Woorden van Jezus – Pas op en kijk uit voor de zuurdesem van de farizeeën en de sadduceeën

21-02-2019

'En als Zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mede te nemen. En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen. En zij overlegden bij zichzelven, zeggende: Het is omdat wij geen broden mede genomen hebben. En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: Wat overlegt gij bij uzelven, gij kleingelovigen! Dat gij geen broden mede genomen hebt? Verstaat gij nog niet? En gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoevele korven gij opnaamt? Noch aan de zeven broden der vier duizend mannen, en hoevele manden gij opnaamt? Hoe verstaat gij niet, dat Ik u van geen brood gesproken heb, als Ik zeide, dat gij u wachten zoudt van den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen. Toen verstonden zij, dat Hij niet gezegd had, dat zij zich wachten zouden van den zuurdesem des broods, maar van de leer der Farizeen en Sadduceen, Matt. 16:5-12.'

De farizeeërs en de sadduceeërs vroegen Jezus om een teken van de hemel. Hoewel velen van het volk in Jezus de Messias zagen en moesten erkennen dat Hij deze tekenen en wonderen alleen kon doen omdat God met Hem was, wilden de farizeeërs en de sadduceeërs niet in Hem geloven. Zij drongen Hem om een teken te doen, maar wie van ons kan God dwingen een teken te geven? De satan verzocht Jezus maar kreeg niet wat hij verlangde, zo ook hier, zij die met een ongelovig, boos en overspelig hart, Jezus om een teken vragen. In Markus 8 lezen we dat Jezus zwaar zuchtte in Zijn geest. Het is wat om de leidslieden van het volk voor je te hebben en te zien en horen hoe vals ze zijn en hoe ze de mensen op een dwaalspoor brachten met hun mooie praatjes. Het teken van Jona, dat is waar zij genoegen mee moesten nemen. De zondige mensen van Ninevé, die zich bekeerden op de prediking van Jona, daar konden ze een voorbeeld aan nemen. Wat is het onderwijs van Jezus toch scherp. Hier stond Hij tegenover de mannen van aanzien, zij die het volk het goede voor moesten houden en waar veel mensen tegen op keken. Jezus bestraft hen openlijk als geveinsden, als mensen die zich wel mooi voordoen maar vanbinnen niet deugen. Dan keert Hij hen de rug toe en vertrekt met Zijn discipelen.

In de boot, op weg naar de overkant, ontdekken de discipelen dat ze maar één brood bij zich hebben (Mark. 8:14). Terwijl ze zich richten op het brood en beseffen dat ze vergeten zijn genoeg mee te nemen, zegt Jezus: 'Ziet toe, en wacht u van den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen.' Ze kijken elkaar aan, overleggen met elkaar en komen tot de conclusie dat Jezus deze opmerking maakt omdat ze niet genoeg brood hebben meegenomen. Hoe natuurlijk, logisch is hun reactie. Ze zijn toch met brood bezig, dan zal die opmerking over zuurdesem wel doelen op de vergeten broden. We zien hier dat de volgelingen van Jezus nog veel moesten leren, ze hadden met al hun zorg om eten, niet in de gaten dat ze Jezus aan boord hadden, Jezus de Zoon van God, Hij Die alle macht heeft in de hemel en op de aarde. Zojuist hebben ze gehoord hoe Jezus met de farizeeërs en de sadduceeërs sprak en hen bestrafte, en nu Hij het over de zuurdesem van de farizeeërs en de sadduceeërs heeft, denken ze aan brood, want dat hadden ze nodig.

Wat is toch een mens, je zou bijna verwachten dat Jezus nu ook zuchtte. Begrepen Zijn discipelen dan nog zo weinig? 'Verstaat gij nog niet?' Denken jullie dan niet aan het moment dat de vijfduizend mannen met hun vrouwen en kinderen gevoed werden uit vijf broden en aan de volle korven die toen overbleven? Of aan de zeven broden waaruit vierduizend mannen met hun vrouwen en kinderen gevoed werden en er ook volle korven overbleven? Zou dan nu één brood, in de gezegende handen van Jezus, niet genoeg zijn om die paar monden te voeden? Hoewel de les die Jezus hier aan Zijn discipelen wil leren helemaal niet over brood gaat, kunnen we hiervan leren dat zorgen maken niet goed is. Tegelijk zien we dat de ervaringen uit het verleden geen garantie zijn voor vertrouwen in de toekomst. Wat zij hadden ervaren kon hen nu blijkbaar niet weerhouden om te tobben over dingen die van ondergeschoven belang waren. Laten wij eerlijk zijn, wij kunnen onszelf niet verheffen boven de discipelen. Wij allen kunnen spreken van bijzondere momenten die we alleen kunnen toeschrijven aan de God van hemel en aarde en toch zijn die ervaringen, hoe heerlijk ook, voor ons geen vaste grond om op te staan. Als er zorg op ons pad komt, kunnen we het niet doen met wat er was, maar hebben wij geloof in God nodig. Toch is het wel zo dat ons geloof geoefend wordt door de omstandigheden heen. Als het goed is leren we door alles heen, stil en gerust te zijn in de wetenschap dat Vader voor ons zorgt. Laten wij ons in de stormen van het leven vasthouden aan het Woord van God en Zijn beloften, laten wij zien op Jezus de Overste Leidsman en Voleinder van het geloof, met Hem komen wij nooit beschaamd uit. Als Hij in de jaren die achter ons liggen heeft gezorgd, zou Hij dan ook vandaag en morgen niet zorgen? Wij moeten leren om per dag onze zorg aan God toe te vertrouwen. Persoonlijk vind ik het een moeilijke les, God is goed maar tegelijk bemerk ik, dat ik ondanks Zijn goedheid, toch vaak gedrukt kan worden door de zorgen, die mij dan beletten om met vreugde het werk te doen dat God mij heeft opgedragen. Steeds opnieuw moet ik leren wat vertrouwen is en "nee" zeggen tegen de boze die ons probeert te strikken en bang wil maken voor de dag van morgen. Ik hoop dat het bij u anders is, mocht het toch zo zijn dat u eens bezorgd bent, richt dan uw oog op Christus die gezegd heeft dat wij de vogeltjes te boven gaan en nog nooit heb ik een bezorgde vogel gezien. Geniet van hun geluiden en verheerlijk samen met hen onze God, Die het zo waard is.

Jezus sprak: 'Hoe verstaat gij niet, dat Ik u van geen brood gesproken heb, als Ik zeide, dat gij u wachten zoudt van den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen.' Toen begrepen zij dat Hij niet over brood sprak maar over de leer van de farizeeërs en de sadduceeërs. De echo van het gesprek met de farizeeërs en de sadduceeërs klinkt als het ware nog na. Maar nu in de rust met hun Meester, wijst Hij Zijn discipelen op het gevaar van de geveinsdheid (Luk. 12:1).

Wat een vuil iets is toch de geveinsdheid. Het doet zich beter voor dan het er in werkelijkheid voorstaat. Ik geloof dat geveinsdheid en hoogmoed vaak samen opgaan en is dat geen oorzaak van ontzettend veel problemen? Men ziet hoog op tegen een bepaald persoon, de persoon weet zich bekeken en doet er alles aan om in de schijnwerpers te blijven. Het hart dat net zo vuil is als de harten van alle mensen weet zich gevleid, koestert de aandacht en zal ervoor waken dat er een realistisch beeld ontstaat. Deze rol van geveinsdheid of schone schijn, kan alleen door Goddelijk ingrijpen worden verstoord. Ieder mens moet tot de ontdekking komen dat al onze gerechtigheden voor God niets zijn dan een weg te gooien kleed. Met andere woorden; onze beste daden komen bij God niet in aanmerking om daarmee onze zonden, hoe klein of groot ook, weg te kunnen werken. Als wij eerlijk zijn geworden voor onszelf, dan kunnen we elkaar recht in de ogen kijken en belijden dat we alleen van genade kunnen leven. God hersteld Zijn beeld in hen die zich aan Hem overgeven, zij die geloven dat alleen Christus gerechtigheid ons kan redden van het oordeel, en schuilen achter Zijn bloed, weten dat zij van nature geen haar beter zijn dan wie dan ook.

Vrienden, wat zou het mooi zijn als wij met elkaar deze les leren. Als wij vanaf nu onszelf nooit meer beter voor zouden doen dan we zijn, maar juist met onze gebreken, zondige verlangens of bezorgdheid vluchten tot Jezus. Dan is er hoop, want dan zal Hij ons helpen en Zijn liefde zal ons doen omzien naar elkaar. Waarom zou ik mij beter voelen dan mijn dronken buurman, mijn gescheiden familielid, mijn gierige broeder en mijn overspelige collega? Waarom vanuit de hoogte neerzien op de zwerver in de stad, de gameverslaafde jongen, het blowende meisje of die onbegrepen jongen die zoveel liefde heeft gemist en met een geweer dood en verderf heeft aanricht? Wij kunnen het verschil maken als wij eerlijk zijn voor onszelf en verlangen naar een hart dat vol is met de liefde van God. Als wij uitreiken naar de mensen om ons heen en hen bekijken door de ogen van God, dan kunnen wij iets laten zien van de liefde van Christus.

Pas op voor de geveinsdheid, die zelfs onze liefdadigheid kan overschaduwen. Onze liefdadigheid kan pas puur zijn als ons hart eerlijk is geworden voor God en onszelf. Pas op voor de geveinsdheid, in het onszelf beter voordoen dan we zijn. Is dit niet de grote valstrik van de farizeeër, die zo vaak in ons hart de kop kan opsteken? De farizeeër dacht met al zijn eigen werken in een goed blaadje te komen bij God. Zij die op dit pad wandelen hebben geen oog voor Gods liefde die ons is geopenbaard in Christus Jezus. Het is niet wat wij doen voor God, maar wat God gedaan heeft voor ons. Van genade mogen, ja moeten wij leven, wil het wel zijn met onze ziel. 'Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg, Gal. 5:9.' Sommigen van ons verwachten het van hun goede werken en hopen daarmee Gods ontfermende genade te ontvangen. Helaas, hoe goed bedoeld misschien ook, het is niets dan vijandschap tegen Gods genade. Christus heeft de prijs betaald, Zijn bloed reinigt van alle zonden. Er is geen verbetertraject nodig om tot Christus te komen, het is zelfs niet mogelijk, want hoe denken wij ons hart te kunnen verbeteren zonder Gods ontfermende genade? Pas op voor de zuurdesem van de farizeeërs en de sadduceeërs. Er is nog zoveel meer te zeggen over dit verkeerde zuurdesem. Denk aan een zonde die "misschien oogluikend" wordt toegelaten en een heel gezin, familie of gemeente kan verwoesten. Denk aan die wettische ijver die, hoe goed bedoeld ook, niet wil leven van genade en zichzelf wil opwerken tot een beter mens. Sommigen hebben hun wandel in het geloof verwisseld voor een wandelen in de werken van de wet. Het begon zo geestelijk maar het is vleselijk en vreselijk geëindigd. Geve God ons de geest van onderscheid, een ootmoedig hart en overvloedige liefde. Amen.

Wilco Vos Veenendaal 30-01-2019