M16 Tweeërlei kinderen.

19-04-2013 08:44

‘Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels openbaar. Een iegelijk die de rechtvaardigheid niet doet, die is niet uit God, en die zijn broeder niet liefheeft. 1 Joh. 3:10.’

 

De tekst uit 1 Johannes maakt ons duidelijk dat er twee soorten kinderen zijn, kinderen Gods en kinderen des duivels. Het is een onderwerp waar de meeste mensen liever niet te veel over na willen denken. Toch moeten wij allemaal een antwoord op de vraag hebben of wij een kind van God zijn of een kind van de duivel. Wij worden namelijk geboren als zondige mensen, tussen ons en God is een enorme kloof die eerst overbrugt  moet worden voordat we kunnen zeggen dat we een kind van God zijn. Misschien denkt u, ach daar denk ik nu niet over na, misschien later of u bent van mening dat het er niet toe doet. Lieve vrienden, wie u ook bent, er komt een moment dat u tot de ontdekking komt dat deze vraag realiteit is. U en ik, wij zullen eens voor God verschijnen. ‘Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad, 2 Kor. 5:10.’ Wat een rijkdom van genade dat deze vraag nu vandaag nog tot ons komt. Ben ik een kind van God?

 

De Bijbel is het Woord van God het is ons gegeven om ons de Weg te wijzen. Hij, die zegt ‘Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader dan door Mij, Joh. 14:6’ openbaart Zichzelf in dit Woord, als de van God gezondene, om zondaren te redden en weer met God te verzoenen. Hij Jezus, de Zoon van God is de enige Weg tot de Vader. Hij is het die al aan Adam en Eva werd belooft als Diegene die de kop van satan zou vermorzelen. Hij is gekomen vanuit de hoge hemel en geboren als een klein kind, Hij heeft gewandeld op deze aarde en is Zijn hemelse Vader in alles gehoorzaam geweest. ‘En gij weet dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem, 1 Joh. 3:5.’ Zijn prediking roept de mensen op om zich af te keren van de zonden en zich te bekeren tot de levende God. Hijzelf heeft zichzelf vrijwillig overgegeven om gekruisigd te worden,opdat Hij daar op het kruis van Golgotha de zonden die ons scheiden van onze hemelse Vader, zou wegdragen. ‘Want Dien Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem, 2 Kor. 5:21.’ In het bloed van Jezus Christus Gods Zoon vinden wij de verzoening met God. Lieve vrienden, daar aan de voet van dat kruis vinden wij het Leven. Kom, wie u ook bent, belijd uw zonden en zie op Hem die gekomen is om zondaren te redden. Werkelijk, zalig worden is iets waar wij niets aan hoeven en kunnen doen. Het is het eenvoudig, kinderlijk vertrouwd geloven dat al mijn zonden om Christus wil vergeven zijn. Hij is het die ons de rust en de vrede brengt. Zodra wij onze schuld en zonden verliezen door het zien op Jezus, wordt de Heilige Geest in ons hart uitgezonden, en die Geest is het die ons doet roepen, Abba Vader, lieve Vader, mijn Vader. O wat een vreugde om van een kind des duivels een kind van God te worden. Wat een vrede, wat een zaligheid in onze Heiland, Zijn Naam is Jezus. ‘Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt, Joh. 1:29.’

 

In de Bijbel vinden we dus tweeërlei kinderen, kinderen van de duivel en kinderen van God. Als u nog geen kind van God bent, hoeft niet bij de pakken neer te zitten, met de gedachte dat u een kind van de duivel bent. Hoe verschrikkelijk deze waarheid ook is, er is een middel, het is Jezus, de Middelaar. ‘En de zaligheid is in geen ander; want er is ook onder den hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden, Hand. 4:12.’ Het is of een leven met de duivel, voor eeuwig verloren. Of een leven met Jezus voor eeuwig in Hem behouden. Nu vandaag komt tot ons de blijde boodschap, dat Jezus is gekomen om kinderen die vrijwillig of onvrijwillig tot satan behoren, te redden.

 

Misschien zegt u; ‘Ik heb geen keus, ik ben gebonden en ik kan mijzelf niet redden.’ U heeft gelijk, u kunt uzelf niet redden, als het van ons zou afhangen dan waren we reddeloos verloren. Maar God zij dank, Hijzelf heeft voor een Weg gezorgd. Jezus is gestorven opdat zondaren leven zouden. U mag komen zoals u bent, u mag uw leven overgeven in de handen van God en vertrouwen op het offer wat op Golgotha gebracht werd. Het is alleen door het geloof in dat volbrachte werk, dat wij behouden worden. Niet omdat wij geloven maar omdat wij rusten in dat wat Christus voor ons deed. Laat u niet wijs maken dat u er van alles aan moet doen om behouden te worden. Wat God van u vraagt is te geloven in dat wat Hij voor ons heeft gedaan. Geloven is geen werk, maar het is juist het  stoppen met werken en rusten in Christus volbrachte werk.

 

De twee soorten kinderen worden in de Bijbel op veel verschillende manieren benoemd. Hieronder ziet u in een overzicht een paar verschillende omschrijvingen van een kind Gods en een kind des duivels.

 

 

Kind van God:

Gods Kinderen, Matth. 5:9

Kinderen van de Vader, Matth. 5:45

Kinderen des Koninkrijks, Matth. 13:38

Kinderen des Allerhoogsten, Luk. 6:35

Kinderen der opstanding, Luk. 20:36

Kinderen des Lichts, 1 Thess. 5:5

Aangenomen kinderen, Efeze 1:5

Kinderen des levende Gods, Rom. 9:26

Gehoorzame kinderen, 1 Petr. 1:14

Nieuwgeboren kinderkens, 1 Petr. 2:2

Kinderen Gods, Rom. 8:14

 

Kind van de duivel:

Kinderen des toorns, Efeze 2:3

Duisternis, Efeze 5:8

Krom en verdraaid geslacht, Filip. 2:15

Kinderen der ongehoorzaamheid, Kol. 3:6

Kinderen der vervloeking, 2 Petr. 2:14

Kinderen des duivels, 1 Joh. 3:10

 

 

Zijn wij kinderen des Lichts of leven wij nog in de duisternis? Lieve vrienden, wie u ook bent, u moet een antwoord hebben op deze vraag. Stel het niet langer uit. Straks als Jezus komt om de wereld te oordelen zal het te laat zijn. Het is één van de grote listen van satan om ons te verhinderen over dit feit na te denken. Hij fluistert ons in om de dag te plukken er van te maken wat er van te maken valt. Hoe egoïstisch is de samenleving geworden door dit motto. Het lijkt wel alsof alles draait om het hier en nu, om geld en goed. Wat een duisternis ligt er over deze wereld en wat een ellende dat zovelen niet eens zien dat zij deel uitmaken van deze duisternis. Lieve mensen, wie u ook bent. Luister dan naar de stem die vandaag tot u komt. Jezus leeft! Hij is realiteit, Hij de Schepper van hemel en aarde vraagt ons rekenschap over alles wat wij doen. Nu kunnen wij doen alsof God niet bestaat, maar Zijn bestaan zal eens aan het licht komen. ‘Want daartoe is Christus ook gestorven en opgestaan en weder levend geworden, opdat Hij beide over doden en levenden heersen zou. Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden. Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie buigen, en alle tong zal God belijden. Zo dan, een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven, Rom. 14:9-12.’ Nu vandaag kunt u van een kind der duisternis vernieuwt worden in een kind des lichts. Door te komen tot Jezus, de bron van alle Lichte en leven, voor Hem ons te buigen, onze zonden te belijden en te zien op het bloed dat Hij voor onze zonden heeft gegeven. Er is geen andere weg, er is geen ander middel dan Jezus Christus en dien gekruisigd. Hoe groot uw schuld en zonden ook zijn, bij Hem is vergeving. Als u niet tot Hem kunt komen in geloof, kom dan tot Hem om geloof. ‘Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een Beloner is dergenen die Hem zoeken, Hebr. 11:6.’ Volharden in ongeloof is niets anders dan ongehoorzaam te zijn aan Gods geopenbaarde wil. 

 

‘Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts, Ef. 5:8.’ Wat een zegen als wij ons mogen verblijden in deze woorden. Wij weten nog hoe we leefden in de wereld als een vis in het water. Totdat onze ogen geopend werd voor de kloof tussen God en onze ziel. Wij hadden gezondigd en het was die zonde die ons scheidde van onze Vader in de hemel. In ons was niets om die kloof te overbruggen. Wat een troost om dan te mogen horen dat God niets van ons verwacht maar Zijn Zoon geschonken heeft, opdat wij weer met Hem verzoend zouden worden. Wat een vreugde om dan te mogen zien op het kruis van Golgotha, daar werd alles betaald wat wij in eeuwigheid niet konden betalen. In de wonden van de Heere Jezus Christus ligt ons behoud. Zijn striemen is onze genezing geworden. O dierbare Heiland, lieve Heere Jezus, U te kennen is mij meer dan alles waard. Wat een rijkdom van genade wordt ons geschonken, wat een zalige vrede vervult ons hart als wij dat geschenk mogen aannemen. ‘Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem, Geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, gelijkerwijs gij geleerd zijt, overvloedig zijnde in hetzelve met dankzegging, Koll. 2:6,7.’ Als wij Hem hebben aangenomen, dan weten wij dat er in ons niets is te roemen maar dan mogen wij roemen in Hem die ons heeft liefgehad. In die dankbaarheid willen wij God gehoorzamen en Hem volgen, waar onze weg ook gaat.

 

‘Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods, Rom. 8:14.’ Kinderen Gods zijn zij die geloven in het volbrachte werk van Christus, zij die geloven dat Jezus voor hen aan het kruis is gegaan. Op het moment dat zij dat mochten geloven, werden zij kinderen Gods en ontvingen zij de Heilige Geest die in hen kwam wonen. ‘Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn, Rom. 8:16.’ Vanaf nu mogen wij als kinderen des Lichts wandelen in het Licht, geleid door de Heilige Geest. ‘Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe, Rom. 8:9.’ Deze Geest is het die ons doet roemen in de Vader en in de Zoon. Wij konden niet leven in gemeenschap met onze hemelse Vader maar nu is er niets meer wat ons scheid. ‘Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader, Rom. 8:15.’ (Gal. 4:6)

‘En als nieuwgeboren kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij door dezelve moogt opwassen, 1 Petr. 2:2.’ Nu wij in een kinderlijke relatie met onze Hemelse Vader mogen leven, worden wij geroepen om op te wassen in de genade. Zoals een pas geboren kind verlangt naar de borst van moeder, zo moeten wij ons uitstrekken naar het Woord van God. Zijn Woord leert ons wie God is en wat Hij van ons verlangt. Daarin leren wij Hem meer en meer kenen, dan wordt Hij in onze ogen steeds groter en worden wij steeds kleiner. Dit is een geheim dat de wereld die in het duister ligt, niet kent. ‘Ziet hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent, 1 Joh. 3:1.’ Als vreemdelingen gaan wij vaak onze weg. De wereld trekt en zuigt, de satan doet er alles aan om de hemelse vreugde uit ons hart weg te nemen en ons vlees strijd tegen de geest. En toch, lieven vrienden, wij hebben de overwinning in Jezus de Overwinnaar. In Hem zijn wij meer dan overwinnaars. Wie zal ons scheiden van de liefde die er is in Christus Jezus onze Heere? Hoe meer wij Hem leren kenen, hoe meer ons hart en hele leven uitziet naar Zijn komt. Dan zullen we verlost zijn van alles wat ons nu bij Hem vandaan houdt. ‘En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams, Rom. 8:23.’

Wat een geluk, wat een vrede, wat een zaligheid in onze Zaligmaker. Kom, maak God met ons groot. ‘Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is, 1 Joh. 3:2.’ Wat een toekomst voor het volk van God. Kom Heere Jezus, ja kom, Amen.

 

Geheiligd word' Uw Naam; ai, geef,
Dat elk, waar hij op aarde leev',
Dien Vadernaam erkennen moog';
Uw deugden roeme hemelhoog;
Dat elk, als kind, aan U gelijk',
En in zijn doen Uw beelt'nis blijk'.

 

Wilco Vos, Veenendaal 18-04-2013