M12 Barmhartig

17-03-2017 09:47

‘Wees dan barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is, Luk. 6:36.’

 

Vandaag denken we na over barmhartigheid, waarbij wij zien op de Bron van alle barmhartigheid, waarvan David zegt: ‘Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen, Ps. 103:13.’ De HEERE Zelf is de Bron val alle leven, goedheid, liefde, rechtvaardigheid en barmhartigheid. Jesaja zegt: ‘Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; Gij, o HEERE! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam, Jes. 63:16.’ Deze barmhartige God en Vader, Die geen lust heeft in de dood van de zondaren maar daarin dat zij zich bekeren en eeuwig leven, gaf ons Zijn Zoon, van Wie we lezen: ‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst, Jes. 9:5.’ Lieve vrienden, Deze Vader der eeuwigheid is barmhartig over allen die Hem aanroepen, Hij laat nooit iemand tevergeefs naar Hem zoeken. Zoekt Mij en leeft, (Amos 5:4) zo sprak Hij, en zo spreekt Hij nog: ‘Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden, Matth. 7:7.’ Laten wij vóór alle dingen Hem zoeken, ons op Hem richten en onszelf aan Hem overgeven in een gehoorzame levenswandel; ‘Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden, Matth. 6:33.’

 

Mozes, geroepen tot een bijzondere taak, wist dat hij zonder de hulp van de HEERE niets zou kunnen doen. Hij verlangde maar één ding, dat was dat de HEERE zelf met hen mee zou gaan door de woestijn. Hij verlangde naar een ontmoeting met de HEERE en sprak: ‘Toon mij nu Uw heerlijkheid.’ Het antwoord van de HEERE klinkt: ‘Ik zal al Mijn goedigheid voorbij uw aangezicht laten gaan, en zal den Naam des HEEREN uitroepen voor uw aangezicht; maar Ik zal genadig zijn, wien Ik zal genadig zijn, en Ik zal Mij ontfermen, over wien Ik Mij ontfermen zal, Ex. 33:19.’ Wat een voorrecht ontvangt Mozes hier, Hij zal al de goedheid van de HEERE zien en als de heerlijkheid des HEEREN dan neerdaalt in een wolk en Mozes de Naam des HEEREN hoort uitroepen, dan horen we: ‘HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid, Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid, Ex. 34:7.’ Wat een diepe indruk moet deze verschijning van barmhartigheid op Mozes gemaakt hebben. Hij sprak later tot het volk: ‘Want de HEERE, uw God, is een barmhartig God; Hij zal u niet verlaten, noch u verderven; en Hij zal het verbond uwer vaderen, dat Hij hun gezworen heeft, niet vergeten, Deut. 4:31.’

 

We zien deze barmhartigheid zo helder geopenbaard in de rode lijn die door heel het Woord van God loopt. Iedere bladzijde van de Bijbel spreekt ons van barmhartigheid, wijst ons op Christus. Hij Die komen zou, gekomen is, plaatsvervangend Zijn leven heeft afgelegd, het weer heeft aangenomen, is opgevaren naar de hemel, waar Hij bidt voor de zijnen en vanwaar Hij spoedig komen zal. ‘In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen, Joh. 1:1-4.’ Zoals Adam en Eva direct na de zondeval gewezen werden op het bloed dat moest vloeien om hen te kunnen kleden, zo wijst heel de Bijbel ons op de barmhartige verzoening die er is, in en door Christus Jezus onze Heere. Hij is het levende Woord, het Licht der wereld. Nadat het volk Israël geschuild had achter het bloed van het lam, werden zij bevrijd uit de slavernij en op wonderlijke wijze verlost van hun vijand, die stierf in de Rode zee, terwijl zij met droge voeten aan de overkant kwamen. Wat een barmhartige en wondergrote God. Wie zou ooit nog bevreesd, twijfelachtig of opstandig zijn na het zien en beleven van zulke wonderen?  Hoe anders is, helaas, vaak de praktijk van het leven. Het volk krijgt dorst en als ze dan eindelijk water vinden is het bitter. Wat is het antwoord van de Barmhartige op hun gemopper? Op wonderlijke wijze maakt Hij het bittere water zoet en leert hen, dat als zij gehoorzaam zijn aan Hem, door Hem te volgen in woord en daad, zij Zijn zegen zullen genieten (Ex. 15). 

 

Verder kunnen we lezen hoe de Barmhartige voorzag in water uit de rotsteen, dat ons wijst op Christus de Bron van levend water. Hij voedt hen met manna uit de hemel dat ons wijst op Christus Die gekomen is als het Brood des Levens (1 Cor 10:3,4 / Joh. 6:58). Ieder morgen was daar de barmhartigheid des HEEREN, wat een goedheid zien we als iedere morgen de aarde bedekt is met het hemelse brood. Wat een verwondering en blijdschap is daar geweest in de harten van het volk. Maar, wat gebeurt er na een poosje? De verwondering verandert in gemopper: “Onze ziel walgt over dit zeer lichte brood.” Onbegrijpelijk, of toch niet?

 

Lieve vrienden, is het in ons leven anders? Merken wij nog op hoe de zon iedere morgen schijnt over goede en slechte mensen? Genieten wij het zonlicht, de regen, de sneeuw en dat wat ons van God wordt gegeven tot onderhoud van deze aarde en ons leven? Of brommen wij als het te koud, te warm, te vochtig of te glad is? Als het winter is verlangen we naar de warme zon en als de warme zon daar is verlangen we naar de koelte. Vandaag vinden we de boodschap van het evangelie mooi en morgen willen we wat anders. Ik geloof dat er niet veel veranderd is sinds Adam en Eva. Van alle bomen mochten zij eten behalve van die ene, en wat doen ze? Ze kunnen het niet laten, om te doen wat God verbood. Het volk Israël, bijzonder bevoorrecht door hun verkiezing van God, waarbij Hij hen in heilige afzondering roept om Hem lief te hebben en te volgen, doen niet anders dan mopperen en ongehoorzaam zijn. Keer op keer heeft Hij hen vermaant te gehoorzamen en gewezen op de zegeningen die er volgen op gehoorzaamheid. Nu lijkt de maat vol gezondigd. De HEERE, Die hen beschermde voor de slangen, trok zich als het ware even terug en liet de vurige slangen hun gang gaan. Zie daar de gevolgen van hun ongehoorzaamheid, schreeuwend van de vurige pijn en dorst, sterven ze in hun ellende. Maar, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid is onze God, ja Hij ontfermt Zich als een vader over zijn kinderen en vergeeft de schuldige die tot Hem roept. Zie daar, de opgerichte slang, iedereen die daarop ziet ontvangt leven. Ten dage als je daarvan eet zul je de dood sterven, zo klonk het in het paradijs, en zie hier, ten dage als je ziet op de slang zul je leven (Num. 21). Waarom? Ook hier weer een test, zien op de slang, is gehoor geven aan Gods Woord. Zien op de slang is gehoorzamen aan God en stoppen met het zoeken naar andere uitvluchten.

 

Lieve vrienden, wat een barmhartigheid zien we hier geopenbaard. God heeft geen lust in de dood van de goddelozen maar daarin dat zij zich afkeren van ongehoorzaamheid en leven ontvangen door het geloof. Geloven in wat God zegt, is doen dat wat Hij gebiedt, en aannemen dat wat Hij schenkt. Alle mensen, van zwart tot blank, van groot tot klein, van lief tot gemeen, hebben gezondigd en moeten sterven, het gif van de helse slang stroomt door het bloed en niemand kan ontkomen aan een zekere dood. Maar barmhartig en genadig is de HEERE: ‘En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe, Joh. 3:14,15.’

 

Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt en leef in en door Jezus Christus, de Zoon van God. Als u tot op vandaag nog leeft buiten Christus en uw eigen wil en mening belangrijker vindt dan die van God, dan bent u diep ongelukkig. Besef dat het gif door uw aderen stroomt en uw hart ieder moment kan stoppen. Hoe verschrikkelijk zal dat zijn om dan zonder Borg en Middelaar, buiten Christus, voor God te moeten verschijnen! Buig vandaag uw knieën, bekeert u, bekeert u; ‘En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade, Joël 2:13.’

 

Lieve broeders en zusters, u die door het geloof hebt gezien op het Lam dat geslacht is voor uw zonden; De tekst van onze overdenking roept ons op, om net als onze Vader, barmhartig te zijn. Als wij zien op het geduld, de liefde, de ontfermingen en barmhartigheid van onze God en Vader, dan kan het niet anders of ook wij zullen gedreven door Zijn liefde, met barmhartigheid bewogen zijn over onze naasten. Kom; ‘Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, Efez. 5:1.’ Wees barmhartig met een barmhartigheid die haar bron vindt in uw Vader, door het geloof in de Heere Jezus Christus en gedreven door de Heilige Geest: ’Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is, Matth. 5:48.’ Dat kan allen door te rusten in Zijn genadige barmhartigheid. Amen.

Wilco Vos Veenendaal 13-03-2017