M02 De stilte.

11-01-2013 09:26

‘Het is goed dat men hope en stil zij op het heil des HEEREN, Klaagliederen van Jeremia 3:26.’

 

Waar vinden we anno 2013 nog een plaats van rust? Waar vinden wij persoonlijk en als gezin rust in deze drukke maatschappij? Alles is hectisch, gejaagd, individualistisch en gericht op het hier en nu. Gelukkig zijn er nog plaatsen, het bos, de heide, de zee met het strand waar je even op adem kunt komen. Wie zich laat binden door, techniek, geld en carrière heeft moeite met het omschrijven van het begrip stilte. In deze overdenking willen we stil staan bij drie soorten van stilte.

 

-          Een doodse stilte

-          Een vredige stilte

-          Een pijnlijke stilte

 

Een doodse stilte.

‘Maar die haar wellust volgt, die is levend gestorven, 1 Tim. 5:6.’

Voor het oog kunnen we levendig zijn. We kunnen een vooraanstaande positie in de maatschappij innemen. We kunnen menen al het geluk en de vrijheid van de wereld te bezitten terwijl we in wezen dood zijn. In ons hart is het een doodse stilte. Het ergste van dit alles is dat de meeste mensen dit niet eens merken, laat staan erg vinden. We gaan onze eigen gang en doen dat wat wij willen. ‘Er is een weg die iemand recht schijnt, maar het laatste van dien zijn wegen des doods, Spr. 14:12.’ Als we tot u zeggen dat het niet goed gaat met u als u zo door gaat. Wat doet u dan? Haalt u uw schouders op? Het is de roeping van al Gods kinderen om u te vertellen dat u gered kunt worden uit uw ellendige doodstaat. ‘Red degenen die ter dood gegrepen zijn, want zij wankelen ter doding zo gij u onthoudt, Spr. 24:11.’ Als u zich niet bekeert tot de levende God dan bent u voor eeuwig ten dode opgeschreven. U zult sterven en straks bent u voor eeuwig in de hel. O, hoe verschrikkelijk, lieve vrienden en dat terwijl u de zaligheid wordt aangeboden. Er is redding, er is hoop, er is leven omdat Jezus Christus de Zaligmaker der wereld Zijn leven heeft afgelegd op het kruis van Golgotha. Daar nam Hij onze plaats in opdat wij zouden leven. U hoeft niet verloren te gaan. Er is een God in de hemel, Hij regeert en Hij roept u nu. Meen niet dat u als u geestelijk dood bent geen verantwoording hebt. God de Heere roept u op om u te bekeren. Hij nodigt u om te komen zoals u bent. ‘Komt dan, en laat ons tezamen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol, Jes. 18:1.’ Als u deze oproep hoort en tot Jezus komt dan zult u leven. Want ‘doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven, Joh:5:25b.’ Leven, omdat u gelooft in het dierbaar bloed van het Lam, Dat al uw schuld en zonden op Zich nam. ‘Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven, Joh. 1:12.’ Het gaat niet over uw zonden, niet over uw werken van barmhartigheid of uw goede daden. De vraag is geloofd u dat Jezus voor uw zonden de dood is ingegaan, dat Hij u verlost van schuld en zonden en het eeuwige leven voor u heeft bereid? Dan, ja dan bent u een kind van God. ‘Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus, Gal. 3:26.’ Hoe ernstig is uw situatie als u niet kunt belijden dat Jezus uw Verlosser is. Dan bent u dood in zonden en misdaden en dan wacht u het oordeel der verdoemenis. Vandaag wordt u persoonlijk geroepen om u te bekeren tot de levende God. Hoort Zijn stem en u zult eeuwig leven. ‘Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven, Matth. 8:22.’

 

Een vredige stilte.

‘En u heeft Hij mede levend gemaakt , daar gij dood waart door de misdaden en de zonden, Efe.2:1.’

Wat een heerlijke bevrijdende woorden, u bent levend gemaakt. Wat een strijd kan hieraan vooraf gegaan zijn. Misschien zit u wel in die strijd. U weet niet of het heil wel voor u is. U meent dat u zichzelf eerst moet opknappen en u wacht op het geschikte moment. Misschien wacht u al jaren op het moment dat God u bekeert. Duizenden zijn in deze situatie gestorven en weten nu wat het is om door eigen schuld verloren te gaan. Het was niet God, Die niet wilde, maar het waren zij die niet wilden. Zij werden geroepen, zij hadden het Woord van God maar ach, zij lieten zich verblinden door de listen van satan. Lieve vrienden, God heeft geen lust in uw dood maar Hij wil dat u zich bekeert. ‘Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom, bekeert u en leeft, Ezech. 18:32.’ Hij heeft uw zaligheid op het oog. ‘Welke wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen, 1 Tim. 2:4.’ Daartoe gaf God Zijn Eigen Zoon. Kom sluit uw ogen en ga naar Golgotha, zie hoe Jezus daar stierf, Hij onschuldig opdat u, schuldige zondaar vrijuit kunt gaan. De weg tot de Vader is geopend in het offer van de Heere Jezus Christus. Laat satan u niet langer benauwen. Kom tot Hem en de storm zal bedaren. Als we denken aan Zijn macht, hoe hij de golven en de wind bestrafte zodat het stil werd (Matth. 8:26). Zo is het ook als u komt tot Jezus. O wat een stilte, wat een heerlijke vrede vervult het hart als we daar bij het kruis van Golgotha al onze schuld en zonden verliezen in het bloed van het Lam. Dan kunnen we zeggen dit is het suizen van de zachte stilte (1 Kon. 19:12). Een stilte die met geen pen te beschrijven is, dan worden we opgetrokken in de hemel en mogen we iets proeven van wat het straks zal zijn om voor altijd bij Hem te zijn.

 

Ervaart een ieder dan hetzelfde? We kunnen de wedergeboorte en de weg die ieder persoonlijk mag gaan niet in een vakje plaatsen, we kunnen elkaar de maat niet nemen. En toch. Elk kind van God weet het verschil tussen oorlog en vrede, tussen opstand en overgave, tussen vechten en verliezen. Juist in de overgave ligt de vrede en het suizen van de zachte stilte. Dan is het niet meer ikzelf op de troon maar dan is Christus alles en ons leven is op Hem gericht.

 

Wat een stille onderworpenheid kent het leven met God. Dan zeggen we: ’Immers is mijn ziel stil tot God; van Hem is mijn heil, Ps. 62:2.’ Wat er ook gebeurt, wat God doet is goed. ‘Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren, Ps. 23:2.’ Als ons oog, ons hart en ons gehele leven op Hem gericht is, dan hebben wij vrede in het hart. Deze vrede is niet te beschrijven met woorden, zij die het kennen moeten bekennen dat niets op de gehele wereld met deze vrede vergeleken kan worden. Al het goud en zilver van de wereld verbleekt in het licht van deze zalige zoetheid. Dan zingt ons hart. ‘Mijn Jezus ik hou van U, ik noem U mijn Vriend, want U nam de straf op U, die ik had verdiend.’ Wat een liefde, wat een zoetheid in Christus Jezus onze Heere.

 

Deze vredige stilte en het leven van genade in afhankelijkheid geeft ons kracht. Wat een troost in het Woord van God. Troost in iedere situatie. De pijnen en de tegenslagen in het leven werken ten goede. Het zijn als het ware de tikken met de herdersstok waardoor de herder zijn schapen heel dicht bij zich houd. De dood is overwonnen, het graf is onze rustplaats. Een woning in de hemel is bereid door onze Heere Jezus en straks komt Hij op de wolken om ons te halen. Dan zullen we voor altijd met Hem zijn en Hem kennen zoals Hij is. Wat een toekomst. Wat een uitzicht.

 

Een pijnlijke stilte.

We hebben nu een dodelijke en een vredige stilte overdacht. Nu willen we stilstaan bij een pijnlijke stilte. Deze stilte kennen alleen zij die weten wat vrede is. Zij die gedronken hebben uit de heilsfontein. Zij die de liefde van God in het hart hebben en verlangend uitzien naar de komst van hun Verlosser en Zaligmaker. Wat een pijn als het stil wordt in het hart zodat we met David uit moeten roepen: ‘Mijn God, ik roep des daags, maar Gij antwoordt niet; en des nachts, en ik heb geen stilte, Ps. 22:2.’ Dan is de stilte geen vredige stilte meer, dan missen we het suizen van een zachte stilte. Dan is het alsof God ons niet meer kent en alsof we Zijn liefde kwijt zijn. En dan staan we bloot voor de aanvallen van de duivel. Hij kent onze zwakste plekken en weet hoe hij ons moet verleiden. Wat hebben we het dan nodig om te schuilen bij God. ‘Bewaar mij als het zwart des oogappels, verberg mij onder de schaduw Uwer vleugelen, Ps. 17:8.’ En toch hoe vaak is het niet zo, dat we het juist op die momenten dat we God het hardst nodig hebben, het zonder Hem doen. Wat een pijnlijke zaak als de zoete omgang is verwisseld voor lauwheid en eigen inzicht.

 

Hoe is het mogelijk dat we de vredige stilte als kind van God moeten missen? Omdat we niet gehoorzaam zijn aan het Woord van God.

 

‘Verblijdt u allen tijd.
Bidt zonder ophouden.
Dankt God in alles; want dit is de wil Gods in Christus Jezus over u.
Blust den Geest niet uit;
Veracht de profetieën niet;
Beproeft alle dingen; behoudt het goede.
Onthoudt u van allen schijn des kwaads. 1 Thess. 5:16-22.’

 

Verblijdt u allen tijd, wat een rede tot blijdschap hebben wij als kinderen van God. Als wij weten dat we een geredde zondaar zijn en dat alles in ons leven ten goede meewerkt, wat hebben we dan reden tot klagen? Zelfs in de verdrukkingen zouden onze lippen God moeten prijzen. Wie kan ontkennen dat het juist de verdrukkingen zijn die ons de liefde van God doen ervaren.

 

Bidt zonder ophouden, in het bidden geven we uiting aan onze afhankelijkheid. We bidden om wijsheid, licht en kracht. We bidden om standvastigheid in alles wat tegen ons komt. We bidden om de verheerlijking van Gods Naam. We bidden verlangend naar de komst van Zijn Koninkrijk. We bidden dat we onderworpen mogen zijn aan Gods wil. We bidden of God ons de verzoeking wil besparen, om verlossing van de boze duivel en zijn leger. We bidden voor broeders en zusters in de verdrukking, we bidden voor familie, vrienden en buren voor gezondheid maar vooral smeken we om hun zielsbehoud. Als wij verslappen in het bidden dan staan we gereed om te vallen.

 

Dankt God in alles; want dit is de wil Gods in Christus Jezus over u. In ons danken verheerlijken we God en prijzen Zijn Naam. We uiten onze dankbaarheid over alles wat Hij ons schenkt. In het danken erkennen we Gods gave en laten wij merken dat we dankbaar zijn. Een gelovig bidden kan niet zonde danken. Het bidden en het danken is zuurstof voor ons geestelijk leven.

 

Blust den Geest niet uit, De Heilige Geest is ons in de wedergeboorte geschonken. Wat een zalige toestand om ons te laten leiden door de werking van de Heilige Geest. Het Woord van God te lezen met verlichte ogen omdat de Heilige Geest ons leert wat er geschreven staat. Te bidden terwijl de Geest ons de woorden geeft. Te spreken de woorden Gods, niet door eigen kracht of inzicht maar door de werking van de Heilige Geest. Hij is de Trooster die ons hart opheft en ons de zaligheid in Christus doet beleven. Wat een verdriet als wij de Heilige Geest bedroeven, als wij de Heilige Geest uitblussen zoals men vuur blust. Het water van de zonde, de begeerlijkheden van deze tijd of de zorgen die ons overvallen. Als wij ons laten leiden door eigen inzichten, impulsen en begeerten dan kan het niet anders of we blussen de Geest uit.  Het leven van Gods kind wordt dan een schraal leven, een leven wat zich staande houd met bevindingen uit het verleden. Men leeft voort in de wetenschap een geredde zondaar te zijn maar het leven is ver bij de bron van Zaligheid vandaan. Is juist dit niet de reden van alle verdeeldheid die we zo pijnlijk moeten ondervinden. Een ieder leeft naar eigen inzicht en meent het bij het rechte eind te hebben. De Geest van liefde zoals we die vinden in 1 Korinthe 13 is vaak ver te zoeken.

 

Veracht de profetieën niet, het Woord Gods is ons gegeven opdat wij het onderzoeken, het koesteren en er naar leven. Wat heerlijk om te zien dat er zoveel profetieën in vervulling zijn gegaan en te geloven in de vervulling van de profetieën die nog niet vervuld zijn. We zien de Grootheid en de Waarheid van God in Zijn Woord juist ook in de profetieën. God heeft in Zijn wijsheid mannen met gave bedeeld die de profetieën kunnen verklaren door de werking van de Heilige Geest. We worden opgeroepen om te luisteren en te toetsen aan het Woord van God.

 

Beproeft alle dingen; behoudt het goede, de profetieën en alles wat we te horen krijgen uit de monden van de leraars hebben we te onderzoeken. ‘Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld,       1 Joh. 4:1.’ Het gaat om de eer van God en de zaligheid van de zielen van ons en onze naasten.

 

Onthoudt u van allen schijn des kwaads, niet het kwaad moeten we volgen maar het goede. We moeten niet de schijn willen wekken ons bezig te houden met kwade dingen, laat staan dit werkelijk te doen. ‘Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat wél luidt, zo er enige deugd is en zo er enige lof is, bedenkt datzelve, Fill. 4:8.’

 

Wat korte aanhalingen uit de Schrift die ons gegeven worden tot onderwijs. De Heere Jezus heeft ons geen zware wetten voorgeschreven. Hij beveelt ons om dicht bij Hem te leven. ‘Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden, Joh. 15:7.’ In Hem ontvangen wij de kracht om staande te blijven in de verleidingen van de wereld en de aanvallen van de satan. Zonder Hem kunnen we niets doen, wat een genade om dit te geloven en daarnaar te leven. Wat een troostrijke woorden die we vinden in de profetie van Jeremia en in de brief aan de Hebreeën: ‘Want dit is het verbond dat Ik met het huis Israëls maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. Hebr. 8:10.’ We leven niet meer onder het oude verbond maar onder het nieuwe. Als wij komen tot Jezus de Zaligmaker der wereld en we vinden rust in Zijn volbrachte werk dan wordt Gods wet in ons verstand gegeven en in het hart geschreven. ‘Als die openbaar zijt geworden, dat gij een brief van Christus zijt, en door onzen dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door den Geest des levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten, 2 Kor. 3:3.’ Het nieuwe leven is gericht op Jezus die voor ons de dood is ingegaan, is opgestaan en nu zit aan de rechterhand Gods. Hij is onze Hogepriester en bidt voor ons. Wat een troost, wat een stille vreugde om te leven in die wetenschap, in dat vertrouwen en in het vaste geloof. Te mogen weten dat God niet meer op ons toornt. ‘Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken, Hebr. 8:12.’ Als ons leven gericht is op de Heere Jezus en we leven in stille afhankelijkheid van Gods genade dan zullen we de hemelse vrede in ons hart steeds meer ervaren. Niet gericht op wetten en inzettingen maar op Jezus ons leven en onze vreugde.

 

Zo hebben we gezien dat als we de zoete vredige stilte zo pijnlijk moeten missen dat dit komt doordat we van God zijn afgedwaald. Tegelijk is het waar dat het leven tijden van beproeving kent waarin het lijkt of God niet voor ons is maar tegen ons. Dit is om ons te beproeven zoals Abraham’s geloof werd beproefd toen hij zijn enige zoon Izaäk moest offeren. Was God daar tegen Abraham? Nee, de God van Abraham Izak en Jacob is nog dezelfde, wat Hij doet is goed. Ons verstand en begrip is te klein om Gods wegen te kunnen verklaren. Daartoe worden we ook niet geroepen, we mogen zo klein als we zijn, Hem volgen waar Hij ook heen gaat, in het vaste vertrouwen dat Zijn wegen altijd de beste wegen zijn.

 

Kom vrienden, wie u ook bent, er is hoop! Kent u nog niets van die zoete vrede? Kom dan tot Jezus, Hij zal u redden. Moet u de stille vrede missen, sta op belijd uw zonden en zoek de gemeenschap met Hem die u liefgehad heeft en nooit laat varen het werk dat Zijn hand begon. Leeft u in de zoete omgang met uw verlosser en Zaligmaker? Wat een vreugde, wat een genade. Kom, maak God groot en laat uw licht schijnen tot verheerlijking van Zijn lieve Naam.

 

Houd ons gemoed voor U bereid,

Opdat het blij Uw komst verbeid',

Daar 't in een stil vertrouwen leeft,

Dat Gij ons onze schuld vergeeft.

Wilco Vos Veenendaal 10-01-2013