M18 Onze Koning

30-04-2013 12:35

‘En zij zongen het gezang van Mozes, den dienstknecht Gods, en het gezang des Lams, zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen, Openb. 15:3.’

 

Als Johannes op het eiland Patmos is, ontvangt hij daar van de Heere Jezus Christus de openbaring, in deze openbaring krijgt hij te zien wat er was, is en komen zal. ‘Schrijf hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen, Openb. 1:19.’ Op een gegeven moment ziet Johannes iets als een glazen zee met vuur gemend en daar aan die zee ziet hij hen staan, die niet zijn gevallen voor het beest met zijn merkteken. Zij zongen het gezang van Mozes en het lam: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen! Wie zou U niet vrezen, heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig; Want alle volken zullen komen en voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn openbaar geworden. Openb. 15:3,4.’ Een heerlijk loflied gezongen met mond en hart door hen die gekocht zijn met het bloed van het Lam. Wat een Koning, van Hem is geschreven. ‘En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij dezen Naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren, Openb. 19:16.’ Wie, wie is een God als Gij, Groot van macht en heerschappij?

 

Vandaag 30 april 2013 is de dag waar iedere Nederlander op terug zal kijken als de dag waarop Prins Willem Alexander, koning van Nederland werd. Om 10.07 uur tekende Koningin Beatrix in de Mozeszaal van het Paleis op de Dam de Akte van Abdicatie, waarmee Willem-Alexander automatisch koning van Nederland werd. Een bijzondere gebeurtenis, wie zal dat feestelijke moment vergeten?

 

Een land zonder bestuur is gedoemd ten onder te gaan, dit is iets wat ieder mens zal beamen. Zo is het ook in het persoonlijke leven. Wij mensen zijn geboren met een doel. Dat doel is God te eren, Hem te aanbidden en groot te maken met ons hart, onze woorden en onze daden. Dat kan pas als we Hem hebben leren kennen als onze Zaligmaker. Dat is, dat wij geloven dat de Heere Jezus met Zijn bloed betaald heeft voor al onze zonden.

 

‘Verheug u zeer, gij dochter Sions, juich, gij dochter Jeruzalems; zie, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen, Zach. 9:9.’ In het Oude Testament word de Koning der Joden, de Heere Jezus al voorzegt. Velen hebben reikhalzend uitgezien naar het moment dat Hij komen zou. Maar helaas, toen Hij kwam hebben zij niet gewild dat Hij Koning over hen zijn zou. Ze hebben Hem verworpen, vals beschuldigd, bespot en geslagen, overgeleverd om gedood te worden. ‘En de krijgsknechten een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten die op Zijn hoofd, en wierpen Hem een purperen kleed om, En zeiden: Wees gegroet, Gij Koning der Joden. En zij gaven Hem kinnebakslagen, Joh. 19:2,3.’ Als een Lam werd Hij ter slachting geleid, daar zien we Hem hangen aan het kruis van Golgotha. Spijkers door Zijn handen en voeten en op Zijn hoofd een doornenkroon. Boven Zijn hoofd een bordje waarop staat: ‘DEZE IS JEZUS, DE KONING DER JODEN, Matth. 27:37.’ O, wat een liefde. Hij vrijwillig, zonder zonde, ‘Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen, 1 Petr. 3:18.’

 

De discipelen zongen van Hem. ’Gezegend is de Koning, Die daar komt in den Naam des Heeren; vrede zij in den hemel en heerlijkheid in de hoogste plaatsen! Luk. 19:38.’ Hij, de Vredevorst, brengt vrede daar waar geen vrede is. Wij mensen worden geboren in zonde (Ps. 51:7). ‘Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest, Joh. 3:6.’ We worden geboren in het vlees en door wedergeboorte mogen we één plant worden met Christus in Zijn dood en opstanding. Dan is Hij de Heere van ons leven en willen wij ons vrijwillig, niet levend in het vlees maar door de Geest, onderwerpen aan Zijn wil.

 

‘Maar gij, o mens Gods, vlied deze dingen, en jaag na gerechtigheid, godzaligheid, geloof, liefde, lijdzaamheid, zachtmoedigheid. Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen. Ik beveel u voor God, Die alle ding levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis betuigd heeft, Dat gij dit gebod houdt, onbevlekt en onberispelijk, tot op de verschijning van onzen Heere Jezus Christus; Welke te zijner tijd vertonen zal de zalige en alleen machtige Heere, de Koning der koningen en Heere der heren, Die alleen onsterfelijkheid heeft en een ontoegankelijk licht bewoont, Denwelken geen mens gezien heeft, noch zien kan; Welken zij eer en eeuwige kracht. Amen, 1 Tim. 6:11-16.’

 

De Koning der Joden is verworpen, toch zal straks een ieder die Hem ziet Hem moeten erkennen als de Machthebbende en als Diegene aan Wie heel de schepping onderworpen is. Wij mensen zijn Hem verantwoording verschuldigd. En daarom, lieve vrienden, wat een voorrecht dat vandaag deze boodschap tot ons komt. Wij kunnen vandaag nog erkennen dat wij buiten Hem niet leven en sterven kunnen. Hij roept allen toe: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven, Joh. 11:28.’ Bij Hem vinden we werkelijk rust. Hij roept geen brave burgers, geen opgeknapte vrome lieden, Hij roept zondaren zoals ze zijn en zo mogen zij komen. Van Hem alleen is onze verwachting. ‘Komt dan, en laat ons tezamen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol, Jes. 1:18.’ Zijn bloed reinigt ons van al onze zonden.

 

Hebt u de kracht van het bloed al leren kenen? Dan zult u terugkijkend moeten zeggen; Ja, dat is een moment om nooit te vergeten. Daar werd mijn leven een nieuw leven. Daar moest de storm bedaren, de oorlog werd vrede, de duisternis werd licht, al het oude is voorbij gegaan en ziet het is alles nieuw. ‘Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden, 2 Kor. 5:17.’ O welk een Vriend is onze Jezus. Vrede in Hem, om voor altijd te leven tot eer en glorie van Zijn heilige Naam. Amen.

 

 

 

Halleluja, lofgezongen

Jezus Christus, onze Heer!

Paart, verlosten, hart en tongen,

juicht zijn liefde en macht ter eer.

Hem, die redt uit alle noden,

die, waarachtig en getrouw,

hoeksteen is van Gods gebouw,

Hem, de eerst’ling uit de doden,

Hem, de koning van ‘t heelal,

die ‘t heelal eens eren zal.

 

Halleluja, onze zangen

zijn voor eeuwig Hem gewijd,

die het godsrijk zal ontvangen,

als het loon op al zijn strijd;

die aan ‘t kruis zich liet verhogen,

en ons liefhad tot de dood,

met een liefde, ondenkbaar groot,

met een Godd’lijk mededogen;

Hem, die ons onrein gemoed

heeft gewassen in zijn bloed.

 

Halleluja, ‘t loflied rijze. –

Hem, die onze banden slaakt,

Hem, die ons, zijn naam ten prijze,

koningen en priesters maakt;

die ons opvoedt onder lijden,

en ons, door zijn Geest bestuurd,

door zijn liefde aangevuurd,

waken, bidden leert en strijden;

Hem zij heerlijkheid en macht

eeuwig, eeuwig toegebracht.

 

Amen, Jezus Christus, amen,

ja, U zult in ‘t groot heelal

‘t rijk der duisternis beschamen,

tot het niet meer wezen zal.

Woon, o Heiland, in ons midden;

onder uwe heerschappij

zijn wij zalig, zijn wij vrij;

leer ons strijden, leer ons bidden.

Amen, heerlijkheid en macht

worde U eeuwig toegebracht.

 

 

Wilco Vos, Veenendaal 30-04-2013