M37 Een brief aan de gemeente van vandaag

16-09-2016 08:01

‘Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God; Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde, 1 Joh. 4:7,8.’

 

Wat bijzonder als we een brief ontvangen waarin we aangesproken worden als geliefden. Als wij de brieven in het Nieuwe testament lezen dan valt het op hoe vaak de schrijvers hun lezers aanspreken als broeders, kinderen, vaders, geliefde broeders, mijn geliefde en zeer gewenste broeders, heilige broeders en meer zulke liefdevolle aanspraken waaruit wij concluderen dat de schrijvers uitgaan van de eenheid die daar is in Christus Jezus onze Heere. Want wie is er heilig op deze aarde dan alleen zij die in Christus Jezus zijn? Dat is de boodschap die God onze Vader ons heeft geopenbaard in heel het Nieuwe testament. ‘Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing; Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in den Heere, 1 Kor. 1:30,31.’

 

Geliefde broeders en zusters in onze Heere Jezus Christus, tot u schrijf ik deze brief, u die mag geloven dat het bloed van Jezus Christus, de Zoon van God u gereinigd heeft van al uw zonden. U die mag geloven dat Hij uw zaligheid is, uw leven, het doel van uw bestaan. Naar Hem gaat heel uw hart uit en door Hem hebt u een vrijmoedige toegang tot God uw Vader Die in de hemel is. Door de Heilige Geest Die in u woont, roept u het uit: “Abba Vader, lieve Vader.” Wat een vreugde om een kind van God te zijn. Misschien durft u dit niet met zoveel vrijmoedigheid te zeggen maar is er wel een diep verlangen in uw hart om Hem meer te kennen en in vrijmoedigheid te durven zeggen: “Ik geloof en weet dat mijn Verlosser leeft. Ik geloof dat Hij mij verlost heeft van het oordeel en de straf op de zonde, ja dat Hij mij gereinigd heeft, gerechtvaardigd en geheiligd en mij straks zal binnenbrengen in de heerlijkheid die Hij beloofd heeft.” Geliefden, maak dan uw roeping en verkiezing vast, onderzoek biddend het Woord van God en laat de Heilige Geest u leiden op heel uw levensweg, dan zult u nooit meer struikelen zoals het Woord ons leert: ‘Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen. Want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig Koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker, Jezus Christus, 2 Petr. 1:11.’

 

In de achterliggende tijd hebben we stilgestaan bij de zeven brieven gericht aan de zeven gemeenten van klein Azië, het huidige Turkije. We zagen in deze brieven een ernstige boodschap van vermaning, een oproep van terugkeer tot God, een oproep van volharding tot het einde en de troostvolle beloften voor hen die zouden volharden. We zagen hoe de dwalingen de gemeenten binnenslopen, hoe valse profeten de gelegenheid kregen om met hun valse profetieën de kinderen Gods te misleiden. We zagen hoe de afgodendienst de gemeenten binnensloop en hoe eens zo vurige kinderen waren vervallen tot een soort automatisme, waarbij de eerste liefde verlaten was. We sloten af met een lauwe gemeente die als zij zich niet bekeerden, uitgespuugd zou worden. Wat een ernstige boodschap ontvingen deze gemeenten uit de mond van de Heere Jezus Christus. We hebben ook gezien hoe de boodschap, die zolang geleden klonk, ook vandaag de dag nog zeer actueel is. Toch moeten wij, als we eerlijk zijn, bekennen het moeilijk te vinden om een boodschap te ontvangen die ons tot nadenken aanspoort en waarin er soms een vinger op de zere plek gelegd wordt. Ik bemerk door de jaren heen dat velen wel willen horen van liefelijke dingen en van een aansporing om in alles op Christus te zien. Maar als er een woord van vermaning of bestraffing is of een woord dat onze traditie eens kritisch onder de loep neemt, dat velen teleurgesteld of boos worden. Toch moeten wij beseffen dat iedere keer als er een profeet gesproken heeft in het Oude Testament, dit niet in dank werd ontvangen. Wat dat betreft zijn onze harten vaak niet veel beter als dat van het volk Israël zo lang geleden. Hoor maar wat de Heere door de mond van Jesaja gesproken heeft: ‘Want het is een wederspannig volk; het zijn leugenachtige kinderen; kinderen, die des HEEREN wet niet horen willen. Die daar zeggen tot de zieners: Ziet niet; en tot de schouwers: Schouwt ons niet, wat recht is; spreekt tot ons zachte dingen, schouwt ons bedriegerijen. Wijkt af van den weg, maakt u van de baan; laat den Heilige Israëls van ons ophouden! Jes. 30:9-11.’

 

Maar geliefde broeders en zusters in onze Heere Jezus Christus, de Heilige Geest is uw Onderwijzer, het Woord van God is uw enige houvast en dat moet alle leugensprekers de mond snoeren. Wij moeten leren om ons geheel aan de Heere God toe te vertrouwen en Zijn Woord voor waar te houden. Als we dat eerlijk doen, dan moeten we soms concluderen dat we bepaalde gewoonten, tradities en voor ons heilige zaken moeten loslaten omdat zij gewoon tegen het eenvoudige Woord van God ingaan. Nu voelt u misschien al weer een snaartje trillen en denkt u: daar komt het weer, waar zullen we nu weer op veroordeeld worden? Weet dan dat dit gevoel en deze gedachte niet uit God is en wees er van bewust dat dit niet de opzet is van deze schrijver. Nooit heb ik het doel gehad om met één van mijn woorden u te kwetsen, te beledigen of te veroordelen. Nee geliefde broeders en zusters ik heb u lief omdat Gods liefde mijn en uw hart vervuld. Met Paulus wil ik zeggen: ‘Van de broederlijke liefde nu hebt gij niet van node, dat ik u schrijve; want gij zelven zijt van God geleerd om elkander lief te hebben, 1 Thess. 4:9.’ Toch is diezelfde Paulus bepaald niet zachtzinnig in het omgaan met dingen die ingaan tegen het eenvoudige Evangelie. Hij spaart geen enkele broeder die afwijkt van de eenvoud van het Evangelie, maar is dat nu juist niet de liefde? Is liefde niet elkaar voorgaan in het goede en elkaar vermanen als wij afwijken? Welke vriend laat een andere vriend dingen eten die niet goed voor hem zijn? Welke vriend zal zijn vriend niet waarschuwen voor gevaren die op hem loeren? Zo moeten wij ook in liefde elkaar bemoedigen, vermanen, vertroosten en wijzen op onze enige Zaligmaker, Die voor ons de dood is ingegaan. Hij onschuldig, zonder zonde, volmaakt en heilig, droeg vrijwillig onze zonden en heeft Zich laten nagelen aan het vloekhout op Golgotha. O welk een vriend is onze Jezus. Hij stierf en stond op om ons het eeuwige leven te geven. Zouden wij dan niet vrijwillig alles uit handen geven, Hem volgen en waakzaam zijn om af te wijken van Hem Die ons liefheeft?

 

‘Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem, 1 Joh. 4:9.‘ Lieve broeders en zusters, ik heb Hem lief met heel mijn hart, want ik weet dat Hij mij eerst heeft liefgehad, Hij stierf voor mij terwijl ik Hem niet zocht en in vijandschap door mijn zonden Hem aan het kruis heb genageld. O hoe groot is Zijn liefde, wat een genade, wat een Vredevorst is Hij. Tot u allen die Hem liefhebben wil ik zeggen, heb ik u ooit gekwetst, beledigd of veroordeeld; vergeef het mij.

 

Ik geloof dat er niets moelijkers is dan geduld te hebben met elkaar en elkaars gebreken. Als Wij God liefhebben en mogen geloven dat wij in Christus volmaakt heilig en rechtvaardig zijn, dan wil dat niet zeggen dat wij ook direct bevrijd zijn van ons botte karakter, impulsieve spreken, veroordelende blikken of uitingen. Het is niet voor niets dat de brieven in de Bijbel ons steeds oproepen om elkaar lief te hebben, geduld met elkaar te hebben en het goede voor elkaar te zoeken. ‘Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met den woorde, noch met de tong, maar met de daad en waarheid, 1 Joh. 3:18.’ Persoonlijk ben ik gevoelig voor veroordelingen en ik ben de Heere dankbaar dat Hij de wonden uit het verleden meer en meer geneest. Ik merk dat ik soms in een kramp schiet omdat ik bang ben andere mensen te kwetsen of het gevoel van veroordeling te geven, juist omdat ik zelf zo veel veroordeeld ben. Toch geloof en weet ik dat de genade van onze Heere Jezus Christus ons ook hiervan helemaal bevrijdt. In Christus, zijn wij tot vrijheid geroepen en daarin moeten wij leren te staan: ‘Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen, Gal. 5;1.’ Misschien is dit wel een veel moeilijkere opdracht dan wij in eerste instantie denken. Vrijheid is ongebonden en tegelijk met geest, ziel en lichaam verbonden aan God en God alleen. Hem te dienen vanuit een hartstochtelijke liefde is werkelijke vrijheid. Wat maakt het uit wat mensen van ons zeggen of denken, wie zal ons oordelen? Al het oordeel is aan Christus gegeven.

 

Het lijkt mij goed om wat dieper in te gaan op deze Christelijke vrijheid, het gevoel van veroordeling en het leren loslaten van zaken die voor ons belangrijk zijn en toch niet zijn naar de zin en mening van God. Wij moeten met elkaar diep doordrongen zijn van het besef dat wij allen maar ten dele kennen en als wij profeteren dit ook maar ten dele doen. Juist daarom hebben wij elkaar zo nodig. De gemeente van onze Heere Jezus Christus bestaat niet uit één lid maar uit vele leden en zij wordt opgeroepen om door het geloof in Christus geworteld en gegrond te zijn in de liefde, dan zullen wij met al de heiligen ten volle begrijpen de breedte, de lengte, de diepte en de hoogte (Ef. 3:17,18.). Wij moeten juist in geduld met elkaar handelen en wandelen en zodoende zullen wij geschuurd en geschaafd worden naar het beeld van onze Heiland en samen bekennen dat de liefde van Christus al de kennis te boven gaat.

 

Is het probleem van vandaag juist niet dat wij met onze beperkte kennis een denominatie vormen rond een thema? Wat nu als de Geest ons verder leidt en ons inzicht blijkt toch niet goed te zijn? Dan zullen wij kleur moeten bekennen en dat heeft grote gevolgen. Ik geloof dat wij vandaag in navolging van voorgaande generaties niet meer onbevangen durven kijken naar het Woord van God. Maar al te snel denken en zeggen wij, als Gods volk in voorgaande jaren zo gehandeld heeft dan moet het wel goed zitten. Is een kind van God dan onfeilbaar? Nee, zij zijn zwak en net als andere mensen kunnen ook zij verkeerde inzichten hebben en vast willen houden met hand en tand. Helaas heeft het kind van God dat aangesproken wordt op een bepaalde zaak maar al te vaak niet de gesteldheid van de Heere Jezus maar wordt boos en geeft tegengas. Lieve vrienden, ikzelf ben hier o zo vaak schuldig aan geweest.

 

Ik moet denken aan de tijd dat ik nog leefde zonder dat ik persoonlijk geloofde in Gods reddende genade. Mijn vrouw en ik hadden na vier jaar huwelijk niet meer gedacht een kind te krijgen en toen ontvingen wij als een geschenk uit Gods hand onze Jonathan. Met volle overgave hebben wij onze kleine jongen voorin de kerk gebracht en naar de traditie van onze voorouders hem laten dopen. Mijn hart dat persoonlijk worstelde om zalig te worden heeft geschreeuwd tot God; “Heere, hier hebt u mijn kindje, ik kan hem niet opvoeden, wilt U ons helpen en onze lieve jongen zegenen?” Vandaag de dag geloof ik met heel mijn hart, dat de kinderdoop nooit is ingesteld op Gods bevel, niet door de Heere Jezus en niet door één van de apostelen. Er is opdracht gegeven voor maar één doop en dat is die doop waarbij de gelovige, geredde zondaar, ondergaat in het water en weer opstaat als een symbool en getuigenis, in gehoorzaamheid aan Gods grote opdracht, dat hij of zij is gestorven en begraven maar ook is opgestaan in Christus Jezus. Al het andere is, hoe mooi het ook klinkt en hoeveel emoties er ook bij komen kijken, niet gebaseerd op de Bijbel maar op menselijke tradities. Betekent dit dat ik als geloofsdoper u dan veroordeel in uw overtuiging? Nee, geliefde broeders en zusters en allen die deze traditie volgen. Ik bid dat uw ogen geopend worden voor de diepe les en opdracht van het dopen als antwoord op de krachtige werking van Gods Geest in het leven van de geredde zondaar. Ik hoop dat u gaat inzien dat er door de kinderdoop een instituut is gevormd en een valse hoop wordt gewekt buiten de zaligmakende genade van onze Heere Jezus. En ik wil alle kinderen, gedoopt of ongedoopt in liefde wijzen op de Heere Jezus Christus, Die gezegd heeft: ‘Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods, Luk. 18:16.’ Als u nu boos wordt of mij bestempelt als een valse leraar dan is dat aan u en mijn vraag aan u is, onderzoek het eens ernstig in gebed en Bijbellezen zonder de mening van wie dan ook te vragen. Gods Geest zal het u doen zien, maar lieve broeders en zusters, of u nu gelooft of niet gelooft in de enige door God bevolen doop, ik wil samen met u de Heere Jezus grootmaken en samen uitzien naar Zijn spoedige komst.

 

Toen ik als kleine jongen in de kerk zat hoorde ik de tien geboden voorlezen, en dan hoorde ik de volgende woorden: “Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt, Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods, dan zult gij geen werk doen…..” Hoewel de mensen mij probeerde duidelijk te maken dat onze sabbat nu de eerste dag van de week is omdat de Heere Jezus op die dag is opgestaan, gaf dit mij geen vrede. Nergens in de Bijbel lezen we namelijk een opdracht om de door God bij de schepping ingestelde sabbat, die ook in de tien geboden bevolen wordt, te verplaatsen naar een andere dag. Toch trok ik mijn wenkbrauwen op voor mensen die op zaterdag de sabbat onderhielden. Dat moesten wel sektarische mensen zijn. Nu ik weet hoe de vork echt in de steel zit durf ik met alle vrijmoedigheid de sabbat op zaterdag te houden en is de zondag voor mij en mijn gezin, al ruim een jaar, de eerste werkdag van de week. Waarom? Omdat Gods Woord mijn enige kompas is. Nooit kan God mij veroordelen op iets dat is naar zijn Woord, de liefde tot God in mijn hart maakt mij verlangend om deze keuzes te maken, al gaan zij in tegen de mening van familie, vrienden en vele broeders en zusters. Lieve broeders en zusters, veroordeel ik u nu omdat u de zondag voor God apart zet? Of u broeders en zusters die meent dat alle dagen van de week gelijk zijn en er helemaal geen dag geheiligd hoeft te worden? Nee, ik heb u lief en zoek samen met u Gods eer. Tegelijk ben ik mij ervan bewust dat de invloed van Rome vandaag de dag zo groot is in kerkelijk Nederland dat ik bevreesd ben dat velen niet meer zullen opmerken als zij straks haar ware aard gaat openbaren. Laten wij het Woord van God onderzoeken en laat dat Woord ons vrijmaken van verkeerde inzichten en gewoonten. Ik verzeker u dat u in heel het Woord van God nergens de opdracht zult vinden om Zijn gebod aan te passen en de sabbat van zaterdag naar de zondag te verschuiven. Als u de kerkgeschiedenis onderzoekt dan komt u tot de ontdekking dat Rome en haar paus zichzelf ziet als de plaatsvervanger van de Heere Jezus Christus en de macht heeft genomen om tijden en wetten te veranderen (Dan. 7:25, 2Thess. 2:3,4)! Zij is ook diegene die de heiligheid van de sabbat op zaterdag, heeft verschoven naar de zondag en velen heeft gedood die vasthielden aan de opdracht van hun God en Vader. Laten wij waken voor een veroordelende gezindheid waarbij wij lieve broeders en zusters kwetsen en pijn doen. Het oog omhoog en het hart naar boven, het Lam van God komt toe, alle lof, eer en aanbidding en Hem willen wij samen vereren in Woord en daad.

 

Ik weet dat ik nu twee hele moeilijke, gevoelige onderwerpen heb aangesneden en velen zullen hun schouders ophalen en menen dat als er al zoveel kinderen van God hun kinderen hebben gedoopt en de zondag hebben geheiligd, dit wel van God moet zijn. Onderzoek dan alle dingen en heb oog voor de tijd waarin wij leven. De Heere Jezus komt spoedig terug, dan zal Hij Zijn Koninkrijk oprichten en zal de wet weer uitgaan vanuit Sion (Jes. 2:3) en het Woord des HEEREN uit Jeruzalem (Micha 4:2).

 

Vandaag de dag zien we het wondere werk van Gods genade in de harten van Joden en heidenen. Samen zijn zij één in Christus Jezus door het geloof dat Hij voor hen stierf. Is het bestaan van het volk Israël ook vandaag niet voor ons een teken van Gods trouw? Wat Hij gezegd heeft zal Hij doen, Hij is de ‘IK Zal!’ Hij zond Zijn Zoon opdat Jood en heiden leven zouden. Mijn ogen gaan steeds meer open voor Gods grote heilsplan met Israël en de volkeren en dat alles door het kruis dat eens stond opgericht. Ik weet dat op het grote Apostelconvent in Handelingen 15 is besloten dat de heiden zich moet houden aan de volgende vier geboden: Zich onthouden van alles wat door de afgoden besmet is, van hoererij, van het verstikte en van bloed. En tegelijk weet ik dat ik niet mag doden, dat de kinderen hun ouders gehoorzaam moeten zijn en dat ik God moet liefhebben boven alles en mijn naaste als mij zelf. Ik begrijp dat er naast deze vier geboden een veel diepere boodschap schittert in heel Gods Woord. Het is genade alleen en niemand, Jood of heiden kan door het houden van welk gebod dan ooit, zijn of haar zaligheid verdienen. Maar lieve vrienden betekent dat dan dat als we de eerste vijf boeken van het Oude Testament onderzoeken en we ontdekken daar bijzondere principes tot zegen van ons mensen, dat wij die dan niet mogen toepassen?

 

Ik geloof dat Gods wijsheid, liefde en zegenende goedheid schittert in het geven van de spijswetten (Lev. 11). Is het mij dan geoorloofd om uit liefde tot God en mijzelf, een garnaal, stukje paling, of de leverworst langs mij op te laten gaan als ik op een verjaardag zit? Ben ik als gelovige uit de heidenen verplicht om mij niet te houden aan Gods wijsheid principes? Is het verboden om Gods geboden lief te hebben en deze in praktijk te brengen? Lieve vrienden, beleven wij in kerkelijk Nederland niet de omgekeerde wereld? U mag van mij gerust een broodje beenham eten, u mag genieten van de babi pangang maar kijk mij dan alstublieft niet scheef aan als ik uit liefde tot mijn God dit aan mij voorbij laat gaan. Voelt u zich dan veroordeelt door mijn niet eten en mijn liefde tot Gods geboden? Dan is het aan u om daarmee tot de Heere te gaan en te leren wat het zeggen wil om te staan in de vrijheid.

 

Lieve broeders en zusters, Paulus was scherp als het ging om de valse broeders die binnenslopen en mensen onrustig maakte. Hij bestrafte hen die beweerden dat als je Gods geboden niet in acht nam, je niet zalig kon worden of zijn. Alle zaligheid ligt in Christus en ik weet dat ik Gods geboden niet letterlijk kan houden en anderen niet onder een wet moet brengen. Nee, ik geloof met heel mijn hart dat ik in Christus volmaakt ben en dat God liefhebben met heel mijn hart en mijn naasten als mijzelf, de vervulling is van de wet. Juist door die liefde zal ik gebonden aan Zijn Woord, keuzes maken die ingaan tegen de mening van de wereld.  Lieve mensen, laten wij waken dat wij niet als tegenreactie op deze valse broeders, over allergisch worden, tegen een leven dat zich voegt naar Gods wijsheid tot zegen van hen die daarin wandelen.

 

God lief te hebben boven alles…. Lieve vrienden, zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. In Hem geborgen te zijn dat is alles voor tijd en eeuwigheid. Samen met allen die de Heere Jezus liefhebben wil ik schouder aan schouder staan, Hem dienen en leren wat het zeggen wil om zachtmoedig te zijn en nederig van hart. De Heere zegene ons tot glorie van Zijn Naam. Amen.

 

Wilco Vos Veenendaal 12-09-2016