Woorden van Jezus – Ze doen zelf niet wat ze zeggen

25-10-2019

'Toen sprak Jezus tot de scharen en tot Zijn discipelen, Zeggende: De schriftgeleerden en de farizeeën zijn gezeten op den stoel van Mozes; Daarom, al wat zij u zeggen dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet. Want zij binden lasten die zwaar zijn en kwalijk om te dragen, en leggen ze op de schouders der mensen; maar zij willen die met hun vinger niet verroeren. En al hun werken doen zij om van de mensen gezien te worden; want zij maken hun gedenkcedels breed, en maken de zomen van hun klederen groot. En zij beminnen de vooraanzitting in de maaltijden en de voorgestoelten in de synagogen, Ook de begroetingen op de markten, en van de mensen genaamd te worden: Rabbi, rabbi. Doch gij zult niet rabbi genaamd worden; want Eén is uw Meester, namelijk Christus; en gij zijt allen broeders; En zult niemand uw vader noemen op de aarde; want Eén is uw Vader, namelijk Die in de hemelen is. En gij zult niet meesters genoemd worden; want Eén is uw Meester, namelijk Christus. Maar de meeste van u zal uw dienaar zijn. En wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden, Matth. 23:1-12.'

De weerstand die Jezus ontving, was van niemand groter dan van de schriftgeleerden en de farizeeën. Zij die het volk zouden moeten voorgaan in het spoor der gerechtigheid, bleken de grootste vijanden te zijn van de Bron van Gerechtigheid. Jezus, de Zoon van God, gekomen om zondaren te verlossen en zalig te maken, heeft op ernstige wijze gewaarschuwd voor de hypocriete leiders van het volk. Niets is er gevaarlijker voor hen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, dan verstrikt te raken in de greep van de valse voorgangers, die zich voordoen als schapen maar niets anders zijn dan grijpende wolven. Als hulpbehoevenden kijken ze op naar hen, van wie ze denken dat zij het weten en hen het goede voorbeeld voorleven om zo, als argeloze kinderen meegevoerd te worden met hen die hen ontvoeren. Zij zijn als jonge meiden die zich laten inpalmen door de mooie woorden en geschenken van de loverboys, die zich zo mooi voordoen maar niet anders zijn dan schurken in een mooi jasje.

Laten we luisteren naar de waarschuwende woorden van de Heere Jezus: 'De schriftgeleerden en de farizeeën zijn gezeten op den stoel van Mozes.' Deze mannen hadden de bijzonder mooie taak om de wetten van God, door Mozes gegeven, te onderwijzen en recht te spreken bij geschillen en begane overtredingen. 'Daarom,' zo zegt Jezus 'al wat zij u zeggen dat gij houden zult, houdt dat en doet het; maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het, en doen het niet. Jezus roept het volk op om zich te houden aan dat wat in overeenstemming is met de wet van Mozes maar niet het voorbeeld van hun onderwijzers te volgen. Want wat zij zeggen, doen zij zelf niet, nog erger is het feit dat zij de wet van Mozes tot een ondragelijke last hebben gemaakt met hun muggenzifterij en wettische uitleggingen. Ze leggen, om het zo te zeggen, op iedere slak zout, zonder zichzelf druk te maken over hun persoonlijke naleving. Jezus zag hoe de mensen gebukt gingen onder de lasten, die hen, door deze valse mannen, op de schouders waren gebonden, zonder dat zij ze zelf ook maar met één vinger aanraakten. Voor zichzelf keken ze niet zo precies maar met des te meer precisie bekeken zij hun naasten. Als we eerlijk zijn dan herkennen wij deze patronen in ons eigen leven. Hoe minder Gods liefde ons hart vervuld hoe wettischer we kijken naar de mensen om ons heen. Hoe gemakkelijk is het voor hen die de liefde van God missen, te spreken over de levenswandel van de ander. Hoe gemakkelijk verheft het trotse hart zich boven de ander en weet precies de splinter aan te wijzen bij de buurman zonder de balk in eigen oog op te merken. Hoe onmogelijk is het om bij deze mensen in een goed blaadje te komen. Hoe afmattend om te voldoen aan hen die ons leven wettisch bekijken.

Jezus vervolgt: 'En al hun werken doen zij om van de mensen gezien te worden; want zij maken hun gedenkcedels breed, en maken de zomen van hun klederen groot. En zij beminnen de vooraanzitting in de maaltijden en de voorgestoelten in de synagogen, Ook de begroetingen op de markten, en van de mensen genaamd te worden: Rabbi, rabbi.' Heel hun leven was één grote poppenkast. Het gebod om de woorden van God te binden op hand en voorhoofd (Deut. 6:9), namen zij zo letterlijk dat zij dit op een opvallende manier in praktijk brachten, voorbijgaand aan de betekenis om God te dienen met hoofd en handen, ja met geest, ziel en lichaam. De gedenksnoertjes aan de kleding (Num. 15:38) maakten zij zo groot, dat iedereen wel moest zien dat zij het gebod nauwkeurig uitvoerden.

Tijdens de maaltijden, verlangden zij gezien te worden. Vooraan in de synagogen, daar konden de mensen hen bewonderen en op de markten werden zij gestreeld tot in het diepst van hun wezen als de mensen hen groeten of vol bewondering naar hen opkeken of over hen spraken. Hoe groeide hun trots als de mensen hen aanspraken met de eretitel Rabbi, rabbi.

Vrienden, hoe pijnlijk legt Jezus de haper bloot van de leiders van het volk. Zonder omhaal van woorden laat Jezus zien dat de godsdienst in Zijn tijd geworden was tot een vorm zonder inhoud. Voor ons is het gemakkelijk om die woorden te lezen, te onderzoeken en instemmend te knikken terwijl we de schijnheiligheid van de farizeeërs en schriftgeleerden afkeuren. Maar wat nu als we eens inzoomen op onze tijd, wat nu als Jezus vandaag door de straten van onze dorpen en steden zou trekken, onze samenkomsten, kerken en synagogen zou bezoeken? Zou Jezus instemmend knikken als Hij de stroom mensen op de Bijbelbelt naar de kerk zou zien lopen? Zou Hij amen kunnen zeggen op de prediking in de gereformeerde gezindte van vandaag? Zou Hij de dominees de hand schudden en hen bemoedigen om door te gaan met hun onderwijs of zou Hij scherpe woorden spreken die ontnuchterend het wetticisme openbaart? Zou Hij opmerken dat het meer draait om mensen, mensengeboden, ervaringen, leerstellingen, (doop)ledenaantallen, zuiverheid en anders zijn, dan om een levende relatie met God de Vader door het geloof in de Heere Jezus Christus? Zou Hij het goedkeuren dat mensen bezig gehouden worden met woorden en inzettingen, om dienst na dienst, maand na maand, jaar na jaar, dezelfde te blijven met het vooruitzicht dat God misschien eens ingrijpt, waarbij er ernstig gewaarschuwd wordt om toch niet mee te gaan met de Evangelischen die er met een gestolen Jezus vandoor gaan? Wat nu als Jezus dan eens ging kijken bij de Evangelischen, hoe zou Hij daar reageren op de prediking? Zou Hij instemmen met dat wat Hij daar veelal zal horen en zien? Zou Hij begrijpen hoe velen Jezus belijden en niet worden onderwezen dat het leven met Jezus een leven is dat wil leven zoals Jezus heeft geleefd? Zou Hij amen zeggen op een prediking waar de zonden niet worden bestraft? Zou Hij verblijd zijn met de getuigenissen van hen die Jezus belijden terwijl zij de zonden van homofilie uitleven? Zou Hij niet ernstig waarschuwen tegen de levenswandel van vele voorgangers en volgers die totaal niet strookt met de moraal van de Bijbel?

Misschien vraagt iemand zich nu af waar Jezus dan vandaag de dag wel mee zou instemmen? Dat is een goede vraag. Ik wenste dat we met elkaar, of we ons nu scharen onder de gereformeerde gezindte, de Hervormden, de Evangelischen, de Baptisten, de Messiaanse, de Zevende-dags Adventisten of welke gemeenschap dan ook, ons zouden verootmoedigen en ons zouden buigen onder Gods gezag, Hem aanbidden en met elkaar zoeken te leven zoals Jezus heeft geleefd. We moeten elkaar niet veroordelen of naar elkaar wijzen, we zouden met elkaar de knieën moeten buigen en ons schamen voor de puinhoop die wij er van hebben gemaakt. Ik schaam mij ervoor dat ik meegeholpen heb aan het vergroten van de puinhoop en kan niet anders dan schuilen bij God en leven van Zijn genade, ik smeek God of Hij mij steeds opnieuw wil vervullen met liefde tot Hem boven alles, voor mijzelf en voor mijn naasten, van welke kerk of groepering dan ook, om te haten wat Hij haat en lief te hebben wat Hij liefheeft.

Ons mooie pak, vergulde Bijbel, mooie belijdenis en goede daden zijn voor God niets waard zolang we Hem niet liefhebben boven alles, Zijn Naam verheerlijken en onze naasten dienen, gedreven door Zijn liefde. Lieve vrienden, we beleven een moeilijke tijd, aan de ene kant een godsdienst met veel schijnvertoon, van mooie gebouwen en kleding en aan de andere kant een beweging met een evangelie dat totaal ontkracht is van iedere heilige eerbied en een levenswandel dat zich totaal niet onderscheidt van dat van de wereld. En dan nu de vraag of deze conclusie wettisch is opgemaakt door iemand die wel de splinter opmerkt maar niet de balk in eigen oog ziet of dat dit is zoals God het ziet? Laten wij onszelf verootmoedigen, onderzoeken en bekeren opdat God verheerlijkt wordt en wij elkaar dienen door de liefde.

Jezus waarschuwt ons, om onszelf niet te verheffen, geen dominerende titels aan te nemen maar ons te buigen onder God waarbij wij onze Meester, Jezus Christus volgen en elkaar dienen door de liefde. Want 'wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden'. Het is leven of dood, behouden of verloren. De dood en verlorenheid komt voort uit onze keuzes die ingaan tegen Gods wil en Woord, en ons behoudt en leven is alleen te vinden in Jezus Christus, de gekruiste en opgestane Levensvorst. Als wij onszelf in het geloof tot God keren, onszelf overgeven aan Hem en ons door Zijn Woord en Geest laten leiden, dan zal Zijn liefde ons hart vervullen en zullen we als kinderen van God, getuigen dat Gods geboden niet zwaar zijn en dat er niets heerlijkers is dan Hem te volgen al de dagen van ons leven. Vrienden, in de wereld, of in de kerk, de grote vraag voor ons is, of we Jezus liefhebben en lid zijn van de gemeente waarvan Hij het Hoofd is. Laten we met en voor elkaar bidden en onszelf voortdurend blijven reformeren, nog even en de ware gemeente zal ingaan in de volle rust die onze Zaligmaker heeft bereid voor alleen die Hem vrezen. Kom ga met God, verblijdt u in de Heere en laat Zijn kracht de uwe zijn. Amen. 

Wilco Vos Veenendaal 16-09-2019