Woorden van Jezus - Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare

07-02-2019

'En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken. En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen? En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes. En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde. En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare. En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden. En die daar gegeten hadden, waren vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen. En de scharen van Zich gelaten hebbende, ging Hij in het schip, en kwam in de landpalen van Magdala, Matth. 15:32-39.'

Nadat de Heere Jezus enige tijd het gebied rond het meer van Galilea had verlaten en in het gebied van Tyrus en Sidon Zijn genadige ontferming had bewezen aan een hulpbehoevende, heidense maar gelovige moeder, is Hij teruggekeerd naar het meer. Aan de overkant van de Jordaan in het gebied van de heidenen heeft Hij bewezen de Messias te zijn door alle zieken die tot Hem gebracht werden, te genezen. We hebben gezien hoe Jezus Zijn gezegende vingers in de oren van de doofstomme man stak, spuugde en de tong van de man aanraakte. Een zucht welde op uit het hart van Jezus en terwijl Hij Effatha riep, werden de oren en de mond verlost van gebondenheid. Hoe groot is onze God, zou voor Hem iets te wonderlijk zijn? Allen die tot Hem kwamen vonden ontferming en genezing.

Het is in deze tijd dat Jezus Zijn discipelen tot Zich roept en zegt: "Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken." Wat een liefde proeven we in deze woorden. Jezus de Zoon van God, Schepper van hemel en aarde, ziet de mensen om Zich heen, ziet hun noden, verlost hen van hun ziekten, spreekt woorden van leven over hen uit en is tegelijk vol zorg om hun welzijn. Drie dagen lang zijn de mensen om Hem heen vergaderd, drie dagen hebben zij Zijn wonderlijke werken gezien en genoten, drie dagen hebben zij geluisterd naar Zijn onderwijs. Ondertussen is het meegebrachte voedsel opgeraakt. Blijkbaar zijn de mensen zo aandachtig op Jezus gericht dat een eventueel voedselgebrek hen niet van Hem kon afhouden.

Wat een gezegende samenkomst, wie zou daar niet naar verlangen? In de openlucht, geen entertainment, geen muziekteam, geen aanbiddingsleiders, geen luidruchtige drumstellen of orgels, geen humor, vermaak, opwindende dans of een manipulerende prediking die angst en gebondenheid veroorzaakt, maar een heilige, rechtvaardige Jezus is hier de samenbindende factor. Drie dagen lang luisteren naar het Woord des Levens. Verzadigd worden van wat Hij als het Brood des Levens uitdeelt. Dan, voordat de mensen zich zorgen maken, nog voordat de discipelen Jezus een hint moeten geven over de magen van de hoorders, blijkt Zijn zorg ook in deze. "Ik wil hen niet nuchter van Mij laten gaan, opdat zij op de weg niet bezwijken."

Horen we hier niet de echo van de woorden die eens tot Elia kwamen? Als Elia moedeloos onder de boom ligt, raakt God hem aan en zegt: "Sta op, eet, want de weg zou voor u te veel zijn." (1 Kon. 19) Daar in Elia's grote nood ontmoet hij een ontfermende God, Diezelfde God ontfermt zich over het volk dat nu drie dagen rondom Jezus vergaderd was. Diezelfde God is gisteren en vandaag Dezelfde, tot in alle eeuwigheid. Jezus Zelf heeft ons geleerd om niet bezorgd te zijn voor de dag van morgen, geen zorgen om eten, drinken, kleding en een huis, want Vaders zorg is iedere dag weer nieuw. 'Zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en al het andere zal u worden toegeworpen.' De waarheid van deze woorden blijkt al jaren de praktijk te zijn in de levens van hen die op God vertrouwen. Toch is het iedere keer weer opnieuw een oefening om niet bezorgd te zijn maar ons op God te richten. De ervaringen vanuit het verleden blijken niet altijd houvast te geven. De grond van ons vertrouwen is niet te vinden in het verleden maar in God en God alleen.

Sommigen van ons kunnen misschien spreken van grote wonderlijke uitreddingen waar alleen God de eer van toekomt en tegelijk moeten we dan ook eerlijk bekennen dat deze uitreddingen op zichzelf geen garantie zijn voor ons geloof in de stormen van het leven. Kijk naar het volk Israël, ze zijn wonderlijk gered uit de hand van de vijand en door de Rode zee geleid. Is niet gebleken dat alle wonderen hen niet konden weerhouden van het mopperen en klagen tegen God? Wat een les. Als gezin hebben wij Gods trouwe Vaderzorg vaak op bovennatuurlijke wijze meegemaakt en toch blijkt het iedere keer weer moeilijk te zijn om niet te zien op de omstandigheden maar op God Die al onze nood kent. Ook in het leven van de discipelen zien we dat zij veel moesten leren. Hoeveel wonderen hadden zij niet genoten, waren zij onlangs niet getuige van de wonderlijke vermeerdering van broden die zij mochten delen aan de vijfduizend mannen met hun vrouwen en kinderen? En nu, nu er opnieuw een grote schare hongerige mensen zit, vragen zij aan Jezus: 'Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen?'

Het heeft mij vaak verbaasd dat de Heere God ons in ons kleine geloof niet van zich vandaan stoot, ons als het ware niet boos aankijkt maar uithelpt en bewijst de Bron van alle goed te zijn. Zo ook nu, op de vraag van de discipelen antwoord Hij: 'Hoeveel broden hebt gij?' Er blijken zeven broden en een paar visjes te zijn. Jezus laat de schare zitten, neemt de zeven broden en de vissen, dankt de Vader, breekt het brood en laat het door Zijn discipelen uitdelen. Vierduizend mannen met hun vrouwen en kinderen worden gevoed uit Jezus hand. Is het geen wonder? Normaal gesproken gaat er aan een brood een heel proces vooraf. Er is een akker die wordt geploegd, er wordt gezaaid, geoogst, gedorst, gemalen en gebakken voordat we kunnen eten van het brood, maar hier in Jezus gezegden handen zien wij hoe voor Hem de Schepper van hemel en aarde niets te wonderlijk is.

Ik moet denken aan het moment dat wij als gezin bezoek kregen van wat broeders uit het buitenland. Terwijl wij spraken over het leven met de Heere en gevraagd werden hoe wij rondkwamen van het leven als Evangelist, vertelden wij hoe het ondanks de vaak moeilijke perioden, een bijzondere zegen is om uit Vaders hand te leven. We vertelden, hoe we vaak in de grootste nood op het gebed werden uitgeholpen. Eens zaten wij aan tafel om te bidden voor Gods zegen en dat terwijl er geen eten op tafel was. Terwijl wij dankten, ging de bel, na het amen liepen wij naar de deur en zagen daar niemand maar wel het zo broodnodige voedsel. Wat was het goed om te getuigen van zoveel goedheid. De Heere is goed, Hij is een horend God en ontfermd zich op het gebed. We hebben de Heere samen gedankt voor Zijn goedheid en ons leven met dat wat voor ons ligt in Zijn hand gelegd. Samen gingen we er even op uit en bij thuiskomst zouden ze bij ons wat eten. Hoe groot was de blijdschap en stille verwondering toen we bij thuiskomst een zak broden aan de deurknop zagen hangen. Was dat niet een wonder precies op de juiste tijd? Onze gasten wisten uit eigen ervaring dat de God van Elia leeft en zagen dit nu nogmaals onderstreept. Wat hebben wij een gezegende maaltijd genoten. Hoe heerlijk om samen de zegeningen uit Zijn hand te genieten. Hem komt toe alle lof eer een aanbidding.

De vierduizend mannen met vrouwen en kinderen werden verzadigd uit Jezus hand en zagen hoe er nog zeven volle manden overbleven. Zeven, het getal van de volheid, zeven broden en zeven manden, wat een volheid is er te vinden in onze God, Hij zorgt, voor Jood en heiden, ja een volheid van volkeren en allen die op Hem betrouwen zullen nooit beschaamd uitkomen.

Vrienden, wat uw zorg ook is, verlaat u op Jezus, zoek Hem in de eerste plaats. Bij Hem is alles te vinden, zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en Hij zal voor het overige zorgen. Betekent dat dan dat we allemaal kunnen stoppen met werken en hele dagen in de Bijbel moeten gaan lezen. Nee! God roept een ieder van ons tot een taak en die taak hebben wij te vervullen met vlijt en toewijding, wat die taak ook is, wij mogen er invulling aan geven in afhankelijkheid van God en in het besef dat we het voor Hem doen. Laat heel uw leven in het teken van dankbare aanbidding staan. Als u Jezus nog niet kent als uw Verlosser en Zaligmaker, ga dan niet slapen voordat u uw leven hebt overgeven. Broeders en zuster, laten wij met elkaar goed spreken over God en ons leven aan Hem toevertrouwen ook als de nood soms groot is, Zijn ontferming is er ook vandaag. Looft de Heere. Amen.

Wilco Vos Veenendaal 22-01-2019