M26 De verloren oudste zoon.

27-06-2013 08:42

De Heere Jezus heeft in de tijd na Zijn doop veel door gelijkenissen gesproken, één van de bekendste is die van de verloren zoon. Een prachtige ontroerende geschiedenis waarin Gods heerlijke genade schittert. Een vader had twee zonen waarvan één zijn kindsdeel opeiste. Met een grote zak geld is hij op pad gegaan, de wijde wereld in. Nadat hij al zijn geld verbrast had en als een arme varkenshoeder verlangde naar de schillen van de varkens, kwam hij tot inkeer. Hij bedacht zich hoe goed hij het bij zijn vader had en hoe verschrikkelijk nu zijn toestand was. In zijn hart was er een liefde wakker gemaakt naar zijn vader. En zo nam hij zich voor om terug te gaan, hij besefte dat hij het niet waard was ooit nog een zoon genoemd te worden maar wat er ook zou gebeuren, hij wilde weer bij zijn vader zijn. Dan gaat hij op weg en zie daar staat zijn vader met uitgestrekte armen om zijn zoon te omhelzen. Een moment om nooit te vergeten, daar valt een vuil, besmeurd en afgedwaald kind in de armen van zijn liefhebbende vader. ‘Vader, ik heb gezondigd tegen de Hemel en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden, Luk. 15:21.’ Maar zijn vader laat het beste kleed brengen waarmee zijn zoon wordt bekleed, een ring krijgt hij aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Het gemeste kalf wordt geslacht en dan horen we zijn vader zeggen: laten we eten en vrolijk zijn; ‘Want deze mijn zoon was dood en is weder levend geworden, en hij was verloren en is gevonden, Luk. 15:24.’

 

‘Alzo is er blijdschap voor de engelen Gods over één zondaar die zich bekeert, Luk. 15:10.’ In deze geschiedenis schittert de genade van God tegenover de zwartheid van zondaren. Wij mensen hebben gekozen voor de satan en onze eigen wil, maar God heeft in Zijn genadige goedheid gedachten van vrede gehad. Het is Zijn liefde die zondaren trekt uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. God had heel de wereld rechtvaardig in de zonde kunnen laten liggen en alles over kunnen geven aan het helse vuur. Dat is het verdiende loon op de zonde, maar God is genadig en heeft Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus gezonden naar deze wereld om zondaren te zoeken en zalig te maken. En zo zijn er op deze wereld twee soorten mensen, zondaren die door genade zijn verlost en door het dierbare bloed van het Lam zijn vrijgekocht van de zonde en de vloek van de wet. Zij zijn geheiligd en gerechtvaardigd en hebben het eeuwige leven ontvangen. Daarnaast zien we zondaren die niet slechter zijn maar leven naar het inzicht en de mening die zij zelf hebben. Zij leven niet van genade en weten niet wat het is om een liefhebbende Vader in de hemel te hebben. Voor het oog kunnen we in deze laatste groep mensen, onderscheid maken tussen hen die helemaal los van God leven en hen die proberen te leven naar Gods geboden. De één doet alles waar hij zelf zin in heeft en de ander weet zich gebonden aan de wetten van een Heilig God. En over deze laatste groep willen we het nu in het bijzonder hebben.

 

De gelijkenis van de verloren zoon spreekt namelijk over twee zonen. De één is zijn eigen weg gegaan en is tot bekering gekomen. De andere zoon is netjes bij zijn vader gebleven en heeft een voorbeeldig leven geleid. Hij heeft samen met zijn vader aan tafel gezeten en gegeten in de tijd dat zijn broer weg was. We lezen er niet over dat hij verdrietig was over het vertrek van zijn broer. Hij is niet naar hem op zoek gegaan. Op een dag komt hij thuis na een dag werken op het land en dan hoort hij dat er feest gevierd wordt. Hij roept één van de knechten en vraagt wat er aan de hand is, als hij hoort dat er feest is omdat zijn broer is thuisgekomen, wordt hij boos en weigert om naar binnen te gaan. Dan komt zijn vader naar buiten en bid (vermaand of roept) hem om ook binnen te komen. ‘Doch hij antwoordende zeide tot den vader: Zie, ik dien u nu zovele jaren en heb nooit uw gebod overtreden, en gij hebt mij nooit een bokje gegeven, opdat ik met mijn vrienden mocht vrolijk zijn. Maar als deze uw zoon gekomen is, die uw goed met hoeren doorgebracht heeft, zo hebt gij hem het gemeste kalf geslacht, Luk. 15:29,30.’ Wat een emotionele ontlading, uit deze woorden proeven we geen liefde tot zijn broer, hij is helemaal niet blij dat zijn broer is teruggekomen. Hij begrijpt de vreugde van zijn vader niet, de woorden die hij spreekt zijn zo respectloos en vol onwaarheden. Hij spreekt zijn vader niet aan zoals zijn verloren maar teruggekeerde broer, die sprak zijn vader aan met de eretitel, ‘Vader’.

Hij begint te mopperen over het feit dat hij nu al zoveel jaren zijn vader dient, nog nooit een gebod heeft overtreden maar ook nooit een bokje heeft gekregen om feest te vieren met zijn vrienden. Hij is echt boos dat zijn vader het kalf heeft geslacht en dat voor zijn broer, die het geld van zijn vader heeft verbrast.

 

We horen duidelijk de afgunst doorklinken in de woorden van deze teleurgestelde en verharde zoon. Hij heeft niets te klagen over zichzelf, hij meent nog nooit een gebod van zijn vader te hebben overtreden. En zijn broer die niets anders dan verkeerd heeft gedaan wordt nu binnengehaald alsof er niets aan de hand is. Er wordt feest gevierd, hoe kan dat nu? Wat een dwaasheid, wat een onrecht, hij heeft het verdiend om geprezen te worden, zijn vader zou feest moeten vieren omdat hij zo goed z’n best gedaan heeft en z’n broer zou de deur gewezen moeten worden.

 

Wat een contrast tussen deze broers. Meestal wordt er in het verband van deze gelijkenis gesproken over de zoon die bekeert en teruggekomen is. Toch heeft de Heere Jezus niet voor niets ook stil willen staan bij deze zoon. De Heere Jezus heeft altijd met twee woorden gesproken, zo moeten ook wij dat doen. Er is een wet en er is een Evangelie, er is veroordeling en genade, er is een hemel en een hel. Het is gemakkelijk om alleen de zonnige zijde te belichten, maar is dit ook zoals God dat van ons vraagt? Het Woord van God wordt niet voor niets een tweesnijdend zwaard genoemd (Hebr. 4:12). We zouden de mensen bedriegen door hen alleen te wijzen op het Evangelie, de genade en de hemel. De werkelijkheid is dat de grootste massa van de mensen onder de veroordeling van de wet voor eeuwig in de hel zullen zijn. Daar zullen zijn de grootste criminelen, zij die nooit voor God gesidderd hebben, daar zullen de moordenaars en de overspelers zijn die zich nooit tot God bekeert hebben. Daar zullen ook de brave zoons zijn die hun hele leven voor God gewerkt hebben maar nog nooit de liefde van hun hemelse Vader erkent hebben. Zij hebben zo’n bevoorrechte positie gehad, zij kende de wil van God, zij kenden Zijn boodschap maar hebben zich gestoord aan zijn genade.

 

Deze boodschap is scherp, en zo heeft Jezus scherp gesproken met die bedoeling dat zij die zich aangesproken zouden weten, zouden geloven en zich bekeren opdat ook zij eeuwig zouden leven. De farizeeërs zagen hoe Jezus omging met hoeren en tollenaren, hoe Hij met hen sprak en bij hen aan tafel zat. De farizeeërs ergerden zich aan deze genadige opstelling van Jezus. Zij hadden de wetten van God gehouden en waren de hele dag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig met godsdienst, wetten en regels en het toezien op de naleving van die wetten. En dan gaat Jezus, Die Zichzelf de Zoon van God noemt vol liefde om met hen die behoren tot de rand van de samenleving. Hoe is dat mogelijk? Zij walgden bij het zien van deze genade. Het was ongehoord en godslasterlijk in hun ogen. Hoe is het met U? Bent u verblijd als u hoort dat er een zondaar tot God bekeert is of heeft u heel wat aan te merken en durft u een oordeel te vellen? Hoe verdrietig is het om te zien dat er zo veel mensen zijn die echt serieus bezig zijn met godsdienst maar die niet weten wat het is om te leven in een levende relatie met hun hemelse Vader. Juist zij zijn het die het eerste hun oordeel klaar hebben als er een jonge man of vrouw of een groot zondaar tot geloof en bekering is gekomen. Doet u daar ook aan mee? ‘Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet, zal u wedergemeten worden, Matth. 7:1,2.’ Alleen God de Allerhoogste, de Heilige en Rechtvaardige heeft te oordelen, dat komt ons niet toe. Wat kan het moeilijk zijn als u oprecht op zoek bent naar God, u doet uw best, u probeert te leven naar Zijn heilige wet en u wilt niet meedoen met de zonde van de wereld maar hoe ernstig u het ook meent, hoe u ook bidt, het lijkt alsof God u niet hoort. U kent de zekerheid van het geloof niet en als u denkt aan het moment dat de dood komt dan bent u bang. En dan hoort u ineens dat er iemand tot geloof en bekering is gekomen, die zijn leven lang niet naar God zocht, die leefde in verschrikkelijke zonden. U wordt boos, u zoekt God en u vindt Hem niet en die vieze zondaar die de dood verdiend heeft is wel tot geloof gekomen. Hoe gemakkelijk is het nu om te oordelen over die bekering, het zal wel een bevlieging zijn, tegenwoordig nemen ze Jezus zomaar aan. Misschien zegt u het niet zo ronduit maar het is een geluid wat veel gehoord wordt. En dat is nu juist wat de oudste zoon ook deed.

De Heere Jezus heeft ons hiervoor gewaarschuwd, met die bedoeling dat u zich zou bekeren van deze weg opdat ook u behouden zou worden. De vader zij tegen zijn oudste zoon: ‘Men behoorde dan vrolijk en blijde te zijn; want deze uw broeder was dood en is weder levend geworden; en hij was verloren en is gevonden, Luk. 15:32.’ Hoe groot zou onze blijdschap moeten zijn, we weten dat er feest is in de hemel als er één zondaar tot bekering komt, laten ook wij dan verblijd zijn als er weer een zondaar gered is van de kaken van de hel. Juist u die het zo ernstig meent, u weet hoe verschrikkelijk de hel is, waarom dan achterdochtig en veroordelend? Kom eens tot uzelf en overzie eens waar u mee bezig bent. Waarom heeft die grote zondaar de Heere jezus gevonden en bent u nog aan het worstelen? Is het niet omdat u verkeerd bezig bent? Heeft u het net wel aan de goede kant uitgeworpen? Beseft u wel wat de wil van God is? U bent uzelf aan het opknappen en aan het reformeren, u meent het ernstig maar beseft u ook dat dit alles in Gods oog nog steeds zonde is? Zijn wil is dat u in het geloof op Zijn Zoon ziet. ‘En dit is de wil Desgenen Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk die den Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage, Joh. 6:40.’ Daartoe is Jezus gekomen, om zondaren te zaligen, u hoeft alleen maar te zien en te vertrouwen dat uw zonden om Jezus wil vergeven zijn. ‘Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam van den eniggeboren Zone Gods, Joh. 3:18.’ En dit is nu juist datgene wat uw vlees niet kan en wil. U wilt zelf de touwtjes in handen houden en zult tegenwerpen, dat het zo gemakkelijk niet zal gaan. Tegelijk zult u moeten toegeven, dat dit hetgeen is wat u niet wilt. Net zoals het volk Israël hun eigen Messias heeft verworpen, verwerpt u uw Heiland. ‘Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt, en stenigt die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugelen, en gijlieden hebt niet gewild, Matth. 23:37.’ U zult niet behouden worden omdat u zo goed u best gedaan hebt, u gaat verloren omdat u Jezus, de Verlosser niet erkent en bemind hebt. En uit Zijn mond zult u het horen: ‘Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild dat ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier en slaat ze hier voor mij dood, Luk. 19:27.’ O, lieve vrienden, wat een ernstige woorden maar besef toch dat het de hele waarheid is. Kom dan tot inkeer, bekeert u en gelooft het Evangelie. Ook voor u is er een gestorven Jezus. Als u tot Hem komt, uw zonden belijd en u gelovig overgeeft aan Hem in het besef dat u zonder God niets doen kunt, dan bent ook u zalig. Ja ziende op het bloed van het Lam, zult u in eeuwigheid leven. Zijn bloed alleen kan al uw zonden afwassen, Zijn offer redt u van het oordeel en de dood. Als u zo in het geloof tot Hem komt dan is er feest in de hemel en dan zult u niet meer oordelen over een zondaar die tot bekering komt, dan bent u de grootste zondaar aan wie barmhartigheid is geschied. Dan gaat de hand op de mond en kunt u alleen nog roemen in genade, die is uitgestort in uw hart. Jezus alleen is uw hoop en verwachting, en te roemen in Zijn naam dat is alles wat u dan nog wilt.

 

Misschien is er in uw hart nog tegenstand en gelooft u niet dat ook u de genade wordt aangeboden. De oudste zoon had ook vergeten dat hij net als zijn jongere broer het deel dat hem toekwam gekregen had. ‘En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed, Luk. 15:12.’ En daarom sprak de vader: ‘En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe, Luk. 15:31.’ Maar wee hem die dit deel veracht heeft. De weg geweten, de blijde boodschap gehoord maar in een eigengerechtige weg gegaan, een onrustig of een verhard geweten om voor eeuwig om te komen. Vandaag is het nog niet te laat, zolang u adem heeft is er de mogelijkheid om te vluchten tot uw Heiland. Haast u dan en spoed u om uws levens wil. Amen.

 

Psalm 95:4

Want Hij is onze God, en wij

Zijn 't volk van Zijne heerschappij,

De schapen, die Zijn hand wil weiden;

Zo gij Zijn stem dan heden hoort,

Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord,

Verhardt u niet, maar laat u leiden.

Wilco Vos 25-06-2013