M32 Woorden van Jezus - Wie met Mij niet is, die is tegen Mij

30-08-2018 10:29

‘Toen werd tot Hem gebracht een van den duivel bezeten, die blind en stom was; en Hij genas hem, alzo dat de blinde en stomme beide sprak en zag. En al de scharen ontzetten zich, en zeiden: Is niet Deze de Zoon van David? Maar de Farizeen, dit gehoord hebbende, zeiden: Deze werpt de duivelen niet uit, dan door Beëlzebul, den overste der duivelen. Doch Jezus, kennende hun gedachten, zeide tot hen: Een ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en een iedere stad, of huis, dat tegen zichzelf verdeeld is, zal niet bestaan. En indien de satan den satan uitwerpt, zo is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe zal dan zijn rijk bestaan? En indien Ik door Beëlzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze dan uw zonen uit? Daarom zullen die uw rechters zijn. Maar indien Ik door den Geest Gods de duivelen uitwerp, zo is dan het Koninkrijk Gods tot u gekomen. Of hoe kan iemand in het huis eens sterken inkomen, en zijn vaten ontroven, tenzij dat hij eerst den sterke gebonden hebbe? En alsdan zal hij zijn huis beroven. Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit. Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden; maar de lastering tegen den Geest zal den mensen niet vergeven worden. En zo wie enig woord gesproken zal hebben tegen den Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar zo wie tegen den Heiligen Geest zal gesproken hebben, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende, Matth. 12:22-32.’

 

‘Wie met Mij niet is, die is tegen Mij.’ Deze woorden van Jezus zijn niet mis te verstaan, het is, of voor Hem, of tegen Hem, het is, of verbonden aan Hem, of afkerig van Hem, het is, of geloven in Hem of Hem verwerpen. Wij hebben Hem lief, of wij hebben Hem niet lief. Wij kunnen ons in Hem verwonderen, Hem waarderen, Hem erkennen als de Messias en toch tegen Hem zijn, door niet met Hem te zijn. Wat een ernstige waarheid is dit. Hebben wij Hem lief, geloven wij naast het feit dat Hij de Zaligmaker der wereld is ook dat Hij onze persoonlijke Zaligmaker is? Als wij geloven dat Zijn bloed ons reinigt van al onze zonden en wij Hem willen volgen al de dagen van ons leven, dan zijn wij met Hem en zullen voor altijd met Hem zijn. Dan mogen wij met Paulus weten, duur gekocht te zijn en met Petrus belijden dat Christus alleen de grond van ons behoud is: ‘Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam, 1 Petr. 1:18,19.’

 

We hebben in het evangelie van Mattheüs gezien hoe Jezus Christus, de Zoon van God, rondtrok door het land Israël, waar Hij kwam, riepen Zijn Woorden en daden op tot geloof en bekering. Hij genas de zieken, opende blinden de ogen, liet stommen weer spreken, bestrafte de wind en wierp, de duivelen uit. Deze daden riepen op tot bezinning; Wie is toch Deze? Ieder mens kon inzien dat deze daden niet zomaar daden van een mens waren. Hier stond de mens oog in oog met de Zoon des Mensen, de Heere Jezus Christus, de lang beloofde Messias, Davids Zoon. Zo ontmoeten wij Hem ook vandaag in onze overdenking.

 

Als een door de duivel bezeten man tot Jezus wordt gebracht, dan zien we als het ware de macht van het rijk van de duisternis tegenover de macht van het rijk van het Licht. Deze arme man is zo van de duivel bezeten, dat hij blind en stom is. Niet een aangeboren blindheid of een aangeboren stomheid maar een duivelse macht die hem het zien en spreken belet. Wat een zegen dat deze ongelukkige man tot Jezus wordt gebracht. Is er een betere plaats om met onze noden of die van onze familie en vrienden naar toe te gaan? Hier staat de zwijgende blinde, tegenover het Woord des levens en de machten van de duisternis moeten wijken. De man kan weer zien en spreken, wat een vreugde en wat een verwondering zal hem vervuld hebben. De mensen die het zagen waren zo verbaasd, we lezen dat ze ontzet waren, ze hadden geen woorden voor wat ze zagen, zoals Jezus de duivelen uitwierp, zo hadden zij het nog nooit gezien, wat een macht werd hier vertoond. Ze vragen zich openlijk af: Is Deze niet de Zoon van David? Is Deze niet de Messias Die komen zou? Wie anders kan Hij zijn? Wat een heerlijke vraag, hier ontmoeten we harten die op het punt staan om volgelingen van Jezus te worden. Zullen ze Hem volgen of zullen ze Hem verwerpen? En zoals meestal het geval is bij mensen die geïnteresseerd raken in Jezus de Christus, komt de boze met zijn leugens, misleidingen en tegenwerpingen. De arme Farizeeërs, verstrikt in hun denken en gebonden aan hun traditionele overleveringen, willen niet geloven dat Deze Jezus, de Messias is. Zij zeggen dat dat wat de mensen net gezien hebben niets anders is dan duivels werk. Jezus zou de duivelen uitgeworpen hebben door de macht van Beëlzebul, de overste van de duivelen. Wat een verschrikkelijke verwerping, hier zien we hoe trots en eigengerechtigheid het werk van God vertrapt. Zij, die als herders de mensen zouden moeten leiden tot de enige ware Herder Jezus Christus, maken Hem tot een duivel omdat ze de mensen aan zichzelf willen binden. De traditie en hun kijk op de wet en de profeten waren voor hen belangrijker dan Jezus, de vervulling van de wet en de profeten.

Lieve vrienden, hier zien we hoe mensen met de Bijbel in de hand, vijanden van God kunnen zijn, hier zien we hoe leraars die de mensen tot Jezus zouden moeten leiden, een duivels beeld van Jezus schetsen en hen bij Hem vandaan willen houden. Ik geloof dat velen vandaag verloren gaan omdat zij een duivels beeld van Jezus krijgen voorgesteld. Ook vandaag zijn er veel leraars die de mensen weghouden bij Jezus en willen binden aan zichzelf of tradities door mensen ingesteld. Vandaag wordt er afbreuk gedaan aan de liefde van Christus, die ons zou moeten dringen om de mensen te brengen aan Zijn voeten, ja hen te smeken zich tot God te bekeren. Paulus zegt het zo treffend: ‘Zo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christus wege: laat u met God verzoenen, 2 Kor. 5:20.’ Allen die u afhouden van Jezus en niet dringen om vandaag uw knieën te buigen en Zijn genadige vergeving te ontvangen, zijn herders die zichzelf weiden en niet bekommerd zijn om de schapen, al beweren zij dit ook duizendmaal.

 

De Heere Jezus kent onze gedachten en doorzag de farizeeën, ook nu spreekt Hij hen tegen als de Machthebbende. Hoe zou een koninkrijk, een stad of een huis dat tegen zichzelf verdeeld is, kunnen bestaan? Als de satan de satan uitwerpt, dan is hij tegen zichzelf verdeeld, hoe zal zijn rijk dan bestaan? Hoewel deze woorden onweerlegbaar waar zijn, maakt Hij het hen nog moeilijker door hen de vraag te stellen: ‘Indien Ik door Beëlzebul de duivelen uitwerp, door wien werpen ze dan uw zonen uit?’ Ook de farizeeërs zelf waren bekend met duiveluitdrijving en hun volgelingen, net als bij de profeten, ook wel zonen genoemd, deden dit ook. Nu stelt Jezus de vraag door welke macht zij dit dan doen als Jezus het volgens hen in de macht van de duivel zou doen. Als het ware roept hij de zonen tot getuigen en snoert daarmee de mond van de farizeeërs. “Maar”, vervolgt Jezus, “besef dat als het toch anders is en Ik door de Geest van God de duivelen uitwerp, het Koninkrijk Gods tot u gekomen is.”

 

Het volk vroeg zich af of Hij de Zoon van David was en nu zegt Jezus dat het Koninkrijk Gods gekomen is, waarmee Hij bevestigt inderdaad de Zoon van David, de lang beloofde Messias te zijn. Om dit te onderstrepen zegt Hij: ‘Of hoe kan iemand in het huis eens sterken inkomen, en zijn vaten ontroven, tenzij dat hij eerst den sterke gebonden hebbe?’ En alsdan zal hij zijn huis beroven.’ Hoe heeft Jezus in de verzoeking in de woestijn niet laten zien dat Hij de duivel overwon? Hij heeft na veertig dagen vasten de duivel weerstaan en hem duidelijk gemaakt dat Hij leeft bij alle Woord Gods. Lieve vrienden, Jezus is Heere, Hij Die alle macht in hemel en op aarde heeft, heeft de satan weerstaan, zijn rijk geweld aangedaan tijdens Zijn omwandeling op aarde en in Zijn dood en opstanding de overwinning behaald. Nog even en Hij zal voor ééns en voor altijd afrekenen met de satan en hem met zijn duivelen werpen in de poel van vuur en sulfer. Jezus is de Overwinnaar en door Zijn dood heeft Hij het mogelijk gemaakt dat zondaren weer terug zouden komen bij God de Vader. Daar, verhoogd aan het kruis trekt Hij zondaren tot Zich (Joh. 12:32) om in Hem de vergeving van schuld en zonden te ontvangen, opdat wij zouden leven in de kracht van Zijn opstanding. Vrienden, gelooft u dat Jezus de Zoon van David is, gelooft u dat Hij gekomen is om zondaren te zoeken en zalig te maken? Gelooft u ook dat Zijn bloed u reinigt van al uw zonden?

 

Jezus vervolgt Zijn onderwijs: ‘Wie met Mij niet is, die is tegen Mij; en wie met Mij niet vergadert, die verstrooit. Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden; maar de lastering tegen den Geest zal den mensen niet vergeven worden. En zo wie enig woord gesproken zal hebben tegen den Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar zo wie tegen den Heiligen Geest zal gesproken hebben, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende, Matth. 12:22-32.’ Zijn wij met Hem of zijn wij tegen Hem, vergaderen wij mensen voor Zijn Koninkrijk of verstrooien wij? Wij kunnen als vijanden van God de Vader en Jezus Christus toch met al onze zonden tot geloof en bekering komen en de verzoening vinden in Christus offer. Maar als wij het werk van de Heilige Geest lasteren en ons blijven verzetten tegen de indrukken die vanuit Zijn Koninkrijk tot ons komen, dan zullen wij verloren gaan om eigen schuld. Er is vergeving voor de grootste zonden maar ongeloof en volharding in de zonden kan niet worden vergeven.

 

Broeders en zusters ik wil u bemoedigen om te volharden in het volgen van Jezus, wat er ook tegenin zal komen. Laten we samen biddend strijden en zondaren vergaderen tot het Koninkrijk, door hen de liefde van Jezus bekend te maken in Woord en in daad. Lieve vrienden u die Jezus nog niet kent als uw Zaligmaker, sta het werk van de Heilige Geest niet langer tegen, geef uzelf over en laat u uit genade zaligen. Verlangt u naar vergeving van uw zonden? Weet dan dat u niet bang hoeft te zijn dat u de onvergefelijke zonden hebt begaan. Zie het Lam Gods en laat Zijn bloed u reinigen van al uw zonden. Amen.                                                                                                                         

Wilco Vos Veenendaal 04-07-2018