M11 Zijt heilig, want Ik ben heilig. 1 Petrus 1:16

15-03-2013 08:49

‘Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen, Jes. 6:3.’ Zo roepen de engelen in de hemel. Een stille eerbied mag ons wel vervullen als we stilstaan bij de heiligheid van God. God die zegt, ‘zijt heilig want Ik ben heilig.’ Wat betekent eigenlijk heilig? In de Bijbel komen we voor de eerste keer het woord heilig tegen, in Exodus 3 bij de roeping van Mozes. Als Mozes met de kudde van zijn schoonvader Jethro gekomen is aan de berg Horeb, ziet hij iets vreemds, hij ziet een braambos branden. Op zich was dat niet vreemd, in deze warme streek gebeurde het vaker dat een braambos in de brand vloog. Het vreemde van deze braambos was, dat hij bleef branden. Mozes gaat naar de braambos toe en dan hoort hij vanuit de braambos een stem; ‘En Hij zeide: Nader hier niet toe; trek uw schoenen uit van uw voeten, want de plaats waarop gij staat, is heilig land, Ex. 3:5.’ Het was God zelf die hier sprak, Ik ben de God uws vaders, de God Abrahams, de God Izak's en de God Jakobs. Als Mozes dat hoort dan verbergt hij zijn aangezicht, want hij vreesde God aan te zien. God de Almachtige de schepper van hemel en aarde is een heilig God. Denk ook aan de wetgeving aan het volk Israël, daar bij de berg Horeb. De Heere had geboden dat al het volk zich zou heiligen. Zij mochten niet naderen tot de berg, zij moesten hun kleren wassen, want de Heere God Zelf zou op de berg afdalen. Als zij de berg zouden beklimmen of aanroeren, dan zouden ze zeker gedood worden. We lezen in exodus 19 vers 13, ‘geen hand zal hem aanroeren, maar hij zal zekerlijk gestenigd of zekerlijk doorschoten worden; hetzij een beest, hetzij een man, hij zal niet leven’. Als we in deze situaties stilstaan bij heiligheid, bij Gods heiligheid, dan valt het op dat er een eerbied is, dat er ontzag is voor Gods heiligheid. We denken in dit verband ook aan de tabernakel, het heiligdom van de Heere God, de tent waar Hijzelf in wonen wilde. Hoe alles door God zelf is beschreven, tot de mantel van de priester en de efod toe, die gemaakt moest worden van hemels blauw met belletjes in de zoom. Dan lezen we in exodus 28 het 35e vers ‘en Aaron zal dezelfde aanhebben om te dienen; opdat zijn geluid gehoord worden, als hij in het heilige voor het aangezicht des HEEREN ingaat en als hij uitgaat, opdat hij niet sterven.’ Dus de belletjes aan de mantel moesten luiden als Aaron het heiligdom inging, anders zou hij sterven. Op de hoed van de priester was een gouden plaat, waarop stond geschreven, DE HEILIGHEID DES HEEREN.

 

‘Want Ik ben de HEERE uw God; daarom zult gij u heiligen en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben; en gij zult uw ziel niet verontreinigen aan enig kruipend gedierte dat zich op aarde roert. Want Ik ben de HEERE, Die u uit Egypteland doe optrekken, opdat Ik u tot een God zij, en opdat gij heilig zijt, dewijl Ik heilig ben, Lev. 11:44,45.’ Het volk Israël, het uitverkoren volk van God is een geheiligd volk om zich geheel af te zonderen voor God. Geheiligd wil niet zozeer zeggen afgezonderd van, maar afgezonderd tot. Het is positief om afgezonderd te zijn voor God. ‘Spreek tot de ganse vergadering der kinderen Israëls en zeg tot hen: Gij zult heilig zijn, want Ik, de HEERE uw God, ben heilig, Lev. 19:2.’ Deze God, een heilig God, is tegelijk een jaloers God. Zoals een man die zijn vrouw liefheeft, het niet kan verdragen als zijn vrouw naar andere mannen verlangd of met andere mannen omgaat, zoals zij alleen met haar man om zou moeten gaan. Zo kon de Heere God het niet dulden dat zijn volk zich vermengde met vreemde goden, met de goden van de heidenen. ‘Toen zeide Jozua tot het volk: Gij zult den HEERE niet kunnen dienen, want Hij is een heilig God; Hij is een ijverig God, Hij zal uw overtreding en uw zonden niet vergeven. Indien gij den HEERE verlaten en vreemde goden dienen zult, zo zal Hij Zich omkeren en Hij zal u kwaad doen en Hij zal u verdoen, nadat Hij u goedgedaan zal hebben Joz. 24:19,20.’

 

‘Als zij nu kwamen tot aan Nachons dorsvloer, zo strekte Uza zijn hand uit aan de ark Gods en hield ze, want de runderen struikelden. Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen Uza en God sloeg hem aldaar om deze onbedachtzaamheid; en hij stierf aldaar bij de ark Gods, 2 Sam. 6:6,7.’ Deze bijzondere indrukwekkende geschiedenis laat ons zien dat wij mensen gehoorzaam moeten zijn aan Gods geboden. Uza sterft hier niet omdat de ark op zich, iets heiligs was maar omdat Gods Woord heilig was en heilig is. Uza was ongehoorzaam aan het woord van God. We lezen in Numeri 4 vers 15 heel duidelijk hoe de Heere de opdracht geeft aan Aaron en zijn zonen, hoe zij het gereedschap van het heiligdom moesten vervoeren. ‘maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, opdat zij niet sterven.’  Uza was ongehoorzaam en Uza stierf. ‘Als nu Aäron en zijn zonen het dekken van het heiligdom en van alle gereedschap des heiligdoms in het optrekken des legers zullen voleind hebben, zo zullen daarna de zonen van Kahath komen om te dragen; maar zij zullen dat heilige niet aanroeren, opdat zij niet sterven. Dit is de last der zonen van Kahath in de tent der samenkomst, Num. 4:15.’

 

‘En Ik zal Mijn heiligen Naam in het midden van Mijn volk Israël bekendmaken, en zal Mijn heiligen Naam niet meer laten ontheiligen; en de heidenen zullen weten dat Ik de HEERE ben, de Heilige in Israël, Ezech. 39:7.’ De heidenen zullen weten dat ik de HEERE ben, de Heilige in Israël. Het volk Israël mocht zich niet vermengen met de heidenen. De heidenen offerden hun kinderen aan de moloch, het volk Israël deed het ook. Wat een geduld heeft God gehad met het volk van Israël! Keer op keer waren ze opstandig, steeds weer vielen zij in de zonde en steeds weer vermengden zij zich met de heidense afgodendiensten en God was hen genadig. Tegelijk weten we ook hoe God het volk strafte voor hun zonden. Zijn liefde kon niet dulden dat zij zich vermengden met de afgoden. God strafte in toorn en tegelijk was dat een blijk van liefde, opdat ze zouden leren zich tot Hem te bekeren en alleen te leven tot eer van God in een heilige afzondering. Afgezonderd om geheel te zijn voor de God die hen zo liefhad. God heeft veel geduld maar ook aan dat geduld komt een einde. ‘Nu is het einde over u; want Ik zal Mijn toorn tegen u zenden, en Ik zal u richten naar uw wegen, en Ik zal op u brengen al uw gruwelen. En Mijn oog zal u niet verschonen en Ik zal niet sparen; maar Ik zal uw wegen op u brengen, en uw gruwelen zullen in het midden van u zijn, en gijlieden zult weten dat Ik de HEERE ben, Ezech. 7:3,4.’

 

We hebben nu gezien hoe de Heilige God Zich in het Oude Testament openbaarde aan het volk Israël. Heilig wil zeggen onbesmettelijk, afgezonderd tot eer van God. Gods heiligheid is iets waar wij mensen niet ten volle van kunnen begrijpen wat het inhoudt. Wij zijn zondige nietige mensen en God de Almachtige is volmaakt; vol van liefde, vol van heiligheid, vol van gerechtigheid. Wat een wonder dat die heilige God wil omzien naar zondige nietige mensen. God de Vader gaf Zijn Zoon opdat zondaren weer met Hem verzoend zouden worden, opdat onheilige, geheiligd zouden worden tot eer van Hem. ‘Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; Gij die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds niet ontfermd waart, maar nu ontfermd zijt geworden, 1 Petr. 2:9,10.’ Een uitverkoren geslacht een koninklijk priesterdom een heilig volk, wat een bijzondere positie heeft een kind van God. Hij is afgezonderd om te leven tot eer van God. ‘Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik heb ulieden toebereid om u als een reine maagd aan één Man voor te stellen, namelijk aan Christus, 2 Kor. 11:2.’ Zoals het volk Israël het verkoren volk van God afgezonderd moest leven om geheel te leven zoals God dat van hen verlangde, zo zijn ook wij als kinderen van God geroepen tot reinheid, om heilig te leven. ‘Want God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar tot heiligmaking, 1 Thess. 4:7.’ Als wij leven zoals God dat van ons verlangt, dan zullen wij ervaren dat er de vrede in ons hart is, vrede in ons huis en vrede om ons heen. Dat wil niet zeggen dat we niet vervolgd zullen worden of dat tegenslag, ziekte of pijn, ons niet zal overkomen. Ons hart is vol van vrede, ons oog is gericht op de Vredevorst, Jezus, het middelpunt van ons verlangen. Ja alles in ons leven moet medewerken ten goede. De tegenslagen, de pijn en verdrukking, het is alles om ons te louteren van deze wereld, opdat we meer en meer zullen leven tot eer en glorie van Gods heilige naam. Zoals zilver en goud gelouterd worden, zo wordt ook een kind van God gelouterd. Het goud is in de smeltkroes en wordt verhit zodat de onedele metalen zich scheiden van het edele metaal. Zo is een kind van God in deze wereld in de smeltkroes, soms menen zij om te komen in de hitte, maar lieve vrienden, weet dat God precies weet wat nodig is. De smelter weet precies hoe heet hij het vuur moet stoken. ‘Want genen hebben ons wel voor een korten tijd, naar dat het hun goeddacht, gekastijd; maar Deze kastijdt ons tot ons nut, opdat wij Zijner heiligheid zouden deelachtig worden, Hebr. 12:10.’

 

 

‘Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus met al Zijn heiligen, 1 Thess. 3:13.’ Wat een roeping, de opdracht komt tot een kind van God om onberispelijk te zijn in heiligmaking voor onze God en Vader. Vrede in ons hart door de heiligmaking, geeft ons ook vrijmoedigheid om met God onze Vader in gemeenschap te leven, vrijmoedigheid om te naderen in het gebed. Het zijn onze zonden die de vrede wegneemt. Het is juist het verkeren in de nabijheid van onze Zaligmaker dat ons heiligt.

 

Een lange tijd in mijn leven heb ik geworsteld met de woorden, ‘zijt heilig want Ik ben heilig’, hoe meer ik worstelde om heilig te worden, hoe meer ik ontdekte dat er in mijzelf geen goeds was. De ene zonde was nog niet overwonnen of de volgende zonde kreeg de overhand. Totdat de Heere God mij door Zijn woord liet zien, dat het niet in mij was maar dat het alles in Hem lag. ‘uw vrucht is uit Mij gevonden, Hos. 14:9b.’ De zonde kon ik niet overwinnen in eigen kracht maar door te zien op het lijden van mijn Borg, door te zien op wat het Hem gekost heeft om mij te verlossen van schuld en zonden, door te rusten eenvoudig op de genade die hij Mij schenkt, mocht ik overwinnen. Ook mocht ik steeds meer leren dat Zijn kracht in zwakheid wordt volbracht. Christus is de ware wijnstok, uit Hem stromen de levenssappen, door heel dicht bij Hem te zijn, door in Hem te blijven, zullen wij vrucht dragen. Christus Zelf is onze gerechtigheid, Christus Zelf is onze heiligmaking en in Hem zullen wij overwinnen over de zonden. In Hem hebben wij de overwinning, wat een troost en een blijdschap, wat een geluk en wat een vrede om een kind van God te zijn.

 

Onze heiligmaking is een proces waarin wij meer en meer overeen gaan komen met het beeld van God. Als het ware zijn kinderen van God levende afbeeldingen van God. Het beeld van zachtmoedigheid, barmhartigheid en hemelsgezindheid. Te oordelen zoals God oordeelt en in Zijn gezindheid te leven. Om lief te hebben wat God liefheeft maar ook om te haten wat God haat. Als we zo leven, zullen we leven met de vrede van God in ons hart. In de vrijmoedigheid om met al onze nood, met al onze zorgen te schuilen bij onze God. Tegelijk zullen we ervaren dat de vijandschap van de wereld en de vijandschap van hen die dit leven niet kennen ons ook omringd. Gode zij dank, in de wereld zullen we verdrukking hebben maar hebt goede moed de Heere Jezus zegt ‘Ik heb de wereld overwonnen.’

 

Lieve vrienden, een heilig God en een zondig mens. Een kloof die geen zondig mens kan dichten. Wonder van genade, God Zelf gaf Zijn Zoon. Jezus, de Heilige, is tot een vloek gemaakt, is gestorven en begraven en ook weer opgestaan. Hij leeft en een ieder die tot Hem komt zal eeuwig leven. Kom, de tijd is kort, kent u die Jezus nog niet? Alleen bij Hem vindt u het leven, Hij zal al uw tranen van uw ogen wissen en u geven de eeuwige heerlijkheid en dat alleen uit en door genade.

 

Broeders en zusters in de Heere, u die Jezus mag kennen als uw Verlosser en Zaligmaker, rust in het volbrachte werk, Hij is onze gerechtigheid en onze heiligmaking. Laten wij beseffen dat Hij ons kocht met het doel: te leven in heiligheid. Niet te leven voor onszelf maar zoals Hij Zijn leven gaf voor ons. Zo worden wij geroepen om ons leven te offeren in het verlangen veel vrucht te dragen. Anderen tot Jezus leiden, dat is een vruchtdragend leven. Niet door kracht, nog door geweld maar door Zijn Geest zal het geschieden. Kom, onze levenssappen stromen uit Hem die ons liefheeft. Door stil te zijn, ons te verwonderen in aanbidding en ons te laten leiden door de Geest, zullen wij veel vrucht dragen. Wat een wonder, ‘onze vrucht wordt uit Hem gevonden’. Wij mogen stil zijn en ons verwonderen in de heiligheid van onze God. Hoe meer wij leven in Zijn Licht, hoe meer wij veranderd zullen worden in een lichtdrager. ‘Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het Licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben, Joh. 8:12.’ Amen.

 

Wilco Vos Veenendaal 13-03-2012