M29 Een minder bekende boodschap van Jezus (deel 3) (slot)

22-07-2016 09:41

‘Noch doet men nieuwen wijn in oude leren zakken; anders zo bersten de leren zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leren zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe leren zakken, en beide te zamen worden behouden, Matth. 9:17.’

 

De gelukkige Levi ontving Jezus in huis waar zij samen met andere tollenaren en zondaren hebben gegeten. Is er een betere plaats denkbaar dan daar te zijn waar Jezus is? De farizeeën begrepen niets van wat hier gebeurde en konden het niet verkroppen dat Hij Die duivelen uitwierp, zieken genas en getuigde dat Hij gekomen was om de wet en de Profeten te vervullen, at met zondaren. Hij die hen zalig sprak die hongeren en dorsten naar gerechtigheid en opriep tot de volmaaktheid van God de Vader, bracht Zelf Zijn tijd door met zondaren. Onverklaarbaar in het oog van deze heilige mannen in eigen oog. Het leven van de farizeeën had veel invloed op de samenleving en mensen die heilig voor God wilden leven werden maar al te gemakkelijk gevangen in de strikken van deze godsdienstige overheersers. Zo kwamen ook de volgelingen van Johannes tot Jezus met de vraag hoe het mogelijk was dat zij en de farizeeën zo bezig waren met vasten terwijl Jezus met Zijn discipelen daar geen waarde aan scheen te hechten. Jezus verklaarde aan deze verdrietige discipelen van Johannes, die treurden vanwege de gevangenschap van hun meester, dat zolang de Bruidegom in het midden van de bruiloftskinderen was, het onmogelijk was om te treuren. Toch zouden er tijden komen dat ook deze bruiloftskinderen zouden treuren, wanneer hun Bruidegom van hen zou zijn weggenomen.

 

De Heere Jezus bestraft de discipelen van Johannes niet vanwege hun vasten, maar maakt gebruik van deze situatie om een dieper onderwijs te geven. Net zomin als de bruiloftskinderen treuren zolang de Bruidegom in hun midden is zo; ‘Ook zet niemand een lap ongevold laken op een oud kleed; want deszelfs aangezette lap scheurt af van het kleed, en er wordt een ergere scheur. Noch doet men nieuwen wijn in oude leren zakken; anders zo bersten de leren zakken, en de wijn wordt uitgestort, en de leren zakken verderven, maar men doet nieuwen wijn in nieuwe leren zakken, en beide te zamen worden behouden Matth. 9:16,17.’

 

De Heere Jezus maakt hier doormiddel van beeldspraak iets duidelijk. In het beeld zien wij een oud kleed waarin een scheur is ontstaan. Het zou niet verstandig zijn om een stuk van een nieuw kleed te nemen en dat over de scheur in het oude kleed te bevestigen. Als we op deze manier de scheur repareren dan wordt het er niet beter op. Het stukje van het nieuwe kleed zal onder invloed van vocht en warmte veel sterker krimpen dan het oude kleed en zo nieuwe scheuren veroorzaken. Zo is het ook wanneer men nieuwe wijn in een oude zak zal doen. De nieuwe wijn is zo krachtig dat tijdens het gistingsproces de oude zak zal barsten en de kostbare wijn verloren zal gaan. Om deze rede zal men nieuwe wijn in nieuwe zakken doen en samen zullen zij behouden worden.

 

Hoewel we deze geschiedenis misschien al vaak hebben gelezen of horen lezen is het goed om stil te staan bij de diepe les die de Heere Jezus met dit beeld heeft willen onderwijzen. We zien hier een Bruidegom, een nieuw kleed en nieuwe wijn tegenover het missen van de Bruidegom een oud gescheurd kleed en oude zakken. Als we goed opletten dan wordt ons duidelijk dat er iets nieuws is dat niet kan samengaan met het oude. Het nieuwe kleed is niet gepast voor het oude gescheurde kleed en zo is de nieuwe wijn niet geschikt voor de oude zakken. Als de hoorders van deze boodschap de toepassing moeten maken dan komt het hierop neer dat de farizeeërs en de discipelen van Johannes hier als het ware worden weggezet als het oude en de discipelen van Jezus als het nieuwe. Niet zo zeer zij persoonlijk maar wel hun visie op het leven en dan vooral op de wetten van God. Het vasten op zichzelf is geen verkeerde zaak maar wel als het hart daarin niet op God gericht is en Hem aanbidt in Geest en waarheid. In Jesaja 58 lezen we dat Israël zich bezighield met vasten maar er ondertussen een goddeloos leven op na hield. Dan lezen we in dat hoofdstuk dat God verkiest een vasten waarbij de goddeloosheid wordt weggedaan en liefde tot God en de naaste gezien wordt. Zo ook in het onderhouden van Gods geboden. Misschien in het oog van mensen volmaakt maar buiten een liefde tot God in de eerste plaats en een liefde tot onze naasten, is het niets meer dan een vorm.

 

Zo heeft de Heere Jezus onderwezen in de bergrede dat Hij niet gekomen is om de wet en de Profeten te ontbinden maar om ze te vervullen, Hij heeft er de volmaakte betekenis aan gegeven. Hoe zullen wij langer stil kunnen blijven staan bij de wet en de Profeten zonder Christus daarin te zien en te genieten? Wat is onze visie op de wet waard als wij Christus niet kennen, Hem beminnen en Hem dankbaar omhelzen als de van God gezondene Die voor ons de vloek van de wet heeft weggenomen? Als wij ons vasthouden aan de wet zonder Gods liefde in het hart dan zal onze gerechtigheid net zo zijn als die van de Schriftgeleerden en farizeeën. Het kan indruk maken op mensen, velen misleiden en brengen onder een juk van dienstbaarheid maar het zal ons geen deelgenoot maken van het Koninkrijk der hemelen. Luister maar naar dat wat Jezus sprak: ‘Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan, Matth. 5:20.’ Wat wij nodig hebben is een gerechtigheid die dit alles overstijgt, wij hebben de gerechtigheid van Christus nodig. En wonder van genade, deze gerechtigheid wordt allen toegerekend die in het geloof rusten in Christus Jezus. Niet dat wat wij doen maar dat wat Christus voor ons heeft gedaan, maakt ons door het geloof rechtvaardig voor God. ‘Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus, Rom. 5:1.’

 

Hoewel het onderhouden van de wet, buiten het geloof (Hab. 2:4), nooit door God is aangewezen als een weg tot het eeuwige leven, hebben juist de farizeeërs en de Schriftgeleerden door hun onderwijs en levenswandel deze valse veronderstelling gewerkt. Zo is het geworden tot een oud gescheurd kleed. De wet die de mens de zonde openbaart en wijst op het bloed dat moest vloeien tot vergeving van de zonden, is buiten Christus niets dan oude wijn. Zij die hieraan vast willen blijven houden worden door Jezus vergeleken met oude zakken. Zullen deze oude zakken de kracht van de nieuwe wijn kunnen bevatten? ‘In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God, Joh. 1:1.’ Van Dit Woord heeft Johannes getuigd. ‘En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid, Joh. 1:14.’ Johannes heeft gezien dat Christus Zelf als het Woord van God is gekomen om ons te doen drinken van de nieuwe wijn. Christus heeft de nieuwe wijn niet willen persen in oude zakken maar riep zondaren tot het leven. Mensen die in zichzelf geen gerechtigheid vonden, kwamen tot Jezus, door het geloof werden zij opnieuw geboren en als nieuwgeboren kinderen kon de nieuwe wijn in hen, net als in een nieuwe zak, haar krachtige werk doen.

 

Sloot het onderwijs van de Heere Jezus de farizeeërs en Schriftgeleerden dan buiten? Nee, Hij legde de vinger op de zere plek, aan hen de keuze, of zij namen genoegen met de oude wijn of zij kwamen tot Jezus om van Hem het nieuwe leven te ontvangen en gevuld te worden als nieuwe zakken met nieuwe wijn. Toch lezen we in het evangelie van Lukas de scherpe woorden die we bij Mattheüs en Markus missen. ‘En niemand, die ouden drinkt, begeert terstond nieuwen; want hij zegt: De oude is beter, Luk. 5:39.’ Ach farizeeërs hoe kun je dit toch zeggen? Zie je dan niets begeerlijks in deze Jezus? Wil je dan echt vasthouden aan een vorm zonder inhoud? Wil je je dan beroepen op de wet van Mozes die zonder de Geest niets anders is dan een dode letter?

 

Steeds opnieuw valt het mij op dat de Heere Jezus de farizeeërs en de Schriftgeleerden niet heeft gesmeekt om Hem te volgen. Hij bleef niet aandringen om hen te overtuigen. Wat Hij deed was spreken op een wijze die Waarheid van leugen onderscheidde. Hij sprak als machthebbende en niet als de Schriftgeleerden. Allen die tot Hem kwamen, of het nu een tollenaar, een hoer of een farizeeër was, vonden bij Hem het leven. Niemand werd afgewezen maar allen die niet kwamen hebben zichzelf het eeuwige leven niet waardig geacht (Hand. 13:46).

 

Maar het oordeel van de meesten van hen stond vast: ‘Want Johannes is gekomen, noch etende, noch drinkende, en zij zeggen: Hij heeft den duivel. De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en zij zeggen: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren. Doch de Wijsheid is gerechtvaardigd geworden van Haar kinderen, Matth. 11:18,19.’ Hoewel deze wijze en verstandige er niets van begrepen, hebben Zijn kinderen Hem als kinderen verheerlijkt. Wat hebben zij genoten van Zijn onderwijs, steeds opnieuw nam Hij het weer voor hen op.

Wat een troost dat Hij in hun midden was. Zou Hij hen dan ongetroost achterlaten als nieuwe zakken zonder wijn? Hoor hoe liefelijk Zijn belofte klonk: ‘Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en zal meerder doen, dan deze; want Ik ga heen tot Mijn Vader. En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde. Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen. Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden. En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn, Joh. 14:12-17.’ Discipelen van Jezus, ja wij allen die Hem liefhebben, wij mogen als nieuwgeboren kinderen weten dat de Heilige Geest in ons woont als nieuwe wijn in nieuwe zakken.  Deze nieuwe wijn zal onze kracht zijn en hoewel het ons vol vreugde doet zijn in God onze Zaligmaker zo is het ook een aanstoot voor allen die het bij het oude willen houden. Zij zullen zeggen dat het oude beter is. Maar ik weet dat het oude mij de dood is geworden en te leven met en voor Christus dat is alles wat ik wil. Ik verlang niet naar het dronken worden in de wijn waarin overdaad is maar om vervuld te worden van deze nieuwe wijn, ja de kracht van de Heilige Geest (Ef. 5:18). En hoewel de wereld en de godsdienst haar niet kent, verlang ik naar meer en meer omdat ik weet dat alleen dat strekt tot Zijn eer. Toen de discipelen vol werden van de Heilige Geest, spraken zij in andere talen de grote werken Gods tot verheuging en verwondering van velen maar tegelijk ook tot aanstoot van anderen die spottend zeiden dat zij vol zoete wijn waren (Hand. 2). Wanneer wij vol zijn van deze wijn, dan schromen wij niet voor mensen, dan storen wij ons niet aan hun valse interpretaties van de wet en vrezen wij geen veroordeling of dood maar spreken de grote werken Gods. Vol van deze wijn mogen stenen op ons regenen zoals bij Stefanus, maar ons oog mag dan zien op Hem die daar staat aan Gods rechterhand om al de Zijnen te ondersteunen, te sterken, te verblijden en te ontvangen. Vol van deze wijn mogen wij met Stefanus roepen ‘Heere Jezus, ontvang mijn geest’ en stervend bidden voor de vijand: ‘Heere, reken hun deze zonde niet toe’ (Hand. 7). Vol van deze wijn zullen de mensen van ons spreken zoals zij van Jezus spraken dat hij uitzinnig was en de duivel had (Joh. 10:20). Hoe het ook zij, zoals gistende wijn zich niet stil kan houden, zo zal het werk Gods gezien en gehoord worden.

 

Nu de vraag aan ons, verlangen wij naar nieuwe wijn en naar het meer genieten van haar kracht of zeggen wij: “De oude is beter”? Ik weet dat velen het wel best vinden zonder Christus en zonder de Trooster de Heilige Geest. Velen houden zich krampachtig vast aan een vorm dat niets anders is dan oude wijn. Voor het oog kan het heel wat lijken, mooie gebouwen, mooie kleding, hoogverheven taal en diepe indrukken maar ach, lieve vrienden en hedendaagse farizeeërs, is de oude wijn u echt beter ook als u uit het onderwijs van Jezus kunt weten dat het zonder troost is? Misschien bent u echt oprecht, u neemt het alles zeer serieus en u bent bang voor alles dat afwijkt van de oude paden en de zuiver klinkende boodschap. Maar weet dat als Jezus niet uw hart, uw leven en uw boodschap vervult, Hij u met de farizeeërs schaart onder de oude zakken die geen nieuwe wijn kunnen bevatten. Vandaag beleven wij een bijzondere tijd, aan de ene kant de hedendaagse farizeeërs en de Schriftgeleerden die mensen afhouden van Jezus en bang zijn voor de nieuwe wijn, aan de andere kant veel praat over nieuwe wijn en een Jezus die niet de Jezus van de Schriften is. De Jezus van de Schriften gaf Zijn leven over tot in de dood. Hij die heel Gods wet vervulde, stierf om de vloek van de wet weg te nemen en allen die daaronder gevangen zaten te bevrijden. Allen die in het geloof tot Hem, de opgestane Levensvorst de toevlucht nemen, ontvangen als nieuwgeboren kinderen de Trooster als nieuwe wijn in nieuwe zakken. Zij hebben Jezus lief met heel hun hart, willen Hem volgen en wandelen zoals Hij gewandeld heeft. Het was Zijn wil de wil van Zijn Vader te doen en daarnaar zoeken ook allen die Hem liefhebben. Zij haten net als God, de zonden en de nieuwe wijn die haar kracht niet zal missen zal daarom ook altijd uitlopen tot de eer en verheerlijking van hun God en Vader.

 

De nieuwgeboren kinderen zullen vervuld van deze nieuwe wijn niet schromen om tradities te heroverwegen en te toetsen aan het Woord van God. Het zal niet bevreesd zijn om in gehoorzaamheid aan de Trooster, dingen te doen die ingaan tegen elke menselijke redenering. Dronken van de liefde zullen zij doen dat wat God van hen vraagt. Lieve vrienden, het is tijd voor nieuwe wijn. God te aanbidden en Hem te dienen in Geest en waarheid niet in een wettische weg maar in een wettige weg die God verheerlijkt en Zijn Naam verkondigt opdat er nog velen zullen dronken worden van deze wijn. Dat geve ons God Almachtig. Amen.                                                               

 

Wilco Vos Veenendaal 12-07-2016