Woorden van Jezus – Wie van deze twee heeft de wil van de Vader gedaan?

06-09-2019

'Maar wat dunkt u? Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard. Doch hij antwoordde en zeide: Ik wil niet; en daarna berouw hebbende, ging hij heen. En gaande tot den tweeden, zeide desgelijks, en deze antwoordde en zeide: Ik ga, heer! en hij ging niet. Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods. Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven, Matth. 21:28-32.'

Terwijl de Heere Jezus de Evangelieboodschap leerde in de tempel, zijn de oversten, met de Schriftgeleerden en de ouderlingen tot Hem gekomen. Ze zijn er op uit om Hem te vangen. Ze bemerken dat de invloed van Jezus groter is dan zij wensen, waarbij komt dat Hij ingaat tegen hun inzichten en blootlegt dat zij geveinsden zijn die de eer van mensen zoeken. Nadat Jezus voor de tweede keer de tempel heeft gereinigd van koophandel en duidelijk maakte dat de tempel tot een rovershol en een plaats van handel geworden was terwijl het een huis van gebed moest zijn, is de maat voor de oversten van het volk vol geworden. Het wordt tijd om Jezus tot zwijgen te brengen. Zij overvallen Hem als het ware midden in Zijn rede met de vraag wie Hem de macht gegeven heeft om de werken die Hij doet te doen. Jezus was er niet op uit om te discussiëren maar stelde hen een wedervraag om hen tot zwijgen te brengen. Als zij zouden antwoorden of de doop van Johannes uit de hemel of uit de mensen was, dan zou Hij zeggen door wat macht Hij deze dingen deed. Zij begrepen dat zij geen kant op konden omdat iedereen Johannes erkende als een profeet, maar dat wilden zij niet toegeven want dan zou Jezus macht ook uit de hemel zijn. Nadat zij zeiden dat zij het niet wisten, gaf Jezus hen ten antwoord dat ook Hij hen niet zou zeggen door wat macht Hij deed wat Hij deed.

Vervolgens zegt Hij: 'Maar wat dunkt u?' waarop Hij hen de gelijkenis van de twee zonen voorstelt. We weten dat de Heere Jezus Zijn discipelen door veel gelijkenissen heeft onderwezen in het Koninkrijk der hemelen. Zo wil Hij ook deze overpriesters, ouderlingen en Schriftgeleerden onderwijzen doormiddel van een gelijkenis waardoor zij een dieper inzicht kunnen krijgen in hun eigen leven. Zij mogen zichzelf de vraag stellen met welke van de twee zonen zij vergeleken kunnen worden. Waarbij wij vandaag meeluisteren en ook onszelf zullen onderzoeken.

'Een mens had twee zonen, en gaande tot den eersten, zeide: Zoon! ga heen, werk heden in mijn wijngaard.' Een mens had twee zonen. We zouden kunnen zeggen dat de Heere Jezus hier de mensheid opdeelt in twee groepen, voorgesteld door twee zonen. Een Vader die alle mensen geschapen heeft en alleen al om die reden ons zonen en dochters kan noemen, Hij zond Zijn Eniggeboren Zoon om afgedwaalde zonen en dochters weer terug te krijgen in Zijn gemeenschap. Maar helaas is het hart van de mensen, zoals blijkt in de wereld, niet vol liefde tot de hemelse Vader maar eerder vol haat en afkeer. De mensen willen niet als kinderen van een hemelse Vader gezien worden, een vader Die hen liefheeft, opvoed, corrigeert en ter verantwoording roept over dat wat gedaan, niet gedaan en gedacht is. Zo blijkt ook uit deze geschiedenis. De zonen krijgen opdracht om in de wijngaard te gaan werken. We zouden dit kunnen plaatsen in de context van de opdracht die Adam, onze voorvader, kreeg om de aarde te bebouwen en te beplanten. We kunnen het nog dichterbij trekken en stellen dat de roep tot ons komt om in de wijngaard van God te werken, door Hem gelovig lief te hebben en de boodschap van redding en genade bekend te maken in heel de wereld.

De eerste zoon blijkt weinig respect te hebben voor zijn vader en antwoord met zijn eigenwijze woorden: 'Ik wil niet.' Zij die kinderen hebben weten hoe pijnlijk het voor het vader en moederhart is als een kind tegenspreekt en niet wil luisteren naar de opdracht die het krijgt. Maar zie, de zoon komt tot inkeer, heeft berouw van zijn eigenwijsheid en gaat toch, om zo gehoorzaam te zijn aan de opdracht van zijn vader. De andere zoon, krijgt dezelfde opdracht, ook hij wordt uitgezonden om in de wijngaard van zijn vader te werken. Hij geeft een heel wat respectvoller antwoord: 'Ik ga, heer!' Hij noemt zijn vader heer, waaruit respect klinkt en onderdanigheid, zijn vader is heer en hij heeft te gehoorzamen. Wat een zegen om kinderen te hebben die zich respectvol voordoen, ik geloof dat we daar vandaag de dag in Nederland in tekortschieten. Maar zie, hoe mooi het antwoord ook klonk, de keuze maakte duidelijk dat het hart niet gehoorzaam is. De zoon gaat namelijk helemaal niet uit in de wijngaard van zijn vader. Hij zij 'ja' maar deed 'nee', terwijl de ander 'nee' zei en 'ja' deed.

Dan vraagt Jezus: 'Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan?' Aandachtig hebben zij geluisterd naar dat wat Jezus hen voorstelde, hun antwoord is snel gegeven: 'De eerste.' Logisch, hoewel de zoon onbeschaamd was in zijn antwoord heeft hij toch gehoorzaamheid in zijn daden laten zien. Dan zegt Jezus: 'Voorwaar, Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods. Want Johannes is tot u gekomen in den weg der gerechtigheid, en gij hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren hebben hem geloofd; doch gij, zulks ziende, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.'

Het klinkt als een donderslag bij heldere hemel, wat een scherpe woorden, hier staan de mannen van naam, mannen die aangesteld zijn om het volk te onderwijzen uit de Schriften en hen voor te gaan in het spoor der gerechtigheid, het zijn de leidslieden van het volk. Maar Jezus zegt hen recht in het gezicht dat de tollenaren en de hoeren hen voor zullen gaan in het Koninkrijk Gods. Hij vergelijkt hen bij de zoon die zei: 'Ik ga heer!' maar toch niet ging. Hun woorden leken hoopvol, het getuigenis klonk goed, ze onderzochten de Schriften en onderwezen het volk in de Thora, maar hun daden waren slecht. Johannes was gekomen en heeft ook hen opgeroepen zich te bekeren maar dat hebben zij niet gewild. Dat terwijl de hoeren en de tollenaren, die lieten blijken niet veel op te hebben met Het Woord van God, berouw hebben getoond op de prediking van Johannes, zich bekeerden en het evangelie gehoorzaam zijn geworden.

Het waren juist deze ogenschijnlijk vrome mannen die zich ergerden aan het feit dat Jezus de tollenaren en de hoeren ontving en met hen at. Zij begrepen het niet, nee hun blinde trotse hoogmoed en eigenliefde konden niet bevatten hoe een Rabbi zich zo kon laten gaan. Dat, omdat zij zelf niet begrepen wat ware gerechtigheid, genade en liefde inhield. Juist daarom had Jezus gezegd: 'Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan, Matth. 5:20.' De maat van hun gerechtigheid is niet genoeg om het Koninkrijk der hemelen in te kunnen gaan, omdat het een valse gerechtigheid is, een gerechtigheid door mensen gemaakt. Net zoals de vijgenboombladeren van Adam en Eva, betekent het niets voor God. Het is een gruwel in Gods oog als wij rusten in eigen werken, inzicht, kennis en een vormendienst die ten diepste vijandig is tegen God en Zijn genade. Zalig daarentegen, hij die zichzelf heeft leren kennen als een tollenaar of een hoer, als een zondaar die met al wat hij of zij heeft, verloren moet gaan als wij ons stellen in het licht van Gods gerechtigheid. Zalig hij en zij die net als de zoon, ja als de hoeren en de tollenaren tot inzicht komen dat de keuze een brutale keuze, een daad van opstandige respectloosheid en zich bekeren tot God de Vader door het geloof in Jezus de Zaligmaker.

Wie we ook zijn, we kunnen ons niet beroepen op afkomst, we kunnen niet pleiten op het feit dat we ons op een bepaalde manier inzetten of geroepen voelen bepaalde zaken te ondernemen. Al zijn we de paus, een priester, een dominee, ouderling, diaken, voorganger, evangelist, onderwijzer, of wat dan ook, de grote vraag is of we net als de eerste zoon tot inkeer zijn gekomen, dat onze keuzes niet goed waren, dat we met de hoeren en de tollenaren van God zijn vervreemd en met al onze daden zeiden dat we geen lust hadden aan een leven in gehoorzaamheid aan Hem. Alleen berouw over onze zonden en bekering tot God, door het geloof in Jezus de Messias, maakt ons onderdanen van het hemelse Koninkrijk. Denk aan een David, wat had hij gezondigd, vol aandacht luisterde hij naar de gelijkenis van Nathan en vol vuur wist hij te oordelen over de zondaar. Wat een ontzetting, toen bleek dat hijzelf die zondaar was. Maar wat een genade heeft God bewezen op zijn gebed om ontferming.

De woorden van Jezus worden zo mooi onderstreept in hoofdstuk 18 van Ezechiël: 'Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden, die hij gedaan heeft, en al Mijn inzettingen onderhoudt, en doet recht en gerechtigheid, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven, Zou Ik enigzins lust hebben aan den dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve? Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid, en onrecht doet, doende naar al de gruwelen, die de goddeloze doet, zou die leven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, zullen niet gedacht worden; in zijn overtreding, waardoor hij overtreden heeft, en in zijn zonde, die hij gezondigd heeft, in die zal hij sterven, Ezech. 18:21-24.'

Hoort u bij de vrome lieden die straks buiten zullen staan als de Koning der koningen komt om te oordelen de levenden en de doden of zult u met de hoeren en de tollenaren die zich hebben bekeerd op de prediking van het Evangelie ingaan in de heerlijkheid die God bereid heeft voor alleen die Hem vrezen? Bekeert u en gelooft het Evangelie, gelooft in Jezus Christus en gij zult zalig worden en zijn. Amen Hallelujah. 

Wilco Vos Veenendaal 17-06-2019