M27 Woorden van Jezus - Wee u

05-07-2018 16:30

‘Toen begon Hij de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden. Wee u, Chorazin! wee u Bethsaïda! want zo in Tyrus en Sidon de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden zich eertijds in zak en as bekeerd hebben. Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan ulieden. En gij, Kapernaüm! die tot den hemel toe zijt verhoogd, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden. Want zo in Sodom die krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden tot op den huidigen dag gebleven zijn. Doch Ik zeg u, dat het den lande van Sodom verdragelijker zal zijn in den dag des oordeels, dan u, Matth. 11:20-24.’

 

Wat een aanklacht over de lippen van de gezengde Heiland, Hij die gekomen is om te zoeken en zalig te maken heeft het uitgeroepen: “Wee u.” Waarom een; “Wee u”? Deze woorden zijn niet zomaar in een opwelling over de lippen van Jezus gekomen, nee ze zijn gegrond, gefundeerd en van grote betekenis. Als de Zaligmaker van de wereld, gekomen tot de Zijnen, ging Hij rond, terwijl Hij opriep tot bekering en grote wonderwerken deed. Nu Hij de balans opmaakt, roept Hij het uit: ‘Wee u”.

 

Eens was het volk gered uit de verdrukking en verschrikkelijke slavernij van Egypte. Ze hadden de machtige daden van God gezien, Zijn oordelen over Egypte en de bescherming die Hij hen bood. Ze hadden geschuild achter het bloed van het lam, en wat een wonder, toen in de grootste nood een pad ontstond in de rode zee waardoor zij droogvoets trokken, op weg naar de vrijheid, terwijl de Egyptenaren verdronken. Dan lezen we in Exodus 14:31 ‘‘En Israël zag de grote macht, welke de Heere aan de Egyptenaars betoond had; en het volk vreesde den Heere, en zij geloofden Hem en zijnen knecht Mozes.’ Bij het zien van al deze wonderdaden, worden ze stil en vol verwondering stellen zij hun vertrouwen op God en Mozes Zijn knecht. Maar ach wat bleef er over van dit vertrouwen? Heel de geschiedenis door zien we hoe het van God verkoren volk afwijkt en meer vertrouwen stelt in eigen kracht en inzicht dan in de almacht van God. Veel profeten heeft God gezonden om op te roepen tot bekering en wat is de vrucht daarvan? Micha zegt: ‘Hoort nu, wat de HEERE zegt: Maak u op, twist met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen. Hoort, gij bergen! den twist des HEEREN, mitsgaders gij sterke fondamenten der aarde! want de HEERE heeft een twist met Zijn volk, en Hij zal Zich met Israel in recht begeven. O Mijn volk! wat heb Ik u gedaan, en waarmede heb Ik u vermoeid? Betuig tegen Mij. Immers heb Ik u uit Egypteland opgevoerd, en u uit het diensthuis verlost; en Ik heb voor uw aangezicht henen gezonden Mozes, Aaron en Mirjam, Micha 6:1-4.’ De Heere roept Zijn volk ter verantwoording, niets dan zegen hebben zij ontvangen en wat heeft het met hen gedaan? Eens sprak Hij door de mond van Jesaja: ‘Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israel heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet, Jes. 1:3.’ Zo lezen we ook in het boek van de Psalmen: ‘Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israel heeft Mijner niet gewild, Ps. 81:12.’

 

Als dan eindelijk de van God beloofde Messias gekomen is en met woorden en daden laat zien dat Hij de; ‘Ik Ben’ is, dan blijkt opnieuw de hardheid van hun harten. Als reactie daarop lezen we: ‘Toen begon Hij de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten, omdat zij zich niet bekeerd hadden.’ Het verwijt klinkt in de eerste plaats tot de steden waaraan de meeste aandacht was besteed. De plaatsen waar Hij de meeste tijd had doorgebracht, waar Hij discipelen had geroepen en waar Zijn wondere daden zichtbaar waren terwijl Zijn oproep klonk: ‘Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen, Matth. 4:17.’ Het moet ons opvallen dat Jezus hier niet spreekt over geloven maar over bekering, o ja er waren er velen die Hem wilde volgen vanwege de wonderen, ze geloofde dat Hij van God gekomen was, Wie anders kon zulke werken doen? Maar van vruchten in hun leven was geen sprake, er was dan wel wat ogenschijnlijk volgen maar de bekering bleef uit. Het bleef aan de oppervlakte zonder dat het hart vernieuwd was door de wedergeboorte. Er was geen ommekeer, er was geen breken met de zonden en de vormendienst zonder inhoud. Er was geen aanbidding, geen overgave en geen volgen van Jezus zoals God de Vader dat zien wil. Zij bleven Zijn Zoon verwerpen en daarmee verwierpen zij hun eigen zaligheid.

 

‘Wee u, Chorazin! wee u Bethsaïda! want zo in Tyrus en Sidon de krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden zich eertijds in zak en as bekeerd hebben. Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan ulieden.’ Wee u, Chorazim! Wee u Bethsaïda! Hier spreekt Jezus een wee uit over twee plaatsen die dicht bij Kapernaüm liggen aan het meer van Galilea. Juist hier in dit gebied en in hun plaatsen heeft Hij Zijn wondere macht getoond en heeft de oproep tot bekering geklonken. Wee u, want als in de afgodische plaatsen Tyrus en Sidon deze krachten waren geschied, dan zouden zij zich bekeerd hebben, niet zomaar oppervlakkig maar in zak en as, ja met berouw en boete. O wat een verschrikkelijke aanklacht, de harten van afgodendienaars worden hier ten voorbeeld gesteld. In de dag van het oordeel zullen Tyrus en Sidon het gemakkelijker hebben dan zij die zich niet hebben willen bekeren.     

 

Nadat het wee over Chorazin en Bethsaïda heeft geklonken vervolgt Jezus Zijn aanklacht: ‘En gij, Kapernaüm! die tot den hemel toe zijt verhoogd, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden. Want zo in Sodom die krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden tot op den huidigen dag gebleven zijn. Doch Ik zeg u, dat het den lande van Sodom verdragelijker zal zijn in den dag des oordeels, dan u.’ Kapernaüm, de woonplaats die Jezus, nadat Hij Nazareth verlaten had, heeft verkozen. Hier in deze plaats en in deze omgeving hebben de meeste van Zijn woorden geklonken, hier werden Zijn machtige werken gezien. Hier ontmoette Jezus de biddende hoofdman over honderd van wie Jezus de knecht genas (Matth. 8:5-13). Hier werd de koorts van de schoonmoeder van Petrus bestraft (Matth. 8:14-15). Hier werd de verlamde vriend aan de voeten van Jezus gebracht en genezen (Mark. 2:1-12). In hun synagoge werd een mens bevrijd van onreine duivels (Luk. 4:33-36). Dit had zo’n impact dat er over Jezus een gerucht ging dat kwam tot in alle plaatsen in de omgeving (Luk. 4:37). En toch, ondanks deze bijzondere zegen van Gods liefde, werd zij niet beantwoord. Hoewel Kapernaüm bijzonder begunstigd is geweest met de komst van de Messias, ja daarmee tot de hemel toe is verhoogd, zijn er vandaag de dag alleen nog ruïnes te vinden. Jezus dit voorziende wees hen op het goddeloze Sodom dat verwoest is, als daar dezelfde krachten waren geschied als in Kapernaüm, dan zouden zij zich bekeert hebben en niet zijn vergaan. O Kapernaüm wat een oordeel klinkt er uit Jezus mond: ‘Het zal Sodom verdragelijker zijn in de dag des oordeels dan u.’

 

Als de Koning der Joden is Hij verworpen, ze hebben Hem overgeleverd tot de dood ja tot de verschrikkelijke vervloekte kruisdood. Satan dacht te overwinnen maar, o glorie aan God, daar aan het vervloekte hout betaalde Hij de prijs, opdat eenieder die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Deze boodschap van het Koninkrijk, van redding en genade door het geloof in de Christus, moest verspreid worden over heel de wereld. Nadat de Heere Jezus uit de dood is opgestaan en opgevaren naar de hemel ondervinden ook de apostelen hoe het Evangelie wordt verworpen. ‘En op den volgenden sabbat kwam bijna de gehele stad samen, om het Woord Gods te horen. Doch de Joden, de scharen ziende, werden met nijdigheid vervuld, en wederspraken, hetgeen van Paulus gezegd werd, wedersprekende en lasterende. Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden: Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot, en uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen. Want alzo heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde. Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven. En het Woord des Heeren werd door het gehele land uitgebreid, Hand. 13:44-49.’

 

Wie kan Gods wegen doorgronden? Wie kan zich verheffen boven hen die Jezus aan het kruis hebben genageld? Zijn het niet onze zonden die Hij droeg? Wie durft te wijzen naar Israël, de Joden, naar Chorazim, Bethsaïda of naar Kapernaüm? Hoe is het met ons land, onze plaats en onze familie gesteld? Ook ons is de blijde boodschap van redding en genade verkondigd, ook wij horen Jezus stem: ‘Bekeert u, bekeert u!’ Lieve vrienden, nog is het de tijd om de balans op te maken. Hebben wij Jezus lief, zien wij in Hem onze Heiland, Verlosser en Zaligmaker en hebben wij het verlangen om Hem te volgen al de dagen van ons leven of verwerpen wij Hem, om welke reden dan ook? Als wij ons nog nooit bekeerd hebben dan klinkt tot ons het; “Wee u!” De Bijbel zegt: ‘Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? Hebr. 2:3a.’

 

Lieve broeders en zusters, wat een genade als wij zeggen kunnen; De Heere is mijn Herder, Hem heb ik lief want Hij heeft mij liefgehad met een eeuwige liefde en mij gesteld tot een zegen in deze wereld. Hij heeft het wee van ons afgenomen en ons daarvoor in de plaats een heerlijke toekomst bereidt. O wat een vreugde om Hem te dienen. De Heere zegene u. Amen.

Wilco Vos Veenendaal  04-06-2018