M26 Het kruis dragen in een uitziend leven

26-06-2015 09:06

‘Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus, Filip. 4:20.’

 

Vrienden, is de Heere Jezus Christus, ook onze verwachting? Zien wij uit naar de dag dat Hij komen zal om ook ons te verlossen van deze wereld, de zonde, de verwarring en verdeeldheid, van tranen en pijn, van moeite en verdriet? Straks, zal dit alles verwisseld worden voor een eeuwige heerlijkheid omdat Hij Zijn dierbare bloed gegeven heeft tot betaling voor onze zonden. Als deze Jezus uw leven is, dan wordt u opgeroepen om te zoeken de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn (Kol. 3:1,2). Als Jezus niet het middelpunt van uw leven, uw verlangen en uw hoop is, dan leeft u nog gescheiden van God, dan leeft u zonder hoop in de wereld en is de harde werkelijkheid niet anders dan een eeuwig oordeel. Zonder Jezus is er geen leven, Hij is de Deur waardoor allen moeten binnengaan, Hij is de Herder Die Zijn schapen zal weiden, Hij is de ware Wijnstok en in Hem zullen de ranken vrucht dragen. Buiten Jezus is alles vruchteloos en niets anders dan dood en verderf. Al het moois dat we zien, beleven en aanbevelen buiten Jezus, is niets dan schijn dat straks een zeepbel blijkt te zijn. Kom vrienden, zoek de Heere, bekeert u en gelooft het evangelie. Er is een volle zaligheid voor allen die komen tot Jezus, hun zonden belijden en leren leven door het geloof, rustend in Zijn volbrachte werk. God is getrouw, Hij roept zondaars en belooft hen het eeuwige leven. ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon  gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe, Joh. 3:16.’

 

Als wij door genade mogen zeggen dat wij van dood levend zijn geworden, van vijanden, kinderen van de allerhoogste God, dan zijn wij de gelukkigste schepselen die er bestaan. Dan is er geen veroordeling meer omdat Jezus ons oordeel droeg. Dan mogen wij weten dat alles wat ons op aarde overkomt tot ons nut zal zijn. Betekent dit dan dat we het nut van alle tegenslagen ook altijd opmerken, dat wij werkelijk iedere dag zorgeloos kunnen leven en dat wij altijd goedsmoeds zijn? Dat is wel het leven waar de Heere ons toe oproept maar helaas zien wij vaak meer op de omstandigheden dan op God in Wiens hand alle dingen zijn. Ik geloof dat we realistisch moeten zijn en mensen geen gouden bergen, een gelukkig leven van blijdschap en voorspoed moeten beloven als gevolg van het geloven in de Heere Jezus. Nee, de werkelijkheid is voor het oog vaak het tegenovergestelde. Tegenslagen, verdrukkingen, pijnen en verdriet zijn maar al te vaak werkelijkheid in het leven van hen die de Heere liefhebben en Hem willen volgen. Waarom dan? Omdat dat Gods weg is waardoor Hij de zondaar leert leven in het geloof en vertrouwen (Jak. 1, Rom. 5:3,4). Dat is de weg waarin wij leren afzien van onszelf, onze eigen inzichten en het leunen op dat wat mensen menen en zeggen. Zo komen wij met heel ons hart, tot de belijdenis, dat alle roem alleen in God is. Wat een diepe troost in al het lijden, wat een ongekende vreugde in de diepste dalen van het leven als wij mogen rusten in Gods trouw. Als wij niet meer zien op de omstandigheden maar op Vader, in Wiens hand heel ons levenslot ligt. Dan zoeken we niet naar aardse vreugde en geluk maar richten ons op Jezus Christus en Dien gekruisigd, dat vervuld ons met blijdschap en in Zijn Licht zien wij het Licht. Dan zien wij in voor- en tegenspoed, op de heerlijkheid die Hij bereid voor allen die Hem vrezen, liefhebben en dienen. Daar geen tranen en geen pijn, daar zal God alle lof, eer en aanbidding ontvangen die Hij zo waard is en dat is het verlangen van heel onze ziel. Dan leren wij het uitroepen, Kom Heere Jezus, ja kom toch spoedig en verlos uw volk van dit tijdelijke, ja laat heel de wereld zien dat U regeert.

 

Het leven met God, ziende op Zijn trouw en rustend in Zijn genade, is vaak een leven dat indruist tegen dat wat mensen bedenken. Het gaat geen gebaande paadjes en vaart niet over kabbelend water. Het is een wandel achter de Heere Jezus aan en dat is een kruis dragend leven, door woestijnen van verzoeking en dwars door het kolkende water. Het is een leven dat meer en meer groeit in geloof door te zien op Hem, die de overste Leidsman en Voleinder van het geloof is.

 

Wij bidden; Vader, Uw wil geschiede en zingen; Neem mijn leven en laat dat Heere, toegewijd zijn aan Uw eer. Neem mijn wil en maak hem vrij, dat hij U geheiligd zij. Als wij dit zingend bidden dan mogen wij ons wel beseffen dat de vervulling van dit gebed betekent dat er een streep door onze wil heen gaat. Als wij bidden; Maak mij een beeld van U, dan betekent dit dat ons eigen ik moet sterven opdat het leven van Christus in ons zichtbaar wordt. Toch is dit het leven dat God van ons vraagt. De Heere Jezus zei: ‘Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij, Luk. 9:23.’ Ieder dag opnieuw worden wij geroepen om ons te richten op God en Zijn wil en dat betekent vaak keuzes maken en wegen inslaan die ingaan tegen dat wat de grote massa doet. Vandaar dat het leven met God vaak een eenzaam leven lijkt, niet het brede pad maar het smalle dat ten leven leidt. Deze keuzes kunnen vaak niet verborgen blijven. Het zijn keuzes die opvallen en maar al te vaak worden opgevat als een veroordeling naar de mensen om ons heen. Dat brengt weer met zich mee dat de persoon die de Heere wil volgen veroordeelt wordt om zijn of haar leven dat altijd tegendraads is. Nu is het belangrijk om te beseffen dat dit het normale christelijke leven is. Dit is wat de Heere Jezus belooft heeft. 'Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen, Matth. 5:10.' Als wij dan vervolgd worden dan moeten wij onszelf de vraag stellen of dat is vanwege zonden of vanwege de gerechtigheid. Is dat omdat wij willen opvallen en of onze eigen wil willen doen of omdat wij de Heere willen gehoorzamen? Als het vanwege de zonde is dan moeten wij daarmee breken, onze schuld naar God en de naaste belijden en ons keren naar de Heere en Zijn weg. Dan mogen wij zien op de weg die de Heere Jezus heeft willen gaan om ons te verlossen van schuld en zonden door met Zijn bloed te betalen. Hij gaf zijn leven opdat wij zouden leven. Hij onderwierp Zijn wil waarmee Hij ons leert datzelfde te doen. Hij roept ons op om staande te blijven te midden van alle haat en tegenstand, dan zullen wij overwinnen in een eeuwige zaligheid. ‘En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden, Matth. 10:22.’

 

Waarom zouden wij nu bang zijn voor mensen, zij kunnen ons beschimpen, bespotten, zwart maken en op z’n hoogst doden maar die schat die in de hemel bewaart wordt zullen zij nooit kunnen afnemen. Als wij ons laten leiden door de mensen en hun ideeën volgen, dan zullen we nu misschien een makkelijker leven hebben maar straks sterven om met hen verloren te gaan. Zie toch op Jezus en volg gehoorzaam Zijn stem. Hij zegt tot Zijn discipelen dat zij het Woord moeten verkondigen en als zij in een stad vervolgd worden, dan moeten zij maar naar een volgende stad gaan. ‘De discipel is niet boven den meester, noch de dienstknecht boven zijn heer. Het zij den discipel genoeg, dat hij worde gelijk zijn meester, en de dienstknecht gelijk zijn heer. Indien zij den Heere des huizes Beelzebul hebben geheten, hoeveel te meer Zijn huisgenoten! Matth. 10:24,25.’ Onze Heiland werd door de godsdienstige leiders uitgemaakt voor de overste van de duivelen, laat dat voor ons een bemoediging zijn om niet weg te vluchten voor de werkelijkheid. 'En ook allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden, 2 Tim. 3:12.'

 

Wij leven in een “vrij” land en worden (nog) niet doodgeschoten vanwege onze godsdienstige levensovertuiging. Om ons heen zien wij hoe christenen in andere landen gedood worden. De boze weet dat hij nog een korte tijd heeft voordat de Heere Jezus terugkomt. Hij zaait verwarring, angst en verdeeldheid. Zij die hun leven willen richten naar het Woord van God zullen straks ook in Nederland gezien gaan worden als vijanden van de rust en de vrede. Ook hier zullen dan de woorden van de Heere Jezus (opnieuw) werkelijkheid worden. ‘Zij zullen u uit de synagogen werpen; ja, de ure komt, dat een iegelijk, die u zal doden, zal menen Gode een dienst te doen, Joh. 16:2.’ De vijand zal werkelijk menen een goede dienst te leveren en zelfs vaak onder het aanroepen van de naam van God. Hoe hebben de Farao van Egypte, Haman en Hitler hun best gedaan om het volk van God te vernietigen. Zijn volk en allen die ingelijfd zijn in de edele olijfboom, zijn en worden vervolgd. Denk aan de duizenden Waldenzen die gedood zijn omdat zij hun leven wilde richten naar Gods Woord en Zijn geboden. Zij werden gedood door Rome en haar volgelingen die meer gehoorzaam wilden zijn aan dat wat mensen voorschreven dan aan het eenvoudige Woord van God. Waarom heeft de godsdienstige inquisitie (1480) zo’n 30.000 joden gedood? Om de kerk te zuiveren van hen die vasthielden aan het Hebreeuws geloof en de Heere wilden dienen zoals Hij dat in Zijn Woord heeft bevolen. Denk eens aan de miljoenen Joden die gedood zijn in de oorlog, nergens waren zij veilig. Joden, nakomelingen van Sem, dragen de Naam (Sem) van God en dat is de rede waarom de vijand meent hen te moeten uitroeien. Waarom werden weerloze mannen, vrouwen en kinderen aangegeven om gedood te worden? Omdat men bang was voor vervolging en de vijand meer gehoorzaamde dan God. Met de hand op de Bijbel werd Gods volk overgeleverd en gedood.

 

Wij kunnen Duitsland of Hitler niet de schuld geven van deze verschrikkelijke geschiedenis. Het was de kerk die opriep tot haat tegen het Joodse volk. Door heel de geschiedenis heen zien we hoe de zogenaamde grote kerkvaders zich verzetten tegen het Joodse volk en opriepen tot haat tegen dat volk en te breken met hun Hebreeuwse wortels. Denk aan o.a Ignatius, Marcion, Justinus Martyr, Origenes, Constantijn de Grote (Keizer), Ambrosius, Augustinus en Hiëronymus, allen waren zij het er over eens dat de Joden de moordenaars van Jezus waren en dat zij daarom ook nu het oordeel moesten dragen, de één wenste hen dood en de ander een voortdurend lijden. In Nicea werd besloten dat de Joden (en alle christenen) op straffe van de dood moesten breken met Gods Thora, De Hebreeuws taal en het onderhouden van Gods sabbat en feesten. Vanaf de kansels in de kerken klonken deze antisemitische geluiden die door de jaren heen steeds geloofwaardiger werden. De bekende Chrysostomus, beter bekend als Gulden mond vanwege zijn welsprekendheid, zei het volgende over de Joden: “Jezus’ vergeving is niet voor de Joden en God heeft ze altijd al gehaat.” Het was volgens hem christenplicht om de Joden te haten. Zij waren immers moordenaars van Christus en aanbidders van satan. Over de synagoge sprak hij: “Erger dan een bordeel, een hol vol bedriegers, een tempel van demonen toegewijd aan afgoderij, een ontmoetingsplaats voor Christus-moordenaars, een huis erger dan een drankhol, een dievenbende, een huis van lichte zeden, een woonplaats van ongerechtigheid, een toevlucht voor duivels, een afgrond van verderf. Wat mij betreft, ik haat de synagoge en ik haat de Joden evenzo.”

 

Ook Maarten Luther, die eens vol hoop was voor de bekering van het Joodse volk, verviel in deze verschrikkelijke zonde van haat en verderf. Hij schreef een heel boekje ( De Joden en hun leugens), waarin hij zich uitte tegen deze miserabele vervloekte mensen met hun giftige activiteiten. Deze grote reformator schroomde niet om de joden neer te zetten als blinde stomme dwazen, miserabele gevoelloze mensen die er bij de lurven uitgegooid moeten worden. 'Zij (regeerders) moeten handelen zoals een goede dokter doet, die wanneer gangreen (een ziekte) inzet, zonder genade te werk gaat om te snijden, zagen, en vlees, aderen, botten en merg verbrandt. In dit geval moet dezelfde procedure in gang worden gezet. Verbrandt hun synagogen, verbied alles wat ik eerder uiteengezet heb, dwing ze tot werk, en behandel ze streng, zoals Mozes deed. Als dat niet helpt, moeten we ze als dolle honden verjagen.(Luther)' Hitler beriep zich met zijn mannen op Luther en voerde uit wat kerkvaders al jaren gezaaid hadden. Miljoenen Joden verloren het leven in deze strijd waarin de duivel en de kerk, hand in hand streden.

 

Niet Hitler, niet Duitsland maar wij hebben gezondigd, wij moeten schuld belijden en ons tot God bekeren. Ook vandaag wordt overal de haat tegen het volk van God gezaaid. Als wij niet waken zullen wij net als in eerdere dagen ons richten tegen het volk van God. Wat zullen wij doen als er vandaag of morgen een Jood bij ons aanklopt en om onderdak vraagt? Zeggen wij dan: Je moet het oordeel maar dragen want je hebt geroepen: “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen”? Of zeggen wij; “kom binnen vriend, jij bent een Jood en mijn Jezus, mijn Heiland is een geboren Jood, het is niet door jouw volk maar het is door mijn zonden dat Hij stierf.” Zullen wij de hongerige, de dorstige en de naakte overgeven in de hand van de vijand of zullen wij hen onderdak bieden? Jezus spreekt Zijn rechtvaardig oordeel uit over de wijze waarop wij handelen (Matth. 25:31-46).

 

Terwijl ik dit zo schrijf voel ik me verdrietig, diep schuldig en zou ik het alle Joden willen toeroepen: “Vrienden, vergeef mij mijn zonden zoals Jezus mij mijn zonden vergeeft. Ik en mijn vaders hebben gedaan wat kwaad is in het oog van God. Maar vrienden, zie op God, Hij is genadig en kwam om u te redden. Zie op Yeshua, jullie lang verwachtte bron van heil, kniel voor Hem neer en leef in Zijn genade.” Er is hoop, hoop want de God van Abraham, Izaäk en Jakob leeft nog en Hij regeert, Hij zal Zijn volk (Juda en Israël) herstellen volgens Zijn beloften. Dan zal iedere tong belijden dat Jezus is de Heere en dat Hij een volk verkoren heeft van eeuwigheid. Welzalig de man, de vrouw en het kind dat mag delen in de weldaden, de zegeningen en de verbonden van dat volk en die God. Kom, kies dan met Mozes: ‘Liever met het volk van God kwalijk gehandeld te worden, dan  voor een tijd de genieting der zonde te hebben; Achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons, Hebr. 11:25,26.’

 

De Heere Jezus gaf ons Zijn heerlijke belofte:  ‘Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de  wereld overwonnen, Joh. 16:33.’ Vrede, ondanks de verdrukking, omdat Jezus leeft en Hij, onze Vredevorst, Zijn vrede in het hart doet overheersen. Paulus roept als navolger van Jezus op om hem na te volgen. Hij werd als gevolg van deze navolging, gegeseld, gestenigd, heeft driemaal schipbreuk geleden, was in gevaren van de Joden, van de heidenen en in gevaren onder de valse broeders (2 Kor. 11:24-26). Toch riep hij het uit: ‘wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Rom. 8:35a.’ Door al de jaren heen, heeft de Heere Zijn getrouwe kinderen en gezanten van Christuswege de moed gegeven om staande te blijven en op te komen voor Zijn Volk en Zijn eer. Zij zagen niet op de omstandigheden maar op de beloften van Gods herstel met Zijn volk Israël. De Heere heeft hen willen zegenen en zal ook ons zegenen als wij zo wandelen. En Ik zal zegenen, die u (Abraham en zijn zaad) zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden, Gen. 12:3.’ Kom verblijd u in de Heere zie op Hem, verkondig Zijn grote daden en verwacht de vervulling van Zijn beloften, leg al uw zorgen en uw moeite voor Hem neer; ‘En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus, Filip. 4:7.’ In Hem meer dan overwinnaars. ’De Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. De Heere zij met u allen, 2 Thess. 4:7.’ Amen.

 

Waar zijn nu, dood, uw macht en scherpe pijlen?

Uw zeis ligt nu verbroken voor altoos.

Gods eigen Zoon, uit dood en graf verrezen,

maakt dood en graf voor eeuwig machteloos.

 

Immanuel, Gij hebt der helle poorten

uw macht doen zien, die haar ter neder slaat,

toen Gij de straf des zondaars wildet dragen,

van wie de naam in 't boek des levens staat.

 

Voor deze prijs hebt Gij uw bruid verkregen:

Gij gaaft voor haar U-zelf, Heer, in de dood;

voor haar waart Gij in ziele-angst en lijden.

Wat is uw liefde, Heer, ondenkbaar groot.

 

Gij hebt, o Heer, uw volk de kracht geschonken,

om te overwinnen in de felste strijd.

Zij wachten U met innig zielsverlangen;

Gij zijt hun kracht, Gij, die hun redder zijt.

 

In U alleen, Heer Jezus, is het leven,

in de ijdelheid ligt alles hier beneen;

Gij hebt ons plaats in 't Vaderhuis verworven;

leid Gij, o Heer, toch daarheen onze schreen.

 

Wilco Vos Veenendaal 23-06-2015