Woorden van Jezus – Ga weg achter Mij satan

08-03-2019

'Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden van de ouderlingen, en overpriesteren, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en ten derden dage opgewekt worden. En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden. Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn, Matth. 16:21-23.'

Jezus, de Messias, heeft Zijn discipelen gevraagd hoe zij over Hem dachten, Wie was Hij eigenlijk in hun ogen? De heerlijke belijdenis uit de mond van Petrus klonk: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levende God." Zij zagen Hem als de van God beloofde en lang verwachte Messias. Op deze belijdenis gaf Jezus hun een verbod om te spreken over wat Zij in Hem zagen. Jezus is gekomen om zondaren zalig te maken, Hij openbaarde Zichzelf de Messias te zijn door de prediking van het Koninkrijk der hemelen en het doen van wonderen en tekenen. Het overgrote deel van het volk erkende Hem niet, ondanks dat wat zij zagen en hoorden. Toch moesten de discipelen zwijgen, maar hoe zouden zij kunnen zwijgen? Hoe kan een kind een groot geheim bewaren? Hoe kan een hart dat zo vervuld is met aanbidding, zwijgen over de bron van aanbidding? Jezus kent Zijn volgelingen en weet dat de tijd nu gekomen is om hen een dieper inzicht te geven in Wie Hij werkelijk is. Hij kende hun verwachting rond het Koninkrijk en besefte dat zij niet begrepen welke weg de Messias moest gaan om verlossing te brengen. Hun oog was, net als de rest van het onderdrukte volk, gericht op de Romeinse overheersing, ja Jezus zou daar verandering in brengen, Hij is toch de Messias voor Wie alle knie zich zou buigen, Hij is toch de Vredevorst?

Ook hier zien we, hoe menselijk en vaak kortzichtig de volgelingen van Jezus zijn. Als wij eerlijk zijn, dan zien wij dit ook in onze eigen levens. Hebben wij vaak niet een heel schema voor ogen? We hebben een route uitgestippeld en menen vast te weten hoe God bepaalde dingen gaat doen of zou moeten doen en hoe vaak blijkt het niet anders uit te pakken. Heeft God niet gezegd: 'De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk. Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten, Jes. 55:7-9.' Vanwege de ontfermende vergeving moest Jezus, de Christus de weg gaan die nu voor Hem lag. Wat was toch die Romeinse overheersing in vergelijking met de helse machten van satan en zijn greep op de mens? Daarvoor is Vorst Messias gekomen, om volkomen bevrijding te brengen aan hen die gebonden zijn. Hallelujah, ook de overheersing van aardse machten onder invloed van de duivelen, zal straks moeten buigen onder Koning Jezus.

Jezus onderwees Zijn discipelen hoe Hij in de tijd die voor hen lag naar Jeruzalem zou optrekken. Daar in de stad Gods, waar het bloed der verzoening vloeide, daar zou Jezus binnentreden en daar zouden de mannen van aanzien, de ouderlingen, de overpriesters en de Schriftgeleerden het Lam Gods doen lijden, Hem nemen en doden. Dan, na drie dagen, zou Jezus worden opgewekt. Heel eenvoudig staat er geschreven: 'Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen...' Zou Jezus hen niet bij de hand genomen hebben, zoals later de Emmaüs gangers, en de Schriften hebben geopend? Hij is gekomen om de Schriften te vervullen: 'En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen, Gen. 3:15.' De tijd was gekomen dat satans kop vermorzeld zou worden, maar wie zou kunnen denken dat dat door zo'n weg van vernedering, lijden en dood moest gaan? Wie kon bedenken dat de woorden van David nu vervuld zouden worden? 'Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk. Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende: Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft! Psalm. 22:7-9.'

Jesaja heeft van Hem gesproken: 'Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht. Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden, Jes. 53:3-5.' En Jezus Zelf heeft tot Nicodémus gesproken: 'En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, Joh. 3:14.' Nee voor Jezus kwam dit alles niet onverwacht, Hij wist wat er zou gaan gebeuren, Hij wilde deze weg van vernedering gaan opdat wij verhoogd zouden worden. Zou Jezus nu niet teruggewezen hebben op het teken van Jona waar Hij zopas de farizeeërs nog op wees? Zoals Jona drie dagen en drie nachten in het denkbeeldige watergraf opgeslokt was door de vis, zo zou Jezus na drie dagen en drie nachten opstaan uit de dood, als de Grote Overwinnaar, daar zou Hij de dood verslinden tot overwinning zoals Jesaja dat heeft geprofeteerd (Jes. 25:8a). Ook David sprak ervan: 'Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie, Ps. 16:10.'

Wat een bijzonder moment als Jezus de sluier oplicht om een dieper inzicht te geven in dat wat er gebeuren moet. Petrus, hoort de woorden van Jezus aan, verbijstering vervult zijn hart. Hij roept Jezus als het ware apart en begint Hem te bestraffen terwijl hij zegt: 'Heere, wees U genadig! Dit zal U geenszins geschieden.' Hier is een volgeling die zijn Meester bestraft, wie is toch Petrus, wat is toch een mens, hoe dwaas en onwetend als het gaat over Gods gedachten die zoveel hoger zijn dan die van ons. Ongetwijfeld is het hart van Petrus overstelpt van liefde, verdriet en verontwaardiging, zijn bedoelingen zullen best goed zijn en toch zijn zijn gedachten, overleggingen en woorden niet onder leiding van Gods Geest maar regelrecht afkomstig uit het rijk van de duisternis. Petrus beseft niet dat hij hier de Bron van zaligheid, van hemzelf en heel de wereld, aan het bestraffen is. Petrus openbaart zichzelf hier een vijand te zijn van het kruis van Christus. De reactie van Jezus is dan ook resoluut, streng en vol Goddelijke autoriteit. Hij richt Zich tot Petrus en zegt: 'Ga weg achter Mij, satanas! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.'

Zien we hier niet hoe listig de satan werkt? Hoe heeft hij alles op alles gezet om de geboorte van Jezus te voorkomen, hoe heeft hij gejaagd achter het kindje Jezus, hoe probeerde hij Zijn bediening te voorkomen in de verzoekingen in de woestijn. Hoe heeft hij het volk steeds weer op weten te stoken, en dan nu, nu gebruikt hij één van de lievelingen van Jezus, ja juist hem die zojuist nog vol geloof sprak: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.' Deze Petrus, die zojuist nog een rotsvast geloof bleek te hebben, zou nu in al zijn liefdevolle ijver een rots van struikelen worden voor de Heiland van deze wereld. Maar glorie aan God, wie zal verhinderen wat God wil volvoeren? Jezus richt zich tot Petrus en bestraft de satan die op dit moment gebruik van hem maakt, Petrus wordt bestraft om zijn menselijke denken en wordt opgeroepen om niet tegenover Jezus te staan maar Hem te volgen, zoals een leerling zijn meester dient te volgen.

Wat een les ligt er in deze geschiedenis. Hoe zien we hier schitteren dat Gods gedachten hoger zijn dan die van ons, hoe zien we hier naast satans listen ook de dwaasheid van mensen. Vrienden, wij kunnen ons nooit verheffen boven Petrus, maar zouden uit deze geschiedenis moeten leren hoe listig satans misleidingen zijn en dat hij zelfs de nauwste relaties weet te gebruiken om ons tot vallen te brengen. We zien in Jezus voorbeeld hoe we om moeten gaan met deze listen, nee niet in discussie, niet reageren vanuit het gevoel, hoe voor de hand liggend misschien ook, maar satan als het ware recht in de ogen kijkend, bestraffen en voortgaan op de weg waar God ons toe roept.

Jezus moest naar Jeruzalem om te lijden en te sterven, Hij is opgestaan, opdat wij door het geloof in Hem verzoend zouden worden met onze Vader die in de hemel is. Petrus getuigt er later van dat Jezus bloed ons verlost heeft en roept ons op met deze woorden: 'Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt, 1 Petr. 2:24.' Vrienden, als u Hem nog niet kent als uw Zaligmaker, haast u dan, voor het te laat is, val vandaag nog op uw knieën en roep de enige ware God aan, weet dat er verzoening is voor iedere zondaar die schuilt achter het bloed van het Lam. Broeders en zusters, verblijdt u in de Heere, geef God de eer, wees waakzaam voor de listen van satan, die niet alleen u maar ook uw geliefden weet te vinden, weet dat satans kop vermorzeld is en u in Jezus meer dan overwinnaar bent. Staat dan in de vrijheid, zie op naar boven en laat de liefde van Christus u dringen om te verkondigen dat Hij alleen de Bron van zaligheid is. Amen. 

Wilco Vos Veenendaal 06-02-2019