M42 Verward te midden van een tale Kanaäns sprekend volk

13-10-2015 16:59

‘Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken, Joh. 8:31,32.’

 

Sommigen zullen bij het lezen van de titel boven deze overdenking hun wenkbrauwen fronsen en zich afvragen wat hier bedoelt wordt. Anderen zullen glimlachen en zich benieuwd afvragen wat er nu weer gaat komen. Er zullen er zijn die benieuwd zijn naar de veroordelingen die zij in deze overdenking zullen vinden en weer anderen zullen bang zijn dat er een groep mensen belachelijk zal worden gemaakt. In deze overdenking wil ik stilstaan bij een kloof die er is ontstaan binnen het belijdend christendom. Het is niet mijn bedoeling mensen belachelijk te maken of een oordeel uit te spreken. Het is mijn verlangen dat verschillende mensen met verschillende belevingen op zoek blijven of gaan naar het hart van de ander. Ik geloof dat ondanks de verschillen er een eenheid is die niet wij maar Christus heeft bewerkt. Als wij niet onszelf maar Hem willen verheerlijken dan vinden wij elkaar bij het buigen voor Zijn Woord, het verwonderen over zoveel genade en liefde en het verlangend uitzien naar de komst van onze Heiland. Zolang wij onszelf op het oog hebben, zullen onze bevindingen, stokpaardjes en meningen niets anders zijn dan instrumenten in de hand van satan wiens werk het is om chaos te stichten.

 

Moeten wij dan op zoek gaan naar een oecumenische liefde waarbij een ieder mag denken en geloven wat hij of zij wil? Nee! Er is maar één Waarheid en die Waarheid zal vrijmaken. Het is de Waarheid Die Zichzelf aan ons bekend gemaakt heeft als de Zoon van God, Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren is. Hij gaf Zichzelf over tot in de dood, is opgestaan en opgevaren naar de hemel om het leven te verwerven voor allen die het leven bij zichzelf niet meer kunnen vinden. Ja, zij die gelovig zien op Hem, de van God gezonden Zaligmaker, zullen leven en in Hem ontdekken meer dan overwinnaars te zijn. Het is mijn verlangen dat zij elkaar opzoeken om samen één te zijn, waarbij het onderscheid tussen Jood en heiden, man en vrouw, werkgever en werknemer, ja oud en jong wegvalt in het buigen, aanbidden, bewonderen en verheerlijken van hun God en Zaligmaker.

 

Nu heb ik het voorrecht om in deze wereld te mogen luisteren naar mensen die nog nooit van God gehoord hebben maar ook naar hen die zijn opgevoed of terecht gekomen in het kerkelijke leven met al haar verschillende invalshoeken. Ik geloof dat het niet aan ons is om een oordeel te vellen over de verschillende stromingen binnen het kerkelijk geheel maar het oordeel aan God moeten laten. Tegelijk geloof ik dat wij op zoek moeten naar de Waarheid en alles moeten haten dat niet is naar dat Woord. Het is de tijd dat wij ons tot God bekeren en Hem vragen om vergeving over ons dwalen en het gelijk worden aan de wereld in plaats van het heilig worden zoals God heilig is.

 

Maar kom, wat bedoel ik met de verwarring die er is bij hen die zich begeven onder een tale Kanaäns sprekend volk? We moeten ons daarvoor verplaatsen naar hen die zich scharen onder de leer van de nadere reformatie. Zij die zich beroepen op de drie formulieren van enigheid en vasthouden aan de vijf punten van het Calvinisme, namelijk: De totale verdorvenheid van de mens, de onvoorwaardelijke verkiezing van God, een beperkte verzoening, Gods onweerstaanbare genade en het volharden van de gelovigen. Daarbinnen wordt een sterke nadruk gelegd op de drie stukken die gekend moeten worden tot zaligheid, namelijk: De ellende van de mens die nog leeft zonder God, de verlossing van Godswege en de dankbaarheid van de mens over Gods verlossing. Nu zullen we geen theologische verhandeling houden die ingaat op deze punten die stuk voor stuk, diepe Goddelijke waarheden blootleggen. Helaas worden zij maar al te vaak overbelicht en daardoor struikelblokken voor de zondaar die op Christus gewezen moet worden. Onder deze grote groep christelijke belijders is een zogenaamd bevindelijk leven ontstaan met een geheel eigen taalgebruik, dat we ook wel de tale Kanaäns noemen.  Persoonlijk heb ik hier veel van meegekregen en zal de laatste zijn die veroordelend wil spreken over deze mensen waaronder ik er velen ken die de Heere hartelijk liefhebben en waarvan er velen zijn die in het geloof zijn heengegaan om die heerlijkheid in te gaan die hun geliefde Zaligmaker heeft bereidt. Tegelijk maak ik mij zorgen over de kloof die is ontstaan door het vaak onbijbelse eigenaardige leven.

 

Om het alles iets begrijpelijk te maken is het misschien goed om ons even te verplaatsen in het zogenaamde gezelschapsleven. We luisteren even mee naar een gemiddeld gesprek op zo’n samenkomst.

 

Langzaam maar zeker zijn de stoelen in de kamer bezet met mensen, voornamelijk ouderen, diep in het zwart gekleed. Met een knikje of een handdruk hebben zij elkaar welkom geheten. Een jonge man geeft een oudere de hand en geeft aan dat hij het fijn vind om de oudere man weer te ontmoeten. Een stille hoofdknik is de reactie, de jonge man zegt dat het toch fijn is om samen te komen, de oudere man zegt: “Ja zo zou het wel moeten zijn.” Als iedereen binnen is pakt een man de grote statenbijbel, opent de sloten en zegt met een zachte stem; “zullen we trachten een stukje te lezen”. Na het lezen geeft de man aan dat hij zal proberen een gebedje op te zenden. In het gebed horen we hoe de bidder belijd een biddeloze bidder en een dankeloze danker te zijn en er wordt gevraagd of de Heere de avond wil zegenen met een alles verbeurd hebbende maar zo onmisbare zegen. Daarna wordt het rondje gedaan waarin de één na de ander iets vertelt over de wegen die God met hen gaat. We horen een oude vrouw vertellen hoe zij haar leven in de zonde geleefd heeft maar dat de Heere de brug naar de wereld heeft opgehaald en dat zij nu rond gaat als een bekommerde tobber over deze aarde. Een ander bemoedigd haar door te zeggen; “blijf maar zuchten aan die genadetroon, wie weet Hij mocht zich wenden. Ja vrouw dan komt er een andere gang in je leven en dan ga je honden horen blaffen die je nog nooit gehoord hebt”. Een instemmend gemompel wordt gehoord. De man die de avond leidt vraagt aan de jonge man of hij er al doen aan heeft. Dan horen wij de jonge man vertellen hoe de Heere hem een blikje in de hel had doen zien en dat hij nu als een vreemdeling in z’n gemis over de aarde gaat, hij geeft aan dat hij de oude waarheid zo lief heeft gekregen en zo graag luistert naar de gangen van Gods oude volk. Een oude vrouw vraagt hem of hij al een oogje buiten zichzelf heeft mogen slaan? Hij begrijpt er niet zoveel van, waarop een oudere man zegt: “Vraag maar veel om ontdekkend licht jong”. Nu vertelt iemand hoe het hem tot zonde is geworden dat hij op de zondag een emmer door de stal moest dragen, nee die emmer kon wel tot maandag wachten. Een man vertelt over een ander hoe de weg was ontsloten en de persoon in kwestie een oogje op de Middelaar had mogen slaan. Ook had hij een oude vrouw ontmoet die een bepaalde dominee nog goed gekend had die met een Drie enig God verzoend was. Och waar mocht toch die genade van die oude tijd zijn. Ja tegenwoordig gaat het allemaal zo anders, het is alles zo gemakkelijk geworden. Maar waar zijn er nog die de Vader Naam mogen spellen? Onlangs ontmoette hij nog een man die op weg was tussen de Zoon en de Vader en al zo vaak op het randje van de dood had gestaan door de aanvechtingen van de boze. Nu vertelt een oude vrouw hoe de Heere haar jaren geleden heeft opgezocht en hoe zij als zondaar voor God was teruggeleid in het paradijs en later met de strop om de hals een oogje op die Persoon had mogen slaan en na een strijd van vele jaren in de vierschaar van de consciëntie was gerechtvaardigd geworden. Nu heeft ze niet alleen het recht mogen toevallen maar ook het afsnijdende recht mogen omhelzen. De avond wordt afgesloten met een kort dankgebed en een ieder gaat zijns weegs.

 

Nu we iets beluisterd hebben van de termen binnen de zogenaamde tale Kanaäns, is het goed om te concluderen dat het allen op zichzelf staande uitspraken zijn geworden die een geheel eigen leven zijn gaan leiden. Het meeste is totaal onbijbels omdat het kortweg geheel tegen het geopenbaarde Woord van God ingaat. U vraagt zich misschien af waarom ik zoveel aandacht schenk aan deze materie. Wel, omdat er vele jonge en oudere mensen zijn die helemaal verward zijn door dat wat ontstaan is onder het zogenaamde oude volk van God. Er is een kloof ontstaan. Jonge mensen kennen oudere waarbij de één een getuigend leven van Gods liefde leeft en de ander bekend staat als iemand die kennis heeft aan Christus. Hoe kunnen twee mensen God liefhebben en doorgaan voor bekeerde mensen terwijl de één wel Christus kent en de ander nog niet? Hoe kan het dat je Christus liefhebt en toch nog niet met de Vader verzoend ben? Wat is die zogenaamde vierschaar en is dat nodig voor iedereen? Kortom dit hele op zichzelf staande leven is een struikelblok geworden als het gaat om het komen tot Christus. Persoonlijk heb ik diep verstrikt gezeten in de strikken van het ongeloof. De zogenaamde stappen en standen in het genadeleven moest ik doormaken om uiteindelijk los te komen van mijzelf en een getuige te worden van de Heere Jezus Christus. Nu Christus alleen mijn leven is, wil ik afwijzen van mijzelf en wijzen op Hem die mij heeft liefgehad. Tegelijk begrijp ik hen die hier in verstrikt zijn, in liefde wil ik naast hen staan om samen terug te keren naar het Woord van God.

Oudere mensen, u die dit leest en bekent bent met de zogenaamde tale Kanaäns, als u de Heere Jezus hartelijk hebt lief gekregen omdat Hij voor u de dood is ingegaan, dan weet u hoe Gods liefde uw hart vernieuwd en vervuld heeft. Ik wil u vragen, om vanuit die liefde, de jonge mensen voor te gaan in de weg die ten leven leidt. Zoek hen op, zij hebben u nodig en willen horen wie God in Zijn ontferming is voor een zondige wereld. Misschien denkt u, dat zij dat helemaal niet willen. Zoek dan naar het hart van deze jonge mensen, luister naar hun verhaal, wijs hen op de verschrikkelijke werkelijkheid van de dood en het oordeel die wacht en wijs hen op de Zaligmaker, Die Zijn leven gaf om te redden dat wat verloren is. Laat hen die liefde proeven, wees geduldig met hen zoals God geduldig is met u en wijs hen steeds op het Woord. Besef dat sommige begrippen helemaal los zijn gekomen van de Bijbel en onderbouwd of verworpen moeten worden. U mag een wegwijzer zijn, wees geen obstakel maar verwek hen tot jaloersheid. Weet u waar het grootste probleem zit binnen het hele tale Kanaäns jargon? Het is het elkaar de maat nemen, het verheffen van de één boven de ander, de competitie waarbij de één zogenaamd verder gevorderd is in het geestelijke leven dan de ander. Wat een pijn en verdeeldheid is er omdat de één meent kerst meegemaakte te hebben en de ander al pasen. Ik zeg u dit vanuit de liefde van mijn hart. Als wij de gekruiste en opgestane Heere Jezus Christus niet kennen als onze persoonlijke Zaligmaker, dan is het mis, dan is de zondaar nog dood in zonden en misdaden. Daar waar de zondaar, zijn of haar zonden belijd en in het geloof, soms met een bibberende hand, de aangeboden zaligheid aan mag nemen, daar wordt een zondaar met een Drieenig God verzoend. ‘Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus, Rom. 5:1.’ Zonder geloof is het onmogelijk om God te behagen. Het geloof doet niet anders dan rusten in dat wat Christus voor hem of haar verworven heeft. ‘Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest, Rom. 8:1.’ Wij mogen de zaligheid niet uit elkaar trekken en menen dat we wel kennis kunnen hebben aan Christus, terwijl wij nog niet verzoend zijn met de Vader. Nee, het geloof is een amen zeggen op dat wat God tot ons zegt en een verzegeld worden door de Heilige Geest, die in ons komt op het moment van geloven. ‘In Welken (dat is Christus) ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid, Efeze 1:13,14.’ Buiten de kennis aan Christus is er geen leven, omdat Hij alleen het Leven en de Weg tot de Vader is. Alles wat wij menen te beleven buiten deze Jezus is van onszelf en zal ons niet baten. Als u in uw beleving nadat u kennis kreeg aan Christus alles meende te moeten verliezen en alsnog verloren dacht te gaan. Dan is dat niet de weg die God met alle zondaren gaat maar een persoonlijke beleving die voortvloeit uit uw ongeloof en een zien op uzelf in plaats van op Christus. Lieve (oude) broeder of zuster, dit schrijf ik niet vanuit een hardheid maar vanuit mijn eigen beleving. Het is onbegrijpelijk, hoe groot Gods genade en geduld is met mij, waar ik steeds opnieuw terug viel in het ongeloof en steeds  opnieuw diepe bevindelijke ervaringen moest doormaken. Toch wil ik kwijt dat nadat ook ik, in uw taal gesproken, in het dodelijkst tijdsgewricht onder het recht verloren was gegaan, een boek las van iemand met dezelfde beleving. Hij sprak uitvoerig over zijn vierschaarbeleving, ik zocht contact en schrik niet, hij gelooft niet meer in Jezus als zijn Zaligmaker. Daarom, lieve broeders en zusters, geen bevinding verheffen tot een regel. Terug naar het Woord van God om daaruit te leven en daarvan te delen gedreven door de krachtige werking van Gods Geest. De vruchten van de Geest worden niet vermeerderd door bevindelijk te praten maar door te buigen, te aanbidden en het wegcijferen van onszelf om Zijn naam te verheerlijken.

 

Lieve jonge mensen, waaronder broeders en zusters. ‘..De zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden, Hand. 4:12.’ Zoek de Heere en leef. Laat alles los wat geen God en Christus is en strek je uit naar het eeuwige leven. Zoek het contact met de oudere mensen en schrik niet terug van een taal die je niet kent. Luister naar hen en vraag of zij kunnen uitleggen wat zij bedoelen als je hen niet snapt. Lees samen de Bijbel, onderzoek dat kostbare Woord van God, bid samen en verlang naar die gemeenschap die alleen God kan bewerken door dat je samen mag zien op dat wat het Christus heeft gekost om ons te redden, te verlossen, te zaligen en het eeuwige leven te geven. Het is mijn verlangen dat ook deze overdenking mag bijdragen aan het samen brengen van hen die bij elkaar horen omdat Christus voor hen stierf. Kom, verheerlijk Zijn Naam van nu tot in alle eeuwigheid. Amen.

 

Psalm 66 vers 8 en 10

 

Komt, luistert toe, gij Godgezinden,

Gij, die den HEER van harte vreest,

Hoort, wat mij God deed ondervinden,

Wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.

'k Sloeg heilbegerig 't oog naar boven,

Ik riep den HEER ootmoedig aan;

Ik mocht met mond en hart Hem loven,

Hem, Die alleen mij bij kon staan.

 

God zij altoos op 't hoogst geprezen;

Lof zij Gods goedertierenheid,

Die nimmer mij heeft afgewezen,

Noch mijn gebed gehoor ontzeid!

Wilco Vos Veenendaal 11-10-2015