Woorden van Jezus – over het leven na de dood

03-10-2019

'Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceen, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem. Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken. Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder. Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot den zevende toe. Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven. In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad? Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods. Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel. En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden. En de scharen, dit horende, werden verslagen over Zijn leer, Matth. 22:23-33.'

Nog maar net zijn de Herodianen, met de volgelingen van de farizeeërs afgedropen, verwonderd over de manier hoe Jezus hun valse strikvraag had doorzien en beantwoord of de volgende aanval op de Zoon van God is alweer onderweg. Satan stelt alles in het werk om de Waarheid te doen struikelen en de leugen te doen zegevieren, maar God zij dank, Hij Die alle macht heeft in hemel en op aarde is niet te strikken. We zagen hoe gezworen vijanden, de handen ineensloegen om Jezus te vangen en hoe God als het ware de duivel het nakijken gaf door tot op vandaag verwondering te bewerken over de Wijsheid die Hij heeft geopenbaard. Ook nu denken we na over een aanval die op eenvoudige maar doeltreffende wijze wordt afgeslagen. Nu niet uit de hoek van de vrome dienaren van de wet die in hun farizeïstische wandel verstrikt zaten in bijgeloof en schijnheiligheid maar uit de hoek van hen die de rede stelden boven het eenvoudige geloven. De sadduceeën, een andere partij van dwaalleraars die met hun redeneringen de geopenbaarde waarheden van God betwisten. Zij geloofden niet in een opstanding uit de dood, niet in engelen of geesten (Hand. 23:8). Zij hadden weinig op met de farizeeërs die graag gezien wilden worden, die vasthielden aan de oudheid en de heiligheid van de letter, deze sadduceeën wilden vrij zijn in het denken, trokken dingen graag in twijfel en rusten op eigen inzicht. Ook zij wagen, aangevuurd door de machten uit de hel een aanval op Jezus, Die gekomen is om werkelijke vrijheid, heiligheid, eerbied en gelukzaligheid te brengen.

Deze groepering beriep zich graag op de Wet van Mozes, de bij ons bekende eerste vijf boeken van de Bijbel, maar hechtten geen waarde aan de profeten en andere boeken van de Tenach of ons bekende Oude Testament. Hierdoor mistten zij de troost die Job uittrok boven alle omstandigheden: 'Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan; En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen, Job. 19:25,26.' Job had een hoop die over alles heen zag, hij stelde zijn vertrouwen op zijn Verlosser en wist dat hij straks na de dood voor altijd bij God zou zijn. Ook de troost van een Jesaja moesten deze vrijheidsdenkers missen: 'Hij zal den dood verslinden tot overwinning, en de Heere HEERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid Zijns volks van de ganse aarde wegnemen; want de HEERE heeft het gesproken, Jes. 25:8.' Hoe ernstig was de toestand van deze intelligente mannen die met hun redeneren, vergaten God te eren. Zij dachten dat dood, dood was en helaas zijn er ook velen die vandaag denken dat de dood het einde betekent van ons bestaan. Voor hen zijn de woorden van Daniël niet van waarde: 'En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing, Dan. 12:2' Toch zullen onze redeneringen geen verandering brengen in het plan van onze God. Hij volvoert Zijn raad en zal alle mensen ter verantwoording roepen, hoe verschrikkelijk zal dat zijn voor hen die dan ontdekken dat God werkelijk God is en alle macht heeft in hemel en op aarde. Maar hoe heerlijk als wij nu aan deze kant van het graf onszelf al hebben overgegeven aan God als schuldige zondaren die genade nodig hebben en door het geloof de liefde van God hebben ontvangen in de vergeving van alle zonden door het offer dat Christus onze Heiland heeft gebracht.

Hoe ontzagwekkend zal het moment zijn als straks de farizeeërs en de sadduceeërs daar voor Jezus de Rechter zullen staan met een mond vol tanden in het besef dat zij terwijl zij Hem als Verlosser hebben ontmoet niet als Verlosser hebben willen kennen. "Bergen valt op ons en heuvelen bedekt ons." Zal klinken uit de monden van hen die niet hebben gewild dat Jezus de Zoon van God Koning over hen zijn zou. Vrienden, aan welke kant staat u? Hebben u en jij de knieën al gebogen voor God in het besef dat je de dood waardig bent. Is er in uw leven al een moment gekomen dat u de strijd moest opgeven en uzelf hebt uitgeleverd aan God in het besef dat alleen bij Hem hulp, heil en eeuwig leven te vinden is? Er is hoop, want Jezus is gisteren en vandaag, ja tot in alle eeuwigheid dezelfde. Zolang als u leeft is er hoop, maar besef dat het vandaag uw laatste dag kan zijn. Bekeert u vandaag tot God, buig uw knieën en neem de toevlucht tot de Vader door het geloof in Jezus de Zoon van God.

Daar staan de sadduceeërs: "Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken. Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder. Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot den zevende toe. Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven. In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad?" De HEERE God heeft inderdaad een gebod gegeven (Deut. 25:5) waarin Zijn trouwe Vaderzorg blijkt. Als een man sterft en zijn vrouw kinderloos achterlaat dan zal de broer van de gestorvene de weduwe trouwen en de eerste zoon die dan geboren wordt zal de naam van de eerste man voortzetten. Zoals de rede meestal doet en gif zuigt uit dat waar honing uitgezogen zou moeten worden, gebruiken deze redetwisters dit gebod van God als een strik om de leer van de opstanding van de doden en het eeuwige leven in twijfel te trekken. Hoe zal het er, uitgaande van de veronderstelling dat er leven na de dood is, aan toegaan met deze zeven mannen en die ene vrouw? Zullen zij haar moeten delen met elkaar? De rede loopt vast en dat is juist het probleem waarom we zo voorzichtig moeten zijn met al dat geredeneer. Het komt aan op geloof, vertrouwen en rusten op de Waarheid ons van God geopenbaard. De Bijbel moet voor ons het begin en het einde zijn, Jezus moet voor ons de Weg, de Waarheid en het Leven zijn en God de Vader moet voor ons onze schuilplaats zijn waarbij we ons laten leiden door de Heilige Geest Die leidt in alle Waarheid. Als wij het op een andere manier willen dan zullen we vastlopen. Het redeneren zal uitlopen op een leven vol twijfel en ongeloof aan God en Zijn gebod.

Jezus antwoordde: 'Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods.' Hoe verschrikkelijk als de leiders van het volk zelf niet geloven maar dwalen of het nu op een vrome of goddeloze manier is. Voorgangers die mensen en redeneringen hoger hebben staan dan het eenvoudige vertrouwen en geloven door de liefde gedreven. Leraars die niet als Godsgezanten gedreven door de liefde van Christus, de mensen bidden zich met God te laten verzoenen door hen te wijzen op de volheid in Jezus Christus (2 Ko. 5:14,20) maar hen afhouden met leugens en hersenspinsels. O verschrikkelijk zal het zijn voor deze leraars om straks verantwoording af te moeten leggen van al hun woorden en daden. Het is met hen net als met de farizeeërs en de sadduceeërs: zoals Paulus het zegt: 'Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden, 1 Kor. 2:14.' Hun volgelingen staren zich blind op een vrome wandel en mooie woorden maar zijn net als hun leerraars blind voor het Koninkrijk Gods omdat zij geen geestelijk onderscheidingsvermogen hebben ontvangen.

Jezus geeft een kleine blik in de toekomst door te zeggen: 'Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in den hemel.' Onze denkwijze over de toekomst is vaak zo vleselijk en kan niet anders dan gebrekkig zijn omdat wij nu niet volmaakt zijn. Straks zal voor hen die Jezus liefhebben alles volmaakt zijn en dan is vol ook echt vol, wat nu misschien gebrekkig lijkt zal dan blijken alles overtreffend te zijn. Jezus onderwijst hen verder vanuit de boeken van Mozes dat ook daar de opstanding van de doden als een vaststaand feit verweven is in het onderwijs. In Markus 12 lezen we het zo: 'Doch aangaande de doden, dat zij opgewekt zullen worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in het doornenbos tot hem gesproken heeft, zeggende: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs? vers 26.'

'God is niet een God der doden maar der levenden', met andere woorden, Abraham, Izak en Jakob zijn dan nu wel begraven maar dat betekent niet dat hiermee hun einde is gekomen.

Jezus zegt in Johannes 11: 'Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat? Vers 25,26.' De doden in het graf slapen en wachten op de dag dat Jezus komt. Hoe zal die dag voor u zijn? Zal het een ontmoeten zijn zonder angst en vreze of zal de angst van de hel u verschrikken?

Kiest dan vandaag wie u dienen wilt, of u hebt Jezus lief als uw Heiland en Koning of u verwerpt Hem. Wat mij en mijn huis aangaat, wij zullen de HEERE dienen! Wat is uw keuze? Amen.

Wilco Vos Veenendaal 04-09-2019