M31 Van de blindheid gered

03-08-2012 19:04

Onlangs waren we in gebed, waarin we de Heere dankte voor Zijn oneindige genade en nooit genoeg te prijzen zondaarsliefde. Onze broeder smeekte de Heere om Zijn leiding op de voor ons soms zo onbegaanbare weg. Uit zijn bidden kon je duidelijk opmaken dat het leven voor hem een strijd is en toch dwars door zijn woorden heen schitterde een geluk dat hijzelf omschreef met de eenvoudige woorden, Heere ik dank U dat ik ondanks mijn blindheid, meer mag zien dan mensen van de wereld.

Zonder de hand van zijn vrouw stond hij hulpeloos in een onbekende omgeving. Zijn vrouw bracht hem daar waar hij zijn moest, een meelijwekkend gezicht voor hen die het zien maar wie zal het geluk van deze blinde omschrijven?

 

Hoewel hij met zijn natuurlijke ogen niets kan zien van al het schoon dat God geschapen heeft, mag hij door genade delen in de nieuwe schepping en uitzien naar het moment dat de Heere hem tot zich neemt, om dan eeuwig te mogen jubelen van al die heerlijkheid die we dan zullen zien, ja een heerlijkheid waarvan wij zelf nu al deel uitmaken. Daar zal geen blindheid meer gevonden worden, geen mens zal daar zeggen ‘ik ben ziek’. O, vrienden wat een geluk als we met deze blinde broeder van harte mogen zingen van Gods genade. Welk een waarde krijgen dan de woorden die John Newton eens schreef in het bekende lied, Amazing Grace, Genade zo oneindig groot, genade voor de grootste zondaren, want Jezus droeg mijn zondenlast. Wat zal dat zijn om straks te mogen stralen als de zon en Hem tot in eeuwigheid te mogen prijzen voor de genade die wij vonden.

 

Vrienden, ons is de blijde boodschap gegeven een boodschap van troost en vrede. Wie van ons is bestand tegen zoveel liefde? Heel de Schrift is daarop gericht dat wij zondige mensen tot het inzicht zouden komen dat wij gezondigd hebben tegen God en daarom voor eeuwig de hel hebben verdiend. Wat een duistere werkelijkheid, voor satan gekozen om dan vervolgens met satan geworpen te moeten worden in de poel die bereid is voor de duivel en zijn engelen. Maar Amazing Grace, God heeft gedachten van vrede gehad, en heeft daar waar geen weg meer was een weg gebaand. Ja Jezus, Zijn eniggeboren Zoon, kwam naar deze wereld om de weg te openen tot het Vaderhuis. Hij nam vrijwillig onze schuld en zonden op Zich en is om onze zonden tot een vloek geworden, daar op Golgotha zien wij Hem hangen, bespot en gehoond, met doornen gekroond, uitroepende; ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’ Daar werd het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt, geslacht opdat wij zondaren voor eeuwig zouden behouden worden. Lieve vrienden, is dat geen reden om te juichen? Is dat geen reden om in dankbaarheid van nu voortaan voor altijd tot eer van Hem te leven? Deze blijde boodschap wordt ons gebracht opdat we zouden zien dat we blind zijn en ons zouden wenden tot de Heere Jezus Christus om van Hem verlost te worden. Om dan met de blinde man uit het Evangelie uit te roepen, ‘één ding weet ik, dat ik blind was en nu zie.’ Wat een hemels licht bestraalt dan onze ziel, wat een heerlijke toekomst is er dan ontsloten. Om dan met deze nieuwe ogen iedere dag meer te mogen zien van de genade die voor ons verworven is. Om dan steeds meer te mogen ontdekken wie Christus voor ons is en welk een trouwe Vader in de hemel ons leven leid van stap tot stap, tot eer en glorie van Zijn nooit volprezen Naam.

 

In de Bijbelse tijd waren er ontzettend veel blinden, we lezen dan ook van verschillende wondervolle genezingen van blinden. De heerlijke les die tot ons komt in het genezen van deze blinden is dat we hierin onderwijs ontvangen om tot het geloof te komen.

Twee blinden roepen Jezus na: ´Gij Zone Davids, ontferm U onzer! Matth. 9:27.’ De Heere Jezus vraagt hen: ‘Gelooft gij dat Ik dat doen kan?’ dan antwoorden zij: ‘Ja Heere’, dan raakt Hij hun ogen aan en zegt: ‘U geschiede naar uw geloof.’ En zij werden ziende. We zien hier dus dat zij op het geloof ziende werden. Zo werden tijden Zijn omwandelingen vele blinden, kreupelen en lamme genezen opdat zij zien zouden hoe heerlijk God is. En dat het doel van Zijn komst niet was om te verderven maar om te behouden. Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden, Luk. 9:56.’ Dan lezen we in Joh. 9. Dat de Heere Jezus een blind geboren man ontmoet. De discipelen vragen of  de reden van zijn blindheid is, de zonden van zijn ouders of die van hemzelf. Dan klinkt het antwoord: ’Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied opdat de werken Gods in hem zouden geopenbaard worden.’ De reden van zijn blindheid lag dus niet in een bepaalde zonde maar opdat Gods glorie zou schitteren. Jezus is gekomen als het Licht der wereld, Hij kwam om de blijde Boodschap te prediken en dit kracht bij te zetten door Zijn wonderwerken. Hij spuugt op de grond, maakt wat modder en strijkt dat op de ogen van deze blinde man. Hier zien we hoe Christus Zich vernedert in Zijn mensheid om daarna Zijn Godheid te openbaren. De blinde man wordt naar het badwater Silóam gezonden om zich te wassen, waar zijn ogen geopend worden. Wat een heerlijk wonder, en wat gebeurt er onder het volk? De hel breekt los, want Jezus brak de Sabbat, hoe kon Hij dit nu doen op deze dag? Nog steeds zagen deze blinde leidslieden niet dat Jezus gekomen was om de wet te vervullen (Matth. 5:17). Dat Hij het einde der wet was om de mens in de vrijheid te zetten (Rom. 10:4). Als zij zich niet zouden bekeren tot Hem, de levende God zouden ze voor eeuwig omkomen met al hun wetten en strijden voor de handhaving van deze wetten. In hun blindheid zagen ze niet dat de wet gegeven was om hun te doden, opdat zij het leven zouden zoeken bij Hem die het leven is. In hun ijver meende zij God een dienst te doen door andere te laten zuchten onder het wettische juk. O, wat een blijdschap stroomt er door de harten van hen die er achter zijn gekomen dat Jezus voor hun de wet heeft vervuld en dat wat er ook gebeurd niets hen zal scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus. Een streep door al het eigen werk om te roemen in Jezus Christus en dien gekruisigd. Hem zij alle lof eer en aanbidding.

 

En toch deze blinde man die ziende werd, kende Jezus nog niet als zijn persoonlijke verlosser. Maar wonder van genade, God liet het niet toe dat deze man om zou komen in de handen van deze blinde leidslieden. Jezus zocht hem op en vraagt hem: ‘Gelooft gij in den Zone Gods?’ O vrienden wat is ons antwoord? Hier valt de scheidslijn, dwars door alle familie en vriendenbanden. Eeuwig wel of eeuwig wee. De man antwoord: ’Wie is Hij, Heere, opdat ik in Hem moge geloven? En Jezus zeide tot hem: En gij hebt Hem gezien, en Die met u spreekt, Dezelve is het. En hij zeide: Ik geloof, Heere. En hij aanbad Hem’. Wat een heerlijk Evangelie, wat een blijde Boodschap voor allen die uitzien naar het Licht in de duisternis. Wat een bemoediging voor allen die mogen zien en wandelen in het Licht.

 

Johannes schrijft aan het einde van zijn Evangelieboodschap. ‘Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan, die niet zijn geschreven in dit boek;
Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zone Gods, en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam, Joh. 20:30,31.’
Amen.

 

Genade zo oneindig groot (Amazing Grace)

 

Genade zo oneindig groot.

Dat ik die 't niet verdien,

het leven vond, want ik was dood

en blind, maar nu kan 'k zien.

 

Genade die mij heeft geleerd

te vrezen voor het kwaad.

Maar ook als ik mij tot Hem keer,

dat God mij niet verlaat.

 

Want Jezus droeg mijn zondenlast

en tranen aan het kruis.

Hij houdt mij door genade vast

en brengt mij veilig thuis.

 

Als ik daar in zijn heerlijkheid

mag stralen als de zon,

dan prijs ik Hem in eeuwigheid

dat ik genade vond.