M06 Getrouw

10-02-2017 09:32

‘Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heeren, Matth. 25:21.’

 

Gertrouw is hij of zij, die betrouwbaar is, door trouw te zijn in woord en daad. “Wel gij goede en getrouw dienstknecht”, is dan ook een lofprijzing gericht aan hen die als betrouwbare dienstknechten trouw hebben gehandeld met dat wat hen was toevertrouwt.  We weten uit de gelijkenis van de heer die op reis ging dat hij zijn dienstknechten zijn goederen toevertrouwde. Hij vertrouwde de één, vijf talenten, de ander twee en de laatste één talent toe en ging op reis.

 

Dit eenvoudige beeld van de man die op reis ging moeten we overzetten op Hem die nadat Hij de schuld betaalde en de dood overwon, door op te staan uit het graf, Zijn gemeente gave heeft gegeven om in te zetten totdat Hij komt. We mogen het ook wat breder trekken door het beeld toe te passen op alle mensen. Allen hebben wij gaven ontvangen om in te zetten in dit leven tot glorie van God en opbouw van elkaar. Wij hebben ogen, oren, een mond, handen, voeten, en verstand gekregen om te gebruiken naar ons vermogen. De vraag is niet hoe goed wij zijn en wat wij allemaal doen, de vraag is: Zetten wij ons in met hart en ziel en zoeken wij het goede te doen tot eer van God en ten goede van onze naasten? We weten dat hij die de vijf talenten had ontvangen, is heengegaan en er mee is gaan handelen, zo ook hij die er twee had ontvangen. Beiden hebben gedaan wat zij konden en verdubbelden het hun toevertrouwde vermogen. U mag uzelf de vraag stellen of ook u doet wat u kunt? Misschien denkt u wel eens; ‘Wat beteken ik eigenlijk in deze maatschappij’ of; ‘Wat beteken ik voor de Heere God? Wat doe ik met mijn talenten?’ Pas op dat uzelf niet gaat meten aan de daden van een ander. De één kan misschien goed spreken, de ander kan goed schrijven, weer een ander kan goed zingen, moet hij die spreekt zich meten aan hem die zingt? Moeten wij elkaar de maat nemen of mogen wij dit eenvoudig bij de Heere God laten? Hij is degene die de kraai laat krassen en de merel laat fluiten. Als de kraai de merel na wil doen, dan gaat hij voorbij aan het doel waartoe God hem geschapen heeft. Hoe komt de schoolmeester met zijn auto op school zonder een automonteur en hoe is de automonteur, monteur geworden zonde meester? Hebben wij elkaar niet nodig? Is zij die de zieke een beker koud water geeft minder dan zij die de wonden verzorgt? “Wel gij goede en getrouwe dienstknecht”, dat is de loftuiting die wij allemaal willen horen. De vraag is of wij deze ook verdienen. Ik denk aan Jozef, zijn vader zond hem uit om zijn broers te gaan bezoeken, in getrouwheid ging hij trouw op weg, “wel gij goede en getrouwe dienstknecht”. Zijn broers grepen hem vast, wierpen hem in de kuil en verkochten hem aan de handelaren. Jozef komt bij Potifar, de hoveling van Farao om daar als dienstknecht te dienen. “Wel gij goede en getrouwe dienstknecht”, wat was hij trouw in alles wat Potifar hem opdroeg, het huis van Potifar werd gezegend omwille van Jozef. Dan wordt hij gegrepen door de overspelige vrouw van Potifar, wat wilde ze graag de zonde bedrijven met deze trouwe dienstknecht, maar hoe schittert hier de trouw aan God als Jozef spreekt: “Zou ik zo’n groot kwaad doen en zondigen tegen God?” Vals beschuldigd beland hij in de gevangenis en ook daar schittert hij als trouwe dienstknecht, uiteindelijk wordt hij verheven tot onderkoning van Egypte om een heel volk in het leven te behouden. Vrienden, Jozef was trouw aan God en aan hen die over hem gezet waren, waar en hoe de omstandigheden ook waren. Hij keek niet naar anderen maar zag op naar boven en deed wat zijn hand vond om te doen.

 

Als wij spreken over getrouw zijn, dan mogen wij onszelf wel eerst de vraag stellen aan wie wij getrouw zijn? Als God de Schepper van hemel en aarde ons geplaatst heeft op deze aarde om haar te bewerken, te beplanten, vruchtbaar te zijn en Hem te dienen met heel ons hart, heel onze ziel en alle krachten dan is de vraag of wij daaraan gehoor geven? Hebben wij God lief boven alles en onze naasten als onszelf? Als u hierop positief kunt antwoorden dan betekent dat dat u de Heere Jezus liefhebt en gelooft dat Hij u als de genadegift van God de Vader is gegeven (Rom. 6:23) en dat u alleen door Hem het eeuwige leven hebt ontvangen. Dan gelooft u dat Hij de Enige Weg, de Waarheid en het Leven is en dat er buiten Hem geen leven is. Dan wilt u een getrouwe dienstknecht zijn omdat u gedreven door Zijn liefde een navolger wil zijn van Christus, Die in heel Zijn leven en sterven liet zien wat getrouw zijn inhoud. Dan onderwerpt u uw eigen wil aan de wil van God uw Vader en is het Woord van God uw alles waard ja uw kompas, dat door de werking van de Heilige Geest richting geeft aan heel uw leven. 

Als u de Heere Jezus niet liefhebt, dan bent u niet getrouw aan de grote opdracht van God de Vader, die Zijn Zoon gezonden heeft naar deze wereld opdat iedereen die in Hem zou geloven het eeuwige leven zou ontvangen. ‘Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem, Joh. 3:36.’  Ongehoorzaam zijn staat tegenover getrouw zijn. Als u dus de Heere Jezus niet liefhebt, en niet gelooft dat Hij uw Zaligmaker is, dan bent u, wat de reden van dit ongeloof ook is, een vervloeking (1 Cor. 16:22) en een getrouwe dienstknecht van de duivel. Maar, God zij dank, het is nog niet te laat, vandaag klinkt nog de roepstem van het liefelijke Evangelie: ‘Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol, Jes. 1:18.’ De Heere Jezus Zelf is gekomen om al die zonden, die scheiding maken tussen een heilig God en een zondig schepsel, te verzoenen door Zijn leven af te leggen en Zijn bloed te storten. Hij, de opgestane Heere, heeft voor Zijn dood gesproken: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven, Matth. 11:28.’ Wat is uw antwoord op deze liefelijke nodiging?

 

Vrienden, iedere daad die we doen, zouden we kunnen plaatsen onder het kopje getrouw, het is of getrouw aan de zonde, de duivel en de wereld, of getrouw aan God. Het één is de dood, door ontrouw aan God, het ander het eeuwige leven, rustend in Gods trouw. Kom, laten wij breken met alles wat niet strekt tot eer van God en onszelf overgeven in Zijn hand, Hem dienen als getrouw dienstknechten door te doen wat Hij van ons verlangt.

 

Broeders en zusters, u die de Heere Jezus liefhebt, laten wij elkaar oproepen, vermanen, vertroosten en bemoedigen om als getrouwe dienstknechten onszelf weg te cijferen en de Heere te dienen met hart en ziel, ja ons zelf in te zetten met alle krachten. Zie niet op het aantal talenten, gaven of kwaliteiten die u bezit, maar dien de Heere met dat wat Hij u gaf. Denk aan hem die maar één talent kreeg, het probleem van deze man zat niet in die éne talent maar in zijn verwrongen beeld van de heer die het hem gegeven had. Hij had zijn heer niet lief maar zag hem als een harde meester waarvoor hij straks verantwoording moest afleggen. Door vrees gedreven heeft hij zijn talent begraven. Lieve vrienden broeders en zusters, wat doen wij met onze talenten, gaven en kwaliteiten, met ogen, oren, mond, handen en voeten? Zetten wij dit alles in uit liefde tot onze Meester of verstoppen wij onszelf als het ware omdat ons beeld van Hem zo verkeerd is? Hij komt en zal allen ter verantwoording roeping, dan zal het klinken tot Zijn getrouwe dienstknechten; “Wel gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten, ga in, in de vreugde uws heren.” Dan zal de Koning zeggen: “Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft dat Koninkrijk hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld.” O Hallelujah, wat een vreugde zal dat zijn, om dan door genade te ontvangen die volzalige heerlijkheid die ons hier beloofd is, waar wij reikhalzend naar uit hebben gezien en als getrouwe dienstknechten deden wat onze hand vond om te doen. Vreselijk zal echter het oordeel klinken voor hen die net als de luie en boze dienstknecht, ontrouw zijn geweest. Om dan die verschrikkelijke boodschap te moeten horen: “Werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis; daar zal wening zijn en knarsing der tanden.” Wie zal zich bergen als Jezus spreken zal: “Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk de duivel en zijn engelen bereid is.”

 

Onnutte en boze dienstknechten en dienstmaagden, nog is het tijd, vandaag klinkt nog de roep dat Jezus komen zal. Het getrouwe woord van redding en genade in Christus Jezus Die gekomen is, komt ook vandaag tot u: ‘Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben, 1 Timotheüs 1:15.’ Paulus is als een zondige, boze, onnutte en trouweloze dienstknecht gegrepen door God Die geen lust heeft in de dood van de zondaren maar daarin dat zij zich bekeren. Paulus werd een trouwe dienstknecht die niet anders kon dan Jezus Christus en Dien gekruisigd verkondigen als de bron van leven, liefde en trouw. Kom vrienden, nog is het tijd, nog is er genade, buig uw knieën, belijd uw zonden want: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid, 1 Johannes 1:9.’ Broeders en zuster in onze geliefde Heere Jezus; ‘God is getrouw, door Welken gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onzen Heere, 1 Cor. 1:9.’ Dient Hem met heel uw hart en al uw kracht, Hij komt, Hij komt. Amen.

Wilco Vos Veenendaal 07-02-2017