M30 De rechtvaardiging van de goddeloze

25-07-2013 01:25

Jarenlang is de boodschap van redding voor zondaren verdraaid en verduisterd geweest onder het juk van de Roomse kerk. In 1517 brak er onder invloed van Maarten Luther een nieuwe tijd aan voor de kerk. Jarenlang heeft Maarten geworsteld met de vraag hoe hij rechtvaardig voor God moest verschijnen. Hij had zichzelf opgesloten in een klooster, maar wat hij ook deed, hoe hij ook bad of zich pijnigde, hij vond geen vrede in zijn hart. Totdat hij op een dag bij het bestuderen van de Romeinen brief tot de ontdekking kwam dat de zaligheid niet door de werken maar door het geloof alleen is. Aan de ene kant stortte zijn wereld in en aan de andere kant ging er een hemel voor hem open. Niet de angst voor een rechtvaardig God maar de vrede in een rechtvaardig God, omdat Hij allen die geloven, vrijspreekt op grond van het offer dat Christus bracht. Maarten Luther was niet meer te remmen. Iedereen moest deze blijde boodschap horen. Niet de Paus met zijn volgelingen maar het Woord van God leert ons de Weg ter zaligheid. De heftige strijd die losbrak is tot op de dag van vandaag nog tot zegen. Tegelijk moeten we met veel verdriet erkennen dat zo ontzettend veel mensen de ontdekking die Luther gedaan heeft, teniet hebben gedaan door weer terug te gaan naar het Roomse denken. Het Sola Fide, alleen het geloof, is verwisseld voor het geloof met onze werken. Duizenden vandaag de dag, gaan naar de kerk, horen daar een prediking waar wet en Evangelie worden vermengd. Dag in dag uit gaan er velen gebukt onder het besef van schuld en zonden tegenover een Heilig en Rechtvaardig God. Zij proberen deze kloof te overbruggen door te bidden en goede werken te doen, in de hoop dat God hen genadig zal zijn. Arme mensen, besef toch dat uw werken en al uw gerechtigheden voor God een wegwerpelijk kleed zijn ‘Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind, Jes. 64:6.

 

De ellende van een zondaar.

In Genesis 1, het eerste boek van de Bijbel lezen we hoe we goed en naar Gods beeld geschapen zijn. Heel de schepping was in harmonie, pijn, angst en verdriet kenden Adam en Eva niet. Door te luisteren naar de duivel, die kwam in de vorm van een slang, hebben Adam en Eva, God tot een leugenaar gemaakt. De leugen die satan hen vertelde ging geheel in tegen dat wat God hen gezegd had. En zo is de hele schepping van harmonie overgegaan in verval. God had gesproken dat als zij zouden zondigen, zij moesten sterven. Tot op vandaag  weten wij wat de gevolgen zijn. Ieder van ons weet wat pijn, angst en verdriet is. Hoeveel mensen leven niet los van God, geheel gericht op zichzelf en het hier en nu? We horen van oorlogen, aanslagen, overvallen, moord, haat en nijd, kortom we zien wat de zonde ons gebracht heeft. De mens heeft God de rug toegekeerd, dat is de oorzaak van de ellende waarin wij nu moeten leven. Lieve vrienden bent u al tot dit inzicht gekomen, niet God maar ik heb gezondigd? Om ons heen horen wij opstandige woorden van mensen die roepen: “waar is die God van liefde nu?” Zij draaien de feiten om. Zij hebben God verlaten en nu God Zijn oordelen over de wereld zendt, geven zij Hem de schuld.

 

Hoe anders reageerde de zoon die zijn vader had verlaten en er met zijn kindsdeel op uit was getrokken. Hij was het zat om bij zijn vader te blijven. Hij wilde wel eens wat anders, iets van de wereld zien en genieten nu het nog kon. En zo ging hij op reis, de wijde wereld tegemoet. Aan geld had hij geen gebrek, het was iedere avond feest. Binnen de kortste keren waren er vrienden die wel met hem mee wilden feesten. Het ene rondje na het ander zorgde ervoor dat zijn zak met geld snel leeg was. Nu moest hij op zoek naar eten en zodoende kwam hij bij een boer waar hij de varkens mocht verzorgen. We zien hem zitten in een hoekje, in elkaar gedoken met de handen in het haar, is dat die rijke jongen die het thuis bij zijn vader zo goed had? Hij is vies en besmeurd, zijn maag doet pijn van de honger en hij verlangt naar het voedsel dat de varkens eten. Vuile bemodderde schillen in plaats van een rijk gedekte tafel. Dan, onder deze omstandigheden komt de jongen tot zichzelf en bedenkt hoe dwaas en verkeerd hij geweest is om zijn vader te verlaten. Hij bedenkt hoe de knechten van zijn vader voldoende eten en drinken krijgen. Hij beslist om op te staan en naar zijn vader te gaan. Hij beseft heel goed dat hij het niet verdient om ooit nog weer als zoon door zijn vader te worden gezien. Hij zal tot zijn vader zeggen: ‘Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel en voor u; En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen, Luk. 15:18,19.’ En zo zien we deze jongeman lopen op weg naar huis. Wat zal er in zijn gedachten zijn omgegaan?

 

Lieve vrienden. Het verhaal van deze zoon zouden we toe kunnen passen op ons eigen leven. Ook wij zijn met Adam bij onze Vader vandaan gegaan. Wij meenden het beter te zullen krijgen door te luisteren naar de influisteringen van de duivel. Dat is de oorzaak van onze ellendige toestand. Heeft u pijn en verdriet? Bent u in rouw omdat u geliefden moet missen? Hebt u een zwakke gezondheid of ligt u op sterven? Hebt u ongehoorzame kinderen en weet u niet wat u beginnen moet? De zonde is de oorzaak van al dit verdriet. Wij mensen hebben God verlaten en meenden het beter te weten. We kunnen God niet de schuld geven, laten we de hand in eigen boezem steken en eerlijk bekennen dat wij zijn weggelopen. De weggelopen zoon was eerlijk, hij gaf zijn vader niet de schuld van zijn omstandigheden. Hij verlangde weer naar zijn vader en besefte maar al te goed dat hij het niet waard was om weer aangenomen te worden. Als u uzelf herkent in deze situatie en moet erkennen dat u nog niet bent teruggegaan naar uw hemelse Vader dan kunnen wij vandaag aan de hand van de Bijbel zeggen dat er nog hoop is. Kom, sta op en keer terug naar uw hemelse Vader.

 

De verlossing door het geloof alleen.

‘Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader dan door Mij, Joh. 14:6.’ De weg naar onze hemelse Vader is niet voorgoed gesloten. God Zelf heeft gezorgd voor een Weg. Hij zond Zijn Zoon naar deze zondige aarde om te betalen dat wat wij in eeuwigheid niet konden betalen. Jezus, de Zoon van God is tot een vloek geworden en heeft Zichzelf willen vernietigen aan het kruishout op Golgotha. Daar heeft Hij al de schuld en zonden op zich genomen opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven heeft.

En hier ligt nu het geheim van zalig worden. Een ieder die in Hem gelooft. Er staat niet een ieder die goed zijn best doet, lang bid of mooi zingt. Het is Sola Gratia, alleen genade.

 

Toen de ongehoorzame zoon weer terug ging naar zijn vader kon hij niet weten dat zijn vader op de uitkijk stond. Het hart van zijn vader verlangde naar zijn zoon. We zien de jongen met lood in zijn schoenen tot zijn vader naderen en dan zien we hoe zijn vader hem in zijn armen sluit en kust. O, wat een liefde tegenover zoveel ontrouw. Hij had een pak slaag verdiend en kreeg een kus. Dan horen we de jongen zeggen: ‘Vader, ik heb gezondigd tegen de Hemel en voor u en ben niet waard uw zoon genaamd te worden’ Stuurt de vader hem nu weg? Hoor wat hij zegt: ‘Brengt hier het beste kleed en doet het hem aan en geeft een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten; en brengt het gemeste kalf en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn; Want deze mijn zoon was dood en is weder levend geworden; en hij was verloren en is gevonden.’ Wat een vader liefde, wat een genade.

 

En zo lieve vrienden, hebben wij een hemelse Vader, Die een ieder in de armen sluit die tot Hem komt. Hoe moeten wij dan tot Hem komen? Door te geloven dat Jezus is gestorven in onze plaats. ‘Welke overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking, Rom. 4:25.’ Als wij dit feit gelovig mogen aannemen, dan worden wij op dat moment met God verzoend en van onrechtvaardig, rechtvaardig verklaard, op grond van Christus zoen en kruisverdiensten. ‘Wij besluiten dan dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet, Rom. 3:28.’

 

Als u meent dat het op een andere manier moet en kan of u wil het gewoonweg niet geloven dan hoeft het ook niet. God zal u niet dwingen, U mag blijven bij de schillen van deze wereld maar weet dat u straks, als Jezus komt, geen enkele verontschuldiging zult kunnen maken. Dan zult u uit Zijn mond horen gaat weg van Mij, gij werker der ongerechtigheid. O, wat zal dat zijn, de boodschap gehoord te hebben en dan voor eeuwig in de hel te moeten branden.

 

Er is maar één weg tot de Vader, dat is Jezus. Er is maar één manier om via die Weg tot de Vader te komen, dat is door het geloof. God de Vader schonk zijn Zoon en u mag dit wondervolle geschenk aannemen. Meen nu niet dat u te zondig of te slecht bent. Jezus bloed reinigt van alle zonden, Hij heeft Zijn bloed juist gegeven opdat zondaren weer met God verzoend zouden worden. Luister naar de belijdenis van David: ‘Mijn zonde maakte ik U bekend en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE. En Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela, Ps. 32:5.’ Wij mogen onze zonden belijden. ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid 1 Joh. 1:9.’ Wat een kracht in deze woorden, God is getrouw en rechtvaardig in het vergeven van onze zonden. God is rechtvaardig en dat wat hij belooft zal Hij ook doen.

 

We kunnen het niet genoeg zeggen, de zaligheid is in Christus en door te geloven krijgt u daar deel aan. Niet door de werken, niet door het gehoorzamen van welke wet dan ook, niet door boete doen of wat dan ook, er is maar één Weg. ‘Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de Wet en de Profeten: Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven; want er is geen onderscheid, Rom. 3:21,22.’ Denk ook aan de Farizeeër en de tollenaar, de farizeeër stond vooraan in de tempel met de handen omhoog en hij sprak zodat ieder het kon horen,: ‘O God, ik dank U dat ik niet ben gelijk de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook gelijk deze tollenaar; Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles wat ik bezit, Luk. 18:11,12.’ Deze farizeeër had niets te klagen over zichzelf, dat zat wel goed. Maar ach hoe anders ziet het er uit als wij eens zouden zien door de ogen van God. De tollenaar durfde niet naar voren en bleef achteraan in een hoekje. Dan horen wij hem bidden, terwijl hij op zijn borst slaat: ‘O God, wees mij zondaar genadig.’  Een gebed uit de nood van het hart, geen mooie woorden maar woorden uit een hart wat maar één verlangen had, de verzoening met God. Hoor hoe Jezus oordeelt over deze beide mannen. ‘Ik zeg ulieden: Deze (de tollenaar) ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden.’

 

Het doel van onze verlossing en de vrucht der dankbaarheid.

‘Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God door onzen Heere Jezus Christus, Rom. 5:1.’ De rechtvaardiging van de goddeloze is het niet het doel, het doel is om in die verzoende staat te leven tot eer en glorie van Gods Naam. Zodra de zondaar met God verzoend is, is er vrede in het hart en vanuit die vrede mogen we heilig voor God leven in de liefde. ‘Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde, Ef. 1:4.’

 

Wat een troost om te mogen weten dat we in Christus gered zijn. Als wij dit mogen geloven dan mogen we ook weten dat onze oude mens met Hem gekruisigd is. Al het oude is voorbij gegaan en nu is alles nieuw. De zoon werd overkleed en de ring werd aan zijn vinger geschoven, wat een blijdschap zal dat geweest zijn. Zo mogen al Gods kinderen weten dat zij zijn overkleed met de mantel der gerechtigheid. ‘Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar gereedschap, Jes. 61:10.’  God ziet vanuit de hemel geen zondaar maar een hemelburger. Hij ziet ons aan in Christus. Wat een positie, ‘Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing, 1 Kor. 1:30.’ In deze positie brengen we vruchten der dankbaarheid voort. Jacobus zegt, een geloof zonder de werken is dood. Wij worden eerst gerechtvaardigd door het geloof, om dan vruchten der dankbaarheid te mogen voortbrengen. De liefde van God in ons hart maakt dat we Hem boven alles lief hebben en onze naasten als onszelf en zo vervullen wij de wet. ‘Maar het einde des gebods is liefde uit een rein hart en uit een goede consciëntie en uit een ongeveinsd geloof, 1 Tim. 1:5.’ Amen.

Wilco Vos, Veenendaal 23-04-2013