M04 Het gesprek vervolgd (Tom en Peter deel 2)

29-01-2016 09:13

‘En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid, 1 Tim. 3:16.’

 

De vorige keer hebben wij het gesprek gevolgd dat ontstond tussen de gelovige Peter en de ongelovige Tom. Peter levend uit en door genade en staande in het geloof, begon een gesprek met Tom, die wel is opgevoed met de Bijbel maar verward in zijn denken, niet kon geloven. Tom meende in al zijn oprechtheid dat als het aan hem zou liggen hij wel zalig zou worden, maar het was voor hem de grote vraag of de Heere hem wel genadig wilde zijn en de verkiezing ook hem zou binnen sluiten. Peter en Tom hebben de Bijbel geopend en al biddend en lezend kwam Tom tot het inzicht dat het niet Gods verkiezing is die hem buitensloot maar zijn zonden en ongeloof. Het Woord ging open, het ging leven en het hart van Tom werd vervuld met vreugde. Hij zag als het ware de Zoon van God voor ogen geschilderd en kon niet anders dan geloven dat de zaligheid ook voor hem was. Tijdens het afscheid vroeg Tom of Peter voor hem wilde bidden of zijn kleine geloof niet zou verstikt worden door twijfel en ongeloof.

 

Het is avond, Peter zit in de kamer en is in gedachten verzonken, zich verwonderend over Gods genade, die ook vandaag zondaren trekt uit de duisternis en hen overzet in het Koninkrijk van Zijn geliefde Zoon (Kol. 1:13). Wat een blijdschap kan er in Peters hart zijn als hij denkt aan de liefde van God de Vader, Die verloren zonen en dochters tot Zich trekt. Als hij bedenkt hoe de Heere Jezus Zijn leven heeft afgelegd om hen het eeuwige leven te geven. Tegelijk kan er dan ook een verdriet ontstaan in zijn hart als hij denkt aan de verdeeldheid die hij om zich heen ziet. Strijd om allerlei zogenaamde waarheden waarbij het zicht op de Weg, de Waarheid en het Leven zoekraakt en waardoor er zo’n duisternis over kerkelijk Nederland is gekomen. Wat is het verdrietig als theologie belangrijker is geworden dan het leven met de Heere. Hoe verdrietig ook dat gelovigen, die het leven hebben gevonden in de zoendood van hun Heiland, zo vaak strijd ervaren. Juist onder hen die ook de Bijbel kennen maar voor wie het nog een gesloten boek is gebleven. Zo al denkend, moet Peter aan Tom denken, hoe zou het met hem zijn? Hoe heerlijk was het laatst om te zien hoe de Heilige Geest het hart van Tom verbrak en hoe de liefde van de Heere God zijn hart vervulde. Wat zal er een strijd op hem zijn afgekomen in deze achterliggende tijd. Hij vroeg nog om gebed of zijn kleine geloof niet zou verstikken in de strijd en het ongeloof weer de overhand zou krijgen. “Ach Heere, gedenk mijn jonge broeder in het geloof, sterk hem en houdt hem dicht bij U, vermeerder zijn geloof opdat zijn leven Uw grote Naam verheerlijkt.” Altijd weer is Peter verwonderd over de liefde die hij in zijn hart voelt als hij denkt aan broeders en zusters in het geloof. Al zijn ze nog zover weg, er is een bovennatuurlijke band, een band die bloed gekost heeft, het bloed van onze geliefde Zaligmaker.

 

Ineens schrikt Peter op bij het horen van voetstappen en het rinkelen van de bel. Hij loopt naar de deur en als hij deze opent staat daar Tom. Peter opent zijn armen en drukt Tom tegen zich aan; “geliefde broeder in de Heere, wat een blijde verassing, kom verder.” Tom glimlacht bedrukt en zegt: “Nou nou Peter, je bent nogal vrijmoedig, je lijkt meer geloof te hebben dan ik.” “Hoe dat zo Tom? Je weet toch dat het bloed van Jezus Christus, de Zoon van God ons reinigt van alle zonden en dat allen die daarin rusten, broeders en zusters in de Heere Jezus Christus worden genoemd. Dat is niet zomaar een loze term maar op grond van de aanneming door God de Vader tot Zijn kinderen (Rom. 8:15). Zo is het eigenlijk één grote familie geworden. Ook wel het lichaam van Christus genoemd, waarvan Hijzelf het hoofd is (Ef.5, 1 Kor. 12). Het is Zijn gemeente bestaande uit leden die gekocht en betaald zijn met het bloed van Gods Zoon. Is er een grotere vreugde denkbaar dan te mogen geloven een kind van God te zijn?” “Ja dat is het nu juist Peter, alles wat je zegt is de volle waarheid maar ik ben steeds zo bang dat ik mijzelf bedrieg. De laatste keer dat we elkaar spraken, was mijn hart zo verblijd, ik kon niet anders dan geloven. Het Woord ging voor mij open en ik zag hoe ik met al mijn zonden de oorzaak ben geweest van al dat smartelijke lijden wat de Heere Jezus heeft moeten doorstaan. Ik zag dat het mijn zonden waren die Hem daar aan het kruis deed hangen. Ik hoorde als het ware hoe Hij bad: “Vader vergeef het hem want hij weet niet wat hij doet.” Het sterven van Christus werd voor mij persoonlijk. Ja, Peter, ik mocht geloven dat Hij dat deed voor mij. Toen ik naar huis liep zong ik op straat:

 

Wat zal ik, met Gods gunsten overlaân,

Dien trouwen HEER voor Zijn genâ vergelden?

'k Zal bij den kelk des heils Zijn naam vermelden,

En roepen Hem met blijd' erkent'nis aan.

 

Het was vrede in mijn hart, er was vrede op straat, heel de schepping leek verheugd te zijn. Thuisgekomen opende ik het Woord van de Heere en alles wat ik las was zoet als honing, ik heb het Woord gekust en aan mijn hart gedrukt. ’s Morgens stond ik op en ook toen was alles zo vredig. Voor het eerst heb ik de Heere met heel mijn hart gedankt voor de dag die voor mij lag. Ik verlangde om met anderen te spreken over Gods oneindige genade, over zoveel goedheid tegenover zoveel ontrouw, zonde en ongeloof. Maar ach had ik er maar nooit over gesproken. Peter, ik ben zo ellendig, zo alleen, niemand lijkt mij te begrijpen. Mijn eigen familie trekt het werk van de Heere in twijfel, in plaats van blij te zijn, maken zij zich zorgen. De één zegt; “Joh Tom, dat gaat zomaar niet, laat het eerst nog maar eens overzomeren en overwinteren.” Een ander zegt; “Ja Tom, dat is nu echt van deze tijd, ze springen overal overheen, ze grijpen maar naar Jezus en je hoort niet van ellende, verlossing en dankbaarheid. Pas op jongen, je bedriegt jezelf voor de eeuwigheid.” En weet je Peter ik ontmoette op straat een oude ouderling, ik dacht die zal mij vast begrijpen en mij misschien weer kunnen bemoedigen vanuit het Woord. Ik vertelde hoe mijn ogen geopend waren voor Gods liefde en hoe ik na lange tijd verstrikt te zijn geweest in de uitverkiezing, nu mocht geloven dat het bloed van de Heere Jezus ook mij gereinigd had van alle zonden. En weet je wat hij zei? “Vraag maar veel om ontdekkend licht jongen.” En zo vervolgde hij zijn weg. Peter, nu weet ik het allemaal niet meer, ik ben zo bang dat ik mijzelf bedrieg en mijzelf maar wat heb aan laten praten. Misschien is het alles niet meer geweest dan het zaad dat op steenachtige plaatsen gezaaid was, waarvan de Heere Jezus vertelde in de gelijkenis, het kwam wel op maar het had geen diepe wortels en is weer verdord (Matth. 13:5). Peter, ik ben zo in strijd, aan de ene kant durf ik niet te zeggen dat ik de Heere Jezus niet liefheb en aan de andere kant ben ik zo bang voor bedrog.”

 

“Tom, welkom in de strijd jongen. De boze zit niet stil, vanbuiten strijd en vanbinnen de binnenpraters. Kom ga zitten, we zullen kort bidden en dan zullen we het Woord van de Heere openen: “Heere, dank u wel voor deze ontmoeting, dank u wel voor de strijd die er is ontstaan in het leven van Tom, dank U dat U de Overwinnaar bent over de satan, de dood en de hel. Open vanavond Uw Woord, leid ons door uw Geest. Doe verzoening over onze zonden en bevrijd Tom van het ongeloof. Amen.” “Wat kan het tekeer gaan in het leven van een gelovige. Toen je zo sprak Tom, moest ik denken aan de golven van de zee. Wil je de eerste 6 verzen van Jakobus 1 eens voorlezen?” “Dat is goed Peter, ik hoop zo dat ook vanavond het licht van de Heere doorbreekt in de duisternis van mijn hart. Ik begin bij vers 1 ’Jakobus, een dienstknecht van God en van den Heere Jezus Christus; aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn: zaligheid. Acht het voor grote vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt; Wetende, dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid werkt. Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk, opdat gij moogt volmaakt zijn en geheel oprecht, in geen ding gebrekkelijk. En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is een baar der zee gelijk, die van den wind gedreven en op geworpen en nedergeworpen wordt.’” “Dank je Tom, zie je, zonder strijd, geen overwinning. Ja al deze beproevingen moeten ons vreugde geven omdat het tot zegen is in de weg van heiligmaking. Als het ons aan wijsheid ontbreekt moeten we niet bij mensen schuilen maar de toevlucht nemen tot de Heere God. Hij stuurt nooit weg maar geeft overvloedig. Pas op voor ongeloof en twijfel want dan zul je als een golf van de zee op en neer geslingerd worden.” “Ja Peter, dat herken ik wel, vroeger zeiden ze weleens: ‘Zo genoten en zo weer toegesloten’ of; ‘zo in de wolken en zo in de kolken’. Daar heb ik nu iets van meegemaakt.” “Ja, Tom, zie je dat die taal opzichzelf geen vreemde taal is voor een gelovige, maar pas op. Het is niet gezond om in deze weg voort te gaan, het is een gebrek aan vertrouwen, het is een te klein denken van God en Zijn genade. Het gevaar voor iedere gelovige is dat hij of zij zich gaat richten op zichzelf, het leven is immers buiten ons in de Heere Jezus Christus alleen? De duivel doet er alles aan om het oog van de gelovige te verblinden voor Gods genade, terwijl hij de zonde uitvergroot en de gelovige influistert; ‘je hebt geen heil bij God.’ Als we dan niet vluchten naar de Bron van het leven maar onze houvast zoeken in onszelf, onze ervaringen of de woorden van anderen, dan zullen we steeds dieper verzinken in de strik van ongeloof, twijfel en verloochening van onze Heere Jezus Christus en Zijn zaligmakende genade. De Heere Jezus Zelf geeft onderwijs aan hen die net tot geloof zijn gekomen: ‘Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken, Joh. 8:31,32.’ Tom, geen enkel mens, geen theologie of leerstuk zal je ooit vrij kunnen maken, nee het is het Woord van God, de Heere Jezus Zelf, Die je vrijmaakt. Het is van levensbelang om naar Zijn stem te luisteren, Die te gehoorzamen en in Zijn kracht te gaan. Zijn Woord is scherp, raakt gevoelige plaatsen en is tegelijk vol liefde. Velen die Zijn woorden hebben aangehoord en aanvankelijk in Hem geloofden, zijn van Hem afgekeerd. Tom, als Jezus dan nu vanavond aan jou vraagt: Wil jij ook niet weggaan? Wat zou je dan antwoorden?” “O Peter, hoe zou ik ooit nog bij Hem weg kunnen gaan, Hij heeft mijn leven vervuld met Zijn liefde, ik heb mogen geloven dat Hij voor mij is gestorven, ik kan niet bij Hem weg, ik wil niet bij Hem weg, nee als ik Hem niet heb dan heb ik niets.” “Tom, Petrus zei dit: ‘Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens, Joh. 6:68.’ Toch weten we dat ook Petrus, die met Jezus wilde sterven, Hem later heeft verloochend, maar we weten ook hoe de liefde van God hem weer opzocht. Zie je hoe het leven begint met genade, bestaat met genade en voortgaat met genade?

 

“Kom, broeder, je mocht het leven vinden in de Heere Jezus Christus, richt dan nu je oog op Hem en weet dat: ‘Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn, Joh. 8:36.’ Hij heeft geroepen allen die vermoeid en belast zijn opdat zij tot Hem zouden komen en Zijn zegen, Zijn genade, ja de vergeving van zonden en de eeuwige rust zouden ontvangen. Hoor naar Zijn stem: ‘Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijkerwijs de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, zo zij niet in den wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft. Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen, Joh. 15:4,5.’ Ga voort in Zijn kracht, luister niet naar de boze en naar al dat ongelovige menselijke gepraat, maar richt je op het eenvoudige Woord van God en laat je door Zijn Geest leiden, want; ‘Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden, Matth. 24:13.’ Wee hen die deze kleingelovigen onrustig maken, wee hen die eenvoudige zielen misleiden met hun leerstukken en leugenachtige verdraaiingen van het Woord van onze God. Want, wie met de Heere twisten die zullen verpletterd worden (1 Sam. 2;10). De Apostelen riepen op tot een leven in gelovige gehoorzaamheid, zij bemoedigden broeders en zusters om voort te gaan en te blijven bij Gods genade. Lees maar in Handelingen: ‘En als de synagoge gescheiden was, volgden velen van de Joden en van de godsdienstige Jodengenoten Paulus en Barnabas; welke tot hen spraken, en hen vermaanden te blijven bij de genade Gods, Hand. 13:43.’ Tom, wij moeten elkaar bemoedigen, vertroosten en versterken, door elkaar te wijzen op de zaligheid in Christus. In Zijn kracht alleen kunnen wij ons afscheiden van de wereld, de zonde overwinnen en een leven leven dat roemt in Zijn genade. Dan alleen kunnen wij staan in de verdrukkingen, die ons overkomen. Dat is wat de apostelen begrepen. Zie maar in Handelingen 14:22: ‘Versterkende de zielen der discipelen, en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.’ Kom, broeder bedenk dat; ‘Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus, Rom. 5:1.’ En ‘Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest, Rom. 8:1.’ Ja, ‘Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt, Gal. 3:13.’ Tom, zouden wij in iets anders roemen dan in God en Zijn genade? Zouden wij nog langer luisteren naar de leugens van de boze?  ‘Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing, 1 Cor. 1:30.’ Zoek dan niet langer naar wijsheid, naar rechtvaardigheid, naar heiligmaking of verlossing buiten Jezus Christus, voor ons gekruisigd. ‘Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld; Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus; Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken. Spreek dit, en vermaan, en bestraf met allen ernst. Dat niemand u verachte, Tit. 2:11-15.” “Peter, bedankt broeder, ik ben stil en beschaamd. Wat is het Woord toch rijk en wat ben ik zwak.” “Ja broeder, zo mag je leren dat Zijn kracht in jouw zwakheid volbracht wordt.” “Het wordt tijd om naar huis te gaan, ik hoop dat we elkaar spoedig weer spreken.” ”Ja veel zegen en wijsheid Tom.” “Bedankt Peter, jij ook, gegroet.”     

 

 Wilco Vos Veenendaal 25-01-2016