M30 De grote opdracht: Discipelen maken

29-07-2016 08:00
‘Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb, Matth. 28:19.’
 
De grote opdracht die de Heere Jezus voor Zijn kruisdood en na Zijn opstanding (Hand. 1) heeft gegeven, is het maken van discipelen. Discipelen maken, klinkt vreemd maar betekent eigenlijk niets anders dan volgelingen of leerlingen maken. Gaat dan heen en onderwijst al de volken, kunnen we ook vertalen met; gaat dan heen en discipel al de volken of gaat heen en maakt al de volken tot leerlingen. Het grondwoord voor “onderwijst” is” mathe’teuo”, dat we terugvinden in het leven van Jozef van Arimathéa die zelf ook een mathe’teuo, discipel of leerling van Jezus was (Matth. 27:57). Als we Paulus en Barnabas tegenkomen in Derbe, lezen we van hen: ‘En als zij derzelve stad het Evangelie verkondigd en vele discipelen gemaakt hadden, keerden zij weder naar Lystre, en Ikonium, en Antiochië; Versterkende de zielen der discipelen, en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods, hand. 14:21,22.’ Hier zien we dus hoe Paulus en Barnabas invulling gaven aan de grote opdracht van de Heere Jezus. Zij hebben mensen bekend gemaakt met de boodschap van zonde en genade, van verlorenheid en redding, van dood en leven, zij hebben Christus de gekruiste en opgestane Levensvorst gepredikt. Mensen werden gehoorzaam aan de Evangelieboodschap, kwamen tot geloof, lieten zich dopen en vervolgens kregen zij onderwijs hoe zij moesten wandelen in het onderhouden van alles dat hen van God geboden was. 
 
Het is van levensbelang dat wij doordrongen zijn van de inhoud van deze grote opdracht die tegelijk een diepe boodschap in zich heeft. In Markus 16 lezen we: ‘En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden, Mark. 16:15,16.’ De hele wereld moet bekend gemaakt worden met de boodschap van God. Overal moet klinken dat zondige mensen verloren liggen in zichzelf en met hun woorden en daden bewijzen vijanden van God en Zijn Woord te zijn. Tegelijk klinkt daar dan die heerlijke boodschap van redding en genade. God Zelf heeft gezorgd voor de Weg ten leven. Hij gaf Zijn Zoon, opdat iedeeen die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven ontvangt. Het Evangelie sluit alle werk van mensen uit en leert dat zondaren welkom zijn bij Christus, Hij is gestorven en begraven maar ook weer opgestaan. Hij betaalde de prijs voor onze zonden en allen die geloven dat Hij dat deed in onze plaats, ontvangen vergeving van alle schuld en zonden. Jezus is de blijde boodschap, Hij is de Weg tot God de Vader. Tegelijk leert het Evangelie dat er buiten Deze Jezus geen leven is. ‘Die gelooft zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.’ Geloven is vertrouwen en dat uit zich in daden van gehoorzaamheid. Denk aan de Israëlieten in de woestijn, zij waren gebeten door de slangen als straf op hun opstand tegen God. God gaf Zelf in Zijn genade een middel tot behoud. De koperen slang werd verhoogd met de boodschap dat iedereen die op die slang zou zien, genezen zou worden. Allen die deze boodschap niet geloofden, keken niet en stierven. Zij die geloofden, keken en werden behouden. Hoe diep, hoe heerlijk en eenvoudig is toch Gods genadeboodschap. ‘En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe, Joh. 3:14,15.’ Allen die geloven dat Jezus Christus daar hing om hen te redden, zullen Gods genade dankbaar aanvaarden. Zij mogen geloven dat het bloed van Jezus Christus hen redde van de dood. Zij mogen weten gestorven te zijn met Christus en ook met Hem te zijn opgestaan uit de dood om in een nieuw leven met Hem te wandelen. Hoe heerlijk schittert dit als zij zich in gehoorzaamheid aan de grote opdracht van de Heere Jezus laten dopen. We zien hen ondergaan in het watergraf waar symbolisch de oude mens wordt begraven, wat een getuigenis als we hen dan uit het water zien opkomen. Al het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. ‘Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden, Rom. 6:3,4.’
 
Nu geen verloren zondaren, levend in vijandschap tegen God maar discipelen die zich in gehoorzaamheid lieten dopen en nu verlangen om te leren wat God hen geboden heeft. Wat een onderwijs in de grote opdracht van de Heere Jezus. Hoe volmaakt is Zijn onderwijs ook in de volgorde die Hij aangeeft. Lerende hen onderhouden alles wat ik u geboden heb, volgt op geloof en doop. Als we deze volgorde omdraaien, dan zijn wij ongehoorzaam en niet in de weg van God. Als wij mensen willen leren om gehoorzaam te zijn aan God zonder dat zij gelovig zijn geworden dan krijgen wij mensen die van buiten wel mooi lijken maar vanbinnen dood zijn. Het is net als bij een graf, een prachtige steen, misschien wel mooie bloemen maar vanbinnen is het alles dood. De Heere Jezus heeft dit vergeleken met witgepleisterde graven (Matth. 23:27). We zien om ons heen de ernstige gevolgen van dit afwijken van Gods grote opdracht. Mensen zijn al jaren bekend met de Bijbelse boodschap maar durven persoonlijk niet te geloven dat hun zonden vergeven zijn door het alles reinigende bloed van de Heere Jezus Christus. We moeten eerlijk zijn, zij zijn dus ook niet behouden, want wie niet geloofd zal hebben, die zal verdoemd worden. Tegelijk onderscheiden deze mensen zich vaak wel door een andere levenswandel dan de rest van de wereld. Zij menen God toch een dienst te doen door zich anders te kleden, andere boeken te lezen, andere activiteiten te ondernemen en te strijden voor een bepaalde waarheid. Het ernstige van deze situatie is dat hun hele leven niets anders is dan een leugen. Lieve vrienden, zagen we toch de eenvoud van Gods grote opdracht. Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt, eenieder die Hem gelovig omhelsd heeft eeuwig leven maar, o verschrikkelijk, eenieder die Hem verwerpt kiest voor de dood.
 
Lieve broeders en zusters, u die door het geloof mag zeggen Jezus Christus lief te hebben. U die mag geloven dat Hij uw leven is geworden, u mag dagelijks wandelen met God en door het lezen en bestuderen van Zijn Woord meer en meer ontdekken hoe Hij wil dat u zal wandelen. Ook tot u komt de grote opdracht: ‘Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb, Matth. 28:19.’ Wat een bijzondere opdracht heeft God u toevertrouwd. U mag andere mensen tot discipelen van Jezus maken. Is er een heerlijker opdracht dan deze? Wij weten dat Jezus, Hij Die ons leven is geworden, geen enkele zondaar zal afwijzen. ‘Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden, Rom. 10:13.’ Iedereen, wie hij of zij ook is, hoe zij ook zijn opgevoed, wat zij gedaan hebben aan goed of kwaad, als zij de Naam des Heeren aanroepen dan zullen zij zalig worden. Dan klinkt de boodschap van Paulus in aansluiting op deze woorden: ‘Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten dergenen, die vrede verkondigen, dergenen, die het goede verkondigen! Rom. 10:14,15.’ Mensen moeten dus horen van Jezus, willen zij in Hem kunnen geloven en Hem aanroepen. Wie zal hen de Naam van Jezus prediken als u zwijgt? 
 
Wat een troost om te mogen weten dat Christus Jezus uw leven is. Wat een rust om te mogen weten en geloven dat u uit genade bent zalig geworden. O als ik denk aan de duisternis waarin ik verstrikt heb gezeten, hoe groot is Gods liefde. Hij trok uit de duisternis en heeft mij overgezet in het Koninkrijk van Zijn geliefde Zoon. Broeder en zuster, u die met mij mag geloven dat Jezus onze Goede Herder is, zie toch eens om ons heen naar al die mensen die nog leven buiten Hem. Zij zijn dwalend als schapen zonder herder. Laten wij hen zien als door de ogen van de Goede Herder: ‘En Jezus omging al de steden en vlekken, lerende in hun synagogen, en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk. En Hij, de scharen ziende, werd innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, gelijk schapen, die geen herder hebben. Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot; maar de arbeiders zijn weinige; Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote, Matth. 9:35-39.’ Zijn wij met Christus vanbinnen met ontferming bewogen als wij al die mensen zien? Laten wij bidden dat er ook vandaag nog arbeiders in Zijn oogst worden uitgezonden. Hij is het zo waard om geliefd te worden en iedere zondaar die tot Hem komt mag ook zelf zondaren wijzen op het Lam van God.
 
Laten wij de grote opdracht van de Heere Jezus serieus nemen en onszelf onderzoeken of wij gehoor geven aan de inhoud van dat bevel. “Maar”, zegt u mogelijk: “moeten wij dan allemaal naar het buitenland gaan om de boodschap te brengen?” Nee, het is zoals bij de discipelen, die moesten beginnen te Jeruzalem. In de eerste plaats mag u stil zitten aan de voeten van de Heere Jezus, u mag Zijn onderwijs genieten en groeien in geloof, kennis en genade. U mag genieten dat de Waarheid u vrij maakt van alles dat u aankleeft van het oude leven. Dagelijks mag u met Hem in gemeenschap wandelen en genieten hoe Zijn liefde uw hart en leven vervult. U ontdekt steeds meer en meer hoe afhankelijk u van de Heere bent. U beseft dat u zonder Hem niets doen kunt en u gaat ontdekken hoe de Heilige Geest u ondersteunt. Dit wekt een verlangen in u om meer van de kracht van de Heilige Geest te genieten en zo mag u met Paulus ervaren hoe Gods kracht in uw zwakheid wordt volbracht. Uw leven begon met overgave en u ontdekt hoe het daar steeds weer op neer komt. Niet onze kracht niet onze inzet, niet onze woorden, maar de kracht van Gods Geest, Die verbreekt en vernieuwt harten. Door zo in afhankelijkheid en gemeenschap met God te wandelen zult u ontdekken hoe Zijn liefde ook gezien gaat worden in de wereld om u heen. De Heere Jezus heeft gezegd dat u het zout van deze aarde bent en ook het licht dat schijnt in deze duistere wereld. Door uw gemeenschap met God zal de liefde in uw hart vermeerderen en wilt u niets anders dan wandelen in de werken die Hij voor u bereid heeft. Dit zal gezien worden door de mensen en uw Vader in de hemelen wordt daardoor verheerlijkt (Matth. 5:13-16). 
 
Als de Heilige Geest u dan roept om het werk van een evangelist, een herder of leraar te doen, dan zult u gaan in gehoorzaamheid. Heel Gods gemeente is geroepen om Zijn getuige te zijn en daarvoor hoeft u niet de straat op. U hoeft geen evangelist te zijn, geen herder en geen leraar om invulling te geven aan de grote opdracht van de Heere Jezus. Lieve zusters, u mag de mensen om u heen laten zien door uw daden en uw woorden dat Jezus uw hart en leven vervult. U mag kinderen tot Jezus leiden door hen het goede voorbeeld te geven en te vertellen over het bloed dat vloeide op Golgotha. Als u getrouwd bent mag u als gehoorzame kinderen van God u onderwerpen aan uw man, hem dienen, voor hem bidden en hem steunen in Zijn weg met God. Als uw man de Heere niet dient, laat hem dan zien door uw wandel in liefde en gehoorzaamheid aan God hoe lief u de Heere Jezus hebt. Als uw man niet wil luisteren naar het Woord van God, laten uw daden dan verkondigen hoe groot Gods liefde is ook voor uw man. En lieve zusters als u een man hebt die uw leven moeilijk maakt, de Heere zegen u in deze moeilijke weg, Hij geve u kracht en vervulle uw hart met Zijn liefde en wijsheid in dat wat u doen moet. Heeft u kinderen? Neem hen dan bij de hand als gidsen op hun levenspad en zoek samen te wandelen in de werken die Hij voor u en uw kinderen bereid heeft. Wat een zegen om kinderen te mogen vertellen van Gods liefde en hen te onderwijzen in een leven dat niet ziet op de omstandigheden maar op God en leert leven in en door het geloof. “Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert hen niet, want dezulke is het Koninkrijk der hemelen (Mark. 10:14).” Wij mogen de kinderen niet verhinderen door ingewikkelde theorieën maar hen eenvoudig leren om te zitten aan de voeten van de Heere Jezus. Broeders, laat uw leven een getuigenis zijn, als u op de werkvloer bent, op het kantoor in de winkel of op straat, u bent het licht van deze wereld. In uw handel en wandel mag schitteren dat God u liefheeft en dat u Hem wilt volgen. Godvrezende mannen, hebt u vrouwen hartelijk lief en zoek samen de Naam van onze God te verheerlijken. Hebt u kinderen? Wees hun gidsen, spreek met hen over uw wandel met God en laat in uw daden blijken dat Christus uw leven is. Wees hun voorbeeld, wees eerlijk en oprecht, durf uw zwakke kanten onder ogen te komen. Maak tijd vrij om er voor uw kinderen te zijn, met hen te spelen en te wandelen, juist dit zijn de mooiste gelegenheden om samen te groeien in relatie en te genieten wat God ons geeft. Er doen zich duizenden gelegenheden voor waaruit we samen geestelijke lessen kunnen leren. Misschien roept de Heere u niet om evangelist te zijn maar mag u de onderwijzer van uw kinderen zijn die door God geroepen worden om uitgezonden te worden tot ver over de wereld. 
 
Heerlijk om navolgers van de Heere Jezus Christus te mogen zijn en anderen daartoe op te roepen. Daar waar God ons gesteld heeft, daar willen wij dienen. God roept herders, leraars, profeten en evangelisten om samen met alle andere broeders en zusters Zijn grote Naam te verkondigen in Woord en daad. Laten wij voor en met elkaar bidden, onze Heiland verheerlijken en Zijn Naam verkondigen. Amen.       
 
Wilco Vos Veenendaal 11-07-2016