M39 Als de bazuinen klinken

30-09-2016 07:52

’Vreest God, en geeft Hem heerlijkheid, want de ure Zijns oordeels is gekomen; en aanbidt Hem, Die den hemel, en de aarde, en de zee, en de fonteinen der wateren gemaakt heeft, Openb. 14:7.’

 

‘Ik heb geen lust aan de dood van de goddelozen’, zo klonk de stem van God in het Oude Testament. Is het juist daarin niet waarin Hij Zijn lust vindt dat zij zich bekeren en leven (Ezech. 18:23,32)? Onze God, de Enige en ware God is de Schepper van hemel en aarde. Hij schiep alles zo heerlijk en zo volmaakt en de mens als de kroon op Zijn schepping mocht alles beheren. Maar de mens, die in zo’n volmaakte schepping mocht leven in de nabijheid van God, koos ervoor om te luisteren naar de leugens van de duivel. ‘Ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven’, zo klonk Gods van tevoren gegeven waarschuwing. Hoe schittert Gods genade direct na de goddeloze opstand van de mens. Adam moest sterven, hij was opgestaan tegen God en toch was het Diezelfde God die de zondige Adam opzocht: ‘En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij? Gen. 3:9.’ Daar waar Adam moest sterven, nam God een dier, slachtte het en kleedde Adam met de huid van het zojuist gestorven dier. Genade schittert hier in Gods handelen. Later zien we Abraham met zijn eniggeboren zoon, zijn liefste, de berg Moria beklimmen. Het altaar wordt gebouwd, Izak neemt plaats in gewillige onderwerping aan de wil van Zijn Vader, het mes wordt opgeheven en dan grijpt God in. Izak mag leven en de ram moet plaatsvervangend sterven. Wat een schaduw van de komende Verlosser in zijn plaatsvervangend lijden en sterven. Nee, geen lust in de dood van de goddeloze maar daarin dat zij zich bekeren en leven. Leven, eeuwig leven voor allen die komen tot het Lam, dat geslacht is. De gerechtigheid van Jezus Christus wordt toegerekend aan allen die in Hem geloven.

 

Het offer voor Adam, het offer voor Izak, de offers in de tabernakel en tempeldienst, ze wijzen ons allen naar het volmaakte Lam. De eniggeboren Zoon van God heeft vrijwillig de schuld en straf van de mensen op Zich genomen om ons te redden van de dood. Vandaag klinkt nog de oproep tot bekering, mensen wordt wakker, besef hoe schuldig u staat tegenover de levende God, u hebt gezondigd, maar Hij heeft geen lust in uw dood. Bekeert u en gelooft het evangelie: ‘Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God, Joh. 3:17,18.’

 

Dit is de boodschap die uitgaat als de bazuinen klinken, nog is het tijd, onderzoekt uzelf wie u bent voor God, keer u af van uw zonden, belijd ze en vertrouw met heel uw hart op Gods ontfermende genade. Iedere nieuwe maan heeft de sjofar (ramshoorn) geklonken en op de eerste dag van de zevende maand na het uittrekken uit Egypte, klinkt het geluid van de ramshoorn met de diepe betekenis van oproep tot bezinning. Lees maar mee in Numeri 10: ‘Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uw gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden, zult gij ook met de trompetten blazen over uw brandofferen, en over uw dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods; Ik ben de HEERE, uw God! Num. 10:10.’ Daarvan heeft ook Asaf gesproken in Zijn 81e Psalm;  ‘Blaast de bazuin in de nieuwe maan, ter bestemder tijd, op onzen feestdag. Want dat is een inzetting in Israël, een recht van den God Jakobs, Ps. 81:3,4.’ Na de zes voorgaande manen zijn we gekomen tot de volheid in de zevende maan. ‘Desgelijks in de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het zal u een dag des geklanks zijn, Num. 29:1.’ In het voorjaar heeft het volk stilgestaan bij de feesten die hen terug lieten zien op Gods almachtige handelen en Zijn grote trouw. Met Pesach dachten zij terug aan de wonderlijke uittocht uit Egypte, na het schuilen achter het bloed van het lam. De ongezuurde broden wezen hen heen naar het bittere lijden onder het slavenjuk en onderwezen hen om als ongezuurde broden zuiver voor God te leven. De eerstelingen van de oogst werden als beweegoffer aan de HEERE gegeven en na zeven Sabbatten bracht men op de vijftigste dag opnieuw een spijsoffer, het is de dag waarop het volk de wet ontving op Sinaï.

 

Net zoals de offers bij Adam en Izak wezen naar de Christus, zo wijzen ook deze bijzondere feesten naar Hem. Is Christus niet het Pesach Lam dat geslacht is, is Hij niet als het ongezuurde brood in het graf gelegd en opgestaan als de eersteling van de volle oogst? Hoe schittert Gods genade en almacht in al deze schaduwen. Op Sjavoeot ontving het volk de wet en er stierven 3000 ongehoorzame overtreders, later op dezelfde dag (bij ons bekend als Pinksteren) wordt Gods Geest uitgestort en komen 3000 mensen tot geloof. Werkelijk God heeft geen lust in de dood van de zondaar maar daarin dat zij zich bekeren en leven. Is dat ook niet de boodschap die klinkt in de najaarsfeesten? Wanneer de bazuinen klinken, zeven maanden na de uittocht uit Egypte is het tijd voor verootmoediging. Hoe is het nu in onze harten? Hoe is ons leven de afgelopen tijd geweest. Ja de roepstem die tot Adam kwam komt als het ware tot ons op het bazuinenfeest: ‘Adam, waar zijt gij?’ Nog tien dagen en dan zal het grote verzoendag zijn, hoe zal het dan met mij zijn? Hoe zal Gods oordeel klinken? Dat zijn de vragen die de Joden zichzelf stellen op deze dag.

 

Lieve vrienden, moeten wij allen niet ernstig nadenken over deze vragen? De tekst boven deze overdenking zegt: ’Vreest God, en geeft Hem heerlijkheid, want de ure Zijns oordeels is gekomen; en aanbidt Hem, Die den hemel, en de aarde, en de zee, en de fonteinen der wateren gemaakt heeft, Openb. 14:7.’ Het is God Zelf die door Zijn engel deze oproep laat klinken. Zo ook in de bazuinen. Nadat zes keer de sjofar geklonken heeft, klinkt nu de zevende en is het tijd voor onderzoek. In Openbaring lezen we over de zes bazuinen die klinken en waarbij de oordelen als het ware over de goddelozen wordt uitgegoten waarbij tegelijk de oproep tot bekering klinkt. Na deze zes, volgt de zevende, waarna er geen meer volgen zal. Vreselijk zal het zijn om te vallen in de handen van de levende God, ja vreselijk voor hen die zichzelf niet hebben onderzocht, niet hun zonden hebben beleden en niet hebben geschuild achter het bloed van het Lam. ‘En de zevende engel goot zijn fiool uit in de lucht; en er kwam een grote stem uit den tempel des hemels, van den troon, zeggende: Het is geschied. En er geschiedden stemmen, en donderslagen, en bliksemen; en er geschiedde een grote aardbeving, hoedanige niet is geschied van dat de mensen op de aarde geweest zijn, namelijk een zodanige aardbeving en zo groot. En de grote stad is in drie delen gescheurd, en de steden der heidenen zijn gevallen; en het grote Babylon is gedacht geworden voor God, om haar te geven den drinkbeker van den wijn des toorns Zijner gramschap, Openb. 16:17-19.’

 

Vrienden, wij allen zullen geoordeeld worden, zo zeker als er een dood is, zo zeker volgt er een oordeel (Hebr. 9:27). Zalig zij die in dit leven hebben vertrouwd op het plaatsvervangende lijden van de Heere Jezus Christus, zalig zij die zeggen, Heere wij hebben U lief omdat U mij eerst hebt liefgehad ( 1Joh. 4), zalig zij die hun leven overgaven aan God de Vader en wandelede zoals Christus gewandeld heeft (1 Joh. 2:6). Zalig zij die zich verootmoedigen voor God, zichzelf steeds opnieuw onderzoeken en zich afkeren van de zonde en de wereld om heilig voor God te leven (2 Kor. 13:5). ‘Welgelukzalig is het volk, hetwelk het geklank kent; o HEERE! zij zullen in het licht Uws aanschijns wandelen. Zij zullen zich den gansen dag verheugen in Uw Naam, en door Uw gerechtigheid verhoogd worden, Ps. 89:15,16.’ Het feest van het geklank, ook wel het bazuinenfeest genoemd roept ons op tot onderzoek en overgave (Joël 2, Sef. 1, 2 Kron. 15) met het doel om straks rechtvaardig voor God te kunnen verschijnen als de laatste bazuin zal klinken (1 Kor. 15:52, 2 Kor. 5:10).

 

Vandaag mogen wij onszelf verootmoedigen, bedenken wie wij zijn en tegelijk ons oog richten op Gods genade geopenbaard in heel de Bijbel. Denk aan de zondige Adam en het offer dat God bracht, denk aan de ram die stierf in plaats van Izak, ja zie op het Lam dat stierf op Golgotha. Hij moest aan het kruis genageld worden, opdat iedereen die op Hem zou zien, het eeuwige leven zou ontvangen. God is genadig, barmhartig en rechtvaardig. Allen die niet willen zien, zullen verdelgd worden. Vrienden, hebt goede moed, de Joden die zichzelf onderzoeken, gaan op het bazuinenfeest, dat sinds de terugkomst uit Babylon valt op het Joodse nieuwe jaar (Rosjh Hasjana), naar het water en keren de zakken van hun kleding om en zien hoe de kruimeltjes wegdrijven en verzinken. Dan denken zij  aan de woorden uit Micha; ‘Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen, Mich. 7:19.’ Zij groeten elkaar met de woorden: “Dat u ingeschreven mag zijn in het boek des levens.” En lieve vrienden dat wens ik u toe. Onze God is niet uit op straf maar op uw behoud. Onderzoek uzelf en keer uzelf voor het eerst of opnieuw geheel naar de levende God en laat het offer van Christus uw enige rustpunt zijn. Amen. Halleluja.

 

Psalm 79 vers 4

 

Gedenk niet meer aan 't kwaad, dat wij bedreven;

Onz' euveldaad word' ons uit gunst vergeven;

Waak op, o God, en wil van verder lijden

Ons klein getal door Uwe kracht bevrijden.

Help ons, barmhartig HEER,

Uw groten naam ter eer;

Uw trouw koom' ons te stade;

verzoen de zware schuld,

Die ons met schrik vervult;

Bewijs ons eens genade!

Wilco Vos Veenendaal 26-09-2016