M39 Liefde die gezien wordt

25-09-2015 09:10

‘Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander, Joh. 13:35.’

 

Volgelingen, leerlingen van de Heere Jezus, u die niet meer voor uzelf wilt leven maar met heel uw doen en laten de Heere Jezus liefhebt en Hem wilt volgen. Tot u komt vandaag een bijzonder woord van uw Heiland. Hij gaf Zijn leven aan het kruishout van Golgotha om u te verlossen van alle schuld en zonden, Hij verloste u van de dood en gaf u eeuwig leven. Hoe heerlijk is Zijn Naam. Hij is opgestaan en opgevaren naar de hemel waar Hij voor ons bid. Straks zal Hij komen op de wolken en dan zal ieder oog Hem zien. Wat kan ons hart brandend als wij daar aan denken, nog een kleine tijd en wij zullen voor altijd bij Hem zijn. Daar geen tranen en geen pijn, geen zonde en verleiding, geen twisten, scheuringen of verschil van inzicht maar de eenheid die Hij verworven heeft met heel Zijn leven, lijden en sterven, Hij, de opgestane levensvorst heeft alles volbracht.

 

Ik geloof, lieve vrienden, dat allen die Hem liefhebben, verlangen naar die volmaakte staat, waar niets ons meer zal scheiden van Hem die ons heeft liefgehad met een eeuwige liefde, ja hoe groot, het geloof roept het nu al uit: ‘Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard? (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere, Rom. 8:35-39.’ Het zal niet lang meer duren of wij zullen Zijn heerlijkheid ingaan die Hij beloofd heeft aan allen die Hem liefhebben.

 

Broeders en zusters, wat is het heerlijk om samen te mogen opzien naar de hemel van waar wij Hem verwachten. Schouder aan schouder in Zijn wijngaard te mogen staan, volgens Zijn gebod. ‘Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijkerwijs Ik u liefgehad heb, Joh. 15:12.’  Juist door die liefde heen zullen de mensen zien dat wij discipelen van de Heere Jezus zijn. Paulus schreef aan de gemeente van Kolosse: ‘Alzo wij van uw geloof in Christus Jezus gehoord hebben, en van de liefde, die gij hebt tot alle heiligen, Col. 1:4.’ Daar waren broeders en zusters bijeen die elkaar hartelijk liefhadden omdat zij samen Jezus kenden als hun Heere en Heiland, als hun Verlosser, Die voor hen de dood was ingegaan. Nu leefden zij in onderwerping aan God de Vader en dat werd gezien in hun liefde tot God en tot hun naasten. Hoe puur was deze liefde in de eerste gemeenten, waar men leefde in gemeenschap. ‘En de menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen, Hand. 4:32.’ Hoe zien wij hier de vervulling van het gebed van onze Heere Jezus: ‘Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt, Joh. 17:21.

 

Hieraan zullen zij allen kennen… Opdat de wereld gelove… Onderlinge liefde tussen broeders en zusters is het kenmerk van Gods genade. Lieve broeder en zuster, wat een wonder als door Gods genade onze ogen zijn geopend voor de diepe verlorenheid waarin de mensen leven buiten God, als wij onze toevlucht mochten nemen tot de Heere Jezus en in Hem het leven mochten vinden. Wie zou kunnen beschrijven wat het is als het stenen hart wordt weggenomen en een hart van vlees wordt ontvangen, als je mag zeggen, één ding weet ik, dat ik blind was maar nu zie. Het is geen verandering maar een vernieuwing, het is van dood levend geworden, Gods genade is in het hart uitgestort en Zijn liefde vervult heel ons bestaan. Deze liefde geeft dat wij hen bijzonder liefkrijgen die onze Heere Jezus liefhebben. ‘Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit den dood in het leven, dewijl wij de broeders liefhebben; die zijn broeder niet liefheeft, blijft in den dood, 1 Joh. 3:14.’ Het nieuwe leven is onlosmakelijk verbonden aan liefde tot broeders en zusters.

 

In de brief aan de gemeente van Korinthe, schrijft Paulus uitgebreid over de liefde. Hij stelt de liefde ver boven iedere gave, al zou men alles weggeven aan de armen en zichzelf overgeven om verbrand te worden, het is zonder liefde van geen waarde. Van de liefde zegt hij dat zij is: ‘lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen; Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad; Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid; Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen, 1 Kor. 13:4-7.’

 

Broeders en zusters, ik voor mijzelf bidt de Heere of Hij mij meer van deze liefde wil geven. Het is niet moeilijk om broeders en zusters lief te hebben, die een lief karakter hebben, die altijd de minste zijn, die je bemoedigen als je het moeilijk hebt, die je steeds weer opnieuw op de Heere Jezus wijzen en zelf een levend voorbeeld zijn van Zijn navolging. Die geleerd hebben wat het betekent om zichzelf voor dood te houden en het leven in Christus te leven. Die geduld hebben met je gebreken en je in liefde terecht wijzen als je verkeerde keuzes maakt. Wat is het heerlijk om samen met hen je hart voor de Heere uit te storten, Hem te loven, te prijzen en te danken. Deze heerlijke gemeenschappelijke momenten zijn voorproefjes van de hemel. Maar, Gods gemeente bestaat niet alleen uit zulke broeders en zusters, er zijn er ook bij die net als ik nog zoveel moeten leren. Wat is het dan vaak moeilijk om deze onvoorwaardelijke liefde te leven. Wat zien we helaas toch veel verdriet en pijn onder broeders en zusters, pijn omdat we zo slecht kunnen luisteren, zo snel een oordeel klaar hebben en strijden voor onze eigen waarheid. Hoe vaak zien we niet dat de eerste liefde, die geheel opging in Christus Jezus, is verwisseld voor een dorre ziel die strijd voor een deel van de waarheid. Lieve broeders en zusters, laten wij elkaar niet veroordelen maar liefhebben met heel ons hart. Zie toch op dat wat Jezus voor ons deed, Hij heeft vrijwillig onuitsprekelijk diep willen lijden, hoe zouden wij dan nog langer tegen elkaar kunnen strijden? Als er een broeder of zuster is, die met pijn rondloopt omdat ik iets gezegd of geschreven heb dat niet is naar het Woord van God, dan vraag ik bij deze om vergeving. Ook als ik pijn veroorzaakt heb omdat ik te snel was met mijn mond of te stellig was in mijn overtuiging.  Als er een broeder of zuster is die misschien met de vraag rondloopt of hij of zij mij heeft pijn gedaan, weet dat het alles vergeven is. Straks zullen wij samen Hem dienen en de lof en de eer brengen die Hij zo waard is. Kom laten wij ons nu reeds verblijden en onszelf wegcijferen opdat de wereld zal zien dat wij Hem liefhebben.

 

Johannes, de apostel van de liefde heeft ook veel geschreven over dit onderwerp. Het is volgens hem onmogelijk om God lief te hebben terwijl wij de broeders haten. ‘Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe. Die zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en geen ergernis is in hem. Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind, 1 Joh. 2:9-11.’ Licht en duisternis gaan niet samen, zo kunnen ook liefde en haat niet samen gaan. Mocht er een broeder of zuster zijn die bij het lezen van deze overdenking ontdekt dat er nog iets te verzoenen valt, stel het niet uit, breng het eerst bij de Heere en verzoen je met de broeder of zuster, nu het nog kan. ‘Mijn kinderkens, laat ons niet liefhebben met het woord, noch met de tong, maar met de daad en waarheid, 1 Joh 3:18.’

 

‘Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God; Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde. Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden. Geliefden, indien God ons alzo lief heeft gehad, zo zijn ook wij schuldig elkander lief te hebben, 1 Joh. 4:7-11.’

 

Laten wij nu het einde aller dingen nabij is,  waken en nuchter zijn, elkaar hartelijk liefhebben en blijven luisteren naar elkaar, ook als wij een andere mening, gewoonte of traditie hebben. Laten wij alles toetsen aan het Woord van God en Hem smeken om de leiding van Zijn Geest. Zo, elkaar bemoedigen, vermanen, vertroosten en onderwijzen terwijl wij zelf het gekruiste leven leven en de liefde van Christus verspreiden. O Heere geef ons meer van Uw liefde. Amen. 

 

Ai ziet, hoe goed, hoe lief'lijk is 't, dat zonen

Van 't zelfde huis, als broeders, samen wonen,

Daar 't liefdevuur niet wordt verdoofd;

't Is als de zalf op 's Hogepriesters hoofd,

De zalf, waarmee hij is aan God gewijd,

Die door haar reuk het hart verblijdt.

 

Die liefdegeur moet elk tot liefde nopen,

Als d' olie, die, van Arons hoofd gedropen,

Zijn baard en klederzoom doortrekt;

Z' is als de dauw, die Hermons kruin bedekt,

Die Sions top met vruchtbaar vocht besproeit,

En op zijn bergen nedervloeit.

 

Waar liefde woont, gebiedt de HEER den zegen:

Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,

En 't leven tot in eeuwigheid.

 

Wilco Vos Veenendaal  23-09-2015