M31 Het voorwerp van ons geloof

31-07-2013 15:13

‘Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven, Joh. 6:47.’

 

De vraag die tot ons komt is niet: “wat gelooft u?” maar; “in Wie gelooft u?” Vandaag de dag is er veel geloof te vinden. De één gelooft in Boeddha, de ander in Allah, weer een ander moet niets van godsdienst hebben en gelooft geheel in zichzelf. Geloof heeft te maken met vertrouwen en geloven is dus iets wat we vele malen op een dag doen. We geloven dat de verkeerslichten goed staan afgesteld en we gaan rijden bij het groen licht. We geloven en vertrouwen dat het water uit de kraan drinkbaar is en dat de medicijnen die de apotheker ons geeft betrouwbaar zijn. Kortom we zijn goedgelovige mensen. Als je aan mensen vraagt of zij geloven dan kun je veel verschillende antwoorden krijgen, de één vind geloof achterhaald en niet van deze tijd. Maar zoals net gezegd, ze geloven wel in hun apotheker voor hun tijdelijke sterfelijk lichaam maar in de Schepper van hemel en aarde aan wie zij straks verantwoording zullen moeten afleggen, willen zij niet geloven. Via het nieuws komen de berichten tot ons dat de adviseur van het Pentagon het advies heeft uitgebracht om de Amerikaanse legerpredikanten te verbieden over Jezus te spreken. Nu zijn we bij de kern van ons onderwerp. Wij mogen godsdienstig zijn, we mogen spreken over Boedha, Allah,  Krishna of de Heere God, maar als we spreken over de Heere Jezus, dan worden we het zwijgen opgelegd. Helaas vinden we dit ook onder velen die belijden te geloven in de Enige ware God, de Schepper van hemel en aarde. We willen aan de hand van de Bijbel duidelijk maken dat alleen het geloof in de Heere Jezus ons red. De duivel weet dit ook en juist daarom wil hij deze waarheid verdraaien tot ons verderf. Het geloof dat God bestaat, zal ons niet redden, ‘Gij gelooft dat God een enig God is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen, Jak. 2:19.’

 

‘Genade zij u en vrede van God den Vader en onzen Heere Jezus Christus; Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader, Gal. 1:3,4.’ God de Vader gaf ons Zijn eigen Zoon en Hij gaf Zichzelf vrijwillig voor onze zonden met het doel om ons te trekken uit deze boze wereld. Wat een woorden van troost. God de Vader wil niet dat wij verloren gaan, maar dat wij allen tot bekering komen (2 Petr. 3:9) ‘Welke wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen, 1 Tim. 2:4.’

 

Nu we spreken over de wil van God de Vader is het goed om te zien wat de Bijbel ons leert. ‘Niet een iegelijk die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is, Matth. 7:21.’ Het aanroepen van Zijn Naam, het doen van goede werken of onze lange gebeden zullen ons niet baten in de dag van het oordeel. De vraag die tot u en mij komt is of wij de wil van de Vader hebben gehoorzaamd. De Heere Jezus legt uit wat die wil is: ‘En dit is de wil Desgenen Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk die den Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage, Joh. 6:40.’ Het zijn eenvoudige voor iedereen begrijpbare woorden. Wij hebben het voorrecht dat de Heere Jezus ons wordt voorgesteld. Paulus noemt het voor de ogen geschilderd worden. (Gal. 3:1) Als wij Hem zo mogen zien dan is het de vraag wenden wij ons oog van Hem af, of willen wij Hem gelovig omhelzen? De Heere Jezus Zelf sprak tot Nicodemus. ‘En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, Opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe, Joh. 3:14,15.’ De mensen die gebeten waren in de woestijn hoefden alleen maar te zien op de slang en zij werden genezen. Het uitzuigen van het gif, het  afhakken van ledematen zou hen niet helpen maar door te zien op de verhoogde slang werden zij behouden. Nu zo eenvoudig mogen wij gelovig zien op de Heere Jezus, Hij is voor ons aan het Kruis verhoogd. Als het ware horen wij Hem ons toeroepen. ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven, Matth. 11:28.’ Zoek het niet in eigen kracht, verwacht het niet van eigen inzicht, al uw eigen werken zullen tekortschieten, zie eenvoudig op Jezus en geloof dat Hij het is die u redden wil. Dat is de wil van God de Vader.

 

Als God ons zegt dat we alleen door het geloof in de Heere Jezus behouden worden, dan is er geen andere weg! Zou God de Vader Zijn enige Zoon overgegeven hebben tot in de dood als er een andere weg van zaligheid zou zijn? U kunt niet zeggen God lief te hebben terwijl u in werkelijkheid de Heere Jezus niet kent als uw Zaligmaker. Wat baat u zo’n geloof? Niet uw religie, niet uw kerk, niet uw roemen op de wet zal u redden maar alleen het bloed van Jezus Christus Gods Zoon, reinigt ons van alle zonde. (1 Joh. 1:7)

 

Stel u bent in een kassencomplex aangenomen om stekjes te planten. Nu bedenkt u bij uzelf, ‘Die ramen zijn wel erg wit, ik zal ze eens netjes wassen voor mijn baas’. U had goede bedoelingen, maar uw baas had u iets anders opgedragen. Nu hebt u, en geen enkel stekje geplant en alle plantjes zijn verbrand door de hitte van de zon. Wat zal uw baas zeggen als u op beoordelingsgesprek moet komen? Uw baas zal niets ander kunnen dan u veroordelen. Nu zo is het ook in het geestelijke. Als God de Vader van ons verlangt dat we geloven in Zijn Zoon en rusten in Zijn volbrachte werk, dan hebben wij niets anders te doen. ‘En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in den Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft, 1 Joh. 3:23.’ 

 

Lieve vrienden, wie u ook bent, Jezus is gekomen om zalig te maken dat verloren was (Matth. 18:11). Het is of verloren of behouden. U gaat niet verloren omdat u gezondigd hebt, u bent verloren als u niet gelooft in het bloed van Jezus Christus. ‘Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam van den eniggeboren Zone Gods, Joh. 3:18.’

 

‘Die in den Zone Gods gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis die God getuigd heeft van Zijn Zoon, 1 Joh. 5:10.’ Door de woorden die we lezen in de Bijbel moet het ons duidelijk worden dat we niet verloren hoeven te gaan, maar dat we verloren gaan door eigen schuld. God de Vader is rechtvaardig, genadig en barmhartig. God wil niet dat er enige verloren gaan en eist niets dat onmogelijk is. Het grote probleem is dat mensen God niet willen geloven maar liever luisteren naar de duivel en dat wat zijn spreekbuizen zeggen. Zo was het in het in de hof van Eden en zo is het vandaag. De één verschuild zich achter de uitverkiezing en de ander bouwt op de wet van Mozes die gegeven is om te laten zien wie God is en hoe onmogelijk het voor ons mensen is om door eigen werken behouden te worden. De wet laat zien aan hen die daaronder zijn dat zij vervloekt zijn. ‘Want zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen, Gal. 3:10.’ Al het zwoegen en zweten om de geboden te houden zal ons niet baten. Als ik er negen heb gehouden en in één ben gestruikeld, ga ik verloren. ‘Want wie de gehele wet zal houden, en in één zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle, Jak. 2:10.’

 

En daarom, lieve vrienden, wordt ons Christus voorgesteld. Hij is zonder zonde en is voor ons tot zonde gemaakt. Hij ging de weg van kribbe tot kruis, om voor ons de weg tot de Vader te openen. Hijzelf zegt: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader dan door Mij, Joh. 14:6.’ Als er maar één weg naar uw huis ligt en u neemt die weg niet, dan zult u nooit thuis komen. Nu er is één Weg tot de Vader Zijn Naam is Jezus. Kom dan tot Hem en u zult het eeuwige leven ontvangen. Het is niet om uw geloof maar door het geloof. Niet de grote van uw geloof zal u behouden maar het voorwerp van uw geloof. Als u met een bibberende hand een schat aanneemt dan is het vanaf dat moment uw eigendom. Wel, kom dan maar bibberend in het besef dat u het niet verdiend hebt tot Jezus en Hij zal u redden. Hij is de gift (Rom. 5:15,16 / 6:23) vanuit de hemel gegeven opdat u zult leven.  

 

In de boomkwekerij weet men wat het betekent om te enten. Zonder enten is het onmogelijk om goede vruchtbomen voort te brengen. Men heeft een vruchtbare moederboom waarvan met twijgjes neemt en deze ent in de stam van de boom die goede vrucht moet dragen. Nu, zo is het ook met ons mensen. Wij brengen van nature alleen kwade vrucht voort. Maar zodra wij één plant zijn geworden met Christus brengen wij Zijn vrucht voort. Dit noemen wij de wedergeboorte, een mens die gelooft dat de Heere Jezus voor Zijn zonden gestorven is, is vanaf dat moment wedergeboren en één plant met Christus geworden. Wij zijn dan met Hem gestorven. Want indien wij met Hem één plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding, Rom. 6:5.’ Met het doel om nu geheel voor Hem te leven. Wij zijn niet meer van onszelf maar eigendom van Hem die ons kocht met Zijn dierbaar bloed. Zijn liefde vervult ons leven en in die liefde willen wij anderen wijzen op de zalige heerlijkheid die er te vinden is in Hem die ons heeft liefgehad. Zodat wij het met Paulus uitroepen: ‘Want ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd, 1 Kor. 2:2.’ Hoe zou ik u een andere weg kunnen wijzen als ik er zelf achter ben gekomen dat alle andere wegen dood lopen?

Lieve vrienden, Jezus alleen is mijn leven en in Hem zijn wij meer dan overwinnaars. Luister toch niet langer naar de stem van satan, kom en bekeer u van u boze wegen tot de levende God.

 

Zo gij Zijn stem dan heden hoort,

Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord,

Verhardt u niet, maar laat u leiden.

 

‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe, Joh. 3:16.’ Het zijn voor veel mensen zulke bekende woorden, maar, wie mag nu werkelijk rusten op dat enige fundament? ‘Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus, 1 Kor. 3:11. Leg u maar gerust neer op dit fundament en u zult werkelijk rust vinden.

 

Lieve broeders en zusters, u die deze rust gevonden heeft, wat een blijdschap, wat een vreugde in onze Heiland. Wij zijn kinderen van één Vader; ‘Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus, Gal. 3:26.’ Wij moeten eerlijk bekennen dat er in ons niets was en is te vinden wat ons in aanmerking brengt om kinderen van God te heten. Nee het is alles genade door het volbrachte werk van onze Heiland. Hij ging voor ons de dood in, Zijn striemen is onze genezing geworden. Wat een troost om te mogen weten en te geloven dat we met Hem gekruisigd zijn. ‘Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons Gods, Die mij liefgehad heeft en Zichzelven voor mij overgegeven heeft, Gal. 2:20.’ Nu mogen we wandelen in een nieuw leven; ‘Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden, 2 Kor. 5:17.’ Hem alleen komt toe alle lof, eer en aanbidding. Glorie aan onze God. Wie zal ons nog scheiden van de liefde die er in Hem is? Wat zal de vijand tegen ons kunnen doen, nu we geborgen zijn in Hem. In de wereld zullen we verdrukking hebben maar Jezus heeft de wereld overwonnen en daarom hebben wij goede moed. ‘Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest, Rom. 8:1.’ Er is geen veroordeling meer tegen allen die in Christus Jezus zijn. De toorn van God is geblust, nu is er enkel liefde, omdat de Vader ons aanziet in het offer van Zijn Zoon. Vanuit de hemel ziet Hij geen dode zondaren maar levende kinderen die één plant zijn met de Zoon. Wij mogen leven door de sappen die vanuit Hem door ons stromen. Wat een zegen om een kind van God te zijn. We hebben nog een korte tijd, de klok wijst ons dat het vijf voor twaalf is en daarom willen wij niet anders meer dan verkondigen dat Jezus leeft en dat Zijn bloed ons reinigt van alle zonden. ‘De genade zij met al degenen die onzen Heere Jezus Christus liefhebben in onverderfelijkheid. Amen. Efeze 6:24.’

 

Wilco Vos, Veenendaal 02-05-2013