M46 Woorden van Jezus - Een profeet is niet ongeëerd dan in zijn vaderland en in zijn huis

03-12-2018 08:15

‘En het is geschied, als Jezus deze gelijkenissen geëindigd had, vertrok Hij van daar. En gekomen zijnde in Zijn vaderland, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij zich ontzetten, en zeiden: Van waar komt Dezen die wijsheid en die krachten? Is Deze niet de Zoon des timmermans? en is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas? En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles? En zij werden aan Hem geërgerd. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeeerd, dan in zijn vaderland, en in zijn huis. En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof, Matth. 13:53-58.’

 

Wat een zegen is het om goede buren te hebben, buren waar je je niet aan hoeft te ergeren maar waarmee je op goede voet kunt leven. Wat een zegen om in een plaats te wonen waar mensen zijn die het goede voorbeeld geven, mensen waarvan je iets kunt leren. Wat een bijzondere zegen moet het voor Kapernaüm zijn geweest dat Jezus die plaats koos om daar te wonen. Zij zagen Hem wandelen, zagen hoe Hij altijd vol liefde en geduld was. Hij onderwees in hun synagoge, genas de knecht van de hoofdman, de schoonmoeder van Petrus, de door de vier vrienden bij Jezus gebrachte verlamde en wierp de onreine duivel uit een bezeten man. Wie zal alles kunnen vertellen wat Jezus daar heeft gedaan? Johannes zegt dat als alles zou worden opgeschreven wat Jezus gedaan heeft de wereld het aantal boeken niet zou kunnen bevatten (Joh. 21:25), waarmee hij duidelijk probeert te maken dat het onbeschrijfelijk veel is. Wat een gezegende plaats is Kapernaüm en toch staat er van haar geschreven: ‘En gij, Kapernaüm! Die tot den hemel toe zijt verhoogd, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden. Want zo in Sodom die krachten waren geschied, die in u geschied zijn, zij zouden tot op den huidigen dag gebleven zijn, Matth. 11:23.’ Ernstige woorden, woorden die indruk maken als je vandaag de resten van Kapernaüm bezoekt. Als je loopt tussen de overblijfselen van de synagoge waar Jezus gezegende woorden hebben geklonken, als je staat voor het huis van Petrus en beseft dat Jezus in die straten liep, Zijn stem daar klonk en Zijn wonderbare krachten werden gezien. Daar aan het water deelde Hij de diepe lessen die Hij verpakte in gelijkenissen vanwege de hardheid van hun harten. Welke vrucht heeft Kapernaüm voortgebracht op de prediking van Jezus Woord?

 

Welke vrucht heeft het Woord van God in onze levens voortgebracht? De meeste mensen die deze overdenking beluisteren of lezen hebben een Bijbel tot hun beschikking, in sommige huizen zijn zelfs meerdere Bijbels te vinden, wat een zegen en dat terwijl er mensen zijn die zo graag een Bijbel zouden willen bezitten maar voor wie dit, om welke reden dan ook, niet mogelijk is. Vrienden, zouden wij de Woorden van God onze Zaligmaker (Luk. 1:47, 1 Tim. 1:1, 2:3, Tit. 1:3) niet moeten koesteren, overdenken en gehoorzamen? 

 

Nadat Kapernaüm de diepe lessen in de vorm van gelijkenissen had ontvangen, vertrok Jezus vandaar en ging naar Nazareth. Nazareth, de plaats waar Hij opgegroeid was, ontving de rijke zegen van Jezus aanwezigheid. Hij kwam in de synagoge en onderwees het volk. Het volk verwonderde zich, ze spraken over Zijn woorden en Zijn wondere daden. Hoe was het toch mogelijk, vanwaar die wijsheid en die krachten? Ze zeggen: ‘Is Deze niet de Zoon des timmermans? En is Zijn moeder niet genaamd Maria, en Zijn broeders Jakobus en Joses, en Simon en Judas? En Zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Van waar komt dan Dezen dit alles?’ Met andere woorden; Deze Jezus, is toch maar gewoon de Zoon van een timmerman, we kennen allemaal Maria Zijn moeder, zijn broers en zijn zussen. Deze Jezus komt niet uit een bijzondere familie, Hij heeft helemaal niet gestudeerd. Zo zouden we nog verder kunnen invullen wat de mensen toen dachten, want als we eerlijk zijn dan horen we deze praatjes ook vandaag nog als er mensen zijn die zich van God geroepen weten om hun Zaligmaker te volgen en Zijn Naam bekend te maken. Het is zo gemakkelijk om afkeurend over iemand te spreken en helaas vinden deze praatjes, die zich keren tegen God en Zijn Zoon Jezus Christus, maar al te graag gehoor. Helaas is de ergernis tegen hen die de mensen waarschuwen tegen de zonden, hen oproepen tot bekering en geloof nog steeds niet verminderd en zal niet verminderen tot op de dag dat Jezus terugkomt. Zo hebben zij zich geërgerd aan Jezus en er voor kozen om Hem de rug toe te keren en te volharden in het ongeloof.

 

Jezus wist dit van tevoren en heeft eens tot Johannes in de gevangenis gezegd: ‘Zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.’ Jesaja profeteerde van de Zaligmaker: ‘Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht, Jes. 53:3.’ Jezus de Zoon van God, gekomen om te zoeken en zalig te maken dat wat verloren was, werd niet verwelkomt als een koning, werd niet verheerlijkt en vereerd door de mensen maar vernederd en bespot om uiteindelijk te eindigen aan het kruis. Te eindigen? Nee, Hij was niet de zielige Jezus die opgejaagd en overgeleverd in de handen van Zijn smaders de doodsteek kreeg aan het kruis om te eindigen als zovelen van wie alleen nog wat gedachten over zijn. Hij is als een Lam voor onze zonden geslacht, niet per ongeluk maar precies op tijd, naar de raad van Zijn Vader om de kop van satan te vermorzelen en de mensen te bevrijden uit de heerschappij van de duisternis. Jezus stierf aan het kruis omdat Hij de straf droeg die wij verdiend hebben. Hij bevrijdde ons daar van de vloek die op ons was vanwege de overtreding van Gods heilige wetten. O zag toch heel de wereld wie Deze Jezus is. Hij is opgestaan uit de dood als de grote Triomfator, Hij is opgevaren naar de hemel. Hij leeft! Straks zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doodden. Vreselijk zal dat zijn voor hen die zich aan Hem en aan Zijn boodschap geërgerd hebben. Ja vreselijk voor hen die niet hebben willen buigen voor Hem en het liefde aanbod van Vaders ontfermende genade hebben afgewezen. Vader heeft ons Zijn Zoon geschonken opdat wij door het geloof in Hem behouden zouden worden. Maar als u, om welke reden dan ook, het aanbod afslaat, dan zult u straks niet Jezus ontmoeten als uw lieve Zaligmaker maar als uw Rechter die naar het Recht zal handelen en u voor eeuwig zal wegzenden. Hoe vreselijk zal dat zijn, de Naam van Jezus gekend te hebben en dan door Hem verwezen te worden naar het verderf.

 

Jezus zei: ‘Een profeet is niet ongeeerd, dan in zijn vaderland, en in zijn huis.’ Zoals de profeten onder het Oude Testament niet met gejuich werden ontvangen, zo hebben zij ook Jezus niet met lof ontvangen. Johannes schrijft dat zelfs zijn broers niet in Hem geloofden (Joh. 7:5). Na de hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest horen we Petrus de woorden van Mozes aanhalen: ‘Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal. En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit het volk, Hand. 3:22,23.’ Wat een ernstige boodschap, allen die niet naar Jezus hebben geluisterd of zullen luisteren, zullen uitgeroeid worden. Allen die niet in Hem geloven tot zaligheid die zullen verloren gaan omdat zij Gods genade niet hebben willen ontvangen. Allen die niet geloven dat Jezus gekomen is om ons te zaligen en te verlossen van de vloek, houden God de Vader en Zijn Zoon voor een leugenaar, dat is wat de Bijbel heel eenvoudig leert. ‘Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon. En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon. Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet, 1 Joh. 5:10-12.’

 

Aan ons de vraag, wat doen we met deze Waarheid, omhelzen wij die en geven wij onszelf over aan God de Vader door te vertrouwen dat Jezus, Zijn Zoon alleen ons leven is of ergeren wij ons aan de boodschap van Gods genade?

 

De tekst van onze overdenking sluit met de ernstige boodschap: ‘En Hij heeft aldaar niet vele krachten gedaan, vanwege hun ongeloof.’ God is de Almachtige, vol van genade en barmhartigheid en Hij heeft besloten dat alleen zij die door het geloof tot Hem komen, Zijn genade, liefde, almacht en genezende kracht zullen ervaren. Jezus Zelf wijst ons op de noodzaak van het geloof en zegt tot de eigenwijze ongelovige godsdienstige mensen: ‘En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben, Joh. 5:40.’ Beste lezers en luisteraars, laat dit toch niet voor u gelden. Laat uw ongeloof toch niet de reden zijn van uw ondergang. Uw zonden kunnen nooit te veel of te groot zijn, Hij is gekomen om zondaren zalig te maken maar als u dat niet gelooft dan is dat de rede van uw ondergang en kunt u nooit God de schuld geven Die in Zijn onbevattelijke liefde, Zijn Zoon gaf en zondaren roept.

 

Broeders en zusters, verblijdt u in uw Heiland, Hij heeft hoon en spot veracht om de heerlijkheid die Hem voorgesteld was. Volg Zijn voetstappen en laat u niet ontmoedigen als de mensen zich aan u ergeren, u kwalijk behandelen en slecht over u spreken. Zie omhoog, uw redding is nabij, nog even en de Koning der Koningen zal komen in heerlijkheid en macht. Amen

Wilco Vos Veenendaal 13-11-2018