M14 Woorden van Jezus: …dan zullen zij vasten

05-04-2018 16:02

‘Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: Waarom vasten wij en de Farizeen veel, en Uw discipelen vasten niet? En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten. Ook zet niemand een lap ongevold laken op een oud kleed; want deszelfs aangezette lap scheurt af van het kleed, en er wordt een ergere scheur. Noch doet men nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo bersten de leder zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe leder zakken, en beide te zamen worden behouden, Matth. 9:14-17.’

 

De roepstem: ‘Volg mij.’ klonk zo’n tweeduizend jaar geleden, net als bij ons vandaag van verschillende kanten. Wie of wat volgen wij? Wat is ons hoogste doel in het leven? Wie is voor ons het grote voorbeeld en aan wie of wat onderwerpen wij onszelf? Er waren tweeduizend jaar geleden farizeeërs die hun meester volgden, zij zagen in hem het grote voorbeeld, ze leerden van hem en wandelden zoals zij hun meester dat zagen doen. In die tijd was er ook een Johannes. Als een roepende stem in de woestijn, riep hij de mensen op tot bekering tot de levende God, een breken met de zonden en een wandel in eenvoud en Godsvrucht. Deze Johannes, die wij kennen als Johannes de Doper, was best bijzonder, hij was veel in de woestijn, was gekleed in een gewaad van kamelenhaar en at sprinkhanen en wilde honing. Zijn verschijning maakte indruk, zijn prediking was scherp en zijn levenswandel was sober. Ook deze Johannes had discipelen die hem volgden. Zij leerden van zijn onderwijs en volgden hem in een sobere levenswandel.

 

Zoals met de meeste predikers, die het Woord van God eerlijk en scherp prediken, had Johannes weerstand, zelfs zo erg dat hij in de gevangenis belande. Zijn discipelen waren daarover verdrietig, ze misten hem en verlangden ernaar dat hij bij hen terug zou komen. Vasten en bidden was in hun sobere levenswandel een vast onderdeel van het bestaan. Hoe aanhoudend en vurig zullen zij gevast en gebeden hebben in deze moeilijke situatie.

 

Bij Jezus en Zijn discipelen, zagen zij een heel andere levenstandaard dan die van hen en de farizeeërs.  Het riep vragen bij hen op en daarom stelden zij een vraag aan Jezus: ‘Waarom vasten wij en de Farizeen veel, en Uw discipelen vasten niet?’ Alleen deze vraag zou ons al veel stof tot overdenken kunnen geven. In eigen oog vasten zij en de farizeeërs veel, we kunnen niet weten wat de hartsgesteldheid van deze mannen was op het moment van de vraag, maar als ik mijn eigen arglistige hart als uitgangspunt neem, dan lijkt het alsof zij zichzelf hier voordoen als toch wel erg vrome lieden, die de zaak erg serieus bekijken en dat terwijl de discipelen van Jezus helemaal niet vasten. Wie heeft gezegd dat de discipelen van Jezus niet vasten? Het is wel een feit dat zij dat in ieder geval niet zo opzichtig deden als de farizeeërs. Is het hoogmoedige, vrome hart niet vaak goed te spreken over zichzelf en haar ijver en ziet zij niet al te gemakkelijk laag neer op de ander?

 

Hoe wijs is Jezus reactie: ‘Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is?’ In een periode van grote blijdschap past geen treuren. Wat een verdrietige verschijning zou een treurend persoon zijn op een bruiloftsfeest. De Heere Jezus trekt als het ware deze vergelijking door naar Zijn discipelen, hoe zouden deze kinderen, deze zonen van het Koninkrijk, nu kunnen treuren zolang hun Meester in hun midden is?

 

De Heere Jezus verwijt de farizeeërs en de discipelen van Johannes niet dat zij vasten maar neemt het op voor Zijn eigen discipelen, die aan Zijn voeten genieten van de gemeenschap met Hem te midden van de maaltijden. Hij weet dat zij, straks, als Hij Zijn leven zal hebben afgelegd, bij elkaar zullen zijn om te vasten en te bidden. Want zegt Hij: ‘Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten.’

 

Het lijkt erop dat de discipelen van Johannes zich, samen met de farizeeërs, net iets beter voelen dan die discipelen van Jezus, die het met de soberheid niet zo nauw lijken te nemen. Hoewel we niet weten of de discipelen van Johannes dit ook echt hebben gedacht is het wel een gedachte die wij zo vaak tegenkomen. Wat kan het hoogmoedige hart zich beroemen op zijn daden, zijn vroomheid en nauwgezette wandel, waarbij het vergeet wat er in eigen hart nog aan ongerechtigheid kan leven. Het is precies dat farizeïstische hart dat Jezus iedere keer blootlegt als ongeschikt voor het Koninkrijk der hemelen. Wat een armoede als wij ons beroemen op iets dat wij zelf voor elkaar maken, onszelf verheffen boven een ander of menen dat wij wel een zegen of goedkeuring van de Heere zouden mogen ontvangen over onze acties, woorden of gedachten. Hoe ellendig is die mens die nog nooit met lege handen aan de voeten van Jezus is gevallen om het geheel en alleen van Hem te verwachten. Gods genade hebben wij nodig, daarop mogen wij roemen en daarin alleen kunnen wij rusten. Wee hem of haar die in eigen kracht de vrede of goedkeuring van God de Vader zoekt.

 

Is het vasten dan verkeerd? Nee, verre van dat maar het hart dat zich beroemt op het vasten is een verkeerd hart. Het is goed een tijd af te zonderen om te vasten en te bidden. Maar als wij vasten en bidden en onszelf daardoor beter voelen dan een ander dan was het beter nooit gevast te hebben. Zal God niet veel meer het hart van de matige man en vrouw, die in overgave en vreugde als kinderen van de Vader leven, verkiezen boven het hart van hem of haar die zich beroemt over zijn of haar vasten?

 

De Heere Jezus neemt het voorbeeld van het nieuwe stuk kleed dat op het oude gezet wordt. Het nieuwe stuk zal krimpen en het oude kleed doen scheuren. Zo ook als men nieuwe wijn neemt en dat in een oude zak giet. De krachtige nieuwe wijn zal de oude zak doen barsten en zo zullen de wijn en de zak verloren gaan. Hoe goed kunnen tradities en gewoonten zijn, hoe zuiver kunnen ze gegrond lijken op het Woord van God, maar deze verse discipelen van Jezus zijn niet in een keurslijf te persen. Het is de Geest van God, Die alle dingen nieuw maakt en hen zal leiden op de weg die zij hebben te gaan. Zij wandelen in het Licht met hun Heiland, genieten Zijn gemeenschap en de Heere Jezus Christus en Zijn Waarheid zal hen vrijmaken en met vreugde doen wandelen in het spoor der gerechtigheid. Als dan het moment daar is dat zij zich zullen afzonderen in een periode van vasten en bidden dan is dit niet omdat zij dat moeten maar omdat zij niets anders willen.

 

Hoewel velen tot op heden zich vastklampten aan een vormendienst, dat we zouden kunnen vergelijken met een oud kleed, werden de discipelen van Jezus geroepen tot een leven dat we zouden kunnen voorstellen met een nieuw kleed dat niet zomaar op het oude gezet kan worden. Als mensen door het geloof discipelen van Jezus worden dan is daar iets nieuws dat we kunnen vergelijken bij een nieuwe krachtige wijn. Dat nieuwe kunnen we niet gieten in de oude zakken, waar de rek en het leven uit is. De Geest van God maakt alles nieuw, het maakt doden levend en deze tot leven gekomen nieuwe scheppingen kunnen niet wandelen in dode vormen.

 

Onze God wil aanbeden worden in geest en in waarheid. Niet de vorm maar het hart dat zich overgeeft is aangenaam voor God. Twee mensen kunnen naast elkaar het Woord van God onderzoeken, Jezus willen volgen en principes uit Gods Woord toepassen in hun levens terwijl de één dat doet in een geestelijke vrijheid en de ander verstrikt raakt in een gebondenheid dat leidt tot een leven zonder geur en smaak. Het vasten van de gelovige, die zich vastklampt aan God en Zijn beloften en in afhankelijkheid opziet naar God de Vader is van een heel andere aard dan het vasten van hen die het doen omdat het nu eenmaal een gewoonte is.

 

Lieve vrienden, broeders en zusters, in deze overdenking dachten we niet alleen na over het vasten maar over het verschil tussen een moeten en een mogen. Tussen een zich verplicht voelen of een zich in vrijheid door de liefde gedreven weten. De Geest van God, maakt het verschil. Zij die God de Vader, door het geloof in Christus dienen in geest en waarheid, zullen de vreugde van het kindschap genieten en dienen in overgave terwijl zij de christelijke vrijheid genieten. Als u wilt vasten, vast dan, niet omdat het moet of dat een ander dat doet maar omdat u niets liever wilt. De gemeenschap met God is u alles waard. Soms kan de nood u drijven, een andere keer, een stil verlangen. Het is goed, zolang Christus alles voor u is. Dan zal het u niet uitmaken of een ander wel of niet vast, het is iets tussen u en God waarbij u in alle vrijmoedigheid mag getuigen van Zijn genade, Zijn trouw en vaak wonderlijke inzichten en uitreddingen. God zegen u. Amen.

 

Wilco Vos Veenendaal 18-02-2018