M10 Een schokkende ontdekking

11-03-2016 09:28

‘Onderzoekt uzelven, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven. Of kent gij uzelven niet, dat Jezus Christus in u is? tenzij dat gij enigszins verwerpelijk zijt, 2 Kor. 13:5.’

 

In gedachten verzonken zag ik verschillende mensen een gebouwtje binnengaan. Zij hadden allemaal een Bijbel in hun hand. Ik wandelde naar de portier en vroeg hem wat er aan de hand was. Hij vertelde mij dat er een samenkomst van gelovigen was. Toen ik vroeg waar het van uit ging, gaf hij aan dat het een interkerkelijke aangelegenheid was waar gezocht werd naar eenheid in verscheidenheid. Hij nodigde mij uit om vrijblijvend naar binnen te gaan. Ik was benieuwd en verlangend naar een zegenrijke ontmoeting met andere gelovigen. Ik nam mij voor om maar eens rustig de kat uit de boom te kijken. Mensen stonden in groepjes bij elkaar en deelden hun kennis, gedachten en ervaringen. Ik luisterde en hoorde hoe een man vertelde dat hij was vastgelopen in de kerk waar hij zat, het was alles zo dogmatisch en er was zo weinig te doen voor zijn kinderen. In de nieuwe kerk was er veel meer aandacht voor de kinderen en het was minder wettisch. Naast mij hoorde ik hoe een jonge man vertelde hoe eenzaam hij zich voelde in de wereld, hij zag overal zonde en verleiding en was op zoek naar vrede voor zijn hart. Een oudere man knikte instemmend en legde uit dat de brug naar de wereld nu was opgehaald en dat de jonge man maar veel moest bidden om ontdekkend licht. Toen vertelde de oude man dat hij de geopenbaarde Middelaar had leren kennen en gaf aan dat hij er maar weinig kenden die dat ook hadden geleerd. Een vrouw reageerde dat een bedekte schuld nog geen vergeven schuld was en dat hij niet moest rusten voordat hij gerechtvaardigd was.

 

Ik schudde mijn hoofd en liep verder. Een paar jongere mensen waren in een verhit gesprek rondom de doop. De één gaf aan dat het zo verschrikkelijk was dat er tegenwoordig zo lichtvaardig over het verbond gedacht werd en dat mensen zich lieten overdopen. Een ander reageerde daarop door te zeggen dat er helemaal geen verbond is gesloten met de ongelovigen en dat het geen overdoop is maar een doop van gelovigen. Een oudere man reageerde instemmend en gaf aan dat de kinderdoop een voortvloeisel was van Rome en daar moet mee gebroken worden. Achter mij klonk een “amen” van een enthousiaste jongeman die zich bij het groepje voegde. “Rome is de antichrist en daarmee moet gebroken worden”, zo gaf hij aan. “Zij hebben tijden en wetten veranderd en zijn de oorzaak van het antisemitisme dat diep is binnengedrongen binnen het kerkelijke leven. We moeten terug naar het Woord van God.” “Ja” reageerde een ander. “En daarom ben ik met mijn gezin de sabbat gaan vieren, we hebben ontdekt hoe goed Gods wetten zijn.” Er kwam nog iemand bij die aangaf hoe bijzonder het was dat zijn ogen geopend waren voor de verbonden en beloften voor het volk van God. Hij had nooit geweten dat het volk Israël nog steeds een rol speelde in Gods heilsplan. Juda en Efraim zouden hersteld worden, zoals de twee houten uit Ezechiël 37. Daarop reageerde een ander dat hij sinds een aantal jaar “messiaans” was geworden en nu ontdekt had dat hij ook bij Efraïm hoorde, hij was niet zomaar een heiden maar een Israëliet uit de verloren stammen. Nu kon hij ook verklaren waarom hij de laatste jaren zoveel liefde in zijn hart had voor het volk Israël.

 

Terwijl ik in gedachten verder liep hoorde ik iemand spreken over de opname van de gemeente. Volgens hem zou de gemeente opgenomen worden voor de grote verdrukking. Een ander reageerde fel dat dit een grote dwaling was afkomstig van Rome en haar Jezuïetenorde. “Nee, we moeten ons losmaken van Rome en haar hoererende dochters. Ga uit van haar Mijn volk, zegt de Heere. We moeten ontvlieden.” “Hoe bedoel je dat?” vroeg een ander.” “Gewoon zoals het er staat, vlied het Noorderland, er zal ontkoming zijn voor hen die getrouw zijn aan het Woord.” “Waarom bent u dan nog hier?” vroeg een ander. “Als de tijd daar is om te gaan dan zal de Heere dat mij bekend maken.” Toen ik verder liep hoorde ik een discussie over de spijswetten, een jonge man gaf aan hoe goed die wetten van de Heere zijn en dat als wij die zouden houden er veel minder ziekten zouden zijn. Anderen reageerde fel dat we vrij zijn van de wet en dat we alles mogen eten. Zo verder lopend hoorde ik een discussie over de zondag en de sabbat, nog weer verder waren de gemoederen verhit geraakt rond de doop.

 

Verdrietig zocht ik een rustig hoekje op waar ik mijn nood bij de Heere bracht en Zijn Woord opende. Terwijl ik juist genoot van het onderwijs van Paulus kwam de portier naar mij toe. Hij stelde zich voor als de organisator en vertelde hoe hij mij in de gaten had gehouden terwijl ik mijn oor ter luisteren had gelegd. We spraken samen over het wondere geduld van de Heere God en mochten ons verblijden in de Heere Jezus Christus onze Zaligmaker. Nu vroeg hij mij of ik misschien vrijmoedigheid had om iets uit het Woord te delen met deze groep mensen. Graag iets dat aansloot bij het thema van ontmoeting. “De eenheid in verscheidenheid.”

 

Zijn vraag overviel mij wel, maar iets in mij zei dat ik deze gelegenheid moest aangrijpen om te delen wat er op mijn hart lag. De organisator vroeg de mensen te gaan zitten en gaf het woord aan mij. “Lieve vrienden”, zo begon ik mijn toespraak. “Het is bijzonder dat we hier zo samen zijn met het verlangen om eenheid in verscheidenheid te zoeken. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik mijn oren te luisteren heb gelegd terwijl u in gesprek was en mij een gevoel heeft bekropen van meer verscheidenheid dan eenheid. Als ik al eenheid heb bemerkt dan was dat misschien op een bepaald onderwerp. Ik heb mensen horen spreken over godvrezende ouders, anderen hadden predikanten in het voorgeslacht. Ik heb gehoord dat er zijn die gewisseld zijn van kerken en gemeenten, er zijn hier mensen uit de gereformeerde gezindte, baptisten die zich evangelisch of reformatorisch noemen, hier zijn mensen die zich sabbattisten noemen, anderen noemen zich messiaans. Verschillende theorieën heb ik horen bespreken, de één beroemde zich erop bij de gemeente te behoren die straks wordt opgenomen, een ander was verliefd geworden op het volk Israël en weer een ander geloofd vast bij Efraïm te horen. Weet je lieve vrienden, al was heel mijn voorgeslacht Godvrezend, al kwam ik tot de ontdekking dat ik uit de stam van Benjamin afkomstig ben, ja al was mijn vader de geleerde rabbi Gamaliël. Het zal mij tot in eeuwigheid geen vrede geven! Mijn visie op de wet, op de doop, op Rome, op de zondag of de sabbat is misschien wel veel minder belangrijk dan u denkt.

 

Vrienden, in gedachten zie ik de oude Paulus binnenkomen. Laten wij met hem de Bijbel openen. En luisteren naar zijn getuigenis: ‘Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer. Besneden ten achtsten dage, uit het geslacht van Israel, van den stam van Benjamin, een Hebreer uit de Hebreen, naar de wet een Farizeer; Naar den ijver een vervolger der Gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk. Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus’ wil schade geacht. Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen. En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof; Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende; Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden, Filip. 3:4-9.’ Zie je vrienden, Paulus begreep waar het nu werkelijk om ging, niet een leer, niet een visie maar een persoon, het is Jezus Christus en Dien gekruisigd. Paulus heeft een streep gezet door zijn afkomst, door zijn onberispelijkheid naar de wet, ja door alles waarop hij zich beroemen kon om nu alleen nog maar te roemen in Jezus Christus en Dien gekruisigd. Dat is het onderwerp van Zijn leven van zijn handel, van zijn spreken en van zijn schrijven. ‘Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd, 1 Kor. 2:2.’

 

Vrienden, laten ook wij een streep zetten door onze wijsheid en luisteren naar deze van God gezonden Apostel: ‘Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt? Want nademaal, in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven; Overmits de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken; Doch wij prediken Christus, den Gekruisigde, den Joden wel een ergernis, en den Grieken een dwaasheid; Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods, 1 Kor. 1:20-24.’ Of we nu een Jood, een Griek, een Amerikaan of een Nederlander zijn, voor u en mij komt het er op aan of wij de Heere Jezus lief hebben, Hem kennen als onze Zaligmaker, in Hem leren rusten en in gemeenschap wandelen met Zijn Vader Die ook onze Vader is. In Christus worden wij hersteld naar het beeld van God; ‘Waarin niet is Griek en Jood, besnijdenis en voorhuid, barbaar en Scyth, dienstknecht en vrije; maar Christus is alles en in allen, Col. 3:9.’ Gelovige, wedergeboren, broeder en zuster, laat de wereld of wie dan ook maar zeggen dat u dwaas bent; ‘Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing; Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in den Heere, 1 Kor. 1:30, 31.’

 

U bent op zoek naar eenheid in verscheidenheid, toch hoor en zie ik enkel verscheidenheid en verdeeldheid. Ik hoor stellige meningen, verhitte discussies en proef hoe harten verkouden. Vrienden, er is geen eenheid buiten Jezus Christus en Dien gekruisigd. Laten wij stoppen met het bekogelen van elkaar met leerstellingen en het elkaar onder de indruk brengen van mooi klinkende theorieën. Als ik ergens kom waar het Woord open gaat en ik hoor niet hoe mijn lieve Heiland verheerlijkt wordt, dan is het alles van geen waarde. De wet brengt mij geen leven, de doop maakt mij niet zalig, ik eet mijzelf niet de hemel in en met al de Bijbelse feesten kan ik de zaligheid niet verdienen. Zijn al deze dingen dan niet het overdenken waard? Jawel, maar dit alles vanuit de vrede die alleen Christus Jezus, mijn Heiland mij schenkt in het hart. Met Hem in het oog en Zijn liefde die mijn leven vervult, ben ik op zoek naar de werken die Hij voor mij bereid heeft en wil ik wandelen in Zijn geboden. Ik ontdek dat de spijswetten van mijn God en Vader wijzer zijn dan ik ooit kon denken, ik ontdek dat Zijn feesten zo’n rijke inhoud hebben dat zij meer dan het overdenken waard zijn. Toch bidt ik om de leiding en bewaring van de Heilige Geest dat ik niemand, gelovig of ongelovig, ooit onder een juk van dienstbaarheid zal brengen. Vrienden, wij ieder persoonlijk moeten straks rekenschap afleggen van onze handel en wandel. En daarom; ‘Onderzoekt uzelven, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven. Of kent gij uzelven niet, dat Jezus Christus in u is? tenzij dat gij enigszins verwerpelijk zijt, 2 Kor. 13:5.’ Misschien bent u tot geloof gekomen en bent u vol geweest van uw Heiland en Zaligmaker. Wat een verwondering, blijdschap en zalige vrede vervulde uw hart bij het zien van zoveel genade. De dood, het oordeel en de hel verdient maar uit genade de zaligheid ontvangen. Maar ach, langzaam maar zeker bent u afgegleden en moet ik met Paulus zeggen: ‘Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees? Gal. 3:3.’

 

Als Paulus zojuist in ons midden was geweest en hij had de gesprekken gehoord dan had hij zo ongeveer dit gezegd: ‘Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfden zin, en in een zelfde gevoelen. Want mij is van u bekend geworden, mijn broeders, terwijl ik hier zo rondliep, dat er twisten onder u zijn. En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van de gereformeerde gezindte; en ik ben baptist; en ik van Christus. Is Christus gedeeld? Is Paulus voor u gekruist? Of zijt gij in Paulus naam gedoopt? Ik dank God, dat ik niemand van ulieden gedoopt heb; Opdat niet iemand zegge, dat ik in mijn naam gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden, om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet verijdeld worde (1 Kor. 1:10-17 vrij vertaald).Kortom, vrienden wij zijn niet geroepen om te twisten, nee laten wij onszelf verootmoedigen voor de Heere God, onze zonden belijden en het leven zoeken in de Heere Jezus Christus alleen. Allen die in Hem geloven zijn een nieuwe schepping, hersteld naar het beeld van God. Ja wij worden veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid. Als wij onszelf onderzoeken, vinden wij dan het karakter van God in ons of dat van de boze?

 

God schiep mensen naar Zijn beeld. Dat beeld zegt ons dat God een Geest is (Joh. 4:24), Hij is liefde (1 Joh. 4:8), heiligheid (1 Petr. 1:15), rechtvaardigheid, recht en waarheid (Deut. 32:4), goedheid (Ps. 100:5), volmaaktheid (Matth. 5:48) en bestaat tot in eeuwigheid (Deut. 33:27). Nu is satan opgestaan tegen God, hij heeft niet langer willen leven naar Gods gerechtigheid en heeft ook de mens verleid om zijn leugens te geloven. De mens is gevallen en wordt buiten Christus, gerekend in de vader der leugenen dat is de duivel. Hoe schitterend herstelt God deze gevallen mens, door hem op te zoeken en te zaligen uit genade door het werk van Christus. In Christus wordt de gemeenschap met God hersteld en leert de zondaar uit liefde te wandelen tot eer van God. Hoe bijzonder dat de wet, die eens vervloekte en buiten Christus een letter was die doodde, nu het karakter van God ademt en onderwijst. Van deze wet lezen we dezelfde eigenschappen als van God de Vader. Liefde is de vervulling der wet (Rom. 13:10), zij is heilig, rechtvaardig en goed (Rom. 7:12), zij is geestelijk (Rom. 7:14), al Zijn geboden zijn rechtvaardigheid (Ps. 119:172), zij zijn recht, volmaakt en zuiver (Ps. 19:8,9), al Zijn geboden zijn waarheid (Ps. 119:151), zij zijn eeuwig (Ps. 111:8). Hoe kan het ook anders? God is volmaakt en als Hij Zijn karakter openbaart dan is ook dat heilig en volmaakt. Nu is het aan ons hoe wij hier mee omgaan. Gaan wij eindeloos twisten over de wet of gaan wij gedreven door Zijn liefde in afhankelijkheid van de Heilige Geest voort in Zijn kracht ontdekkend hoe heilig, volmaakt en goed God en Zijn gebod is? Vanuit deze liefde, zullen wij het goede voor elkaar zoeken, samen in de Waarheid willen wandelen en daarbij zoekend naar de eenheid die alleen kan bestaan als wij bouwen op het fundament, Jezus Christus en Dien gekruisigd. ‘Want niemand kan een ander fundament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus, 1 Kor. 3:11.’ Kom, laten wij niet wandelen in het vlees maar door de Geest. Weg wereld, weg zonden, weg boze lusten en lege vermakingen, wij willen God dienen zoals Hij gediend wil worden. ‘Zuivert dan den ouden zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus. Zo dan laat ons feest houden, niet in den ouden zuurdesem, noch in den zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid, 1 Kor. 5:7,8.’

 

In deze context is het goed om te beseffen dat het voor ons geen verschil maakt of we nu een Jood zijn of een Nederlander, want; ‘de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden, Hand. 4:12.’ Jood en heiden, zij allen vinden in Christus de zaligheid. Niets buiten Christus kan ons ooit zalig maken. Dat is wat de Heere ons door de mond van Paulus leert. ‘Maar Israël, die de wet der rechtvaardigheid zocht, is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Waarom? Omdat zij die zochten niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet, want zij hebben zich gestoten aan den steen des aanstoots, Rom. 9:31-32.’ Paulus met al zijn godsdienstige ervaring en ijver voor de wet heeft dit als geen ander gezien en geleerd. Hij was bewogen met zijn broeders naar het vlees in het verlangen dat zij broeders in de Heere Jezus zouden worden. ‘Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God voor Israël doe, is tot hun zaligheid. Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand. Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen. Want het einde der wet is Christus, tot rechtvaardigheid een iegelijk, die gelooft, Rom. 10:1-4.’

 

Hebt u de Heere Jezus lief? Spreek dan goed van Hem en wijs anderen de Weg tot de Vader die alleen in Christus Jezus te vinden is. Al zou heel ons voorgeslacht geleefd hebben in de afgoderij van het heidendom, het maakt voor God niet uit want: ‘indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen, Gal. 3;29.’ Ja door het geloof mag ik mij rekenen onder Abrahams zaad, in hem zie ik het voorbeeld van een gelovige wandel die aangenaam is voor God. Voor de Heere is het helemaal niet belangrijk of ik een Israëliet ben, ik ben geen Jood en niet besneden op de achtste dag; ‘Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in den geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God, Rom. 2:29.’ Mijn hart brand met Paulus in verlangen naar de bekering van Israël en ik geloof dat op Gods tijd deze beloften in vervulling zullen gaan. Juda en Efraïm zullen één worden. ‘Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend zij (opdat gij niet wijs zijt, bij uzelven), dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn. En alzo zal geheel Israël zalig worden; gelijk geschreven is: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob, Rom. 11:25,26.’”

 

Lieve vrienden we gaan deze overdenking sluiten waarbij ik hoop dat het voor sommigen een schokkende ontdekking is geweest dat zij zich hebben laten verlijden om af te wijken van de eenvoudige leer van het Evangelie en zich hebben laten strikken door zaken die van ondergeschoven belang zijn. Misschien is het een schokkende ontdekking dat er zoveel verdeeldheid heerst onder hen die éénzelfde Bijbel hebben. Weet dan dat de duivel, diabolos, dat chaosmaker betekent, er op uit is om juist de eenheid in Christus te verstoren door verwarring en chaos te zaaien. Ik weet dat het beeld van de samenkomst eenzijdig is, gelukkig zijn er velen die de Heere Jezus hartelijk liefhebben en oprecht opzoek zijn naar eenheid in verscheidenheid, maar pas op, laten wij waken voor de vele gevaren die er loeren. Laten wij onszelf onderzoeken of wij in het geloof zijn, de Heere Jezus Christus liefhebben en als wij zijn afgeweken, laten wij dan terugkeren tot de levende God. Ja laten wij met Paulus getuigen dat wij niemand anders hebben gewenst te prediken dan Jezus Christus en Dien gekruist. We sluiten af met de oproep van Paulus: ‘Weest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus, 1 Kor. 11:1.’ Geprezen zij de Naam van onze God, van nu tot in alle eeuwigheid. Amen.  

 

HEER, ai, maak mij Uwe wegen,

Door Uw woord en Geest bekend;

Leer mij, hoe die zijn gelegen,

En waarheen G' Uw treden wendt,

Leid mij in Uw waarheid, leer

IJv'rig mij Uw wet betrachten;

Want Gij zijt mijn heil, o HEER,

'k Blijf U al den dag verwachten.

 

Wilco Vos Veenendaal 08-03-2016