Woorden van Jezus tot de uitverkoren verrader

07-02-2020

'En op den eersten dag der ongehevelde broden kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende tot Hem: Waar wilt Gij dat wij U bereiden het pascha te eten? En Hij zeide: Gaat heen in de stad tot zulk een, en zegt hem: De Meester zegt: Mijn tijd is nabij, Ik zal bij u het pascha houden met Mijn discipelen. En de discipelen deden gelijk Jezus hun bevolen had, en bereidden het pascha. En als het avond geworden was, zat Hij aan met de twaalve. En toen zij aten, zeide Hij: Voorwaar Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden. En zij zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere? En Hij antwoordende zeide: Die de hand met Mij in den schotel indoopt, die zal Mij verraden. De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens door welken de Zoon des mensen verraden wordt; het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest. En Judas, die Hem verried, antwoordde en zeide: Ben ik het, Rabbi? Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Matth. 26:17-25.'

We zagen hoe Maria, de zus van Martha en Lazarus haar Meester zalfde en met haar haren de voeten van Hem, Die zij zo lief had droogde. Judas, één van de twaalf discipelen, was boos geworden om deze verkwisting, want hij had het geld liever dan Hem die hij volgde. Jezus nam het voor haar op en gaf aan dat overal waar het evangelie gehoord zou worden, ook aan haar gedacht zou worden.

In de geschiedenis die we nu overdenken komt openbaar dat Judas, hoewel een volger van Jezus, ja een uitverkorenen door Jezus, toch een ongelovige blijkt te zijn onder aanvoering van de duivel.

In Lukas 22 lezen we dat de satan in Judas kwam. Na zoveel verleidingen van satan had Judas wel bewezen een gierige liefhebber van het geld en de leugen te zijn, nu was de tijd gekomen dat satan het hele hart van Judas kon innemen. Hij ging tot de overpriesters en de hoofdmannen om te overleggen hoe zij Jezus zouden kunnen vangen. Lukas schrijft: 'En zij waren verblijd en zijn het eens geworden, dat zij hem geld geven zouden, 22:5.' Wat een onthutsende woorden, hier zien we de mannen die het volk zouden moeten voorgaan in het spoor der gerechtigheid, samen vergadert met één van Jezus volgelingen. Samen zijn ze blij omdat hun helse plan eindelijk lijkt te slagen. Hier openbaren ze zich als adderengebroed, als kinderen van de hel. Terwijl Maria haar geliefde zalfde met olie ter waarde van 300 penningen, verkoopt Judas hier zijn Meester voor 30 zilveren penningen (120 penningen). Voor Maria was Jezus alles waard terwijl Judas Hem verkoopt voor het bedrag dat een Hebreeuwse slaaf waard was. Arme Judas, hoe verschrikkelijk om op zo'n wijze je ziel te verkopen en zo de Schriften te vervullen, want er stond geschreven: 'En zij hebben mijn loon gewogen, dertig zilverlingen, Zach. 11:12b.'

Hoe heerlijk om toch steeds weer opnieuw te zien dat God alle dingen overziet, van eeuwigheid tot eeuwigheid is Hij Dezelfde. De Ik Ben, de Almachtige. Hij bestuurt alle dingen tot een zeker doel. Petrus en Johannes worden uitgezonden om de Pesachmaaltijd in gereedheid te brengen. Als zij Hem vragen waar zij dat moeten doen, antwoord Jezus: 'Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat. En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal? En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar. En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha, Lukas 22:10-13.'

Misschien bent u vandaag wel de aangewezen persoon om een ander de weg te wijzen, hoe gelukkig is het om ons leven veilig te weten in Gods handen. Hoe heerlijk is het als we meer en meer ontdekken Wie God is en ons geheel leren overgeven aan Hem. Hij heeft geen lust aan onze dood maar roept ons op tot bekering, (Ez. 18:32). Als we zo ons oog omhoog richten en in afhankelijkheid van Hem onze weg gaan waarbij wij onszelf alleen door het geloof uit genade geborgen in de Heere Jezus Christus weten, dan zijn wij de gelukkigste van alle mensen.

De discipelen hebben de man met de kruik gevolgd en in de grote eetzaal de maaltijd voorbereid. Wat zal er door hun gedachten zijn gegaan, toen ze de man met de kruik volgden en de bovenzaal binnengingen? Volgens Mattheüs hebben zij als wachtwoord moeten zeggen: 'De Meester zegt: Mijn tijd is nabij.' Ik zou de gesprekken graag hebben willen volgen, ze wisten dat hun Meester zou gaan sterven maar ook weer op zou staan en hoewel ze het wisten drong het niet tot hen door.

Eindelijk is het zover, daar zit Jezus met Zijn twaalf discipelen. 'Ik heb grotelijks begeerd dit Pascha met u te eten.' Klinkt het uit Zijn mond. Wat een heerlijke troostrijke woorden ook voor hen die vandaag het brood mogen breken en de beker drinken in gedachtenis aan wat Hij deed en tegelijk met het verlangen naar Zijn komst, om voor altijd met Hem te zijn. Te weten een uitverkorenen te zijn, te weten Hem lief te hebben en Hem te willen volgen al de dagen van het leven. Te genieten hoe de genade van God ons hart vervuld met vrede en liefde en ons karakter meer en meer vormt naar het beeld van Hem Die wij zo liefhebben.

We zien als het ware de ogen van Jezus langs Zijn discipelen gaan en horen Hem zeggen: 'Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven. Van nu zeg Ik het ulieden, eer het geschied is, opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt, dat Ik het ben, Joh. 13:18,19.' Opnieuw kondigt Jezus hier Zijn alwetendheid aan met het doel het geloof te versterken dat Hij de 'Ik Ben' is. De Schrift moest vervuld worden. In Psalm 41 profeteerde de profeet: 'Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven, vers 10.' De vervolging, de gevangenneming, het lijden en het sterven is niet zomaar bij toeval over Jezus gekomen of uit blinde haat van de satan, het moest geschieden. Het Lam moest geslacht worden.

Maar dan klinkt ook de schokkende boodschap van een ontroerde Jezus: 'Voorwaar Ik zeg u, dat één van u Mij zal verraden.' Schokkend voor hen die daar zaten met hun geliefde Meester, het was alsof een pijl hun hart doorstak. Grote droefheid vervuld hen en de vraag klinkt: 'Ben ik het, Heere?' Lieve Meester, bedoelt U nu te zeggen dat ik U zal verraden? Ze kijken naar elkaar en zijn in twijfel, wie van hen zal toch dit doen?

Jezus geeft hun een teken, in Johannes 13 lezen we: 'Deze is het, dien Ik de bete, als Ik ze ingedoopt heb, geven zal. En als Hij de bete ingedoopt had, gaf Hij ze Judas, Simons zoon, Iskariot, vers 26.' Precies zoals de Psalm het had voorzegt. Opnieuw vaart satan in Judas en als Jezus Hem dan zegt: 'Wat gij doet, doe het haastig.' Dan staat Judas op om zijn helse plan ten uitvoer te brengen. Hoe verschrikkelijk om zo met Jezus te hebben opgetrokken, Hem zoveel woorden van liefde te hebben horen spreken, Zijn wonderen en tekenen te hebben gezien, met Hem gegeten en gedronken te hebben en dan zo openbaar te komen als een uitverkorenen die de verwerping verkiest.

Voor Jezus was het geen verassing: We lezen: 'En als het dag was geworden, riep Hij Zijn discipelen tot Zich, en verkoos er twaalf uit hen, die Hij ook apostelen noemde, Luk. 6:13.' Twaalf heeft Hij er verkozen, 'maar' zo zegt Hij in Johannes: 'er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou, Joh. 6:64.' Zo lezen we ook in Johannes 6:70: 'Jezus antwoordde hun: Heb Ik niet u twaalf uitverkoren? En een uit u is een duivel.' Eén uit u is een duivel.

Vrienden, broeders en zusters, deze geschiedenis is niet geschreven om ons bang te maken maar wel om ons op te scherpen en onszelf te blijven onderzoeken. 1 Korinthe 10 roept op tot het beproeven van onszelf. Wij hoeven anderen niet aan te wijzen als duivels maar moeten waakzaam zijn om niet te vallen in dezelfde strikken als Judas. Is Jezus ons alles waard? Staan we aan de kant van Maria, waar zelfverloochening en een allesovertreffende liefde het hart vervuld of staan we aan de kant van Judas waar andere zaken belangrijker zijn dan Jezus en ons volgen zal eindigen in haten en verraden? De Heere zegene ons. Amen. 

Wilco Vos Veenendaal 29-01-2020