M09 Lofprijzing

04-03-2016 08:42

‘…Looft den HEERE, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid! 2 Kron. 20:21.’

 

Looft den HEERE want Hij is goed. Vandaag een overdenking rond lofprijzing en aanbidding. David roept het uit: ‘Gij, die den HEERE vreest! prijst Hem, Ps. 22:24.’ U die de Heere vreest, u die Hem gehoorzaam bent, gedreven door liefde in geloof dat Hij u eerst heeft liefgehad (1 Joh. 4), verhoogt Zijn daden, ja maak groot de Heere, de Almachtige. De Heere Jezus heeft Zijn leven afgelegd, Hij is de dood ingegaan om ons het leven te bereiden. ‘Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden, Hebr. 13:15.’

 

Misschien zegt u; “Ik durf niet te zeggen, dat de Heere Jezus ook voor mij gestorven is.” Maak dan ernst met de boodschap van de Bijbel. Ontdek dat God geen lust heeft in de dood van de zondaar maar daarin dat de zondaar zich bekeert en leeft (Ezech. 18/33). De reden van de zaligheid is niet in onszelf te vinden maar buiten onszelf in de Heere Jezus Christus, Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat wat verloren is (Luk. 19:10). Allen die Hem aanroepen (Rom. 10:11) tot Hem de toevlucht nemen (Matth. 11:28), Hem omhelzen of aannemen in het geloof zullen zalig worden (Joh. 1:12). De gelovige omhelsd deze waarheid, belijdt haar zonden en leeft in het geloof dat al haar zonden zijn vergeven om Christus wil.

 

Kom gelovige broeder en zuster, vandaag roepen wij u op, met het Woord van God, om Hem te loven en te prijzen. David, gevallen in de zonden kwam tot berouw, beleed zijn zonden en roept: ‘Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen, Ps. 51:17.’ Hij zag in dat de Heere geen lust had in offers uit een onoprecht hart. Nee; ‘De offerande Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God, niet verachten.’ Als wij zo de toevlucht hebben genomen tot de Heere, dan mogen wij pleiten op Zijn genade, Zijn trouw en Zijn ontfermen. Dan is de lof die opstijgt een lof tot eer van God, uit het diepst van ons hart.

 

David sprak: ‘Ik zal den HEERE loven te aller tijd; Zijn lof zal geduriglijk in mijn mond zijn, Ps. 34:2.’ Te midden van de vijanden pleit David op Gods trouw en ziende op Zijn gerechtigheid riep hij het uit; ‘Zo zal mijn tong vermelden Uw gerechtigheid, en Uw lof den gansen dag, Ps. 35:28.’David had de diepte van Gods Woord ontdekt en wist zich wijzer dan al zijn leermeesters omdat hij wandelde naar het Woord van Zijn God, zo riep hij uit: ‘Ik loof U zevenmaal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid, ps. 119:164.’ Kom, vrienden, hebben ook wij geen reden om de God van Abraham, Izak en Jakob, ja God onze Vader te loven door onze Heere Jezus Christus?

 

Maar, zegt u misschien, “Ik heb geen reden tot lofprijzing, u moest eens weten van mijn moeite en verdriet. U moest eens weten hoe verschrikkelijk mijn omstandigheden zijn. Hoe kan ik nu reden hebben tot lofprijzing?” U hoeft ook geen enkele reden in uzelf of de omstandigheden te zien, alle reden tot lof is namelijk te vinden in de Heere. Het loven van Zijn goedertierenheid, Zijn genade en Zijn trouw, terwijl alles lijkt te mislukken, is nu juist een offer dat aangenaam is voor God. Een offer brengen kost iets, als u een lam offert dan moet dat dier sterven, als u iets kostbaars brengt dan moet u daar afstand van doen. Zo is het ook met het lof offer dat u brengt met hart en mond. U ziet over de zorgen, de moeite en het verdriet heen en breng lof aan de Heere, door Hem te prijzen en u te verblijden in Zijn grote daden. Ja de Heere zal uitkomst geven, Hij is getrouw, Zijn plannen falen niet. Hij of zij die een lof offer brengt door lofprijzing en aanbidding ziet over de omstandigheden heen op de God bij Wie nooit iets uit de hand loopt. Het gelovig hart pleit op Gods beloften, hoopt op Zijn ontferming en zal ontdekken dat Hij getrouw is. Zijn Woord onderwijst ons om in geen ding bezorgd te zijn en als dan de omstandigheden voor het oog toch zorgelijk schijnen, zingt het hart en looft de mond; “Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan.” En gelovige vriend en vriendin als we dan bedenken hoe satan op ons loert; hij hoopte op moedeloosheid, angst en twijfel, ja porde ons daar toe aan. Maar hoe krimpt hij ineen als dan de lofliederen opstijgen tot onze God, Die machtig is meer dan overvloedig te doen, boven al wat wij bidden of denken (Ef. 3:20).

Al lijkt alles ons tegen te zitten, al zien wij een leger van vijanden op ons afkomen, dan roepen wij met David: ‘Want met U loop ik door een bende, en met mijn God spring ik over een muur, Ps. 18:29.’ Wat een kracht in onze God en wat een kracht ervaart de gelovige, die in zichzelf zo zwak is maar krachtig in de Heere als hij lof brengt aan de Almachtige. Ja dan moet de boze wijken.

 

In het Eerste of Oude testament lezen we veel over lofprijzing en het voorwerp van lof is altijd YHWH, ja God de HEERE is het waard om gelooft, gediend en geprezen te worden. Mozes wees het volk op het voorwerp van hun lof. ‘Hij is uw Lof, en Hij is uw God. Die bij u gedaan heeft deze grote en vreselijke dingen, die uw ogen gezien hebben. Uw vaderen togen af naar Egypte met zeventig zielen; en nu heeft u de HEERE, uw God, gesteld als de sterren des hemels in menigte, Deut. 10:21,22.’ Hij die te midden van Zijn volk wilde wonen en hun Zijn aanwezigheid toonde door de wolk ook wel de Sjechinah genoemd, zagen wij niet alleen in de woestijn bij de Tabernakel maar ook in de tempel van Salomo. ‘Het geschiedde dan, als zij eenpariglijk trompetten en zongen, om een eenparige stem te laten horen, prijzende en lovende den HEERE; en als zij de stem verhieven met trompetten, en met cimbalen, en andere muzikale instrumenten, en als zij den HEERE prezen, dat Hij goed is, dat Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid; dat het huis met een wolk vervuld werd, namelijk het huis des HEEREN. En de priesters konden, vanwege die wolk, niet staan, om te dienen; want de heerlijkheid des HEEREN had het huis Gods vervuld, 2 Kron. 5:13,14.’

 

Zo Deze God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Laten wij Hem loven en prijzen niet om daardoor een goed gevoel te krijgen maar omdat Hij het zo waard is. Biddende vriend en vriendin laten wij de lofprijzing niet vergeten want door haar wordt onze God geprezen, het hart gesterkt en broeders en zusters bemoedigd om over alles heen te zien op Hem die trouw is en nooit laat varen de werken van Zijn hand. En al doen er dan omstandigheden voor waarbij alles schijnt mis te gaan, laten wij dan denken aan onze God Die wonderlijk uitkomst gaf ten tijde van Jósafat, de koning van Juda. De vijanden waren rondom Juda en alles leek mis te gaan. Maar in de grote nood die zij hadden riepen zij tot de HEERE en Hij hoorde hun stem. Kom, krachteloze broeder en zuster, hoor hun gebed: ‘O, onze God, zult Gij geen recht tegen hen oefenen? want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte, die tegen ons komt, en wij weten niet, wat wij doen zullen; maar onze ogen zijn op U, 2 Kron. 20:12.’ Dan horen wij het antwoord van de HEERE, door de mond van de profeet: ‘Vreest gijlieden niet en wordt niet ontzet vanwege deze grote menigte; want de strijd is niet uwe, maar Godes, 2 Kron. 20:15b.’ Zij zullen niet hoeven strijden want de HEERE Zelf zal voor hen strijden. Josafat grijpt moed en zegt: ‘Gelooft in de HEERE uw God, zo zult gij bevestigt worden, gelooft aan Zijn profeten en gij zult voorspoedig zijn, 2 kron. 20:20b.’ Daar gaat het leger, maar zie hoe bijzonder, voor de soldaten uit trekken de zangers die de heilige Majesteit prijzen: Hoor, daar klinkt de lofzang: ‘Looft den HEERE, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid, 2 Kron. 20:21b.’ Terwijl dit vreugdegeroep en deze lofzang opklimt tot God de HEERE, doet Hij grote wonderen. De vijanden staan op tegen elkaar en zonder dat er iemand van Juda aan te pas komt worden zij allen verslagen. Nadat zij de buit hebben genomen, komen zij samen in een dal waar zij de HEERE loven, daarom noemden zij die plaats het dal van Berácha. Daar gaan ze in blijdschap, met luiten, met harpen en trommels naar het huis des HEEREN te Jeruzalem, want de HEERE had hen verblijd.

 

‘Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk, Ps. 147:1.’ Laten wij elkaar bemoedigen, vermanen en vertroosten ‘En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest; Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart, Ef. 5:18,19.’ Want het is goed dat men de Heere love, ja looft den HEERE mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heilige Naam. ‘Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte! Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid! Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp! Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel! Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid! Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah! Ps. 150.’

 

Looft God, looft Zijn naam alom;

Looft Hem in Zijn heiligdom;

Looft des HEEREN grote macht,

In den hemel Zijner kracht;

Looft Hem, om Zijn mogendheden,

Looft Hem, naar zo menig blijk

Van Zijn heerlijk koninkrijk,

Voor Zijn troon en hier beneden.

 

Looft God, met bazuingeklank;

Geeft Hem eer, bewijst Hem dank;

Looft Hem, met de harp en luit;

Looft Hem, met de trom en fluit;

Looft Hem, op uw blijde snaren;

Laat zich 't orgel overal

Bij het juichend vreugdgeschal,

Tot des HEEREN glorie, paren.

 

Looft God, naar Zijn hoog bevel,

Met het klinkend cimbelspel;

Looft Hem, op het schel metaal

Van de vrolijke cimbaal;

Looft den HEER; elk moet Hem eren,

Al wat geest en adem heeft;

Looft den HEER, die eeuwig leeft;

Looft verheugd den HEER der heren!

 

Wilco Vos Veenendaal 29-02-2016