M20 Waar is de ware kerk o Heere (deel 4)

19-05-2016 12:45

‘En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert, Hebr. 10:25.’

 

Langzaam maar zeker wordt het stiller in het dorp, al een poosje lig ik in gedachten verzonken op mijn bed. De slaap wil maar niet komen, het is een drukke dag geweest. Soms vraag ik mijzelf weleens af hoelang de Heere nog geduld heeft met ons Nederland en de gehele wereld. Wat een zonden, wat een goddeloze toestanden maar wat een verwarring ook in kerkelijk Nederland. Als Evangelist heb ik het voorrecht om werkzaam te zijn onder de hele bevolking van Nederland. Tegelijk zie ik daarmee ook hoe ernstig de verdeeldheid is onder hen die belijden het Woord van God voor waar te houden. Wat een twisten, wat een ellende en waar zijn zij die nog durven zeggen waar het op staat? Waar worden de mensen nog eerlijk gewezen op de verschrikkelijke staat van de mens buiten Christus? Waar klinkt nog de oproep om te zien op het Lam van God? Waar zijn nog door de liefde gedreven mannen vervult van de Heilige Geest, die de mensen Christus voor ogen schilderen en oproepen tot bekering en geloof. Waar wordt nog open en eerlijk gesproken over de gevaren van de wereld, de zonde en de lusten van het vlees? Waar vinden we broeders en zusters die het nog aan durven om elkaar in liefde maar tegelijk scherp te vermanen, tot genezing en opbouw van het lichaam van Christus? Ik weet dat ik maar een klein stukje van de wereld zie, ik weet dat God een gemeente heeft die duur gekocht is en waar Hij Zelf zorg voor draagt. Er zijn ook vandaag nog schapen die ondanks het geschreeuw van de valse herders om hen heen, de stem van de Goede Herder kennen en Hem volgen. Nog een kleine tijd en Hij zal komen, ach Heere wanneer komt die dag?

 

Al denkend dwaal ik in gedachten terug naar de droom over de jongeman die het leven vond in de Heere Jezus Christus. Hij zocht naar de ware kerk maar hoe werd hij teleurgesteld. Toen kwam de verdrukking waarbij de schijngelovigen openbaar kwamen en de kerken verwoest en verlaten achter bleven. Hoe heerlijk en bemoedigend was voor hem die dag dat hij al schuilend tegen de regen een groepje mensen vond die ondanks de verdrukking en het verbod op samenscholing, bij elkaar waren gekomen om zich te verblijden in het Godslam dat voor hen de dood is ingegaan. Jammer dat de droom daar afliep, hoe graag zou ik mee willen genieten in zo’n gemeente van de eenvoud en de oprechtheid in het verheerlijken van de Heere God. Vreemd dat juist in tijden van verdrukking de eenheid wel gevonden kan worden. Is het niet omdat op die momenten de hypocriet geen zin heeft om te gaan en zij die meededen voor de vorm, niet durven? Maar wat nu als die verdrukking weer overgaat? Onwillekeurig moet ik denken aan de ernstige woorden die ik vanavond in mijn Bijbeltje las. Ik draai mij om, pak mijn Bijbel en lees nogmaals de eerste zeven verzen uit de brief van Judas:

 

‘Judas, een dienstknecht van Jezus Christus, en broeder van Jakobus, aan de geroepenen, die door God den Vader geheiligd zijn, en door Jezus Christus bewaard: Barmhartigheid, en vrede, en liefde zij u vermenigvuldigd. Geliefden, alzo ik alle naarstigheid doe om u te schrijven van de gemene zaligheid, zo heb ik noodzaak gehad aan u te schrijven en u te vermanen, dat gij strijdt voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is. Want er zijn sommige mensen ingeslopen, die eertijds tot ditzelfde oordeel te voren opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade onzes Gods veranderen in ontuchtigheid, en den enigen Heerser, God, en onzen Heere Jezus Christus verloochenen. Maar ik wil u indachtig maken, als die dit eenmaal weet, dat de Heere, het volk uit Egypteland verlost hebbende, wederom degenen, die niet geloofden, verdorven heeft. En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel des groten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard. Gelijk Sodoma en Gomorra, en de steden rondom dezelve, die op gelijke wijze als deze gehoereerd hebben, en ander vlees zijn nagegaan, tot een voorbeeld voorgesteld zijn, dragende de straf des eeuwigen vuurs.’

 

Judas die het verlangen kende om te schrijven van de zaligheid in de Heere Jezus Christus, werd gedrongen om te vermanen tot de strijd voor het geloof, waarbij hij waarschuwt tegen de mensen die de genade van God veranderen in ontuchtigheid en de enige Heerser, God, en onze Heere Jezus Christus verloochenen. De afvalligen in de woestijn, de gevallen engelen en Sodom en Gomórra worden ten voorbeeld gesteld. Het begon alles zo mooi, verlost uit de slavernij, maar hoe treurig is het geëindigd. Zij bleven niet staande in het geloof. Klinkt er vandaag nog wel een ernstige waarschuwing tegen de zonden van Sodom en Gomórra? Als ik bij veel kerken navraag doe, dan ontdek ik dat men de zonden van Sodom, vandaag niet meer als zonden wil zien. Zou deze waarschuwing van Judas niet ernstig moeten klinken in de kerken van Nederland? Wat kan ik moe worden als ik nadenk over al deze gruwelen die plaatsvinden onder het mom van gelovig zijn. Ik draai mijzelf om en al denkend val ik eindelijk in slaap.

 

En zoals Salomo al zei dat dromen voortkomen uit veel bezigheid, zo werd dat ook nu weer waarheid. Ik droomde en zag de jongeman, wandelend in zijn zogenoemde groene kerk. Wat had hij al veel geleerd op dat eenzame bospad.

 

Als de bomen zouden kunnen spreken, dan zouden zij getuigen dat er een God is Die leeft en aan deze jongeman het leven geeft. Soms liepen de tranen over zijn wangen en een andere keer stak hij zijn handen in de lucht waarbij hij uitriep; “Hoe groot zijt Gij.” De bomen zouden vertellen dat hij al zijn zorgen bij de Heere bracht en dankte voor de vele malen dat de Heere wonderlijke uitkomsten gaf. Ze zouden spreken over de nood die hij meedroeg op zijn hart en hoe hij bad voor Nederland, voor Gods gemeente, voor familie en vrienden ja voor de mensen op de straat en in de goot. Hij bad om de spoedige komst van de Heere Jezus en het herstel van alle dingen. Hij bad voor de bekering van Israël en meer zicht op de beloftes die nog in vervulling moeten gaan. Maar kom, de bomen zwijgen, dus laten wij de jongeman maar volgen.

 

In mijn droom verplaats ik mijzelf in de jongeman en al zingend wandel ik terug naar het dorp. Aangekomen bij het gebouwtje waar we nu al even samenkomen, moet ik denken hoe anders het de eerste keer was. Wat was het toen verwaarloosd, ondertussen hebben we het met elkaar wat opgeknapt. Er is veel gebeurd in de achterliggende tijd, het verbod op samenscholing is ondertussen ingetrokken en we hoeven nu dus ook niet bevreesd te zijn voor de politie of vervolgers. Wat heb ik in dit gebouwtje veel mogen leren. Eenvoudige oude broeders die aan de hand van de Bijbel zulk helder onderwijs geven over de positie van de gelovige in Christus. Ja ik ben geheiligd, gewassen en gereinigd. Wat een heerlijke wetenschap te mogen geloven een kind van God te zijn, dat mijn lichaam een tempel is van de Heilige Geest en dat Die mij in alle waarheid wil leiden. Ondertussen ben ik gedoopt en geniet ervan om te ervaren hoe de Heilige Geest niet alleen mijn leven maar ook de diensten leidt. De broeders hebben mij aan de hand van de Korinthe brief duidelijk gemaakt hoe de eerste christenen samen kwamen. ‘Wat is het dan, broeders? Wanneer gij samenkomt, een iegelijk van u, heeft hij een psalm, heeft hij een leer, heeft hij een vreemde taal, heeft hij een openbaring, heeft hij een uitlegging; laat alle dingen geschieden tot stichting, 1 Kor. 14:26.’ Het is heerlijk om te zien hoe liederen, woorden en gebeden van verschillende broeders op elkaar aansluiten. In iedere samenkomst staat onze Heere Jezus Christus centraal. Hij is ons fundament en vandaaruit onderzoeken we de Bijbel. Onder de broeders is er weleens verschil van inzicht op een bepaald Bijbelgedeelte maar doordat de liefde van God ons samenbindt en ons oog op Christus gericht is, veroorzaakt dat geen twist of verwijdering.

 

Helaas is er de laatste tijd wat onrust in de gemeente ontstaan. Nu er geen verbod meer is op samenscholing zijn er mensen bij gekomen. In het begin genoten ze van het samenkomen maar langzaam maar zeker is er wat wrijving ontstaan. Verschillende zusters hebben aangegeven het moeilijk te vinden om stil te zijn, zij willen ook weleens wat delen. Aan de hand van Gods Woord heeft een oudere broeder toen uit de Korinthebrief de volgende woorden gelezen: ‘Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt. En zo zij iets willen leren, laat haar te huis haar eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken, 1 Kor. 14:34,35.’

 

Soms verlang ik terug naar de tijd van het begin. Wat heerlijk eenvoudig en vol vreugde, verwondering en verootmoediging konden we toen zijn. Nu voel ik een soort spanning, de laatste tijd zijn er een paar zusters bijgekomen die hun hoofd niet willen bedekken. Ze geven aan dat dat niet van deze tijd is. Maar hoewel een oude broeder aan de hand van 1 Korinthe 11 heeft duidelijk gemaakt dat de vrouw die bidt of profeteert, het hoofd moet bedekken. En dat dat alles te maken heeft met de positie van man en vrouw volgens de scheppingsorde. Zij bedekt haar hoofd omdat zij meebidt in de gemeente en tijdens het zingen ook profeteert en bid. Wat jongelui hebben laatst geopperd dat ze het zingen een beetje te eenvoudig vinden. Er moeten wat nieuwe liederen bij en misschien is het goed om eens te kijken bij andere kerken hoe ze daar muziek maken. En hoewel we vroeger konden genieten van de gemeenschap rondom Christus onze Heiland en geduld hadden met elkaars verschillende opvattingen, nu zijn er broeders met een sterke mening die hun ideeën willen opdringen. Terwijl ik zo in diepe gedachten al een poosje in het gebouwtje zit, is iedereen binnengekomen en beginnen we de dienst door een psalm te zingen die een broeder heeft opgegeven. Nadat een andere broeder heeft gebeden is het stil. Een stilte die we gewend zijn, tijdens die stilte is de één in stil gebed en een ander bladert wat door de Bijbel, zo geven we elkaar de ruimte om iets te kunnen delen van dat wat we op ons hart hebben.

 

Nadat het een poosje stil is, sta ik op en verzoek de gemeente om de brief van Judas te openen. Als ik de eerste 7 verzen heb voorgelezen, deel ik in eenvoudige woorden de diepe inhoud van deze ernstige waarschuwing en opscherping. Ik vermaan aan de hand van Bijbel om toch te blijven bij de eenvoud van Gods Woord en ons te richten op de Heere Jezus Christus. Elkaar onderdanig te zijn in de vreze Gods en elkaar voor te gaan in een heilige wandel met de Heere Jezus. Hij heeft ons gekocht met Zijn dierbaar bloed, we zijn nu Zijn eigendom en niet meer van onszelf. Vroeger slaven van de zonden, nu, gedreven door de liefde, als het ware slaven van God die Hem gewillig volgen. Tegelijk roep ik op tot verootmoediging en onderzoek of we allen zeker weten geborgen te zijn in het offer van de Heere Jezus Christus. “Uit Egypte was een grote massa mensen getrokken die gebonden waren geweest in de slavernij. Met hen waren velen opgetrokken die de slavernij niet gekend hebben en zijn zij niet mede de oorzaak geweest van de afval van de vele Israëlieten? Dit is ons tot waarschuwing gegeven. Ook in deze gemeente zullen vroeg of laat mensen binnensluipen die ons oog willen aftrekken van de Heere Jezus Christus. Twisten, verdeeldheid en scheuringen zullen volgen als wij ons niet blijven richten op Hem, Die zijn leven voor ons gaf. Lieve broeders en zusters, toen ik deze gemeente voor het eerst binnenkwam leefden we in een tijd van vervolging. Wat een harmonie, wat een liefde en eenvoud hebben wij met elkaar genoten rondom de Heere Jezus Christus, hoe hebben we genoten van het eenvoudige diepgaande onderwijs uit Zijn Woord. Vandaag is de verdrukking zo goed als geweken, laten wij niet afwijken en vallen in de zonden. Eens lang geleden vond ik een psalmboekje met daarin een paar onderstreepte artikelen. Misschien is het goed om ze samen te lezen.” Ik pakte mijn psalmboekje en las voor, artikel 27, 28 en 29 van de Nederlandse geloofsbelijdenis, die gaan over de ware en valse kerk….

 

Ik opende mijn ogen en staarde naar het plafond. Zou de geschiedenis zich herhalen? Zou de ware kerk pas echt zichtbaar zijn in de verdrukking en in tijden van voorspoed ondergaan in de massa van vormbelijders en hypocrieten? Is het niet verschrikkelijk dat Gods volk, zij die duur gekocht zijn, zich monddood laten maken door hen die geen deel hebben aan het Lichaam van Christus? Waarom doet Gods Gemeente, water bij de wijn? Zien wij dan niet dat op deze manier de eer van God wordt aangetast en zielen misleid en bedrogen worden voor de eeuwigheid?

 

Ik geloof dat deze droom mij iets geleerd heeft. Ik ben niet alleen, maar met Elia zijn er nog zevenduizend die niet hebben willen buigen voor de afgoden. De Heere volvoert Zijn raad en ook vandaag worden nog mensen gegrepen door het Woord van God. Ook vandaag zijn er nog zondaren die hun knieën buigen voor de Heere, hun zonden belijden en geloven dat de Heere Jezus Christus voor al hun zonden heeft betaald en met heel hun hart willen zij Hem volgen. Vandaag vinden we hen helaas, verdeelt en vaak onopgemerkt, te midden van het onbekeerde kerkvolk, wachtend tot het moment dat Jezus onze Heiland ons komt verlossen, dan zullen we werkelijk de eenheid zien die Hij bedoeld heeft. Halleluja. Kom Heere Jezus, ja Kom spoedig. Amen.    

 

Wilco Vos Veenendaal 28-04-2016