M21 Maak mij een beeld van U

27-05-2016 08:54

‘En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn. Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen, Rom. 8:28,29.’

 

Lieve vrienden, wat is het heerlijk als we heel het Woord van God, van begin tot het einde, hebben leren waarderen als een persoonlijk Woord tot ons gesproken. Wat een bevrijding als het niet langer een dode letter is, maar het levende Woord van de levende God. Sommigen die deze overdenking lezen, hebben misschien wel geworsteld met de uitverkiezing of worstelen daar nog steeds mee. Wat een rust daalt er in de ziel op het moment als we niet langer ons best doen om God en Zijn verborgen raad te begrijpen maar ons eenvoudig neerleggen aan Zijn voeten en in het geloof omhelzen datgene wat ons uit genade wordt geschonken. Nu geen weerwoord meer, geen teksten verzamelen die de zondaar buitensluit, geen nodigende teksten belichten als zijnde voor een selecte groep mensen, maar eenvoudig stil worden, alles loslaten en in overgave rusten op genade alleen. O wat een ommekeer als de zondaar inziet dat al zijn inspanningen om zalig te worden niets anders zijn dan vijandschap tegen Gods genade. Wat een zoete rust vervult de ziel als men werkelijk stopt met werken en rust in Christus en Christus alleen. Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat wat verloren is. Hij legde Zijn leven af opdat de zondaar weer teruggebracht kon worden in gemeenschap met God de Vader. Lieve vrienden genade is niet te verdienen, genade is niet te grijpen, genade is alleen te ontvangen door het geloof, opdat niemand zou roemen in iets anders dan in God en God alleen.

 

‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God, Joh. 3:16-18.’ Misschien zit u gevangen in strikken van ongeloof. U worstelt met bepaalde zonden en schaamt zich voor de Heere God. Als u beseft dat de Heere uw hele hart kent en ziet wat daarin leeft, dan schaamt u zich en alles in u vecht om overwinning. Misschien hebt u een hekel aan iemand of een diepe haat tegen een bepaald persoon. U weet dat dit niet goed is en wilt ervan verlost worden, want, zo denkt u, God kan u niet aanvaarden als u zo vol boze gedachten zit. Een ander wil minder driftig zijn voordat hij ernst maakt met het zoeken naar vrede voor zijn hart. Lieve vrienden, stel u voor dat we ’s morgen beneden komen in een donker huis, de luiken zijn gesloten en we zien geen hand voor ogen. We pakken een bezem en doen ons uiterste best om alle duisternis te verdrijven. U begrijpt het al, het is dwaasheid, onbegonnen werk. Toch is het in het geestelijke niet anders, al ons strijden, zwoegen en zweten zal niets baten zolang we niet komen tot het Licht. Zodra de deur van het huis opengaat stroomt het licht naar binnen en verdrijft het de duisternis. Zo kwam de Heere Jezus als het Licht naar deze wereld opdat allen die in duisternis gevangen zijn in Hem het leven en de overwinning zouden vinden. Het is een verschrikkelijk oordeel dat de mens geen lust heeft in deze Persoon Die heel Zijn leven gaf om ons het leven te geven. ‘En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos. Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden. Maar die de waarheid doet, komt tot het licht, opdat zijn werken openbaar worden, dat zij in God gedaan zijn, Joh. 3:19-21.’

 

Zalig zijn zij die geloven dat de oproep van God om te komen en rust bij Hem te vinden, waarheid is, en niets anders meer willen en kunnen dan daarop vertrouwen. ‘Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen, Efeze 2:8-10.’

Wat een ommekeer in het leven van een zondaar die het Leven vindt in de Heere Jezus. Waar zij vroeger tegen streed ziet zij nu als Waarheid. Waar zij voeger voor vocht ziet zij nu als leugen. Als er vroeger een voortdurend zoeken was naar vrede en ontspanning, is er nu een rusten in genade en de vrede die de Heere Jezus al de Zijnen heeft beloofd. 

 

En toch… lieve broeders en zusters, u die met heel uw hart getuigt dat Christus u alles is geworden. Hebt u werkelijk Zijn vrede gevonden en kunt u zeggen dat Zijn vrede ook vandaag uw vreugde is? In mijn eigen leven heb ik ontdekt hoe moeilijk het is om eenvoudig te rusten in Gods genade en te delen in Zijn vrede. Ook om mij heen zie ik jonge en ouderen die tot geloof zijn gekomen en onrustig voortgejaagd worden in een ijver voor God. Gedreven door een liefde voor hun Heere en Heiland menen zij aan de slag te moeten gaan in de wijngaard van hun Heere. Ik zie hoe mannen en vrouwen die de Heere hartelijk liefhebben worstelen met bepaalde zonden en gebukt gaan onder deze last. Het verlangen van hun hart is om heilig te zijn zoals hun hemelse Vader heilig is. Paulus roept op om af te leggen en aan te doen en de Heere Jezus waarschuwt ernstig tegen hen die menen een goed werk voor Hem te doen maar tegelijk ongerechtigheid werken. ‘En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt! Matth. 7:23.’ De liefde tot God, wakkert de strijd aan tegen de zonden, roept om genade en tegelijk met deze strijd spannen zij zich in om hen te grijpen die ten dode toe wankelen. Sommigen van deze gelovigen zwoegen van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Maar lieve broeders en zusters, is dat de rust die ons beloofd is, is dat de vrede die Jezus ons schenkt, is dat de overwinning die Paulus bedoelt? Zijn wij met de Geest begonnen en menen wij nu voort te moeten gaan in de kracht van ons vlees? Wat een ontdekking was het dat al ons werken met de bezem, de duisternis niet kon verdrijven en dat alles anders werd toen het licht van Christus onze ziel vervulde. Waarom dan nu weer ons heil zoeken bij de bezem? Broeders en zusters, het geheim is in Christus te vinden. In Hem ligt al onze kracht, Hij is onze vrede en in Hem zullen wij overwinnen. Als wij nog duisternis zien in ons leven, dan is dat omdat Zijn Licht niet ten volle in ons schijnt. Daar zal geen werk van welke aard ons ook in kunnen helpen. Nee, zoals de zaligheid begon met genade, zo zal zij ook voleindigen. Rust, rust in Jezus en laat Zijn liefde in ons overvloedig worden.

 

Het is niet ons bidden, ons spreken over Gods genade, het evangeliseren, het overwinnen van zonden of het helpen van de arme, de weduwe of de wees, waardoor wij aangenaam zijn in het oog van God, nee, het is Zijn genade alleen. Hij zocht ons, Hij trok ons, Hij kocht ons, Hij rechtvaardigde ons en Hij heiligt ons. Lieve vrienden, Zijn genade is genoeg! Paulus ontdekte een zwakheid waar hij tegen streed en als antwoord op zijn gebed bemoedigde de Heere hem door te zeggen: ‘Mijn genade is u genoeg.’ Paulus mocht zijn zwakheid overgeven aan de Heere en ontdekken hoe de kracht van Gods genade juist in zijn zwakheid gezien kon worden. Hoor hoe Paulus getuigt van Gods genade: ‘En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in smaadheden, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus’ wil; want als ik zwak ben, dan ben ik machtig, 2 Cor. 12:10.’

 

Broeders en zusters, u die Hem liefhebt omdat hij ons eerst heeft liefgehad, rust in Zijn genade want dat is voor ons genoeg. Laten wij dagelijks wandelen in Zijn gemeenschap, ja Zijn Woord lezen, overdenken en toepassen in ons leven in een totale afhankelijkheid van Hem. Wat een troost dat Hij ons de Heilige Geest geschonken heeft. Door onszelf geheel aan Gods genade over te geven en met Hem in gemeenschap te leven, zullen wij ontdekken dat Zijn genade inderdaad voor ons genoeg is. Zijn liefde zal ons liefde geven voor onze naasten, ook als zij ons vals beschuldigen of ons in een kwaad daglicht stellen. Zijn liefde zal ons geduldiger maken. Zijn liefde zal ons leren om alles uit handen te geven in de wetenschap dat wat Vader doet goed is. Dan zullen we ontdekken dat Zijn liefde ons bevrijdt van zonden waar wij zelf geen grip op konden krijgen. O lieve vrienden, hoe groot is Zijn genade. Ja, zij is genoeg, er is overvloeiende genade in Hem Die zijn leven voor ons gaf. Zijn kracht wordt in onze zwakheid volbracht en de weg die Hij met ons gaat is een weg die zal uitlopen op de verheerlijking van Zijn Heilige Naam. Wat een vreugde, om een kind van God te zijn. ‘Vader, wat U doet is goed.’

 

De tekst boven deze overdenking spreekt over het feit dat alle dingen in het leven van de gelovige moeten meewerken ten goede. Wat een diepe boodschap, wat een grote vreugde als we dit werkelijk gaan geloven maar ook omhelzen. Het zijn niet sommige, maar alle dingen in het leven van Gods lievelingen die mee moeten werken ten goede. De blijdschap in Christus, de overwinningen over de zonden, de zalige gemeenschap met God onze Vader maar ook het verdriet, de pijn, de worstelingen tegen bepaalde zondige karaktereigenschappen of verleidingen. Ja alle momenten moeten meewerken ten goede. Maar wat is dan dat goede? Dat is dat doel waarnaar ieder gelovige verlangt, namelijk te gaan lijken op de Zoon van God, ja om te lijken op Hem Die voor ons de dood is ingegaan. Hij heeft geroepen: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht, Matth. 11:28-30.’ Zij die tot Hem zijn gekomen, mogen nu door te rusten in Hem, leren wat zachtmoedigheid en ware nederigheid is. Hij zal het ons leren en daar moeten alle dingen in het leven aan bijdragen. Dat is wat de tekst boven deze overdenking ons leert. ‘…Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn…’ God Zelf vormt ons naar Zijn beeld. Hij Zelf draagt zorg dat de Zijnen zachtmoedig worden en zich nederig gedragen. Kom, broeders en zusters wankel niet als u ontdekt dat u lang niet zo zachtmoedig bent als uw Heiland, wordt niet moedeloos als u ontdekt dat uw hart eerder hoogmoedig is dan nederig. Schiet niet in de kramp, u hoeft uzelf niet te kastijden, neem de toevlucht tot uw Heiland, rust in Zijn genade, verblijd u in Zijn liefde, zie op Vaders geduld en laat Zijn trouw uw ontrouw overwinnen.

 

Alle dingen in uw leven dragen bij aan uw vorming naar het beeld dat God voor ogen heeft. Vrienden als we dit gaan zien dan wordt het leven met de Heere zoveel vreugdevoller. Wat een vreugde om in iedere toestand te ontdekken dat Vader met ons bezig is. Dan kunnen we danken als we haastig aan het fietsen zijn en onze band kapot springt, op dat moment, wordt ons geduld beproeft en mogen wij geloven dat Zijn genade voor ons genoeg is. Juist in deze omstandigheden worden wij gekneed naar het beeld van de Heere Jezus, wat een geduld had Hij. Wat een vreugde als deze waarheid in de kleine dingen gezien gaat worden, dan kunnen we het ook zien in de grotere. Maar hoe moet het dan als alles verkeerd lijkt te gaan? Hoe moet het als we halverwege de maand geen geld meer hebben voor brood en de kosten voor het huis nog betaald moeten worden? Mijn vriend, zie omhoog, zie op Vader Die in Zijn trouw zorgt voor de vogels, Zijn genade is genoeg! Maar hoe moet het als relaties op de klippen lopen omdat er verschil van inzicht is? Zou Hij die gezegd heeft: ‘Mijn genade is u genoeg’ niet waar maken wat Hij zegt? Maar wat nu als mensen ons vals beschuldigen en kwaad van ons spreken? Ze hebben kwaadgesproken over de Heere Jezus, Hem vals beschuldigt en genageld aan het kruis om onze zonden en dat wat ons nu overkomt is nodig om ons te vormen naar Zijn beeld. Zijn genade is gisteren, vandaag en voor altijd genoeg. Maar wat nu als geliefden van ons weglopen, wat nu als we doodsangsten doorstaan om wat ons of onze geliefden overkomt, wat nu als geliefden ons ontvallen? “Mijn kind, Mijn genade is u genoeg.” Zo klinkt Zijn stem ook vandaag tot een ieder die Hem liefheeft.

 

Juist in deze weg, die voor ons oog vaak onmogelijk lijkt, worden wij gevormd naar het beeld van Zijn Zoon. Juist dat is nodig om ons een bruikbaar vat te maken. Hij zocht ons, Hij kocht ons, met het doel dat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde. Hij is de bron van liefde en wij zullen ontdekken dat alles mogelijk is door de kracht van Zijn liefde. Als gelovigen, rustend in Zijn genade, gedreven door Zijn liefde en delend in Zijn vrede, mogen wij wandelen in de werken die Hij voor ons bereid heeft. Het is heerlijk bevrijdend om onze agenda, onze doelen ja alle dingen te doen overeenkomstig de wil van onze Vader. Dit is alleen mogelijk in een levende relatie, waarin wij zoeken naar het hart van Vader, luisteren naar Zijn Woord en ons laten lijden door de Heilige Geest. De Heere Jezus heeft ons gewezen op de noodzaak van het rusten en blijven in Hem: ‘Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen, Joh. 15:5.’ Wat is genade toch onbegrijpelijk groot. Zonder Hem is alles onmogelijk, maar met Paulus mogen wij zeggen: ‘Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft, Filip. 4:13.’  Amen.

 

O God, die mij hebt vrijgekocht en door Uw bloed gered,
Die, wat de duivel ook vermocht, mij voorleidt, tred voor tred;
Die trouw mij voorgaat op de weg, al is mijn pad ook ruw,
o wijs mij steeds de rechte weg, maak mij een beeld van U.

Maak mij een beeld van U, maak mij een beeld van U,
zo vol van ootmoed, liefde en trouw, maak mij een beeld van U.

Want vol van zwakheid is mijn ziel, toch ben 'k door U gered;
wanneer de strijd soms zwaar mij viel, Gij hoorde mijn gebed.
Sterk, o mijn God, mij meer en meer, ja, help en steun mij nu:
leid aan Uw hand mij, trouwe Heer, maak mij een beeld van U.

Maak mij een beeld van U, maak mij een beeld van U,
zo vol van ootmoed, liefde en trouw, maak mij een beeld van U.

Ja, Heer, hervorm mij naar Uw beeld, 't is al wat mij bekoort;
gedoog niet, dat de zonde leeft in 't hart, dat U behoort.
Blijf met Uw liefde zo nabij, dat ik de zonde schuw';
dat steeds Uw wil de mijne zij, maak mij een beeld van U.

Maak mij een beeld van U, maak mij een beeld van U,
zo vol van ootmoed, liefde en trouw, maak mij een beeld van U. 

Wilco Vos Veenendaal 23-05-2016