M33 Ik ben een kind van God

15-08-2013 15:25

‘Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven, Joh. 1:12.’

 

Veel psychische problemen komen voort uit een negatief zelfbeeld. Wat een ellende als je denkt dat je dom, te dik, of te klein bent. Als er geen eigenwaarde is dan gaan we doemdenken, worden we schuw, en zo komen we in een neerwaartse spiraal. Veel mensen lopen met een masker voor, zij doen zich heel anders voor dan dat ze zich in werkelijkheid voelen. Ik ben geen psychiater en wil hier ook verder niet op in gaan maar zoals het in het natuurlijke gaat zo gaat het ook in het geestelijke. Satan weet veel gelovigen te binden aan negatieve gedachten. Ik ben slecht, zondig, en het lukt mij maar niet om heiliger te worden. Eén van die gedachte is, ik ben een zondaar en blijf een zondaar tot mijn laatste snik. Er zijn wederomgeboren christenen die hierin vast zitten en niet weten hoe zij hier ooit nog uit verlost zullen worden. Beter gezegd, velen verlangen er niet eens naar hiervan verlost te worden omdat zij denken dat dit een Bijbelse gedachte is. Het is belangrijk om te weten hoe God ons ziet. Hoe Hij ons tekent in het Woord dat Hijzelf gegeven heeft. Zijn wij zondaren of heiligen?

 

‘Maar zovelen Hem aangenomen hebben’, zij die in de Naam van de Heere Jezus geloven zijn kinderen Gods. Als u door het geloof nog niet kunt zeggen dat Jezus Christus, de Zoon van God al uw zonden heeft vergeven, dan bent u nog onder het oordeel. In de Bijbel vinden we niets dan veroordeling over hen die buiten Christus leven. U leeft namelijk nog geheel voor eigen rekening. Straks zult u voor Gods Rechterstoel verschijnen en dan zult u verantwoording moeten afleggen over alles wat u gedaan heeft. Als u één enkele zonde tegen Gods heilig Woord heeft begaan, dan zult u rechtvaardig verloren gaan. Er is voor zondaren buiten Christus geen hemel maar een hel. De hel die bereid is voor de duivel en zijn engelen, zal vol zijn met mensen die de Heere Jezus niet hebben leren kennen als hun Verlosser.

 

Daarom is het zo’n groot voorrecht dat vandaag, de blijde boodschap nog klinkt. Er is een Verlosser, Jezus is Zijn Naam. Hij roept zondaren en allen die tot Hem komen zullen verlost worden. ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoed en belast zijt, en Ik zal u rust geven, Matth. 11:28.’ Hij alleen kan en wil zondaren redden. Al heb ik één zonde begaan, als kind een koekje uit mijn moeders trommel gestolen en ik leef daarna nog tachtig jaar zonder zonde, dan zal die ene diefstal mij eeuwig veroordelen. God is Rechtvaardig en Hij kan niets door de vingers zien. Mijn eigen werken kunnen niet goedmaken wat ik ooit verkeerd gedaan heb. Wat een wonder van genade, dat Jezus Christus gekomen is, zonder zonde, Hij leefde volmaakt en heeft vrijwillig de zonde van de mensen op Zich genomen en heeft Zichzelf geheel geofferd aan het kruis van Golgotha, opdat zondaren weer met God verzoend zouden worden. Hij heeft de vloek op zich genomen. Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk die aan het hout hangt, Gal. 3:13.’ En allen die dit offer gelovig omhelzen, zijn vanaf dat moment kinderen Gods. ‘Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus, Gal. 3:26.’

 

Nu, kinderen Gods, verblijd u in uw Heiland. Hij is in uw plaats tot een vloek geworden en heeft u verlost. Nu is er vrede en blijdschap omdat Jezus uw Borg, Heiland, Zaligmaker en Verlosser is. Nu geen dienstbaarheid maar een kinderlijke omgang met uw hemelse Vader. ‘Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader. Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn, Rom. 8:15,16.’ Kinderen Gods, hebben dezelfde geest ontvangen, de Heilige Geest die in hen woont. Samen zijn zij één gemeente, het Lichaam van Christus. En daarom lieve broeders en zusters, we hebben elkaar nodig, ‘Verblijdt u met de blijden, en weent met de wenenden, Rom. 12:15.’

 

Nu we gezien hebben wat de basis van het kind van God zijn is. Is het belangrijk om te zien wat God Zelf zegt over Zijn kinderen. Nu wij kinderen van de Allerhoogste zijn, leven wij niet in het vlees maar door de geest, we gehoorzamen niet meer de duivel maar God. De duivel zal alles op alles zetten om ons negatieve gedachten van onszelf, onze broeders en zusters en van God te geven. Zo heeft hij bereikt dat er vele ware gelovigen in duisternis hun weg hebben bewandeld en ook zo zijn gestorven. Nu zijn zij de strijd te boven en mogen zij God eeuwig grootmaken. Toch is hun leven duister geweest, zij hebben anderen niet de Weg tot God gewezen. Maar al te vaak zijn zij in hun duisternis en somberheid anderen tot een last geweest. Hun wettische leven heeft anderen afgeschrikt. Zij meenden het oprecht en zochten hun heil bij de wet, niet wetend dat zij daarvan verlost waren. Ze zijn hier op aarde meer met zichzelf en de wet bezig geweest dan in de vrijheid hun Heere en Heiland te eren, te loven en te prijzen voor dat wat Hij voor hen gedaan heeft.

 

Lieve vrienden, luister naar Gods Woord en niet naar dat wat mensen zeggen. De Heere Jezus sprak tot Zijn discipelen en daarmee tot allen die Hem liefhebben: ‘Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buitengeworpen en van de mensen vertreden te worden. Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn. En men steekt geen kaars aan en zet die onder een korenmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen die in het huis zijn . Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken, Matth. 5:13-16.’ Wij zijn het zout der aarde. Zonder zout is het eten smakeloos. Zonder zout kan een mens niet leven. Zonder het zout der aarde is de wereld verloren. Zonder het zout der aarde zullen er geen zondaren meer tot Christus geleid worden. Van zout krijg je dorst, zo moeten de mensen om ons heen dorst krijgen naar de Heere Jezus Christus. ‘En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke, Joh. 7:37.’ Wij zijn het licht der wereld, zonder ons zou de hele wereld duisternis zijn. Thuis, op school, op het werk en op de straat mogen wij het licht van de Heere Jezus Christus verspreiden. Zoals de maan van zichzelf geen licht geeft maar beschenen wordt door de zon, zo mogen wij als lichtdragers, het licht verspreiden van de Zon der gerechtigheid. Wij zijn niet wederomgeboren om voor onszelf te leven, wij hebben een hemels leven en zijn geroepen om voor Hem te leven (Ef. 1:4). Zoals een stad op een berg niet verborgen kan blijven zo moeten ook wij openbaar komen. Een lamp wordt niet onder een bed gezet want het moet het hele huis verlichten. Kom, laat dan uw licht schijnen, waar u ook bent.

 

U bent een kind van God, niet een vriend van de wereld maar een vriend van de Allerhoogste. ‘Ik heet u niet meer dienstknechten, want de dienstknecht weet niet wat zijn heer doet; maar Ik heb u vrienden genoemd, want al wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik u bekendgemaakt, Joh. 15:15.’ Wat een nauwe band tussen de Heere Jezus en hen die Hem liefhebben, wij worden vrienden genoemd. Alles wat voor ons onbekend was, heeft Hij ons bekend gemaakt. Hij heeft ons de weg tot de Vader gewezen, Hijzelf is de Weg, de Waarheid en het Leven en alleen door Hem zijn wij gekomen in een nauwe relatie met onze hemelse Vader.

 

Nu we weten in welke heerlijke positie we door genade zijn gekomen is het ons hartelijke verlangen om alleen nog maar voor de Heere God te leven. Wij zijn geen dienstknechten van de zonde meer maar wij dienen in rechtvaardigheid en heiligheid. ‘Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt; En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten der gerechtigheid, Rom. 6:17,18.’ Wij waren dienstknechten van de zonde, dit is iets wat goed tot ons moet doordringen. Wat was, is voorbij, wij zijn met Christus gestorven en begraven en opgestaan in een nieuw leven. Nu dienen we God en niet de zonde. Dit is één van de grootste worstelingen van een nieuwgeboren kind van God. Hoe kan het nu dat ik een kind van God ben en er toch nog zoveel zonde in mij zijn? Dit is één van de worstelingen waardoor vele kinderen van God gebukt door het leven gaan.

Het geheim is niet in onze eigen kracht maar in de kracht van de Heilige Geest. ‘En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest, Ef. 5:18.’ Alleen door ons te laten leiden door de Heilige Geest zullen we zonden overwinnen. Het is belangrijk om te weten en te geloven wie we nu geworden zijn in Christus en wat Hij voor ons gedaan heeft. Onze zonden zijn op het kruis veroordeeld. Daar zijn wij bevrijd van de zonde, de schuld en de vloek. Nu mogen wij daaruit leven. Als er een verkeerde gedachte in ons opkomt dan moeten we ons daarvan direct  afkeren. Eva ging in gesprek met de duivel en moest verliezen, als wij in gesprek gaan met de duivel zullen ook wij verliezen. Zodra er een vuile begeerte in ons opborrelt, dan moeten wij geen uitwegen of verdedigingen zoeken. We mogen direct naar het kruis gaan in de wetenschap dat die vuile gedachte al geoordeeld is. We moeten onze gedachten als krijgsgevangen brengen onder de heerschappij van Christus. ‘Dewijl wij de overleggingen ternederwerpen, en alle hoogte die zich verheft tegen de kennis Gods, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus, 2 Kor. 10:5.’ Zo zullen we ervaren dat de zondemacht verbroken is. Als we zelf strijden zullen we verliezen maar als we onze toevlucht nemen tot het bloed van onze Heiland, dan moeten we overwinnen, want in Hem zijn wij meer dan overwinnaars.

 

Zo zien, we lieve vrienden, dat Jezus geen halve Zaligmaker is. Hij heeft de kop van satan vermorzelt en ziende opdat wat Hij voor ons deed zullen we onze kracht vernieuwen. Hij heeft de weg van kribbe tot kruis willen gaan in het verlangen dat wij bij Hem zouden zijn. Hij is gestorven en begraven maar ook weer opgestaan. Hij is opgevaren naar de hemel en daar wacht Hij tot het moment gekomen is dat ook wij daar zullen zijn. Wij zijn erfgenamen van die heerlijkheid die weggelegd is voor allen die Hem vrezen. ‘En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden, Rom. 8:17.’ We zullen in deze wereld moeten lijden, zo mogen wij Hem volgen in de wetenschap dat ons lijden niet opweegt tegen dat wat Hij voor ons deed. Wij mogen uitzien en verlangen naar het moment dat we alle strijd, moeite en verdriet achter ons mogen laten om voor eeuwig bij Hem te zijn. ‘Dit is een getrouw woord; want indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven; Indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen; indien wij Hem verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen; Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen, 2 Tim. 2:11-13.’ Wat een heerlijke bemoedigende woorden. Maar ook wat een ernstige waarschuwing. Er zullen er velen zijn, die Jezus met hun lippen hebben beleden maar niets kenden van het werk dat alleen de Heilige Geest in harten werkt. Daarom is het zo belangrijk om onszelf te toetsen aan het Woord van God. Zie op Jezus, wat Hij deed aan het kruis en u zult de zonden haten en er vandaan vluchten. Wedergeboorte is iets in ons waar we zelf niets aan kunnen doen. De Heere Jezus Christus is in de wereld gekomen om zondaren zalig te maken. Allen die zich bekeren van hun zonden, tot Hem de toevlucht nemen en gelovig rusten in Zijn volbrachte werk, zijn wederomgeboren. Zij mogen als kinderen van God aan de hand van hun Hemelse Vader wandelen, en door vallen en opstaan zullen zij meer opwassen in de genade en de kennis van onze Heere Jezus Christus.

 

Een volgende keer hoop ik verder te gaan over de heerlijke positie die allen hebben ontvangen die Hem liefhebben. Kom, verblijd u met de blijden, geef God de eer en roem in uw Zaligmaker. Amen.

 

Psalm 56 vers 5

Ik roem in God; ik prijs 't onfeilbaar woord;

Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord;

'k Vertrouw op God, door gene vrees gestoord;

Wat sterv'ling zou mij schenden?

Ik heb beloofd, wanneer G' in mijn ellenden

Mij bijstand boodt, en 't onheil af zoudt wenden,

Tot U, o God, mijn lofzang op te zenden,

Door ijver aangespoord.

 

Wilco Vos Veenendaal 26-06-2013