M19 Dankbaar

12-05-2017 09:30

‘Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u, 1 Thess. 5:18.’

 

Een dankbaar karakter, dat is het karakter dat ik wens. Dankbaar te zijn in alles, dankbaar te zijn voor de zon die schijnt, dankbaar te zijn voor de wolken die schaduw brengen, voor de regen die de aarde bevochtigt, dankbaar voor de hagel en de sneeuw, voor de wind en voor de mist. Dankbaar zijn is iets wat ik zo vaak mis in de praktijk van alle dag. Dankbaar te zijn als het lichaam pijn doet, dankbaar te zijn als de vermoeidheid mij belet om te doen wat ik wil of denk te moeten doen. Dankbaar te zijn als wegen anders lopen dan ik ze gepland had. Dankbaar te zijn als ik gezegend wordt door de mensen om mij heen, maar ook dankbaar, als zij mij het leven moeilijk maken. Dankbaar te zijn als God mij voorspoed geeft maar ook dankbaar te zijn als tegenspoed over mij heen komt. Toch is dat de les die de Bijbel ons leert, het is een les die ingaat tegen mijn gevoel, tegen mijn kennis en tegen het beeld dat de wereld mij schetst over dankbaarheid. Dankbaar te zijn in alles, omdat Vader weet wat goed voor ons is. Dankbaar omdat iedere situatie iets moois, iets nuttigs, iets kostbaars in zich heeft, al zie ik het niet altijd. Dat is de les die God ons leren wil.

 

In de eerste plaats lieve vrienden, stel ik u de grote vraag die altijd maar weer op ons afkomt; “hebben wij de Heere Jezus lief?” Want anders weet u per definitie niets van een dankbaarheid aan God. Zolang u uzelf nog op de been weet te houden en kunt leven zonder Gods genade in Christus Jezus, bent u een ondankbaar mens die de u aangeboden genade ondankbaar afwijst. Misschien weet u duizend uitvluchten te bedenken waarom u nog leeft zonder een kind van God de Vader te zijn, die dankbaar schuilt achter het bloed van Christus. Het feit blijft dat u met uw ondankbaarheid het grootste Godsgeschenk veracht en straks verloren gaat om eigen schuld (Rom. 6:23). O vrienden, zie dan toch het Lam van God, dat de zonden der wereld wegneemt (Joh. 1:29). Buig dan toch uw knieën en beleid God uw zonden. Misschien kan ik u niet overtuigen van de schuld die u hebt opgestapeld, door uw leugens, uw diefstallen, uw haatdragende gedachten, uw kwaadspreken over uw naasten en uw overspelige gedachten. Maar besef dan dat uw hoogmoed, die zich openbaart in uw leven buiten God, de reden is dat u verloren zult gaan. Misschien zegt u: “Ik ga toch naar de kerk, ik lees toch in de Bijbel en ik bid toch tot God. Als Hij mij niet bekeerd dan kan ik daar niets aan doen.” Lieve vriend of vriendin, heeft u de Heere God, Zijn Woord en het gebed echt zo lief, dat u uw hele leven daarnaar wilt richten? Is het Woord van God u alles waard en gelooft u werkelijk dat het Woord van God de Waarheid is? Dan kan het niet anders of u hebt de Heere Jezus lief en mag u weten een kind van God te zijn. ‘Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon, 1 Joh. 5:10.’ Ik ben zo dankbaar dat ik dit eenvoudige Woord met u mag delen. Wat een vreugde dat ik niet met de wijsheid van de wereld hoef mee te doen, wat een vreugde dat ik u geen ingewikkelde theorieën en filosofieën voor hoef te houden maar eenvoudig mag wijzen op de Heere Jezus Christus. Ik weet namelijk dat in Hem de volle zaligheid te vinden is, ja dat Hij de Weg de Waarheid en het Leven is. Ik ben zo dankbaar dat ik met u mag delen wat het Woord van God ons leert omdat ik weet dat het de Schriften zijn die u wijs kunnen maken tot zaligheid, namelijk als u gelooft in Christus Jezus (2 Tim. 3:15). ‘Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek, Rom. 1:16.’ Kom vrienden, laat alles los dat u tot nog toe heeft weten af te houden van Christus en buig uw knieën. Met al uw zonden, met al uw gebreken, vuile gedachten, verslavingen en hoogmoedige ideeën mag u komen om uit genade door het bloed van Christus gezaligd te worden. ‘Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol, Jes. 1:18.’ Daar aan het kruis van Golgotha hing de Zoon van God, Hij stierf in al Zijn oprechtheid om onze ongerechtigheid weg te dragen. Hij is de dood ingegaan en heeft haar overwonnen opdat zondaren in Hem het leven zouden vinden.

 

Ik weet dat er nu dankbare lezers zijn, die zeggen: “O wat een vreugde om een kind van God te zijn. Wat een vreugde om ons verzoend te weten in Christus Jezus onze Heere. Ja wij mogen geloven dat Hij een verzoening is voor onze zonden ‘en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld, 1 Joh 2:2.” Door deze dankbaarheid gedreven zoeken wij Gods eer in heel ons leven en leren wij steeds meer dankbaar te zijn in de kleinste dingen. ‘En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn, Rom. 8:28.’ Wat een vreugde om zo door het leven te mogen gaan. Als we de diepte van deze woorden gaan ontdekken dan kan de dankbaarheid ons hart vervullen bij voorspoed en tegenspoed, want dan betekent dat, dat de Heere weet wat Hij doet en ons in alles vormt naar het beeld van Zijn Zoon.

 

Lieve broeders en zusters, u die de Heere Jezus liefhebt, u roemt in Zijn genade en weet hoe de Heere u al zo vaak heeft geholpen op momenten dat alles verkeerd leek te lopen. U weet hoe vaak u getwijfeld hebt in moeilijke omstandigheden en toch beschaamt moest zeggen, God is getrouw. U weet hoe vaak u gezegd hebt: “Heere ik wil voor U alleen leven”, en toch was daar een moment dat u koos voor uzelf, de wereld en haar verleidingen. Wat een dankbaarheid vervult dan het hart van de schuldverslagen zondaar die opnieuw mag ontdekken dat Gods genade overvloeiende is voor de grootste zondaren. Kom broeders en zusters, zie af van uzelf en leer geheel alleen te rusten op Gods genade, leg uw kinderhand in Vaders hand en laat u leiden door de Heilige Geest. Paulus roept ons op: ‘En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in den Naam van den Heere Jezus, dankende God en den Vader door Hem, Kol. 3:17.’ In de Naam van de Heere Jezus mochten wij het leven vinden en in Zijn Naam willen wij ons verblijden en wandelen tot eer van God onze Vader. In Zijn Naam willen wij Vader danken want in Zijn Naam weten wij ons geborgen en meer dan overwinnaars. Wat er ook gebeurd, God is getrouw, wat er ook gebeurd, wij mogen danken omdat het goed is wat God doet. “Ja”, zegt Paulus: ‘Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus, Ef. 5:20.’ Niet zo nu en dan eens danken, niet alleen danken als het op rolletjes loopt, maar altijd te danken, dat is geloof en dat is overgave, daarin mogen wij onszelf oefenen en daarin zullen wij ontdekken hoe de vrees meer en meer verdwijnt en plaats maakt voor een onbezorgd kinderlijk geloofsleven. ‘Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God, Filip. 4:6.’

 

Het is al weer een paar maanden geleden dat ik bedolven werdt onder een stapel hout dat van zo’n 5 a 6 meter hoogte naar beneden kwam vallen. Bedolven onder het hout dacht ik te sterven, nooit zal ik vergeten welke zoete vrede mijn hart vervulde toen ik dacht naar huis te mogen gaan. Toch heeft God de Heere mij gespaard en mag ik tot op vandaag getuigen van Zijn liefde en genade. Naast de diepe vrede die ik daar als het ware in het sterven mocht genieten heb ik nu een gebroken lichaam dat al niet zo sterk was. De pijnen en lichamelijke ongemakken zijn zwaar om te dragen, de vermoeidheid belemmert mijn handel en wandel en toch mag ik geloven en weten dat God boven alles staat en ook hierdoor iets moois wil uitwerken. Wat een vreugde om een kind van God te zijn en met Job soms op de puinhopen van je leven toch naar boven te mogen zien en je te verblijden in dat liefelijke licht dat van Gods aangezicht op ons straalt. Vrienden dankt God in alles en bidt voor broeders en zusters om vrijmoedigheid in het getuigen van Gods genade voor de grootste der zondaren. Bidt dat wij schouder en schouder in Zijn wijngaard zullen staan om samen te verkondigen hoe groot, hoe goed en hoe vol liefde God onze Vader is, ja dat er leven, eeuwig leven is voor iedere zondaar die zijn knieën voor Hem buigt.

 

Waar zijn de Esthers die niet meer langer verder kunnen en uitroepen: ‘Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om, Est. 4:16.’ Vrienden, Esther deed een geloofsdaad door naar de koning te gaan zonder dat hij haar riep, zij had kunnen sterven maar de koning bewees haar genade door zijn scepter naar haar uit te strekken. Esther vond het leven zonder dat zij geroepen was, u wordt vandaag geroepen door de Koning der koningen: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven, Matth. 11:28.’ Wacht niet langer, morgen is het misschien te laat, o laat niets u tegenhouden, ga, hoe dan ook, bevend, misschien vol vragen en bezwaren maar strek u uit naar de LevensVorst en Hij zal u zaligen.

 

Broeders en zusters, laten wij in dankbaarheid, vol vertrouwen, getuigen van onze lieve Heiland de Heere Jezus Christus, opdat anderen horen wie Hij is, want wij geloven, dat iedere zondaar die Hem aanroept eeuwig leven zal vinden (Rom 10: 13). De Heere zegene u tot eer en glorie van Zijn Heilige Naam. Amen.                                                                                                   

 

Wilco Vos Veenendaal 08-05-2017