel, dan zouden ze de uitnodiging aangrijpen om zich uit genade te laten zaligen en deel te krijgen aan die heerlijke maaltijd die Vader voor Zijn Zoon bereid heeft.

Vrienden jullie die schuilen achter het niet kunnen, wat is het een moeilijk werk om jullie te bereiken, nee het is onbegonnen, het is hard en moeizaam, het is ploegen op rotsen en toch bidt ik van Christuswege, laat u met God verzoenen, nu het nog kan. Zie dan toch het Lam dat geslacht is, vlucht tot Hem en laat je zaligen nu het nog kan. Er is hoop, want Jezus leeft, nee in Zijn kracht zal ik niet moedeloos worden maar u blijven roepen zolang ik een stem heb in de hoop en verwachting dat we straks samen deel mogen hebben aan die heerlijkheid die Hij bereidt heeft voor allen die Hem vrezen.

Hoor dan toch de stem van het Evangelie: alle dingen zijn gereed, komt tot de bruiloft. Nu zijn alle dingen gereed, morgen is het misschien te laat. Nu is er hoop, nu is de dag van de zaligheid, Jezus is gestorven, Hij gaf Zijn leven als het enige voor God de Vader aangename slachtoffer. Hij heeft de schuld en de zonden op Zichzelf genomen om zondaren te reinigen, te verlossen en in de vrijheid te stellen. Komt dan, want alle dingen zijn nu gereed. Doe nu niet net als hen die hun schouders ophaalden en naar de akker of de zaak gingen, bespot nu niet hen die u uitnodigen om tot Jezus te gaan maar buig uw knieën, ga niet door op het spoor dat eindigt in het verderf, want de Koning komt om te oordelen. Jezus sprak al over het oordeel dat over Jeruzalem zou komen, de stad zou in brand gestoken worden en zij die zich niet hebben bekeerd zijn vernield. De bruiloft was wel bereid, alles was gereed maar zij die genodigd werden, waren het niet waard, ze zagen geen waarde in het Lam dat geslacht is.

Zo is Jeruzalem niet langer het middelpunt van het Evangelie, nee niet langer de plaats van gebed. De blijde boodschap van redding en genade is uitgegaan in heel de wereld de dienstknechten moesten uitgaan op de wegen en zoveel zij er zouden vinden moesten zij roepen tot de bruiloft. Wat een wonder, het huis van de heer zal vol worden. De bruiloft die bereid is zal het feest aller feesten worden, de dag der dagen, het moment dat de Bruidegom Zijn bruid zal ontmoeten zal het moment zijn waar zovelen reikhalzend naar hebben uitgezien. Hoelang zal het nog duren? Hebt goede moed, broeders en zusters, onze Bruidegom komt, nog even en wij zullen voor altijd met Hem zijn, o wat zal dat zijn, om voor altijd ongestoord, zonder zonde en verleiding, zonder ziekte, dood en pijn in Zijn gemeenschap te zullen zijn.

Die dag dat Jezus komt om te oordelen de levenden en de doden zal openbaren wie Hem werkelijk hebben liefgehad, dan zal openbaar komen wie Hem verworpen hebben en wie Hem hebben aangenomen. Dan zal blijken hoe waardevol voor ons de uitnodiging tot de bruiloft is geweest. Hij zal het kaf van het koren scheiden. Door het geloof in de Heere Jezus Christus mogen wij verzekerd zijn van ons aandeel aan die heerlijke maaltijd. Nu is het voor ons nog vaak onbekend of de broeder of de zuster die samen met ons optrekt ook werkelijk zal deelnemen aan die maaltijd. Wij kunnen zo vaak niet onderscheiden of hij of zij het bruiloftskleed aan heeft. Wij mogen hen die Jezus belijden en Hem volgen, houden voor broeders en zusters en elkaar opbouwen in het allerheiligst geloof. Toch zullen er hypocrieten zijn die meewandelen, meezingen en meebidden, soms zelfs uitblinken in gaven en goede werken maar die straks toch door de Koning zullen worden aangewezen als een vriend zonder bruiloftskleed. O Vrienden, wat zal dat zijn, gemeend te hebben in te zullen gaan, om dan te worden geworpen in het vuur. Want velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren. De roepstem is uitgegaan, velen hebben hun schouders opgehaald en hebben geen gehoor gegeven. Zij behoorden niet tot de uitverkorenen maar ook zij die de roepstem hoorden maar de waarde en de diepte er nooit van hebben ingezien en meenden te kunnen komen tot de bruiloft zonder bruiloftskleed, hebben nooit behoord tot de uitverkorenen. Heeft u al een bruiloftskleed? Dat kleed dat ons eigen ik, vuile zonden en eigengerechtigheid heeft bekleed, die mantel der gerechtigheid die Christus voor ons geweven heeft? Zijn bloed reinigt ons van alle zonden, en allen die Hem liefhebben, achter Hem schuilen en verlangen te wandelen zoals Hij gewandeld heeft, mogen zeker zijn, bekleed te zijn met het bruiloftskleed, zij roepen uit: Het is door U, door U alleen om dat eeuwige welbehagen, Glorie aan God. Amen Hallelujah! 

Wilco Vos Veenendaal 01-07-2019