M10 IJdelheid der ijdelheden.

07-03-2014 08:27

'IJdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid. Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid dien hij arbeidt onder de zon? Pred. 1:2,3.'

 

Wat een neerslachtige taal om een Bijbelboek mee te beginnen. Het is al ijdelheid. Wat een diepe waarheden en wat een lessen van een oude man die wist wat het leven te bieden heeft. Salomo, de rijke koning, die werkelijk alles had wat een mens begeren kan. Toch is juist hij het die ons de spiegel voorhoud van het vergankelijke van al dit tijdelijke. Salomo had van de Heere een wijs hart gekregen en daarnaast een enorme rijkdom. Toch zegt hij als het ware, wie zijn hart zet op de rijkdom is een dwaas. We mogen genieten van dat wat God ons gegeven heeft en tegelijk moeten wij het bezitten als niet bezittende. Alles wat wij hier zien is vergankelijk en zal straks achtergelaten worden. Door heel het boek Prediker heen vertelt Salomo ons over het onzekere van dit aardse bestaan, het wisselvallige en het ijdele van het aardse genot. De diepe boodschap die Salomo ons wil overbrengen is deze:

 

'Van alles wat gehoord is, is het einde van de zaak: Vrees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt allen mensen, Pred. 12:13.' Of we nu jong zijn of oud, laten wij onze Schepper gedenken. In de jeugd komt er zoveel op ons af, de wereld trekt, er moeten keuzes gemaakt worden. Keuzes die soms zo diep ingrijpend zijn, denk aan studie richting, vriendschappen aangaan, voortzetten of verbreken. Wel of niet meedoen met dat waar vrienden aan meedoen. Zijn wij onszelf of doen wij ons anders voor? 'De jeugd en de jonkheid is ijdelheid, Pred. 11:10b.' Wat is het heerlijk om vanaf onze vroege jaren met de Heere te mogen wandelen, om juist in onze jeugd aan onze Schepper te gedenken, voor Hem te willen leven en Hem te eren met ons hart, woorden en daden. Hoe vaak is het niet zo, dat zij die in de jeugd de zonde gediend hebben, in oude dagen, als de zwakheden en de tegenslagen zich vermeerderen, geen zin meer hebben om God te zoeken. De teleurstellingen van het leven en de sleur van alle dag heeft zoveel mensen in de kracht van hun leven, gevormd tot een schepsel dat geheel los is van zijn Schepper. Wat is het ellendig om deze mensen te zien te midden van hun aards geluk, ze zijn zo onbereikbaar voor het Evangelie van Gods genade. Ze hebben zo vaak het geluk hier op aarde gevonden zonder dat zij inzien dat het alles niets anders is dan ijdelheid der ijdelheden. Straks, in het uur van de dood, zullen zij alles achter moeten laten. Lieve vriend en vriendin, hoe is het in uw leven? Heeft u het geluk gevonden? Bedenk toch dat uw geld en al uw aardse bezittingen straks helemaal niets meer waard zullen zijn. Waar zijn de tuinen van Salomo, waar is zijn heerlijke paleis en zijn schitterende paarden, waar is al het fonkelende goud en zijn kostbare parels? Toch heeft hij iets heel waardevols achter gelaten. Het zijn de woorden die hij geschreven heeft, waar wij tot op vandaag de zegen van mogen ervaren. Salomo sloot dit boek Prediker af met de woorden; 'Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed of hetzij kwaad, Pred. 12:14.' Wij worden opgeroepen om God te vrezen, dat betekent eerbiedig te eren en te gehoorzamen aan Zijn geboden. Al wat wij doen zal straks geoordeeld worden. Zo sloot Salomo af en ondertussen is zijn oordeel geveld. In dat uur, zullen wij alleen staan, oog in oog met de God van hemel en aarde, Hij die alle dingen weet, ziet en hoort. Hij kent onze gedachten, verlangens en dat wat voor andere mensen verborgen is. Wie van ons, jong of oud zal in dat oordeel vrijgesproken kunnen worden om iets dat wij zelf verdiend hebben? Zelfs onze beste werken kunnen niet goedmaken dat wat wij verkeerd gedaan hebben. Wij kunnen met onze goede daden, de kwade niet wegwassen. Het is voor u en mij een hopeloze zaak als wij onze schuld tegenover God zelf moeten dragen. Er is maar één plaats voor schuldige zondaren en dat is het helse vuur.

 

Juist daarom, lieve vrienden, roept Gods Woord u toe; Bekeert u en gelooft het Evangelie. Zojuist las ik de woorden in het boek Spreuken van Salomo; 'Red degenen die ter dood gegrepen zijn, want zij wankelen ter doding zo gij u onthoudt, Spr. 24:11.' Wat een verantwoording rust er op de schouders van hen die door genade hebben leren rusten in het werk van een Ander. Zij die mogen geloven dat al hun zonden en schuld is vergeven, omdat Jezus Christus, de Zoon van God alles betaald heeft. Als u dat mag geloven dan weet u waar u van gered bent. Dan zien wij hen die om ons heen zijn, wankelen ter doding. Nog even en het zal hopeloos te laat zijn. O wat een liefde drang zou ons hart moeten vullen om hen die om ons heen zijn, te wijzen op Die lieve Heere Jezus, Die gekomen is om zondaren te zoeken en zalig te maken.

Bij mijzelf bemerk ik vaak zoveel schroom om anderen aan te spreken op de noodzaak van bekering en geloof. Toch bemerk ik iedere keer weer dat de Heere op de juiste momenten de juiste woorden wil geven als ik het van Hem verwacht. Ik kan zo jaloers zijn op hen die zo spontaan andere mensen aanspreken en hen de Weg wijzen. Geve God u en mij de bewogenheid van de Heere Jezus. Als wij, zoals Hij, de mensen zien als dolende schapen zonder herder, dan grijpt ons dat aan en zullen wij hen wijzen op Die Herder Die Zijn leven gaf voor Zijn schapen. O wat een rijkdom om gevonden te worden in die kudde van gekochte schapen. Hier op aarde is er zo vaak verdeeldheid, wat een pijn en verdriet kan ons dit onderling geven. Lieve broeders en zusters, één in onze Heere en Heiland, deel uitmakend van Zijn kudde en toch zo verdeeld. Wat is het dan heerlijk om een broeder of zuster te ontmoeten en samen te zien op Hem Die ons liefheeft, ons te verblijden in het offer dat Hij bracht, de heerlijkheid die Hij ons geschonken heeft in het kindschap Gods en de eeuwige heerlijkheid die Hij voor ons bereidt heeft. Broeders en zusters, wij zijn één in Hem en zullen Hem straks eeuwig groot maken, niet omdat er iets goeds in ons is gevonden maar omdat wij alles in Hem hebben gevonden. Laten wij ons in Hem verblijden en Hem eren en groot maken al de dagen van ons leven, wandelend in Zijn wegen, in de wetenschap dat Hij onze Weg, onze Waarheid en ons Leven is.

 

Als u niet kunt zeggen, alles in Hem gevonden te hebben, dan bent u geen schaap van Zijn kudde, dan bent u geen kind van God. Hoe ernstig staat het er dan met u voor, u bent op weg en reis naar uw eeuwige eindbestemming. Zonder God, zonder bekering en geloof in het kostbare bloed van het Lam, zal dat de hel zijn. Lieve vrienden kom toch tot inzicht dat heel uw leven, een ijdelheid is. Het is niets anders dan een zeepbel die straks zal knappen. Kom, wordt wijs, wordt wakker en bekeert u tot de levende God. Het is God Zelf, Die de Weg geopend heeft in het schenken van Zijn Zoon. 'En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden, Hand. 4:12.' Jezus is Zijn Naam. Allen die tot Hem komen zullen niet afgewezen worden. Het is Gods werk, het is God die Zijn Zoon zond, het is God Die Zijn Woord gaf, het is God die ons het Woord laat horen of lezen door de prediking en wat doet u met die boodschap? Drukt u de blijde Boodschap aan uw hart en richt u zich dankbaar tot God om Zijn zegen of vertrapt u Zijn kostbare Woord? Misschien heeft u een diep verlangen in uw hart om eenvoudig te geloven maar durft u niet omdat u zo bang bent uzelf te bedriegen. Laat u niet misleiden door de duivel, laat hem je hart niet bang en verwart maken met al zijn leugens. Hij wil en zal het heerlijke Woord van God verdraaien en verminken zodat allen die geloof hechten aan zijn leugens voor eeuwig verloren gaan. De rijkste teksten uit de Bijbel worden door hem verdraaid om ons mensen te doen geloven dat de Heere Jezus onbereikbaar is geworden voor een hulpeloze zondaar. U voelt een drang om met al uw verdriet en moeheid naar de Heere Jezus te vluchten, maar u durft niet te komen omdat de Vader u eerst moet trekken. Het Woord van God zegt dat u mag komen door middel van geloof en bekering. En als u komt dan mag u weten dat u van de Vader aan de Zoon gegeven bent. 'Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen, Joh. 6:37.' De Bijbel spreekt altijd met twee woorden. U kunt wachten totdat u aan de Zoon gegeven wordt, kunt u werkelijk wachten? Kunt u zo doorgaan in dit leven vol ijdelheden in de wetenschap dat u ieder moment kunt sterven? Weet dan dat God niet in u werkt maar dat u verhard bent en leeft naar uw eigen inzichten en helemaal niet wilt leven zoals God dat van u eist. Ga dan ook uw gang en laat zien wie u werkelijk bent, God wordt niet gediend door uw dubbelhartigheid. Maar u die verlangt om de rust en de vrede in de Heere Jezus Christus te vinden, kom, ga dan tot de Heiland en laat u zaligen. Hij zegt in Matth. 11:28: 'Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.' Weet dat Hij ook gezegd heeft: 'en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen' O ,wat een troost, een volkomen Zaligmaker. In Wie zouden wij anders roemen dan in Hem Die ons liefheeft? Dan mogen wij troost vinden in het Woord van God, de Vader trok ons met Zijn liefdekoorden en deed ons inzien dat alleen het bloed van Zijn Zoon, onze redding kon zijn. Zo werden wij geleid tot de Zoon om verzoend te worden met Vader, onze Vader, Abba Vader. En dan, eenmaal genoten van die heerlijke vrede, moeten wij het wel uitroepen tot al wat in de wereld is, ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid. Kom, laten wij ijverig zijn in dat waartoe wij geroepen zijn, laten wij zorg dragen voor dat wat God ons gegeven heeft en laat ons leven gericht zijn op het moment van onze thuiskomst, opdat Hij ons wakende zal vinden. Geprezen zij Zijn grote Naam, Hallelujah Amen.  

 

Roem, wereld, uw schatten!

Gij kunt niet bevatten,

Hoe rijk ik wel ben.

Heb alles verloren,

Maar Jezus verkoren,

Wiens rijkdom ik ken.

 

Nu ben ik de zijne;

Zijn goed is het mijne;

Dat maakt mij zoo rijk :

En zoo zal ik blijven,

Als gij met uw schijven

Verzinkt in het slijk.

 

Wilco Vos Veenendaal 06-03-2013