M41 Christus onze Loofhut

14-10-2016 07:31

‘En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid, Joh. 1:14.’

 

Na de voorjaarsfeesten die allen haar vervulling hebben gevonden in de Heere Jezus Christus, hebben wij gezien hoe ook het bazuinenfeest en de verzoendag, als twee van de drie najaarsfeesten, ons wijzen op Christus de Heere. Na het bazuinenfeest, waar de echo van Gods roepstem; “Adam waar zijt gij?” ons tot nadenken heeft gezet en ons als het ware voorbereid heeft op de grote verzoendag, zijn wij gekomen bij het loofhuttenfeest. Na berouw en reiniging is de tijd van vreugde gekomen, grote vreugde om de, als het ware, herstelde gemeenschap met de God van Abraham, Izak en Jakob. Pesach, de dag waarop het bloed van het lam bescherming bood, wijst als het eerste feest op de redding uit Egypte, het Loofhuttenfeest sluit de feest cyclus af en doet herdenken hoe God Zijn volk tot een bescherming is geweest op hun reis door de woestijn. Het Pesach lam wees niet alleen terug maar ook vooruit op het Lam dat de zonde der wereld weg zou nemen. Het is de Heere Jezus Christus, het Lam van God. Zo ook wijst het loofhuttenfeest niet alleen terug naar de reis door de woestijn onder Gods bescherming maar wijst ons vooruit op het feit dat, straks nadat de zevende bazuin zal hebben geklonken, het heiligdom gereinigd en de schapen van de bokken zullen zijn gescheiden, deze aardse woestijn zal verwisseld worden voor het lang beloofde land.

 

Kom vrienden, Christus alleen kan onze hoop zijn. Hebt u nog nooit uw knieën gebogen, uw zonden beleden en Christus omhelsd als uw Zaligmaker? Nog is het tijd, vandaag komt tot u de boodschap; “Zie het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.” Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren is. Hij, onschuldig en zonder zonde, is gestorven aan het kruis, is opgestaan en opgevaren naar de hemel, opdat iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven ontvangt. Nog een kleine tijd en Hij zal komen, hoe zalig zal dat zijn voor allen die Hem liefhebben, maar ook, hoe verschrikkelijk voor allen die niet hebben gewild dat Hij Koning over hen zijn zou.

 

Lieve broeders en zusters, u die de Heere Jezus liefhebt, u die met uw hart zegt: “Ik heb Hem lief, omdat Hij mij eerst heeft liefgehad.” U wil ik oproepen om te gedenken aan de grote verlossing door Zijn bloed, u wil ik oproepen om alles los te laten dat niet strekt tot eer en glorie van Zijn heilige Naam. ‘Zuivert dan den ouden zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus, 1 Kor. 5:7.’ Is dat niet een moment van overdenken waard? Ja, ik geloof dat het goed is om steeds opnieuw na te denken over de schaduwen met haar diepe lessen die onze Vader ons gegeven heeft in Zijn Woord.

 

In gedachte zie ik het oude Israël, overal zien we hutten gemaakt van takken, het zijn de takken van loofbomen. Het is feest in Israël, het is de vijftiende van de zevende maand, de maan is tot haar volheid gekomen op deze maand die het getal van de volheid draagt. De mensen wonen nu een periode van zeven dagen in hun zelfgemaakte hutten, gedenken Gods trouw en zien uit naar het herstel van alle dingen, dat straks komen zal. De lang beloofde Messias, Hij zal komen, ach wanneer? In gedachten hoor ik een kindje huilen, het is de lang verwachte Messias, maar wie herkent Hem? Toch zijn daar de herders die door God worden opgezocht en gestuurd naar dat Kind in doeken gehuld, het is de Vredevorst die al de volken tot blijdschap wezen zal. Hoe worden hier de schaduwen vervuld. Eens was daar Gods bescherming als een veilige hut waarvan ook David getuigde: ‘Want Hij versteekt mij in Zijn hut, ten dage des kwaads; Hij verbergt mij in het verborgene Zijner tent; Hij verhoogt mij op een rotssteen, Ps. 27:5.’ Nu is daar de Christus gekomen, waarvan Johannes getuigde: ‘En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (getabernakeld, in hutten gewoond) (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid, Joh. 1:14.’

 

Johannes laat in heel zijn evangelie klinken hoe Christus de schaduwen van het Loofhuttenfeest laat schitteren in haar vervulling, die nog niet geheel voltooid is. We zien in Johannes 7 hoe Jezus op het Loofhuttenfeest bij de tempel staat. Het is de laatste dag van het feest. Dagelijks is daar de optocht geweest van de priesters met daarachter de mensen met wuivende palmtakken, de priesters hadden water geschept dat al zingend werd uitgegoten: ‘Och HEERE! geef nu heil; och HEERE! geef nu voorspoed, Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des HEEREN! Wij zegenen ulieden uit het huis des HEEREN, Ps. 118:25,26.’ Dagelijks was Hij, Jezus de Zaligmaker in hun midden, Hij was het lang beloofde Heil waarvan zij zongen, maar de meeste ogen waren blind. ‘En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien, Joh. 7:37,38.’ Als het water uitgestort werd tijdens de ceremonie op het Loofhuttenfeest dacht men terug aan het water dat eens vloeide uit de rots waarop Mozes sloeg. Hier stond Jezus, Hij zou geslagen worden opdat er voor allen die in Hem zouden geloven stromen van levend water zouden vloeien. Van deze stromen hebben de profeten al geprofeteerd. ‘Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn, Zach. 14:8.’ Het zijn de levende wateren waarvan Jezus sprak en waarvan ook Ezechiël iets zag: ‘Daarna bracht hij mij weder tot de deur van het huis, en ziet, er vloten wateren uit, van onder den dorpel des huizes naar het oosten; want het voorste deel van het huis was in het oosten, en de wateren daalden af van onderen, uit de rechterzijde des huizes, van het zuiden des altaars, Ezech. 47:1.’ Hier staan we oog in oog met de Christus van de Schriften, Hij de ware Tempel (Joh 2:21) was in hun midden, zou sterven en weer opstaan om straks terug te komen om voor altijd te wonen bij hen die in Hem geloven. ‘En ik zag een nieuwen hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, nederdalende van God uit den hemel, toebereid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een grote stem uit den hemel, zeggende: Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan, Openb. 21:1-4.’

 

Wat een feest om zo het Loofhuttenfeest te gedenken, het feest van de inzameling aan het einde van het oogstseizoen. Straks als de volle oogst is binnengebracht zullen alle pelgrims die zo hebben verlangd naar die grote dag, mogen rusten tot in alle eeuwigheid. Zolang we nog onze reis maken op deze aarde, willen we wandelen in Zijn Licht. Op het Loofhuttenfeest brandden er vele lichten zodat het licht dat uit de tempel straalde, de omgeving verlichtte. En Christus, onze Tempel sprak van Zichzelf: ‘Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben, Joh. 8:12.’ Wat een vreugde om Hem te volgen van Wie Jesaja sprak: ‘Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen, Jes. 9:2.’

 

Het Licht des levens is gekomen in de duisternis van ons bestaan, Hij voedt ons als het brood des levens, wil onze dorst lessen met het water des levens, ja door Zijn Geest, de Heilige Geest mogen er stromen van levend water uit onze buiken vloeien. Kom vrienden, hebt u dorst? Ga dan tot Jezus Hij zal uw dorst lessen. U die van Hem gedronken hebt, u weet dat niets in de wereld is te vergelijken bij de vrede van God die alle verstand te boven gaat. Hij is onze hoop, het Lam dat voor ons geslacht is, nog een kleine tijd en we mogen het tijdelijke verwisselen voor de heerlijkheid die Hij beloofd heeft aan allen die Hem liefhebben, Wat een veilige hut is Hij. Nog even en Hij komt, Hij zal voor eens en voorgoed afrekenen met het kwaad en alle dingen herstellen in volle glorie (Hand. 3:21). Dan zal ook de Openbaring aan Johannes in vervulling gaan: ‘Na dezen zag ik, en ziet, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie, en geslachten, en volken, en talen, staande voor den troon, en voor het Lam, bekleed zijnde met lange witte klederen, en palm takken waren in hun handen. En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam, Openb. 7:9,10.’

 

De Heere zegene u en Hij behoede u, Hij vervulle uw hart met een verlangen dat uitroept: Kom Heere Jezus! Dan zal iedere schaduw voor eens en voor altijd verwisseld worden voor een eeuwig Hallelujah. Amen.                                                                                                                                    

 

 Wilco Vos Veenendaal 10-10-2016