M17 Gelijk Mij de Vader zond, zend Ik ook u.

25-04-2013 09:36

‘Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden, Joh. 17:18.’

 

Zoals de Vader Zijn Zoon zond, zo zond de Zoon zijn discipelen. Vandaag komt tot u en mij de vraag of wij al discipelen van de Heere Jezus zijn geworden? De meeste predicaties die wij horen en de stukken die ik schrijf gaan over het komen tot Jezus en het ontvangen van de zaligheid. Het is van levensbelang dat we persoonlijk mogen weten door genade een kind van God te zijn. Dan weten wij dat we verlost zijn van onze zonde en schuld. De zonde die ons drukte, de schuld die ons scheidde van onze hemelse Vader en de angst voor het komende oordeel zijn dan verwisseld voor de vrede in Christus Jezus onze Heere. In Hem hebben wij een volkomen Zaligmaker gevonden, in Hem is onze rechtvaardigmaking en heiligmaking. Niets kan ons meer scheiden van de liefde die er is in Christus Jezus. Wat een vreugde om een kind van God te zijn.

 

Als wij dit mogen weten dan komt juist tot ons de vraag; “zijn wij al discipelen van de Heere Jezus?”

Een kind van God wordt je door het geloof in het volbrachte werk van de Heere Jezus. Hij die voor ons aan het kruishout is gestorven en daarmee heeft betaald voor al onze schuld en zonden. Door het rusten in Zijn werk en te geloven dat we in Hem behouden zijn hebben wij vrede met God en zien we uit naar de komst van de Heere Jezus om ons tot Zich te nemen. Een discipel wordt je door je hele leven uit handen te geven in de handen van de levende God. Zoveel kinderen van God leven nog voor zichzelf, zij spreken over zichzelf en bedoelen zo veel zichzelf. Een discipel is een kind van God dat zegt en beleeft: Niet ik, maar Christus. Zij hebben gehoor gegeven aan de roepstem van Jezus Zelf: ‘volg Mij’  Als er een schriftgeleerde tot Jezus komt met de belijdenis dat hij Jezus wil volgen, dan horen we Jezus zeggen: ‘De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet waar Hij het hoofd nederlegge. En een ander uit Zijn discipelen zeide tot Hem: Heere, laat mij toe dat ik eerst heenga en mijn vader begrave. Doch Jezus zeide tot hem: Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven, Matth. 8:20-22.’ Een discipel volgt onvoorwaardelijk, ziet niet om naar dat wat was, vraagt niet aan allerlei mensen hoe zij het zouden doen maar gehoorzaamd alleen de stem van de Heere.

 

Mogelijk zegt u, hoe weet ik nu of ik geroepen wordt? Ieder kind van God wordt geroepen maar het is de vraag of u de stem van uw Meester ook hoort en opvolgt. Zoals een radio afgestemd moet worden op de juiste frequentie, zo hoort een kind van God, dat in de juiste relatie met Hem leeft, Zijn stem door alles heen. Wij zouden ons af moeten vragen, willen en durven wij Zijn roepstem gehoorzaam te zijn? Willen wij koste wat het kost de weg volgen die onze Meester wil dat we gaan, ook al hebben we dan net als Hij niets waarop wij ons hoofd kunnen neerleggen?

 

Toen de discipelen voor het eerst werden uitgezonden om te prediken het Koninkrijk Gods en de zieken te genezen zei Jezus tot hen: ‘Neemt niets mede tot den weg, noch staven, noch male, noch brood, noch geld; noch iemand van u zal twee rokken hebben, Luk. 9:3.’ Zij hoefden zich niet druk te maken om geld en goed, God Zelf zou hen voorzien. Zij mochten de blijde Boodschap van redding voor zondaren uitdragen opdat het Koninkrijk van God uitgebreid zou worden. Veel later spreekt Jezus hen aan: ‘En Hij zeide tot hen: Als Ik u uitzond, zonder buidel en male en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets, Luk. 22:35.’ En zo is het vandaag de dag nog steeds. Geen discipel van Jezus, die Zijn stem gehoorzaamt, zal kunnen zeggen dat het hen aan iets ontbreekt.

 

Zoals we begrijpen, is het dus eerst van belang om een persoonlijke relatie te hebben met de levende God. Het dienen volgt op een gemeenschappelijke relatie. We moeten dit niet omdraaien zoals we dat zo vaak zien. Hoeveel mensen menen op hun manier te moeten evangeliseren terwijl zij geen persoonlijke relatie kennen met de opgestane Heiland? Hoe zullen zij zondaren tot Jezus kunnen leiden?

‘Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden; gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook ulieden, Joh. 20:21.’ Juist zoals de Vader de Heere Jezus heeft gezonden om gevangenen de vrijheid te prediken, de blinden de ogen te openen en de zieken te genezen. Om zondaren van de duisternis te brengen tot het Licht, zo worden al Gods kinderen vandaag geroepen om de blijde Boodschap te verspreiden in de wereld opdat zondaren zalig zullen worden.

 

Lieve vrienden, niemand van ons hoeft een ander na te doen, wij persoonlijk kennen een relatie met de Heere en mogen alleen Zijn stem gehoorzaam zijn. We worden niet geroepen om op eigen houtje van alles te ondernemen. Wie van ons zou iets kunnen beginnen zonder de kracht van de Allerhoogste? Als we opmerkzaam zijn op de stem van God en daarnaar luisteren dan mogen wij vrucht verwachten op onze arbeid. Hijzelf zal ons de mensen op ons pad brengen aan wie wij de boodschap kwijt kunnen. De Heilige Geest zal ons de woorden in de mond geven en wij zijn afhankelijk van de werkingen van de Heilige Geest. Zo wordt dan onze vrucht uit Hem gevonden.

 

Als wij door de Heere geroepen worden, een persoonlijke opdracht krijgen en Hem volgen op die weg, dan moeten wij ons niet willen verdedigen tegenover broeders en zusters of onze onbekeerde medemens. God riep ons en tegenover Hem hebben wij ons te verantwoorden. Door te luisteren naar de mens raken we verstrikt in de banden van ongeloof en discussie Dan moeten we de gemeenschap met God missen en komen voor onszelf in het duister. Hoe zullen we dan nog Zijn getuigen zijn?

 

‘Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en Samaría, en tot aan het uiterste der aarde, Hand. 1:8.’ De Heilige Geest is de kracht waardoor wij ons mogen laten leiden. In die kracht zullen wij overwinnen. Wat een troost in deze woorden: ‘gij zult Mijn getuigen zijn’, het is niet alleen een bevel maar ook een belofte. Zo zeker als God bestaat zo zeker zullen wij Zijn getuige zijn. Daar staat Hijzelf voor in. Lieve broeders en zusters, wie u ook bent wat is er heerlijker dan getuigen te mogen zijn van Hem die ons heeft liefgehad. Te mogen roemen in onze Jezus en zondaren te mogen brengen aan de voet van het kruis.

 

Zoals Hij… Dat is net zo gehoorzaam en met hetzelfde doel. Niet ik, maar God alleen alle eer. ‘En Die Mij gezonden heeft, is met Mij. De Vader heeft Mij niet alleen gelaten, want Ik doe altijd wat Hem behaaglijk is, Joh. 8:29.’ Als volgelingen van de Heere Jezus leven wij in het verlangen om alleen dat te doen wat Hem behaagt, altijd onszelf wegcijferend ziende op onze Overste Leidsman en voleinder des geloofs en net zoals Jezus, zullen ook wij nooit alleen gelaten worden. ‘Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God, Hebr. 10:7.’ Jezus is gekomen op deze aarde om de wil van Zijn hemelse Vader te doen, nu mogen wij als Zijn discipelen Hem volgen met de bede in ons hart: “Heere, Uw wil geschiede.” Zo is het voorwerp van ons geloofsleven de Heere Jezus Christus, Hij is de grond waarop wij staan en we leven met het doel om Jezus Christus en dien gekruisigd bekend te maken aan de wereld die in het duister ligt. Zo mogen we gehoor geven aan de opdracht die Jezus Zelf ons heeft gegeven. ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb, Matth 28:19.’

 

‘Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, 1 Petr. 2:9.’ Wat een positie, van ongelovige, doemwaardige zondaren zijn we koninklijke priesters, een heilig volk geworden met dat ene doel, te verkondigen de deugden van hem die ons geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Glorie Halleluja, geprezen zij Zijn Naam. ‘Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen, 1 Petr. 2:21.’ Geheiligd en apart gezet voor onze God. We zijn met Christus gekruisigd, begraven en weer opgestaan, om in een nieuw leven te wandelen.

 

‘En die zijn kruis niet op zich neemt en Mij navolgt, is Mijns niet waardig, Matth. 10:38.’ We worden niet geroepen om achter ons te kijken, ook niet om ons zorgen te maken voor de toekomst. Zoals een veroordeelde zijn kruis oppakte en alles achter zich moest laten zo mogen wij ons denkbeeldige kruis opnemen en Jezus volgen. Als discipelen van de Heiland zullen we net als Hij, geen gemakkelijke weg gaan. ‘Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer, noch een gezant meerder dan die hem gezonden heeft, Joh. 13:15,16.’ We mogen Zijn voetstappen drukken in nederigheid, Hij waste de voeten van Zijn discipelen. In Zijn leven vinden we geen hoogmoed maar het voorbeeld van gehoorzaamheid aan Zijn hemelse Vader. ‘Die zegt dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen gelijk Hij gewandeld heeft, 1 Joh. 2:6.’

 

Lieve vrienden, u en ik, wij worden geroepen ons leven geheel in handen te geven van Hem die ons heeft liefgehad. Hoe onze weg zal gaan en wat de invulling voor een ieder persoonlijk is, dat kunnen wij niet zeggen. Daarin is God vrij. Een ieder van ons heeft gave ontvangen en hoe de Heilige Geest deze gave zal gebruiken daarin is Hij vrij. Wij worden geroepen om Zijn discipelen te zijn op de plaats waar God ons gesteld heeft. De één is directeur van een bedrijf en mag zijn personeel de vreze des Heere laten zien. Is er een betere werkgever dan één die de Heere vreest? In handel en wandel een kind van God, daar kun je mee handelen. Een ander wordt geroepen om als verpleegster het licht van de Heere Jezus te laten schijnen bij de ziek- en sterfbedden. Weer een ander mag als timmerman zijn klanten wijzen op de timmerman van Nazareth. Hij de Zoon des Mensen die Zichzelf heeft willen vernietigen opdat mensenkinderen zouden worden aangenomen tot kinderen Gods. Misschien heeft de Heere u geroepen om alles te verlaten en u geheel te begeven in dienst van uw Hemel Koning. Veel zal er op u afkomen maar weet dat Hij die u roept, getrouw is, Hij zal het maken en op Zijn tijd zal Hij u invulling geven aan de roep die tot u kwam. De één mag al heel direct worden uitgezonden, de ander moet langer wachten. Maar weet dat God weet wat u nodig hebt. Denk aan Mozes, die veertig jaar moest zwerven in de woestijn om pasklaar gemaakt te worden voor het werk dat God  voor hem bereid had. Eén van de grootste lessen in mijn roeping is wel geweest dat ik moest leren dat God mij niet nodig had maar ik God. Met eerbied gesproken, wat heeft God een hoop werk om Zijn discipelen daar te brengen waar Hij ze hebben wil. Kom, laten wij Jezus volgen en Hem gehoorzaam zijn.

 

Paulus werd geroepen op de weg naar Damascus, daar ontmoette Hij Jezus die hij vervolgde. In plaats van een doodsteek ontving hij het leven. Paulus is zijn roeping niet ongehoorzaam geweest. Wat een arbeid heeft hij mogen verrichten. Eerst streed hij tegen de Naam Jezus en nu was er nog maar één Naam op zijn lippen. Jezus en dien gekruisigd. Hoe kon hij, nu de liefde van Jezus zijn hart vervuld had, nog langer ongehoorzaam zijn? We horen hem tegenover de koning getuigen: ‘Daarom, o koning Agrippa, ben ik dat hemels gezicht niet ongehoorzaam geweest, Hand. 26:19.’ Paulus werd innerlijk gedrongen om zondaren te bewegen, het leven te zoeken in Christus Jezus. ‘Want de liefde van Christus dringt ons, 2 Kor. 5:14.’

 

Zo worden ook wij, die de liefde van Christus hebben leren kennen, gedrongen om zondaren te bewegen het leven te zoeken en te vinden bij Jezus Christus en dien gekruisigd. Wij weten dat de genade groter en sterker is dan de zonde waarin wij leefden. Voor God is er geen zondaar die te veel gezondigd heeft en daarom lieve vrienden, er is hoop, hoop voor de grootste zondaren. Want Jezus zegt:  ‘Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering, Luk. 5:32.’ Zolang u adem in uw longen hebt is er hoop voor u. Kom, zoek het leven daar waar het te vinden is en u zult leven. Jezus, Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Amen.

 

Wilco Vos, Veenendaal 22-04-2013