M15 Een aansporing tot het doen van goede werken

15-04-2016 08:39

‘En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken, Hebr. 10:24.’

 

Het onderwerp van deze overdenking zal sommigen de wenkbrauwen doen fronzen. Anderen zullen verontwaardigd reageren dat hier een aanval volgt op de Christelijke vrijheid. Is deze overdenking een poging tot het opleggen van een juk der dienstbaarheid?

 

Ik hoop dat iedere lezer de verantwoordelijkheid neemt om alles wat gelezen of gehoord wordt te toetsen aan het Woord van God. ‘Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken, Joh. 8:31,32.’ Christus is het Licht van deze wereld, buiten Hem is er niets dan duisternis. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven en wij hebben het verlangen om zondaren deze Weg, de enige Waarheid en het Leven in en door Hem, bekend te maken. ‘Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn, Joh. 8:36.’

 

Met Paulus durf ik te zeggen dat de liefde van Christus mij dringt, om u het Leven in Christus te verkondigen. De wereld ligt verloren in zonden en schuld en allen die niet willen of durven komen tot Christus, leven in duisternis, al lijkt het misschien nog zo licht. De zondaar buiten Christus is schuldig aan de overtreding van Gods geboden en moet daarvoor gestraft worden. Verschrikkelijk zal het zijn om straks God te ontmoeten met deze openstaande schuld. Zoals alle mensen weten is er een hemel en een hel en de enige Weg naar de hemel is door Christus terug naar God de Vader. Hij heeft plaatsvervangend willen lijden en sterven waarmee Hij de schuld van de zondaar op Zichzelf heeft genomen. Hij is opgestaan en opgevaren naar de hemel, vanwaar Hij straks komen zal. Eenieder die zich in dit leven afkeert van de zonden en in het geloof de aangeboden zaligheid omhelst, wordt uit genade zalig. Zie het lam van God, Hij heeft de zonde van de wereld weggenomen. Al zijn uw zonden nog zo groot, u bent welkom bij de Heere Jezus. Hij schenkt het zalig leven aan allen die voor Hem buigen. Misschien zegt u in het kader van deze overdenking; “Mijn zonden zijn niet zo groot, ik ben een goede man of vrouw, ik zorg goed voor mijn naasten, ik betaal mijn belasting en wil geen wetten overtreden”. Weet, dat u vijandig bent tegenover God, zolang u meent te kunnen leven buiten de zaligheid in Christus. Al bent u geen openbare zondaar, als u God niet erkent als de Bron van al het leven en de God aan Wie u alle eer verschuldigd bent, ja, als u Hem niet liefhebt met heel uw hart en rust in het offer van Zijn Zoon, dan zijn al uw goede werken niets dan stof. ‘Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind, Jes. 64:6.’ Ieder zondaar, groot of klein, moet teruggebracht worden in gemeenschap met God en dat kan alleen door het geloof in Christus Jezus, de Zaligmaker van deze wereld. ‘Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon. En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon. Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet. Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in den Naam des Zoons van God, 1 Joh. 5:10-13.’

 

Het is van levensbelang om hier te benadrukken dat de zondaar zalig wordt alleen op grond van dat wat Christus deed. De zaligheid in Christus wordt het eigendom van de zondaar op het moment dat hij of zij deze gelovig omhelst. De zwartheid van uw bestaan mag geen obstakel zijn in het gaan tot Christus, Zijn bloed wast van alle zonden. Lieve vrienden, meent niet dat u met uw goede werken in een beter blaadje komt bij God. Al zou u de Bijbel uit uw hoofd kennen, al uw geld aan de armen geven en uw huis openstellen voor de zwervers uit uw stad, het is alles van geen waarde zolang u leeft buiten Christus. Met geen enkel goed werk maken wij aanspraak op de zaligheid. Het is genade alleen. ‘Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme, Efeze 2:8,9.’

Laat niemand zich bedriegen en denken eerst een goed mens te moeten zijn voordat hij of zij mag komen tot Christus. Nee, Hij is de fontein van het Leven, ga met al uw vuilheid tot Hem en laat u reinigen. Paulus noemt zichzelf de voornaamste zondaar en wijst op de Bron van zijn zaligheid. ‘Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben, 1 Tim. 1:15.’  Paulus heeft zo helder uiteengezet dat de mens niet door de werken maar door het geloof alleen behouden wordt. ‘Die ons heeft zalig gemaakt, en geroepen met een heilige roeping; niet naar onze werken, maar naar Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus, voor de tijden der eeuwen, 2 Tim. 1:9.’ Genoeg, over de werken die gedaan worden buiten het leven in Christus. ‘Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet, Rom. 3:28.’

 

Als we nu duidelijk uiteen gezet hebben dat wij met onze goede werken geen aanspraak maken op de zaligheid, vanwaar dan een overdenking waarin we aangespoord worden tot liefde en goede werken? Wel, de aansporing is gericht aan de gelovige, aan hem of haar die rust in het volbrachte werk van Christus, aan hen die roemen in Gods genade en vol verlangen uitzien naar de komst van onze Heere en Heiland. Zij worden opgeroepen om te volharden in het geloof en het wandelen in de waarheid. Johannes 3:21 zegt: ‘Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn.’ Het beamen van de waarheid is niet genoeg, hier wordt gesproken over het doen van de waarheid. Het is mooi om te zien hoe Paulus in Efeze 2 roemt in Gods genade en duidelijk maakt dat de werken totaal niet mee doen in het zalig worden. Vervolgens vervolgt hij in datzelfde hoofdstuk met: ‘Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen, Ef. 2:10.’ In Christus zijn wij een nieuwe schepping en worden wij, door de werking van de Heilige Geest, veranderd naar Zijn Beeld. Dat betekent dat wij God liefhebben boven alles en onze naasten als onszelf en dit zal blijken uit de werken die wij doen. ‘Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood, Jak. 2:26.’ Zonder de liefde en de goede werken kunnen wij dus onmogelijk zeggen God lief te hebben. 

 

‘Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde, en elkander hatende. Maar wanneer de goedertierenheid van God, onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes; Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker; Opdat wij, gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens. Dit is een getrouw woord, en deze dingen wil ik, dat gij ernstelijk bevestigt, opdat degenen, die aan God geloven, zorg dragen, om goede werken voor te staan; deze dingen zijn het, die goed en nuttig zijn den mensen, Tit. 3:3-8.’ De Bijbel roept ons niet op tot een slaafse vrees en een juk der dienstbaarheid. Nee, als kinderen van de Vader willen wij in liefde wandelen, rustend in, en levend uit die grote verlossing, doen wij goede werken. Met David roepen wij het uit: “Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.”

 

De Heere Jezus is gekomen als het Licht in de wereld en allen die in Hem geloven, mogen Zijn Licht verspreiden in deze duisternis. ‘Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken, Mark. 5:16.’ Ja Jezus is Het; ‘Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken, Tit. 2:14.’

 

Bij goede werken moeten wij denken aan het onszelf onbesmet bewaren van de wereld (Jak. 1:27), het is niet mogelijk om God en de wereld tegelijk lief te hebben. Een kind van God maakt andere keuzes dan een kind van de wereld. We worden opgeroepen om de weduwen en de wezen te bezoeken, en hen die gevangen zijn te gedenken alsof ook wijzelf gevangen zijn (Hebr. 13:3). Zijn er broeders of zusters in nood, help hen, ja verblijd u met de blijden en weent met de wenenden. (Rom. 12:13,15). Is er een zwakke broeder of zuster? Sta dan naast hen en zoek dat te doen wat tot stichting is (Rom. 15).

Leer en vermaan elkaar (Col. 3:16 , 1 Thess. 5:11). Mannen en vrouwen worden opgeroepen elkaar en hun kinderen hartelijk lief te hebben (Col. 3, Tit. 2:4). Dit lief hebben, bekent niet elkaar de zin te geven, maar het goede te zoeken, er voor elkaar te zijn in mooie en moeilijke omstandigheden en elkaar voor te gaan in het leven met de Heere. Deze liefde uit God is niet met het woord maar in daad en waarheid (1 Joh. 3:18). Paulus noemt het, het werk des geloofs (1 Thess. 1:3), waarbij hij doelt op het komen tot de zaligheid en de vruchten die volgen op de zaligheid. Ja, hij zegt, wordt rijk in goede werken en deel uit aan de behoeftigen (1 Tim. 6:18). Kortom, goede werken, zijn daden waarbij de naaste gesticht, ondersteunt en geliefd wordt. Dit alles zijn vruchten die voortkomen uit het lief hebben van God boven alles. Dit maakt gulhartig, streeft naar het eeuwig heil en het tijdelijke goed van onze naasten.

 

Het is goed om te begrijpen dat de Bijbel ons niet leert dat goede werken nodig zijn om straks de eeuwige heerlijkheid in te kunnen gaan. De goede werken zijn eenvoudig de daden die volgen vanuit de levende relatie met God de Vader, door Zijn Zoon en geleid door de Heilige Geest. ‘De God nu des vredes, Die den grote Herder der schapen, door het bloed des eeuwigen testaments, uit de doden heeft wedergebracht, namelijk onze Heere Jezus Christus, Die volmake u in alle goed werk, opdat gij Zijn wil moogt doen; werkende in u, hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen, Hebr. 13:20,21.’ Tegelijk is het niet zo dat de gelovige rust in genade om vervolgens als een stok of blok achterover te leunen en maar te zien wat er gebeurt. Paulus roept al de heiligen in Christus Jezus te Filippi op met de volgende woorden: ‘Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven: Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen, Filip. 2:12,13.’ Juist omdat God in de gelovige werkt, wordt zij opgeroepen om met vreze en beven de zaligheid uit te werken. Dit in navolging van de woorden van de Heere Jezus: ‘Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is, Matth. 5:28.' Concreet komt dit neer op het loslaten van dat wat niet is tot eer van God en het nut van de naasten. Denk aan de werken van het vlees; ‘welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid, Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen, Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven, Galt. 5:19-21.’ Tegenover deze werken staan de vruchten van de Geest, dat zijn dus de eigenschappen van het kind van God die gewerkt worden door de Heilige Geest, het zijn; ‘liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en matigheid Gal. 5:22.’ Wanneer de gelovige deze vruchten mist, zullen de werken gedaan worden vanuit een krampachtige houding en de oorzaak moeten wij zoeken in een leven dat niet vervuld is van de Heilige Geest. Gelovige broeder en zuster, kom, strek u uit naar de vervulling met de Heilige Geest (Efeze 5:18) Al het oude is voorbijgegaan, Ja in Christus Jezus is alles nieuw geworden: Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden. Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid; En geeft den duivel geen plaats. Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft. Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen. En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing. Alle bitterheid, en toornigheid, en gramschap, en geroep, en lastering zij van u geweerd, met alle boosheid; Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft, Ef. 4:25-32.’

 

Lieve vrienden, leeft u nog buiten Christus? Maakt haast, ja spoed u om uws levens wil, zie niet op uw werken maar neem de toevlucht tot Hem die de prijs betaald heeft. Buig uw knieën en laat u zaligen. Lieve broeders en zusters in onze geliefde Heiland; ‘Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest, Rom. 8:1.’ Hem alle lof en eer, Hij gaf zijn leven voor ons, en heeft ons opgeroepen om in Hem te blijven, dan zullen wij veel vrucht dragen (Joh. 15), en; ‘Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft, 1 Joh. 2:6.’ Ga voort in Zijn kracht, nog een kleine tijd en wij zullen voor altijd bij Hem zijn. Kom Heere Jezus, ja Kom spoedig, Amen.                               

Vaste Rots van mijn behoud,

Als de zonde mij benauwt,

Laat mij steunen op uw trouw,

Laat mij rusten in uw schauw,

Waar het bloed, door u gestort,

Mij de bron des levens wordt.

 

Jezus, niet mijn eigen kracht,

Niet het werk, door mij volbracht,

Niet het offer, dat ik breng,

Niet de tranen, die ik pleng,

Schoon ik gansche nachten ween,

Kunnen redden, Gij alleen.

 

Zie, ik breng voor mijn behoud,

U geen wierook, myrrhe of goud,

Ledig kom ik, arm en naakt,

Tot den God, die zalig maakt,

Die de zielen kleedt en voedt,

Die ze troost en leven doet.

 

Eenmaal als de stonde slaat,

Dat mijn lichaam sterven gaat,

Als mij ziel uit de aardsche woon,

Opstijgt tot des Rechters troon,

Rots der eeuwen, in uw schoot,

Berg mijn ziele voor den dood.

 

Wilco Vos Veenendaal 13-04-2016