M43 Wie is onze medicijnmeester?

23-10-2015 09:09

‘De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken, Ps. 23:1.’

 

Wat een troost, een rijke zegen, ja een diepe rust vervult het hart, als de moe gestreden zondaar zich mag overgeven in de handen van de levende God. Wat een diepe vrede vervult het hart van diegene die het leven vonden in de dood en opstanding van hun Zaligmaker. Hoewel het bij iedere persoon op een andere wijze kan toegaan, komt toch iedere gelovige tot dezelfde belijdenis: “Eén ding weet ik, dat ik blind was en nu zie”. Ja iedere gelovige moet bekennen dat er een moment van overgave is gekomen, een moment waarin de zondaar moest bekennen verloren te gaan vanwege de zonden maar het behoud, het eeuwige leven vond uit genade om Jezus wil. Sommigen hebben lang gezocht, gebeden, geschreeuwd om genade en alles in het werk gesteld om tot eer van de Heere te leven, om uiteindelijk als het ware alles te verliezen en het leven in de Heere Jezus alleen te vinden. Anderen, zijn vanuit een diepe onverschilligheid, vaak levend in openbare zonden, in korte tijd getrokken vanuit de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van Gods geliefde Zoon. Toch is er één overeenkomst; er gaat een streep door het eigen leven om het leven in Christus alleen te leven. Deze roepen met David: De HEERE is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Het is de Persoon, Jezus Christus, Die het middelpunt van het leven, het verlangen en de liefde van het hart vervuld. Hij is de medicijnmeester geworden voor ieder persoon die ontdekte dat er buiten Hem geen leven te vinden was. De Heere Jezus trok de vergelijking van het komen tot Hem door naar het gaan van de zieke mens naar de medicijnmeester: ‘Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn, Matth. 9:12.’

 

In deze overdenking willen we samen stil staan bij de Medicijnmeester, de Heelmeester of de Dokter waarop wij ons vertrouwen moeten leren stellen. ‘..Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester! Ex. 15:26.’ Hier openbaart God de Vader Zichzelf als de Heelmeester of de Geneesheer, Die zijn zegen geeft aan hen die naar Zijn stem horen en die doen. We willen in deze context stilstaan bij het leven van Asa één van de koningen die geregeerd heeft over het twee stammenrijk.

 

‘En Asa deed dat goed en dat recht was in de ogen des HEEREN, zijns Gods. Want hij nam de altaren der vreemden, en de hoogten weg, en brak de  opgerichte beelden, en hieuw de bossen af. En hij zeide tot Juda, dat zij den HEERE, den God hunner vaderen, zoeken, en dat zij de wet en het gebod doen zouden. Hij nam ook weg uit alle steden van Juda de hoogten en de zonnebeelden; en het koninkrijk was voor hem stil, 2 Kron. 14:2-5.’ We zien hier dat Asa met het volk terugkeert tot de HEERE God, door Zijn geboden te gehoorzamen. Zij braken alles af wat van de afgoden besmet was, ook de hoogten waarvan de HEERE gezegd had dat hij op die wijze niet gediend wilde worden. De hoogten waren plaatsen waar men de afgoden eerden en die door de twaalf stammen van Israël ook wel gebruikt werden om de HEERE te dienen. Asa brak ze af in heel Juda. Dan zien we hoe de zegen van de HEERE daarop volgt.

 

Azaria komt tot Asa en spreekt tot hem en geheel Juda en Benjamin: ‘De HEERE is met ulieden, terwijl gij met Hem zijt; en zo gij Hem zoekt, Hij zal van u gevonden worden; maar zo gij Hem verlaat, Hij zal u verlaten, 2 Kron. 15:2.’ Asa wordt bemoedigd door deze woorden en gaat door met reformeren. ‘Als nu Asa deze woorden hoorde, en de profetie van den profeet Oded, sterkte hij zich, en hij deed weg de verfoeiselen uit het ganse land van Juda en Benjamin, en uit de steden, die hij van het gebergte van Efraïm genomen had, en vernieuwde het altaar des HEEREN, dat voor het voorhuis des HEEREN was, 2 Kron. 15:8.’ Het volk sluit een verbond dat zij den HEERE de God van hun vaderen zouden zoeken met hun hele hart en met hun hele ziel. Een ieder van het volk die de HEERE, de God van Israël niet zou zoeken, zou gedood worden.

Met een luide stem, met gejuich, trompetten en bazuinen zweren zij trouw aan de HEERE. ‘En gans Juda was verblijd over dezen eed; want zij hadden met hun ganse hart gezworen, en met hun gansen wil Hem gezocht; en Hij werd van hen gevonden, en de HEERE gaf hun rust rondom henen, 2 Kron. 15:15.’ Wat een zegen om in de weg van de Heere te gaan. Om niet onze eer, onze wil en de gemakkelijkste weg te gaan maar bij alles te vragen: “HEERE wat wilt Gij dat wij doen zullen?” Om onze wil te onderwerpen aan Zijn wil en afstand te doen van dat waarvan Hij ons laat zien dat het van de afgoden besmet is. Van Asa staat geschreven dat hij de HEERE diende met zijn hele hart en toch lezen we daar een aantekening, dat hij de hoogten uit Israël niet wegnam (2 Kron. 15:17). Welke verklaring we hieraan moeten geven is niet helemaal duidelijk. Het kan zijn dat Asa de hoogten niet wegnam uit die gebieden die hij veroverd had of dat het volk hem niet gehoorzaamde om sommigen hoogten weg te doen. Het feit is dat het hart van Asa op de HEERE gericht was waarop we zien hoe de HEERE Zijn vrede gaf. ‘En er was geen oorlog tot in het vijf en dertigste jaar van het koninkrijk van Asa, 2 Kron. 15:19.’

 

Lieve vrienden, hoe is het in ons hart? Is ons hart ook volkomen op de Heere gericht en willen wij Hem dienen zoals Hij gediend wil worden? Zo niet, keert u dan af van uw verkeerde wegen en bekeert u tot Hem, Hij zal u Zijn zegen en het eeuwige leven geven. Vrienden, broeders en zusters, misschien kunnen wij zeggen dat ons hart volkomen op de Heere gericht is, weet dan dat dit geen vrijbrief is om staande te blijven. We weten ook hoe Paulus ons waarschuwt: ‘Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle, 1 Kor. 10:12.’ We zien namelijk hoe Asa juist op het einde van zijn leven in de zonde is gevallen door zijn hoop en vertrouwen niet op de Heere maar op zichzelf, de middelen en de mensen te stellen. Terwijl hij duidelijk in zijn regering de krachtige hand en de zegen van God ervaren heeft, neemt hij nu in zijn ouderdom de toevlucht tot de koning van Syrië. Hij koopt hem als het ware om door hem van de tempelschatten te geven. Als dan Hanáni de ziener tot hem komt om hem uit te leggen hoe hij verkeerd gehandeld heeft door zijn vertrouwen niet op de HEERE te stellen, wordt hij boos en werpt hem in de gevangenis. In deze zelfde tijd onderdrukt hij ook anderen uit het volk. En als Asa ziek wordt, begaat hij een fout, die door mij en vele anderen is begaan en wordt gedaan. ‘Asa nu werd, in het negen en dertigste jaar van zijn koninkrijk, krank aan zijn voeten; tot op het hoogste toe was zijn krankheid; daartoe ook zocht hij den HEERE niet in zijn krankheid, maar de medicijnmeesters, 2 Korn. 16:12.’

 

Asa zocht in zijn ziekte niet de HEERE maar de medicijnmeesters. Zou hij dan helemaal niet meer gedacht hebben aan Zijn God? Zou hij dan niet meer gelezen hebben in het Woord van Zijn God en zou hij nooit meer gebeden hebben? Daar staat niets over geschreven in het Woord maar een feit is dat hij zijn vertrouwen in zijn ziekte niet stelde op de HEERE God maar op de medicijnmeesters. En dat is nu juist de fout die ook vandaag velen van ons maken. Het is gemakkelijk om dit te zeggen en een ander hierop te beoordelen als wij zelf een gezond en sterk lichaam hebben. We kunnen best zeggen tegen iemand die iedere dag hoofdpijn heeft en van dokter naar dokter gaat dat hij of zij een kleingelovige is. Het wordt zo anders als wijzelf pijn hebben, vermoeid zijn of een levensbedreigende ziekte met ons meedragen. Maar lieve vrienden, dan nog steeds is het de vraag op wie vertrouwen wij?

 

Zelf heb ik al jaren een zwak lichaam, veel pijn en doorlopend vermoeid. Dat is niet fijn en zeker niet bemoedigend als je jong bent. Wat een lange zoektocht heb ook ik gemaakt in mijn verlangen naar genezing. Van arts naar arts, van pil naar pil, van therapeut naar kruid en van hoop tot hopeloosheid. In dat alles had ik mijn Bijbel, mijn hoop op God en mijn persoonlijke geloofsleven. Maar in de ziekte, de pijn en de radeloosheid zocht ik niet de HEERE maar de vele medicijnmeesters. Ieder arts geeft opnieuw hoop, ieder kruid geeft een nieuwe impuls en ongemerkt wordt het geloof afgetrokken van Hem Die gezegd heeft; “Ik ben u Heelmeester”. Vroeg ik dan niet om Gods zegen, o jawel, maar wat nu als God een andere weg met mij wil? Hoe moeilijk is het om ook in deze weg te bidden: “Uw wil geschiedde."

Lieve vrienden, is er vandaag nog een Asa die zucht onder zijn of haar kwaal? Dan is het mijn verlangen dat u kracht vindt in het Woord van God en de weg geduldig wil gaan die Hij voor u heeft uitgestippeld. Ik wandelde een aantal jaren geleden met een oudere broeder. Hij vroeg mij naar mijn gezondheid en luisterde geduldig naar mijn strijd en de zoektocht naar genezing met haar vele strikken. Ik sprak over mijn schreeuw tot God om genezing en mijn belofte die ik al zo vaak gedaan had dat ik mijn kruis geduldig wilde dragen maar steeds weer kwam op het punt dat ik datzelfde kruis aan duizend stukken wilde slaan. Toen vroeg hij mij: “Heb jij de Heere al gedankt voor je zwakke gezondheid, je pijn en je vermoeidheid?” Deze vraag, drong zo diep tot mij door dat ik begon te huilen. Nee ik had nog nooit gedankt, hoe kon ik nu danken voor zo’n verschrikkelijke weg. En toch de Heere weet wat het beste voor mij is. Ja, Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Vanaf dat moment kwam heel het leven in een ander licht te staan. Natuurlijk heb ik ook daarna nog strijd ervaren en met anderen gebeden om genezing. Er zijn momenten dat het beter gaat maar toch is het alles zwak en in deze zwakte dank ik God voor Zijn kracht.

 

Misschien bent u ook zwak en hebt u al vele artsen bezocht. Het gevaar is groot dat u nu al zover verstrikt bent in de strikken van de boze dat u het niet meer in de gaten hebt. Op het gebied van de geneeskunde is namelijk veel binnengeslopen dat niet is naar het Woord van God. Dat wat de Bijbel duidelijk afkeurt wordt door velen in de medische wereld omarmd. En daartegen hebben wij ons te keren en van af te keren. ‘En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken der duisternis, maar bestraft ze ook veeleer, Ef. 5:11.’

 

De volkeren rondom Israël diende vele goden en hielden zich bezig met zaken waaraan het volk Israël niet mee mocht doen. ‘Onder u zal niet gevonden worden, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet doorgaan, die met waarzeggerijen omgaat, een guichelaar, of die op vogelgeschrei acht geeft, of tovenaar. Of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggenden geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt. Want al wie zulks doet, is den HEERE een gruwel; en om dezer gruwelen wil verdrijft hen de HEERE, uw God, voor uw aangezicht, uit de bezitting. Oprecht zult gij zijn met den HEERE, uw God, Deut. 18:10-13.’ Waarzeggerij en guichelarij (wichelarij) wordt vandaag in vele vormen geaccepteerd door mensen die leven met de Bijbel. Men betaalt voor dat wat de Bijbel, duivelskunstenarij noemt. Maar wat erger is, zonder dat wij het weten komen wij onder de macht van de boze door ons in te laten met deze wereld van duisternis die zich voordoet als goed, helend en genezend. Met de hand op de Bijbel stellen wij geloof in dat wat God veroordeeld. Als ik zou schrijven dat het verkeerd is om aan de hand van de sterren de toekomst te voorspellen, of de keuze te maken tussen verschillende soorten fruit met een pendel, of de plaats van mijn nieuwe huis te bepalen met de wichelroede dan zouden velen het met mij eens zijn. Maar als ik schrijf dat het net zo verkeerd is om de waarheid te zeggen aan de hand van een oog, doormiddel van iriscopie, of door het lezen van de hand, dan zullen velen het er niet mee eens willen zijn. Ondertussen, zoeken deze mensen het met Asa bij de geneesheren van deze tijd. En wat erger is, het heidens, afgodische Oosterse denken is voor velen van meer waarde geworden dan het eenvoudige geloof en het vertrouwen op de Heere God. Hij Zelf heeft Zijn volk gewaarschuwd om zich verre te houden van deze duivelse afgoderij en oprecht voor Hem te leven.

 

‘Welgelukzalig is de mens, wiens sterkte in U is, in welker hart de gebaande wegen zijn, Ps. 84:6.’ God de Vader heeft Zichzelf geopenbaard als onze Heelmeester en Zijn Zoon roept ook vandaag tot iedere vermoeide en belaste. ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven, Matth. 11:28.’ Hij, ja Hij alleen, geeft werkelijk rust in de ziel. Het kan zijn dat de waarzegger, de tovenaar of een willekeurige (alternatieve) arts u geneest van uw kwaal, terwijl u daarvoor een geestelijke kwaal van dorheid, onverschilligheid of volhardend ongeloof voor terug krijgt. Hoeveel beter is het om te bidden tot God de Vader: “Uw wil geschiedde.” Om dan met Paulus te kunnen zeggen: ‘En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone, 2 Kor. 12:9.’

Het voert te ver om dieper in te gaan op de materie waar ik nu maar iets van gezegd heb. Als u meer wilt weten over de gevaren van de alternatieve geneeswijzen, van bioresonatie, tot de biotensor, en van de homeopaat tot de magneetzool, lees dan mijn boekje: “De duivel was op mijn nek gesprongen.” Hierin schrijf ik over mijn persoonlijke verstrikking in het net van de boze en Gods wondervolle genade van redding en bevrijding. In dit boekje ga ik uitvoeriger in op de verschillende gevaren en geneeswijzen.

 

Kom vrienden, zeg nu niet dat dit een onderwerp van ondergeschoven belang is. God wil dat Zijn kinderen vervuld worden met de Heilige Geest om rein en heilig te leven. Hij wil dat Zijn kinderen zich verre houden van dat wat van de afgoden besmet is. Daarom moeten wij breken met elke vorm van afgoderij of afgeleide daarvan. Weg met de hoogten, de afgodsaltaren, het aanbidden van de elementen van de aarde of iets dat de plaats van onze God, de enige en Waarachtige inneemt.

 

Het is niet zo dat ik zeg dat er in het leven van de gelovige geen pijnen, ziekten en verdriet voorkomen. Nee, ik geloof dat de gelovige God leert aanbidden in iedere situatie. Het hart van hen die op God gericht zijn, rustend in het volbrachte werk van hun Zaligmaker, de Heere Jezus Christus, kent vrede ook in pijn en verdriet. God doet grote wonderen, Hij kan op wonderlijke wijze op het gebed volkomen genezen. Vaak zien we dit gebeuren in situaties waar het Evangelie nog geen kracht gedaan heeft. Maar, lieve vrienden, zijn wij bereid om ons kruis op ons te nemen en ook met ziekten en pijn de Naam van onze God groot te maken? Laat de zwakte van uw lichaam voor u geen beletsel zijn om te gaan tot Christus. De zoektocht naar genezing kan u zo in beslag nemen dat u de waarde en het belang van een zalig leven niet opmerkt. Weet dat u uw lichaam, zwak of sterk straks zult verlaten en dan voor de Almachtige God moet verantwoorden wat u gedaan hebt met het aanbod van Zijn genade. Kom, neem met de bloedvloeiende vrouw, de toevlucht tot de bron van alle leven. ‘En een vrouw, die twaalf jaren lang den vloed des bloeds gehad had, welke al haar leeftocht aan medicijnmeesters ten koste gelegd had; en van niemand had kunnen genezen worden, Van achteren tot Hem komende, raakte den zoom Zijns kleeds aan; en terstond stelpte de vloed haars bloeds, Luk. 8:43,44.’

 

In Hem is een fontein geopend voor iedere ziekte en kwaal, Zijn bloed wast en reinigt van alle zonden. Straks zullen allen die Hem liefhebben en Hem volgen, dit aardse verwisselen voor een eeuwig zalig  leven, waar geen zonde, geen verdriet en pijn, geen dood en rouw meer zijn zullen. Als we vanuit dit perspectief leren leven, dan wordt ons kruis lichter en leren wij meer en meer het dankend te dragen in een verlangend uitzien naar Zijn komst. Zo leren wij ervaren wat het zeggen wil, dat Zijn kracht in onze zwakheid volbracht wordt en roemen wij in Christus onze Heiland. Kom, vrienden, broeders en zusters, laten wij ons verblijden in de Heere en samen bidden om Zijn spoedige komst. ’Verblijdt u in den Heere te allen tijd; wederom zeg ik: Verblijdt u, Filip. 4:4.’ Kom Heere Jezus, ja Kom spoedig. Amen.

 

Psalm 84:3

Welzalig hij, die al zijn kracht

En hulp alleen van U verwacht,

Die kiest de welgebaande wegen;

Steekt hen de hete middagzon

In 't moerbeidal, Gij zijt hun bron,

En stort op hen een milden regen,

Een regen, die hen overdekt,

Verkwikt, en hun tot zegen strekt.

 

Wilco Vos Veenendaal 22-10-2015