Woorden van Jezus - uit de mond van jonge kinderen

16-08-2019

 'En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten. En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt. En er kwamen blinden en kreupelen tot Hem in den tempel, en Hij genas dezelve. Als nu de overpriesters en Schriftgeleerden zagen de wonderheden, die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel, en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk; En zeiden tot Hem: Hoort Gij wel, wat dezen zeggen? En Jezus zeide tot hen: Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit den mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid? Matth. 21:12-16.'

Drie en een half jaar voordat Jezus, de Koning der koningen, op een ezelsveulen Jeruzalem is binnengereden, begon Hij Zijn bediening. Nadat Hij als de Gezalfde van de Vader door Johannes de Doper werd gedoopt, de verzoeking in de woestijn heeft doorstaan en satan overwon, trok Hij rond door het land Israël. Twaalf discipelen heeft Hij uitverkoren, overal waar Hij kwam getuigden Zijn woorden en Zijn werken dat Hij de van God gezonden Messias was Die sprak en handelde als machthebbende. Hij genas de zieken, wekte doden op en sprak van het komende Koninkrijk van gerechtigheid. Door niemand werd Hij zo gehaat als door de vrome Schriftgeleerden en farizeeën omdat Hij in heel Zijn bediening onberispelijk sprak en handelde en tegelijk de schijnvroomheid aan de kaak stelde. Hij is gekomen om de schaduwen en de profetieën van de wet en de profeten te vervullen. Zijn onderwijs liet de diepte van Gods heilige wetten zien waarbij hij duidelijk heeft gemaakt dat de valsheid van de Schriftgeleerden en farizeeën daaruit bestond dat zij mensengeboden hadden verheven boven de geboden van God.

Als wij vandaag in het geloof de voetstappen van Jezus volgen, dan mogen wij er zeker van zijn dat Zijn kracht de onze is. De liefde tot God de Vader zal ons hart vervullen en zoals Jezus de vinger op de zere plek legde en de schijnvroomheid ontmaskerde, zo zullen ook wij soms ongevraagd de vinger op de zere plek leggen en ervaren dat de bittere haat nog onveranderd is. Hoe pijnlijk is het, als zij, die zich door het geloof verlost van zonden mogen weten met een hart vol liefde tot God en de naaste, ervaren dat juist zij, die andere de weg zouden moeten wijzen, vol haat zitten tegen Jezus en Zijn volgelingen. Er lijkt niets nieuws onder de zon te zijn. Maar hebt goede moed, Jezus heeft de wereld overwonnen en straks zal Zijn gerechtigheid zegevieren. 'Hosanna! Gezegend is Hij die komt in de Naam van Jehova!'

Hij die op een ezelsveulen Jeruzalem binnenreed was drie jaar daarvoor in de tempel te vinden. Een heilige en diepe verontwaardiging vervulde Jezus toen Hij zag hoe de tempel tot een markthuis was geworden. Hij maakte van touwtjes een zweep en dreef de kopers en verkopers uit de tempel met hun schapen en ossen. De munten rinkelden over de grond en de tafels keerde Hij ondersteboven. Dat wat een huis van gebed zou moeten zijn, was geworden tot een plaats waar gehandeld werd. Hoewel het geoorloofd was om geld om te zetten in slachtvee tot eer van God, draaide het om winst en verrijking.

Nu drie jaar later betreedt het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt opnieuw de tempel. Jeruzalem is vol met blatende schapen, schapen die gekeurd moeten worden voor het komende Pesach. Schapen waarvan het bloed zal stromen, bloed dat getuigt van de ernst van de zonde, een onschuldig lam moet sterven omdat schuldige mensen met God verzoend moeten worden en daar wandelt Jezus, het Lam Gods dat gekomen is om Zijn bloed te geven tot een losprijs voor de zonden van het menselijk geslacht. Al de schaduwen van de tabernakel en tempeldienst wezen heen naar de komende Messias, Die nu de tempel binnenwandelde. Hoe heilig zou toch deze plaats van aanbidding moeten zijn, de plaats die een bedehuis voor alle volkeren genoemd zou worden. Daar zien we de Koning der koningen, het Hosanna heeft geklonken op de straten maar hier in de tempel is alle aandacht gericht op de handel. Harten die vol zouden moeten zijn met heilige aanbidding zijn vol handelsijver en winstbelang.

Dit keer maakt Jezus geen zweep van touwtjes maar vol heilige ijver drijft Hij de kopers en verkopers de tempel uit en opnieuw keert Hij de tafels om, ook de stoelen van hen die de duiven verkochten. Daar klinkt Zijn stem vol Koninklijk gezag: 'Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt.' Jesaja had geprofeteerd: 'Die zal Ik ook brengen tot Mijn heiligen berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken, Jes. 56:7.' Wat een heerlijke beloften, zij die zich zouden voegen tot Jehova, Hem zouden dienen en Zijn sabbatten zouden houden, die zouden in de tempel een plaats van gebed vinden maar zie tot wat het geworden was. Het is zoals God door Jeremia sprak: 'Is dan dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, in uw ogen een spelonk der moordenaren? Ziet, Ik heb het ook gezien, spreekt de HEERE, Jer. 7:11.'

Terwijl de handelaren verdwijnen zien we de blinden en kreupelen tot Jezus komen. Wat een zegen om Jezus niet te zien als een steen des aanstoots maar als de Rots van ons behoud. 'Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden, Lukas 1:53.' Daar zien we de hongerigen, verlegen om Zijn zegen tot Jezus komen en Hij geneest hen allen. Terwijl we dit heerlijke beeld tot ons laten doordringen van de zegenende Jezus, de Vredevorst, Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat wat verloren was, met de wonderlijke genezingen die plaatsvinden en de grote blijdschap die de zieken en hun geliefden vervullen bij het genieten van de bevrijding, horen we kinderen zingen: 'Hosanna den Zone Davids!' Dat wat zij gehoord hadden op de straten zingen zij nu in de tempel. Hoe wordt God hier geëerd uit de mond van deze jonge kinderen. Hosanna, Red ons, verlos ons Zone Davids! Zo zien we de woorden van Haggai in vervulling gaan. 'De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste, zegt de HEERE der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE der heirscharen, Haggai 2:10.'

Toch was niet iedereen blij met wat zij zagen en hoorden. De overpriesters en de Schriftgeleerden, zij die er geen problemen mee hadden dat de godsdienst tot een winstgevende handel was geworden, ergeren zich aan het feit dat Jezus Zijn wonderen verricht en de kinderen Hem eren. Een duivelse haat vervuld hun harten, die ze waarschijnlijk zelf verklaren als een heilige eerbied voor God. Ze kunnen niet aanzien dat de kreupelen genezen worden en de blinden weer zien, ze kunnen niet aanhoren dat deze kinderen Jezus eren als de Zone Davids, nee de blindheid van hun harten verbitterd hen en doet hen Jezus ter verantwoording roepen alsof Hij de boosdoener is die terecht gesteld moet worden. Ze vragen Jezus: 'Hoort Gij wel, wat dezen zeggen?' Maar Jezus antwoord hen: 'Ja, hebt gij nooit gelezen: Uit den mond der jonge kinderen en der zuigelingen hebt Gij U lof toebereid?'Jezus hoorde het wel en moest denken aan het profetische loflied van David dat we vinden in Psalm 8: 'O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! Gij, die Uw majesteit gesteld hebt boven de hemelen. Uit den mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden, vers 2,3.'

Wat een les kunnen wij opnieuw leren van de kinderen. Worden als een kind, eenvoudig vertrouwen als een kind, geloven als een kind en loven en prijzen als een kind, opdat God de lof ontvangt die Hij zo waardig is. De kinderen getuigden in al hun eenvoud en juist die kinderlijke eenvoud is zo onmisbaar in het leven met God. Willen onze Hosanna's niet veranderen in kruisigt Hem, dan zullen wij moeten worden als een kind en blijven vertrouwen als een kind.

Lieve vrienden, Jezus de Koning der koningen, vernederde Zichzelf door op een ezel Jeruzalem binnen te rijden. Hij betrad geen koninklijk paleis en besteeg geen koninklijke troon maar zuiverde het bedehuis, genas de zieken en werd geëerd door de kinderen, terwijl de voorgangers zich openbaarden als vijanden. Aan het kruis daar werd Hij gekroond door hen die niet voor Hem wilde buigen. En dat tot heil voor allen die tot Hem de toevlucht nemen. Aan welke kant staan wij? Aan de kant van de kinderen of aan de kant van de godsdienst met een vorm maar een hart vol haat? Het is mijn gebed dat we allen nu onze knieën buigen voor de gekruiste en opgestane Levensvorst nog even en Hij zal komen om deze aarde net als de tempel te zuiveren, ja dan zullen alle dingen nieuw worden. Hosanna, Gezegend is Hij die komt in de Naam van Jehova

Wilco Vos Veenendaal 28-05-2019