M26 De strijd om de overwinning

29-06-2012 08:27

“Heeft niet de mens een strijd op de aarde? En zijn zijn dagen niet als de dagen des dagloners? Job.7:1” Hier is Job aan het woord, een man die in Gods ogen, oprecht, vroom en godvrezend was. Nadat hij als een zeer rijk man, door een diepe beproeving, al zijn kinderen, geld en goed is kwijtgeraakt. Komt hij tot de conclusie dat de mens een strijd heeft op de aarde, onze dagen zijn als die van een dagloner, zwaar en moeilijk. Niemand van ons zal ontkennen dat het leven ondanks de vele mooie en gelukkige momenten over het algemeen vergeleken kan worden met een strijd. Neem alleen het beeld van de dagloner, men zwoegt en zweet om wat geld bij elkaar te sparen en bij de meesten is de praktijk dat het geld maar juist voldoende is om rond te kunnen komen. Hoe waar zijn de woorden die God tot ons sprak toen we uit het paradijs zijn verdreven. ‘En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten, zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt, en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens. Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen; en gij zult het kruid des velds eten. In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof en gij zult tot stof wederkeren, Gen. 3:17-19.’ We zien dat onze strijd dus een strijd is die we verdiend hebben. Het is onze eigen keuze geweest om de heerlijke staat van vrijheid in het paradijs in te wisselen voor het strijdperk waarin we nu leven. Er zijn vele strijdtonelen in dit aardse strijdperk, we kunnen denken aan de strijd tegen de zwakten in ons lichaam of de zwakten in ons hoofd. We kunnen denken aan de strijd tegen de vijanden die we om ons heen zien in de oorlogen. We kunnen denken aan de strijd tegen honger en verdriet. Maar in het bijzonder zou ik willen denken aan de geestelijke strijd, een ‘strijd niet tegen vlees en bloed maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht, Ef. 6:12.’ Een strijd waarin we dagelijks hebben te strijden tegen de zwakten van ons eigen ik, de geestelijke strijd tegen de lusten van het vlees. De werkelijke diepten van deze strijd is bekend bij allen die God hebben lief gekregen, zij moeten zo vaak met Paulus zeggen: ‘Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet, Rom. 7:18.’

Als we zo bij deze strijd willen stilstaan, dan vinden we in deze geestelijke strijd veel overeenkomsten met de strijd die gevoerd wordt in een oorlog. In een oorlog hebben we een strijd te voeren tegen de vijand. De vijand is er op uit om ons gevangen te nemen, ons te doden en de macht over ons te hebben. Als de vijand eenmaal gewonnen heeft, dan hebben we niets meer te zeggen. Zoals we net al even zagen, zijn wij in het paradijs gevallen, door te luisteren naar de list van satan. Satan kwam hier niet met geweld maar met listigheid en wij mensen meenden hem te moeten gehoorzamen waarmee wij God tot een leugenaar maakten. Hij had immers verboden te doen dat wat satan ons voorhield. Toen satan tot ons kwam, leek het in het geheel niet op een oorlog die gevoerd werd, toch was het satan in werkelijkheid te doen om de totale vernietiging van de door God geschapen mens. Wij hebben in deze oorlog niet gevochten maar vrijwillig gekozen voor de vijand, we zijn in zijn val gelopen en nu heeft hij de heerschappij over ons gekregen. Wie anders dan onszelf kunnen wij hiervan de schuld geven? We waren gewaarschuwd. Wat een heerlijk wonder van Goddelijke genade dat God ons niet heeft losgelaten. God had ons rechtvaardig, voor eeuwig onder de heerschappij van de satan kunnen laten en ons met hem direct in het helse vuur kunnen werpen. Maar in plaats van dat, komt God direct met de heerlijke belofte van het Zaad dat komen zal, hier wordt de Christus voorzegd, Die komen zou om satans kop te vermorzelen. God zelf heeft een weg uitgedacht om vijanden weer met Hem te verzoenen. In Zijn onbegrijpelijke, ondoorgrondelijke liefde, heeft God Zijn eigen Zoon gezonden naar deze wereld, heeft Hem overgegeven in de handen van moordenaars opdat een ieder die in Hem zou geloven, voor eeuwig met Hem zou leven.( Joh. 3) Satan heeft niet gewonnen, Christus is de overwinnaar!

We zagen dat satan niet kwam als een strijder met veel geweld maar heel listig met vleiende woorden en schone beloften. Nu dit is de oorzaak dat ook vandaag nog zoveel mensen niet inzien dat we gebeten zijn door deze helse slang. Het lijkt allemaal nog zo erg niet te zijn, we weten onszelf aardig op de been te houden en hebben niet in de gaten dat het helse gif door onze aderen kruipt, nog even, onze adem stokt en we zijn niet meer. O, hoe verschrikkelijk ontnuchterend zal dat ogenblik zijn om dan te zullen zien dat ons hele leven niet anders dan schijn is geweest. Wat zal dat zijn, als de wroeging ons zal pijnigen, daar in de hel, in die plaats waar de worm niet sterft en het vuur niet zal worden uitgeblust. Wat een gruwel om te ontdekken dat we speelden met de slang om nu voor eeuwig met hem gefolterd te moeten worden in de helse benauwdheid.

“O God, open toch de ogen van allen die nog blind zijn, laat hen zien in welke rampzalige toestand ze verkeren en open hun ogen voor Uw liefde, openbaar Uzelf voor hen als de rechtvaardige God, die tegelijk barmhartig, genadig en vol van goedertierenheid is. U o God die geen lust heeft in de dood van de goddelozen maar daarin dat zij zich bekeren, verbreek hun harde harten en vul het met Uw liefde, wijs hen de weg tot Uw geliefde Zoon, opdat zij het leven in Hem zullen vinden. Vader, wij hebben gedaan wat kwaad is in Uw ogen, verzoen al onze zonden om Uws Naams wil, Amen.”

Wat een wonder, als wij mogen schuilen bij God, als wij mogen weten dat al onze zonden en schuld is weggedaan omdat Christus in onze plaats wilde staan. Hij hing daar op Golgotha tussen hemel en aarde aan het vervloekte kruishout in mijn plaats. Hij nam vrijwillig mijn plaats in en heeft zo de weg gebaand naar het hemels Vaderhuis met zijn vele woningen. Nog even en ik zal altijd bij Hem zijn, O vrienden is deze Jezus ook uw Jezus, Kom laten we samen Zijn Naam groot maken, wat een wonder van vrije genade om een kind van God te mogen zijn, welk een onuitsprekelijke vreugde. De toorn van God is verzwolgen, de dood kan ons niet meer verschrikken, want Jezus leeft! Vrienden, we hebben, nu we nog leven, te strijden tegen de overheden en de machten in de lucht. Satan weet dat hij ons kwijt is, maar hij stelt alles in het werk om de blijdschap en de vrede uit ons hart te verdrijven. Vandaag probeert hij het met list, morgen met geweld ‘maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem Die ons liefgehad heeft, Rom. 8:37.’ Jezus leeft! Hij is opgestaan, opgevaren en zit aan Vaders rechterhand, waar Hij voor ons bid (Hebr. 7:35). Laten wij dan vrijmoedig tot Hem naderen met al onze zorg, aanvechtingen en verdriet, Hij kent ons met al onze zwakheden. In deze strijd die niet tegen vlees en bloed is, hebben wij geestelijk te strijden. Ons machtigste wapen is wel het gebed. Daar waar wij ons hart openleggen voor Hem die ons heeft liefgehad vinden wij kracht, troost en leven. Daar ervaren we dat het gebed de ademtocht van de ziel is. Een kind van God zonder gebedsleven is als een mens waar van de keel wordt dichtgeknepen, langzaam maar zeker vloeit het leven daaruit weg. Als wij verflauwen in ons gebed, zijn wij niet in staat om staande te blijven tegen de listen van de vijand. Hij weet maar al te goed wanneer hij moet komen. Juist dan als wij zwak zijn, als we moe of moedeloos zijn, zal hij komen met verleidingen. Vrienden als ik dan in eigen kracht probeer staande te blijven, dan val ik. Als ik dan mijn toevlucht mag nemen tot Jezus dan moet satan wel wijken. ‘In ons is geen kracht tegen die grote menigte die tegen ons komt, en wij weten niet wat wij doen zullen, maar onze ogen zijn op U, 2 Kron. 20:12.’ Van Hem is al onze kracht!

In oorlogstijd is er naast de vijand veel pijn, verdrukking, overal loert het gevaar en wat een twijfel kan de harten van de verdrukten kwellen. Wel, in het geestelijke leven is het niet anders. We hebben een strijd op deze aarde. Kom, hef dan het hoofd omhoog en verwacht het alleen van de Heere. Want in al deze pijn en verdrukking zal, juist als we vallen in de zonden, de twijfel ons om het hart slaan. Juist dan zal satan ons influisteren dat we geen heil bij God hebben. Ook dan, ja juist dan, ervaren we de troost van het gebed.

In de strijd is een juiste houding van levensbelang. Van een strijder wordt moed vereist, zonder moed is men gedoemd te sneuvelen. Als de Heere Jezus Zijn discipelen onderwijst, wijst Hij hen op de strijd en de verdrukking maar tegelijk vertroost Hij hen: ‘Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben; maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen, Joh. 16:33.’ De troost voor ons is dat Hij, onze Heiland, de wereld overwonnen heeft. Wij mogen Zijn voetstappen drukken en zullen straks eeuwig met hem triomferen. Welk een zalig vooruitzicht, één blik op die gouden stad met paarlen poorten, ja die stad waar onze Liefste is, geeft kracht en moed om door te gaan.

Als je samen strijd is het van levensbelang dat je elkaar vertrouwd, wantrouwen en achterdocht wordt de ondergang van de strijders. Zo is het ook in het geestelijke, als je mag leven in de wetenschap dat het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon al uw zonden heeft weggewassen dan zal de liefde die God in het hart heeft uitgestort er voor zorgen dat we onze medemensen ook lief hebben en maar één ding voor hen zoeken , dat is hun eeuwige behoud. Belangrijk is het dan, dat we elkaar vertrouwen, altijd de minste zijn en in liefde het goede voor elkaar zoeken. Kortom, zo leven zoals Jezus leefde, Zijn voetstappen drukken en zo Zijn licht verspreiden. Als we zo met elkaar leven dan kunnen we in elkaar hart kijken en samen het goede zoeken voor Gods aangezicht. Hoe kwalijk is het als broeders van het zelfde huis, verdeelt, achterdochtig en kwaadsprekend met elkaar leven. Gods Geest kan daar Zijn werk niet doen en ach, wat een arme bedoening om het dan met een vorm, zonder inhoud te moeten doen. Kom vrienden, belijd je zonden tegenover God en tegenover hen tegen wie je gezondigd hebt en leef in vrede met God en elkaar.

Strijders hebben één doel voor ogen, dat is de overwinning. In de Bijbelse tijd gebruikte Paulus het beeld van een loopbaan, daar werd gestreden om de overwinning, als het ware werd er gegrepen naar de beker, hij die het eerste de loop zou beëindigen, zou de beker in ontvangst nemen. Zo moedigt hij ons aan om te strijden ‘den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen. 1 Tim. 6:12.’ Aan het einde van zijn leven horen we hem zeggen: ‘Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden; Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning liefgehad hebben, 2 Tim. 4:7,8.’ Wij zullen de wereld overwinnen omdat wij geloven in het zaligmakende bloed van de Heere Jezus Christus. ‘Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwint, namelijk ons geloof. Wie is het die de wereld overwint, dan die gelooft dat Jezus is de Zone Gods? 1 Joh. 5:4,5.’

Vrienden, welke strijd strijden wij? Is ons deze geestelijke strijd onbekend? Weet dat het vandaag de dag van genade is, de deur is nog geopend, kom bekeert u tot de levende God en leef, nog even en de deur zal voor eeuwig gesloten zijn. ‘Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen (zeg Ik u) zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen; Namelijk nadat de Heere des huizes zal opgestaan zijn en de deur zal gesloten hebben; en gij zult beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open; en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet vanwaar gij zijt. Luk 13:24,25.’ Strijden wij de geestelijke strijd? Loof God en leun op Zijn belofte: En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.